← België

ECLI:BE:HBANT:2010:ARR.20100211.6

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Antwerpen Vonnis/arrest van 11 februari 2010 ECLI nr: ECLI:BE:HBANT:2010:ARR.20100211.6 Rolnummer: 1087 P 2009 Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2010-03-29 Raadplegingen: 119 - laatst gezien 2026-07-02 21:23 Fiche

  1. De feiten zijn de opeenvolgende en voortgezette uiting van hetzelfde misdadig opzet, waarmee ook de overige bij het bestreden vonnis definitief beoordeelde feiten werden gepleegd.
  2. Door de gevraagde maatregelen in verband met een contactverbod wordt geenszins schade vergoed die de burgerlijke partijen hebben geleden ten gevolge van de ten laste van beklaagde bewezen verklaarde feiten. UTU-thesaurus: STRAFRECHT - VOORAFGAANDE TITEL Sv. - Slachtoffers en benadeelden - Burgerlijke vordering Vrije woorden:
  3. Strafrecht - eenheid van opzet - opslorping - deels definitief beoordeelde feiten
  4. Schadevergoeding - contactverbod - geen vergoeding van schade
  5. Rechtsplegingvergoeding - per partij Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 4 VTsV Tekst van de beslissing Het Hof van Beroep, zitting houdende op 11 februari 2010 te Antwerpen, Veertiende kamer (...)
  6. De tot de tenlastelegging II.A beperkte hogere beroepen van beklaagde en van het Openbaar Ministerie zijn ontvankelijk. (...)
  7. De schuld van beklaagde aan de hem sub II.A. van de dagvaarding ten laste gelegde feiten, inbegrepen de verzwarende omstandigheid, is door het strafonderzoek en het onderzoek ter terechtzitting bewezen gebleven. Het Hof verwijst naar de oordeelkundige redengeving van de eerste rechter (laatste paragraaf van het derde blad van het bestreden vonnis). Deze redengeving wordt hernomen.
  8. Deze feiten zijn de opeenvolgende en voortgezette uiting van hetzelfde misdadig opzet, waarmee ook de overige bij het bestreden vonnis definitief beoordeelde feiten werden gepleegd. De door de eerste rechter opgelegde bestraffing vormt een afdoende en juiste bestraffing voor al deze misdrijven samen. Het Hof herneemt de oordeelkundige redengeving van de eerste rechter. De ontzetting uit de rechten van artikel 31 Sw. is verantwoord door de ernst van de feiten en de termijn waarvoor de ontzetting wordt uitgesproken wordt verantwoord door de langere periode waarover de feiten zich regelmatig hebben voorgedaan.
  9. De burgerlijke partijen vragen de bevestiging van het bestreden vonnis. Het bestreden vonnis is op burgerrechtelijk gebied voor geen kritiek vatbaar en wordt bevestigd, behoudens voor zover het beklaagde wordt verboden zich te begeven in een straal van 1 km van de woonplaats van B. A., en met name te ..., en rondom de school van het slachtoffer, ..., dit alles onder verbeurte van een dwangsom. Door deze maatregelen wordt geenszins schade vergoed die de burgerlijke partijen hebben geleden ten gevolge van de ten laste van beklaagde bewezen verklaarde feiten. Bovendien wordt beklaagde door de opgelegde bestraffing gedurende een langere periode in de onmogelijkheid gebracht het slachtoffer dat ook zijn dochter is, nog te ontmoeten. Verder wordt aan de burgerlijke partij M. in haar hoedanigheid van vertegenwoordiger van het minderjarige slachtoffer en in eigen naam een rechtsplegingvergoeding van respectievelijk enerzijds 375,00 euro (eerste aanleg) en 200,00 euro (hoger beroep) en anderzijds tweemaal 200,00 euro (eerste aanleg en hoger beroep). Deze rechtsplegingvergoedingen zijn bepaald in functie van het in elke aanleg gevorderde bedrag en rekening houdende met de tweedelijns juridische bijstand. (...) PDF document ECLI:BE:HBANT:2010:ARR.20100211.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.