id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Antwerpen Vonnis/arrest van 14 september 2010 ECLI nr: ECLI:BE:HBANT:2010:ARR.20100914.2 Rolnummer: 2009/P/185 Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2010-10-01 Raadplegingen: 126 - laatst gezien 2026-07-01 13:37 Fiche De klacht is meer dan een aangifte, een vraag om iets te onderzoeken, de melding dat een misdrijf is gepleegd, de vraag om de dader te wijzen op het verkeerde van zijn handelen, de vraag om vergoed te worden. De klacht veronderstelt de ondubbelzinnige wilsuiting dat de dader strafrechtelijk wordt vervolgd. Dergelijke wilsuiting bestaat niet wanneer gevraagd wordt dat de dader zou gewezen worden op het verkeerde van zijn handelen, zou aangemaand worden te stoppen, vermits dit ook door louter politionele tussenkomst kan gebeuren. UTU-thesaurus: STRAFRECHT - VOORAFGAANDE TITEL Sv. - Klachtmisdrijf Vrije woorden: Strafrecht - klachtmisdrijf - belaging - aangifte - volgehouden wilsuiting tot strafrechtelijke vervolging - klachtintrekking - onontvankelijkheid van de strafvordering Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - 442bis - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Nota: tegen deze beslissing werd geen cassatieberoep aangetekend Tekst van de beslissing Het Hof van Beroep, zitting houdende op 14 september 2010 te Antwerpen, de Tiende kamer (...) Beklaagde wordt vervolgd wegens feiten van belaging meermaals gepleegd tussen 1 september 2006 en 23 januari
- Het bij artikel 442bis van het Strafwetboek strafbaar gestelde feit van belaging maakt een klachtmisdrijf uit waartegen alleen vervolging kan worden ingesteld op klacht van een persoon die beweert te worden belaagd. In dit geval moet de klacht voorafgaan aan het instellen van de strafvordering, weze het door het vorderen van een gerechtelijk onderzoek bij de onderzoeksrechter, weze het door het uitbrengen van een rechtstreekse dagvaarding voor de strafrechter. Het gebrek aan klacht verhindert niet dat het Openbaar Ministerie een opsporingsonderzoek instelt, wel dat het Openbaar Ministerie een strafvervolging zou instellen wanneer de persoon die belaagd wordt het zelf niet noodzakelijk vindt dat de dader wordt vervolgd. De klacht houdt in dat de persoon die beweert door het misdrijf te zijn benadeeld, aangifte doet aan de overheid van het misdrijf, én hierbij te kennen geeft dat hij strafvervolging wenst van de dader van het misdrijf. De klacht is een noodzakelijke voorwaarde voor het instellen van de strafvordering zodat het gebrek aan klacht of klachtintrekking voor het instellen van de strafvordering, de strafvordering onregelmatig maakt. Bij onderzoek van de dossierstukken blijkt dat de strafvordering werd ingesteld op 20 mei
- De burgerlijke partij deed klacht wegens belaging op 19 januari
- Op 05 juli 2007 trok zij deze klacht ondubbelzinnig in : zij verklaarde uitdrukkelijk de klacht in te trekken omdat zij wilde verder gaan met haar leven. Nadien deed zij geen klacht meer. In haar verhoor van 25 oktober 2007 meldt de burgerlijke partij geen nieuwe feiten van belaging. Zij herhaalt dat zij wil verder gaan met haar leven en vraagt daarom dat beklaagde erop wordt gewezen dat zij niets meer met hem te maken wil hebben. De klacht is meer dan een aangifte, een vraag om iets te onderzoeken, de melding dat een misdrijf is gepleegd, de vraag om de dader te wijzen op het verkeerde van zijn handelen, de vraag om vergoed te worden. De klacht veronderstelt de ondubbelzinnige wilsuiting dat de dader strafrechtelijk wordt vervolgd. Dergelijke wilsuiting bestaat niet wanneer gevraagd wordt dat de dader zou gewezen worden op het verkeerde van zijn handelen, zou aangemaand worden te stoppen, vermits dit ook door louter politionele tussenkomst kan gebeuren. De klacht veronderstelt de volgehouden wilsuiting tot aan het instellen van de strafvordering, dat de dader wordt vervolgd, zoals kan blijken uit een verhoor tot " klachtbevestiging" teneinde zekerheid te bekomen dat de strafvordering nog wordt ingesteld op een ogenblik dat de klager nog steeds wenst dat de dader wordt onderworpen aan de strafprocedure. Aldus werd de strafvordering ingesteld na klachtintrekking, en was ze derhalve niet ontvankelijk. Op burgerrechtelijk gebied De burgerlijke vordering is een accessorium van de strafvordering, zodat zij het lot volgt van de strafvordering en op een niet ontvankelijke strafvordering, geen ontvankelijk burgerlijke vordering kan worden geënt. (...) PDF document ECLI:BE:HBANT:2010:ARR.20100914.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div