id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Antwerpen Vonnis/arrest van 29 september 2010 ECLI nr: ECLI:BE:HBANT:2010:ARR.20100929.8 Rolnummer: 2009AR3032 Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2010-11-17 Raadplegingen: 116 - laatst gezien 2026-07-01 13:43 Fiche De regel van de risicoaansprakelijkheid op grond van art. 1398, tweede lid Ger.W. is niet van toepassing op de terugvordering van betaalde bedragen die onverschuldigd zijn geworden na cassatie van het arrest waarin zij werden toegekend. UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - BESLAG EN EXECUTIE - Algemeen (beslag en executie) GERECHTELIJK RECHT - BESLAG EN EXECUTIE - Voorafgaande regels (beslag en executie) - Uitvoerbaarheid - Algemeen GERECHTELIJK RECHT - BESLAG EN EXECUTIE - Voorafgaande regels (beslag en executie) - Uitvoerbaarheid - Uitvoerbaar vanaf de uitspraak Vrije woorden: Beslag en executie - Terugvordering betaalde bedragen - Cassatieberoep - Geen risicoaansprakelijkheid Nota:
- Antwerpen, 05.02.2008, R.W. 2008-09, 1386
- Dirix, E., en Broeckx, K., A.P.R., 'Beslag', 2010, p. 184, nr. 261 Tekst van de beslissing Procedure
- Gelet op de door de wet vereiste processtukken, in behoorlijke vorm overgelegd, waaronder de bestreden beschikking, waarvan geen akte-betekening wordt voorgelegd, alsmede het verzoekschrift neergelegd op 09.11.2009, waarmee een naar vorm en termijn regelmatig en ontvankelijk hoger beroep werd ingesteld. Voorwerp van de vorderingen
- Het hoger beroep strekt ertoe, bij hervorming van de bestreden beschikking, appellantes verzet tegen de met het op verzoek van geïntimeerde op 21.11.2008 betekende exploot van bevel tot betalen aangevangen gedwongen tenuitvoerlegging gegrond te verklaren, geïntimeerde verbod op te leggen de gedwongen tenuitvoerlegging op enigerlei wijze te vervolgen en appellante akte te verlenen van haar voorbehoud tot het vorderen van schadevergoeding.
- Geïntimeerde concludeert tot de ongegrondheid van het hoger beroep en bevestiging van de bestreden beschikking. Feiten en retroacten
- Bij vonnis d.d. 16.11.2004 van de Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen werd geïntimeerde o.m. veroordeeld tot betaling aan appellante van een provisioneel bedrag van euro 100.000,00 en werd een deskundigenonderzoek bevolen. De voorlopige tenuitvoerlegging van dit vonnis werd niet toegestaan.
- Dit vonnis werd bevestigd bij arrest d.d. 20.02.2007 van dit Hof.
- Bij exploot d.d. 13.03.2007 liet appellante de beide voormelde titels betekenen aan geïntimeerde met bevel tot betaling van het provisioneel toegekende bedrag van euro 100.000,00 en euro 3.544,36 ten titel van kosten.
- Geïntimeerde heeft de met dit bevel aangevatte tenuitvoerlegging aangevochten voor de Beslagrechter te Antwerpen die, bij beschikking d.d. 25.06.2007, haar verzet als ongegrond afwees.
- Op 13.07.2007 heeft de verzekeringsmaatschappij van geïntimeerde onder voorbehoud het gevorderde bedrag van euro 103.544,36 aan appellante betaald.
- Het hoger beroep van geïntimeerde tegen de voormelde beschikking d.d. 25.06.2007 werd als ongegrond afgewezen bij arrest d.d. 28.05.2008 van dit Hof.
- Bij arrest d.d. 26.06.2008 van het Hof van Cassatie werd het voormelde arrest d.d. 20.02.2007 van dit Hof inzake het bodemgeschil vernietigd "behalve in zoverre het beslist dat de gemeenteraad van de eiseres bij het nemen van de beslissing van 21 mei 2001 en 18 juni 2001 een fout heeft begaan." en werd de aldus beperkte zaak naar het Hof van beroep te Brussel verwezen.
- Dienvolgens liet geïntimeerde het litigieuze bevel tot betalen d.d. 21.11.2008 betekenen tot terugbetaling van de in uitvoering van het arrest d.d. 20.02.2007 van dit Hof betaalde bedragen. Hiertegen heeft appellante zich verzet voor de eerste rechter die dit, bij de bestreden beschikking, als ongegrond afwees. Bespreking
- De eerste rechter heeft in de bestreden beschikking, op grond van een oordeelkundige motivering, die, voor zover niet tegengesproken door wat hierna gesteld wordt, het Hof tot de zijne maakt en die hier voor herhaald wordt gehouden, en die in hoger beroep niet afdoende wordt weerlegd, terecht geoordeeld dat geïntimeerde ingevolge de vernietiging door het Hof van Cassatie van het arrest d.d. 20.02.2007 van dit Hof, kon overgaan tot gedwongen tenuitvoerlegging van de in uitvoering van dit verbroken arrest betaalde gelden. Voor zover als nodig en ter aanvulling van de redengeving van de eerste rechter, kan nog het volgende opgemerkt worden.
