← België

ECLI:BE:HBANT:2010:ARR.20100211.5

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Antwerpen Vonnis/arrest van 11 februari 2010 ECLI nr: ECLI:BE:HBANT:2010:ARR.20100211.5 Rolnummer: 64 P 2009 Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2010-03-29 Raadplegingen: 126 - laatst gezien 2026-07-02 21:23 Fiche Artikel 490 bis van het strafwetboek is van toepassing op eenieder die bedrieglijk zijn onvermogen heeft bewerkt en aan de op hem rustende verplichtingen niet heeft voldaan, en aldus op elke schuldenaar, zij het een natuurlijke persoon, persoonlijk schuldenaar, of een natuurlijke persoon als orgaan of aangestelde, strafrechtelijk verantwoordelijk voor een rechtspersoon die schuldenaar is. Het gaat in casu niet om een loutere wanbetaling maar om een geïncrimineerde fraude die de uitvoering van de aangegane verbintenis onmogelijk maakte. Het te dezen geviseerde misdrijf vereist niet dat op het ogenblik waarop de schuldenaar zich onvermogend heeft gemaakt, de schuld bewezen is en niet het voorwerp van enige betwisting is. Het is hierbij onverschillig welke van de beide vereiste materiële bestanddelen van dit misdrijf, namelijk het bedrieglijk bewerken van zijn onvermogen en het niet voldoen aan zijn verplichtingen, het andere in de tijd voorafging. UTU-thesaurus: STRAFRECHT - MISDRIJVEN EN HUN STRAFFEN - Misdrijven tegen eigendommen - Bedrieglijk onvermogen Vrije woorden: Strafrecht - bedrieglijk onvermogen - elke schuldenaar - schuld - betwisting van de schuld - onvermogen - niet gelijktijdig Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - 490 bis - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Nota: tegen dit arrest werd geen cassatieberoep aangetekend Tekst van de beslissing Het Hof van Beroep, zitting houdende op 11 februari 2010 te Antwerpen, Veertiende kamer (...) Te Brecht, in het gerechtelijk arrondissement Antwerpen en/of elders in het gerechtelijk arrondissement Antwerpen en/of, bij samenhang, elders in het Rijk, tussen 18 september 2003 en 11 maart 2005, in meerdere malen, op niet nader te bepalen data en/of op de hierna bepaalde data: Het onvermogen van de B.V.B.A. V. D. L. te hebben bewerkt en aan de op deze vennootschap rustende verplichtingen niet te hebben voldaan, wat kan afgeleid worden uit de enige omstandigheid waaruit blijkt dat hij deze vennootschap onvermogend heeft willen maken en inzonderheid uit volgende omstandigheden, namelijk: I. op 19 september 2003: door de verbonden onderneming de BVBA F. te hebben opgericht (zie o.m. stuk 129-130) met als maatschappelijke zetel ..., met als zaakvoerders V.D.L. H. en P. F. en met dezelfde handelsactiviteiten, II. tussen 31 september 2003 en 1 december 2004, op de hierna bepaalde data: door middels uitgifte van de hierna vermelde facturen uitgaande van de B.V.B.A. V. D. L. en gericht aan de verbonden vennootschap de B.V.B.A. F. quasi alle exploitatiemiddelen en activa van de B.V.B.A. V. D. L; te hebben overgeheveld naar de verbonden onderneming de B.V.B.A. F.: factuur dd. 1/10/2003 met nummer 2003/1407 t.b.v. 2.420 euro voor de verkoop van een PC met toebehoren (stuk 205). factuur dd. 1/10/2003 met nummer 2003/1406 t.b.v. 10.285 euro voor de verkoop van een auto Renault Clio (stuk 206). factuur dd. 19/10/2004 met nummer 2004/1405 t.b.v. 26.438,50 euro voor de verkoop van een bedrijfsauto Mercedes Vito (stuk 183). factuur dd. 29/10/2004 met nummer 2004/1406 t.b.v. 9.982,50 euro voor de verkoop van een auto Renault Clio (zie stuk 175). factuur dd. 30/10/2004 met nummer 2004/1408 t.b.v. 50.000 euro met als omschrijving "overname klantenbestand bloemen groothandel van de V. D. L. bvba in vereffening" (zie stuk 180). factuur dd. 30/11/2004 met nummer 2004/1407 t.b.v. 31.000 euro met als omschrijving "verkoop Mercedes Atego 1999 gefinancierd door Europabank" (zie stuk 181). III. op 22 oktober 2004: door de maatschappelijke zetel van de B.V.B.A. V.D.L. aan de ... te hebben verplaatst naar een postbusadres, m.n. ... (zie o.m. stuk 119 en 153), met het bedrieglijk opzet derwijze te beletten dat de S.A. C.I.H. - die een vordering heeft op de BVBA V.D.L. ten belope van 143.500, 84 EUR (te vermeerderen met conventionele intresten aan 12% en te vermeerderen met 21.525,13 EUR ten titel van vaste conventionele vermeerdering) ingevolge een arrest van het Hof van Beroep te Luik dd. 12 oktober 2004 deze vordering zou kunnen uitvoeren (stuk 57 - 65). (...) Uit de gegevens van het dossier waarop het Hof vermag acht te slaan staat vast dat beklaagde door zijn bewust en bedrieglijk handelen , het vermogen van de BVBA V. d. L. heeft onttrokken aan het onderpand van haar schuldeiser (de burgerlijke partij) en aan de regelmatige gevolgen van de middelen die aan de schuldeiser ter beschikking staan om haar schuldenaar te dezen te dwingen tot de uitvoering van de door haar aangegane verbintenissen. Middels het geheel van de uit deze gegevens van het onderzoek blijkende bedrieglijke handelingen - zoals vermeld in de tenlastelegging - heeft beklaagde de vermogenstoestand van zijn voormelde vennootschap derwijze ingericht dat het bezit van deze vennootschap, feitelijk en/of juridisch, werd onttrokken aan gedwongen tenuitvoerlegging vanwege haar schuldeiser (de burgerlijke partij). Beklaagde vermag te dezen geen dienstig verweer te putten uit de door hem in beroepsconclusie, al dan niet onder verwijzing naar stukken, aangevoerde argumenten, zoals onder meer: - dat hij de BVBA F., die het klantenbestand van de BVBA V.d. L. heeft overgenomen en daarvoor een redelijk hoge prijs heeft betaald, enkel heeft opgericht om werkzaam te kunnen blijven; - dat de BVBA F. reeds op 19 september 2003 werd opgericht, zijnde ongeveer dertien maanden vooraleer de BVBA V. d. L. bij arrest van het Hof van Beroep te Luik de dato 12 oktober 2004 werd veroordeeld tot het betalen aan de burgerlijke partij van de som van 143.500,84 euro in hoofdsom; - dat de vordering van de burgerlijke partij pas ingevolge dit arrest zeker en vaststaand werd, en er tot op dat ogenblik een reële kans bestond dat de vordering van de burgerlijke partij zou afgewezen worden, nu zijn stelling (zijnde de stelling van beklaagde omtrent de niet-conforme levering van het voertuig) werd bijgetreden door de deskundigen; - dat de activa van de BVBA V. d. L. werden overgeheveld tegen een redelijke prijs en met een beperkte positieve impact; - dat, middels de verkoop van activa van de BVBA V. d. L. en van meerdere van zijn privé-eigendommen ( van beklaagde), de afbetaling werd gefinancierd van diverse kredieten die hij (beklaagde) had verkregen, onder meer voor de aankoop van het bij de burgerlijke partij bestelde voertuig. Artikel 490 bis van het strafwetboek is van toepassing op eenieder die bedrieglijk zijn onvermogen heeft bewerkt en aan de op hem rustende verplichtingen niet heeft voldaan, en aldus op elke schuldenaar, zij het een natuurlijke persoon, persoonlijk schuldenaar, of een natuurlijke persoon als orgaan of aangestelde, strafrechtelijk verantwoordelijk voor een rechtspersoon die schuldenaar is. Het gaat in casu niet om een loutere wanbetaling maar om een geïncrimineerde fraude die de uitvoering van de aangegane verbintenis onmogelijk maakte. Het te dezen geviseerde misdrijf vereist niet dat op het ogenblik waarop de schuldenaar zich onvermogend heeft gemaakt, de schuld bewezen is en niet het voorwerp van enige betwisting is. Het is hierbij onverschillig welke van de beide vereiste materiële bestanddelen van dit misdrijf, namelijk het bedrieglijk bewerken van zijn onvermogen en het niet voldoen aan zijn verplichtingen, het andere in de tijd voorafging. Het vervallen en opeisbaar worden van de schuld dient derhalve het bewerken van het onvermogen niet vooraf te gaan. (...) PDF document ECLI:BE:HBANT:2010:ARR.20100211.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.