← België

ECLI:BE:HBANT:2010:ARR.20100629.14

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Antwerpen Vonnis/arrest van 29 juni 2010 ECLI nr: ECLI:BE:HBANT:2010:ARR.20100629.14 Rolnummer: B 6/08 R.R. Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2011-02-08 Raadplegingen: 109 - laatst gezien 2026-07-02 10:33 Fiche

  1. Geen enkele verdragsrechtelijke of wettelijke bepaling stelt echter dat de overschrijding van de redelijke termijn bedoeld in artikel 6.1 EVRM de niet-ontvankelijkheid of het verval van de strafvordering voor gevolg heeft. Artikel 21ter Voorafgaande Titel Wetboek Strafvordering houdt in beginsel in dat niet het onderzoeksgerecht maar het vonnisgerecht beoordeelt welk gevolg aan de overschrijding van de redelijke termijn moet worden verleend.
  2. Alleen wanneer het onderzoeksgerecht oordeelt dat de overschrijding van de redelijke termijn de bewijsvoering en het recht van de verdediging van de inverdenkinggestelde ernstig en onherstelbaar heeft aangetast, zodat geen eerlijk strafproces en beoordeling van de burgerlijke rechtsvordering meer mogelijk is, kan ontslag van rechtsvervolging worden uitgesproken. De overschrijding van de redelijke termijn vereist een daadwerkelijk rechtsherstel. UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Algemene rechtsbeginselen van procesrecht - Redelijke termijn Vrije woorden:
  3. Strafvordering - redelijke termijn - vaststelling overschrijding - gevolgen - bevoegdheid onderzoeksgerecht - bodemrechter
  4. Strafvordering - redelijke termijn - overschrijding - gevolgen - rechtsherstel - onontvankelijkheid van de strafvordering - voorwaarden - onherstelbare gevolgen - betrouwbaarheid van het bewijs - rechten van verdediging Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 04-11-1950 - 6.1 Verdrag of internationale overeenkomst - 04-11-1950 - 6.1 EVRM Nota: De voorziening in cassatie werd verworpen bij arrest van 18 januari 2011, P.10.1361.N, omdat het cassatieberoep niet ontvankelijk was bij gebrek aan belang - het arrest was geen eindbeslissing Tekst van de beslissing Het Hof van Beroep, zitting houdende op 29 juni 2010 te Antwerpen, Kamer van Inbeschuldigingstelling (...) 3.2 Met overname van de redengeving in de schriftelijke vordering van de procureur-generaal stelt het hof, kamer van inbeschuldigingstelling, vast dat de redelijke termijn in deze zaak is overschreden. 3.3 De overschrijding van de redelijke termijn vereist een daadwerkelijk rechtsherstel. 3.4 Geen enkele verdragsrechtelijke of wettelijke bepaling stelt echter dat de overschrijding van de redelijke termijn bedoeld in artikel 6.1 EVRM de niet-ontvankelijkheid of het verval van de strafvordering voor gevolg heeft. De rechter beoordeelt wat het passende rechtsherstel is. 3.5 Artikel 6.1 EVRM verhindert niet dat het interne recht de mogelijke gevolgen bepaalt die een overschrijding van de redelijke termijn kan meebrengen, op voorwaarde dat die wettelijke gevolgen een daadwerkelijk rechtsherstel voor de inverdenkinggestelde kunnen inhouden. Het komt de rechter toe het bepaalde wettelijke gevolg te kiezen dat in de zaak passend is. 3.6 In de interne Belgische rechtsorde regelt artikel 21ter Voorafgaande Titel Wetboek Strafvordering de mogelijke gevolgen bij overschrijding van de redelijke termijn. Dit wetsartikel bepaalt dat bij overschrijding van de redelijke termijn de rechter de veroordeling bij eenvoudige schuldigverklaring kan uitspreken of een straf uitspreekt die lager is dan de minimumstraf. Artikel 21ter Voorafgaande Titel Wetboek Strafvordering houdt in beginsel in dat niet het onderzoeksgerecht maar het vonnisgerecht beoordeelt welk gevolg aan de overschrijding van de redelijke termijn moet worden verleend. Bovendien is het vonnisgerecht overeenkomstig artikel 4 Voorafgaande Titel Wetboek Strafvordering alleen bevoegd recht te doen over de burgerlijke vordering. Het onderzoeksgerecht heeft niet de bevoegdheid om louter omwille van de overschrijding van de redelijke termijn het verval van de strafvordering uit te spreken waarbij bovendien de burgerlijke vordering zonder meer ter zijde wordt geschoven. Alleen wanneer het onderzoeksgerecht oordeelt dat de overschrijding van de redelijke termijn de bewijsvoering en het recht van de verdediging van de inverdenkinggestelde ernstig en onherstelbaar heeft aangetast, zodat geen eerlijk strafproces en beoordeling van de burgerlijke rechtsvordering meer mogelijk is, kan ontslag van rechtsvervolging worden uitgesproken. 3.7 In deze zaak heeft de overschrijding van de redelijke termijn de betrouwbaarheid van het bewijs en het recht van verdediging of dat van een redelijk proces niet aangetast. De bewijsvoering kan nog steeds aan tegenspraak worden onderworpen zowel ten laste of ten ontlaste. 3.8 Inverdenkinggestelde beklaagt zich vooreerst slechts over een schending van zijn rechten in verband met sommige tenlasteleggingen en niet in verband met alle. 3.9 De waarheidsvinding vereist niet dat inverdenkinggestelde over alle tenlasteleggingen wordt ondervraagd. Dit kan trouwens nog steeds vermits het onderzoek gebeurt ter terechtzitting en de bodemrechter, de overschrijding van de redelijke termijn vaststaande, zal ongetwijfeld rekening houden met de beperkingen van het menselijk geheugen. 3.10 Inverdenkinggestelde kan nog steeds worden geconfronteerd met stukken die als overtuigingsstukken werden neergelegd ter griffie. 3.11 Over dossiers die verdwenen zijn kan inverdenkinggestelde inderdaad waarschijnlijk niet meer ordentelijk worden ondervraagd, maar hier dient rekening te worden gehouden met het feit dat het openbaar ministerie de bewijslast draagt. 3.12 Het verhoor van bepaalde personen en het uitvoeren van confrontaties is een onderzoekstechniek maar is niet verplicht en niet absoluut noodzakelijk voor de waarheidsvinding. Ook hier dient herhaald dat het openbaar ministerie de bewijslast draagt, het onderzoek ter terechtzitting gebeurt en de bodemrechter de bewijswaardering doet rekening houdend met de verstreken termijn. 3.13 De voldoende bezwaren, zoals weerhouden in de vordering van de procureur-generaal, bestaan nog steeds. (...) PDF document ECLI:BE:HBANT:2010:ARR.20100629.14 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.