id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Antwerpen Vonnis/arrest van 24 februari 2010 ECLI nr: ECLI:BE:HBANT:2010:ARR.20100224.11 Rolnummer: 591 P 2009 Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2010-06-23 Raadplegingen: 135 - laatst gezien 2026-07-02 21:27 Fiche De proefperiode vangt aan op datum van de beslissing die het uitstel van de tenuitvoerlegging toekent en niet op de datum dat de beslissing kracht van gewijsde verwerft. UTU-thesaurus: STRAFRECHT - PROBATIEWET - Uitstel STRAFRECHT - PROBATIEWET - Herroeping Vrije woorden: Strafrecht - opschorting, uitstel en probatie - proeftijd - herroeping wegens een nieuw misdrijf - aanvang van de proeftijd - datum van de beslissing Wettelijke bepalingen: Wet - 29-06-1964 - 14 Nota: De voorziening in cassatie tegen dit arrest werd verworpen bij arrest van 8 juni 2010, P.10.0561.N ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100608.2 Tekst van de beslissing Het Hof van Beroep, zitting houdende op 24 februari 2010 te Antwerpen, Veertiende kamer (...)
- De vorderingen van het Openbaar Ministerie in beide notitienummers strekken tot de herroeping van een uitstel van de tenuitvoerlegging van de opgelegde straf verleend bij: - arrest van het Hof van Beroep te Brussel van 2 oktober 2002, dat gedaagde veroordeelde tot onder meer een gevangenisstraf van 21 maanden, met uitstel over een proefperiode van 5 jaar; - arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen van 7 mei 2003, dat gedaagde veroordeelde tot onder meer een geldboete van 3.562.471,40 euro, waarvan alleen het gedeelte van 247.893,52 euro of een vervangende gevangenisstraf van één maand niet met uitstel werd verleend (-en niet twee maanden zoals de eerste rechter per vergissing overwoog); Het uitstel werd verleend over een periode van 3 jaar. Van beide arresten is een voor eensluidend verklaard afschrift voorhanden in het strafdossier. Tegen het eerste arrest werd cassatieberoep ingesteld, dat op 18 februari 2003 werd verworpen. Gedaagde overlegt op de terechtzitting van 27 januari 2010 een kopie van een voor eensluidend verklaard afschrift van dit cassatiearrest. Deze vorderingen zijn gesteund op artikel 14§1bis van de wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie. Artikel 14§1 bis voorziet de mogelijkheid een uitstel te herroepen indien de begunstigde later wordt veroordeeld tot een effectieve straf van minimaal één maand. Een veroordeling tot een gevangenisstraf van meer dan zes maanden geeft aanleiding tot een ambtshalve herroeping. De veroordeling tot de effectieve gevangenisstraf van meer dan één maand moet worden uitgesproken voor misdrijven, die werden gepleegd tijdens de proeftermijn waarvoor het te herroepen uitstel werd verleend. In casu wordt door het Openbaar Ministerie de veroordeling tot zes maanden door het Hof van Beroep te Antwerpen op 4 juni 2008 aangehaald voor feiten die werden gepleegd tussen 1 oktober 2002 en 1 november 2002 en tussen 1 mei 2003 en 17 juni
- Van dit arrest is een voor eensluidend verklaard afschrift aanwezig in het strafdossier, voorzien van het bewijs van kracht van gewijsde. Opdat te dezen op basis van deze veroordeling de herroeping van de eerder verleende uitstellen kan tussenkomen is vereist dat deze bewezen verklaarde feiten zich voordeden in de betrokken proefperiodes. De proefperiode vangt aan op datum van de beslissing die het uitstel van de tenuitvoerlegging toekent. Het is wat de aanvangsdatum van de proefperiode betreft, niet relevant dat de betrokken beslissing kracht van gewijsde heeft verworven. Artikel 8 van de hoger genoemde wet van 29 juni 1964, maakt enkel gewag van de datum van de beslissing en niet van het ogenblik dat de beslissing in kracht van gewijsde is getreden. Daardoor wordt de schorsende werking van het cassatieberoep in strafzaken niet miskend. Zelfs indien te dezen, wat de beslissing van het Hof van Beroep te Brussel betreft, als aanvangsdatum van de proefperiode het arrest van het Hof van Cassatie, dat het cassatieberoep tegen deze beslissing verwerpt, in aanmerking zou moeten worden genomen, zoals gedaagde ten onrechte voorhoudt, zijn de feiten, waarvoor beklaagde werd veroordeeld door het arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen van 4 juni 2008, deels gepleegd tijdens deze proefperiode. De vordering tot herroeping is ontvankelijk en de feiten waarvoor beklaagde werd veroordeeld bij het arrest dat als grondslag wordt ingeroepen tot herroeping van het bij hoger genoemde twee arresten verleende uitstellen, hebben zich geheel of ten dele voorgedaan tijdens de proefperiodes waarvoor de uitstellen zijn verleend.
- Het is duidelijk dat de dreiging met bestraffing niet heeft volstaan om gedaagde van recidive te weerhouden. Hij werd opnieuw veroordeeld. Anders dan gedaagde in conclusies oordeelt is het Hof wel van oordeel dat het te dezen gepast voorkomt het bij beide arresten verleende uitstel te herroepen. De door gedaagde gemaakte overwegingen, en onder meer met betrekking tot de reeds verlopen tijdspanne, overtuigen het Hof niet. Gedaagde pleegt met een zekere regelmaat steeds opnieuw misdrijven, zoals ook blijkt uit het strafregister van beklaagde. Voor het overige verwijst het Hof naar de oordeelkundige redengeving van de eerste rechter op blz. 6 van het bestreden vonnis. Het Hof herneemt deze redengeving. De eerste rechter heeft dan ook terecht de betrokken uitstellen herroepen. (...) PDF document ECLI:BE:HBANT:2010:ARR.20100224.11 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100608.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div