- Zoals terecht door de eerste rechter geoordeeld worden partijen door de verbreking van het arrest van de bodemrechter terug geplaatst in dezelfde toestand als deze vóór het vernietigde arrest (zie o.m. Dirix, E. en Broeckx, K., Beslag, A.P.R., 2010, nr. 261 e.v., p. 181 e.v.). Dit houdt in casu in dat partijen terug geplaatst worden in de toestand zoals na het vonnis d.d. 16.11.2004 van de bodemrechter, mits de toevoeging dat vaststaat dat "de gemeenteraad van de eiseres bij het nemen van de beslissing van 21 mei 2001 en 18 juni 2001 een fout heeft begaan" en dat er hoger beroep werd ingesteld tegen dat vonnis, dat niet uitvoerbaar bij voorraad was.
- Het vernietigende cassatiearrest levert een afdoende titel op tot herstel in de vorige toestand (zie o.m. Dirix, E. en Broeckx, K., Beslag, A.P.R., 2010, nr. 261 e.v., p. 181 e.v.)
- In tegenstelling met wat appellante ten onrechte voorhoudt, kan uit het gegeven dat de fout van de gemeenteraad van geïntimeerde vaststaat, niet afgeleid worden dat de provisionele veroordeling tot betaling van euro 100.000,00 behouden bleef. Het arrest d.d. 20.02.2007 is immers, behoudens de voormelde vastgestelde fouten, vernietigd, dus ook wat betreft de bevestiging van de provisionele veroordeling.
- Volkomen ten onrechte beroept appellante zich op het gezag van gewijsde van de beslissingen d.d. 25.06.2007 van de Beslagrechter te Antwerpen en d.d. 28.05.2008 van dit Hof inzake de door appellante vervolgde gedwongen tenuitvoerlegging van het vonnis d.d. 16.11.2004, bevestigd bij arrest d.d. 20.02.2007 van dit Hof. De thans voorliggende vordering heeft immers een volkomen ander voorwerp en oorzaak dan de voormelde. De voormelde strekte tot betwisting van de gedwongen tenuitvoerlegging door geïntimeerde van de beslissing d.d. 16.11.2004 van de Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen en d.d. 20.02.2007 van dit Hof terwijl de huidige immers strekt tot teruggave van de naar aanleiding van de voormelde gedwongen tenuitvoerlegging betaalde bedragen, ingevolge de vernietiging van de titel bij arrest van het Hof van Cassatie. Dit middel mist dus iedere grond.
- Evenzeer volkomen ten onrechte houdt appellante voor dat geïntimeerde geen afdoende hoedanigheid of belang zou hebben om de betaalde bedragen terug te vorderen, nu deze niet door geïntimeerde zelf maar door haar verzekeraar zouden betaald zijn. Het staat immers vast dat deze bedragen door haar verzekeraar als lasthebber betaald werden voor rekening van geïntimeerde, wat door appellante zonder voorbehoud aanvaard werd, en deze laatste dus gerechtigd is om deze bedragen zelf terug te vorderen. De achterliggende verhoudingen tussen geïntimeerde en haar verzekeraar gaan enkel hen aan. Voor derden, zoals appellante, blijven zij een res inter alios acta waardoor zij niet verontrust kunnen worden. (zie o.m. Dirix, E., Obligatoire verhoudingen tussen contractanten en derden, Kluwer, 1984, nr. 319)
- Het deskundigenonderzoek uitgevoerd in het kader van de bodemprocedure is ter zake volstrekt irrelevant. De Beslagrechter (in hoger beroep) kan immers slechts kennis nemen van de betwistingen m.b.t. de regelmatigheid en de rechtmatigheid van de tenuitvoerlegging en dient voort te gaan op de titels zoals deze voorliggen.
- Geïntimeerde was en is dus gerechtigd de gedwongen tenuitvoerlegging na te streven van de terugbetaling van alle in uitvoering van de vernietigde titel betaalde bedragen, in casu euro 103.544,
- Ten onrechte vordert geïntimeerde intresten op dit bedrag vanaf de datum van betaling, in casu 13.07.2007, en verwijst hiervoor naar art. 1398 2de lid Ger.W. Om ook eventuele intresten op deze terug te betalen sommen te kunnen vorderen dient evenwel een fout (kwade trouw) aangetoond (art. 1378 B.W.), tenzij er sprake is van (foutloze) risicoaansprakelijkheid. Ingeval van voorlopige tenuitvoerlegging is de wettelijke grondslag voor deze (foutloze) risicoaansprakelijkheid art. 1398 2de lid Ger.W. De uitvoering van een op tegenspraak gewezen arrest is echter geen voorlopige tenuitvoerlegging. Er is immers geen gewoon rechtsmiddel tegen mogelijk zodat het in kracht van gewijsde is getreden. Slechts verzet en hoger beroep schorsen de tenuitvoerlegging (art. 1397 Ger.W.). Art. 1398 Ger.W., en dus ook de in het tweede lid van deze bepaling vervatte grond van risico-aansprakelijkheid, is dus niet van toepassing (vgl. Cass. 17.02.2005). Nu er geen andere grond voor foutloze risicoaansprakelijkheid is dient geïntimeerde aan te tonen dat appellante een fout gemaakt heeft door dit arrest uit te voeren. Het louter feit een arrest uit te voeren dat in kracht van gewijsde was gegaan, maakt geen fout uit. Degene die in tweede aanleg en op tegenspraak in het gelijk wordt gesteld mag te goeder trouw verwachten dat zijn succes definitief zal zijn (vgl. Dirix, E., en Broeckx, K., A.P.R., "Beslag", 2010, p. 184, nr. 261) De regel van de risicoaansprakelijkheid op grond van art. 1398, tweede lid, Ger.W. is dus niet van toepassing op de terugvordering van betaalde bedragen die onverschuldigd zijn geworden na cassatie van het arrest waarin zij werden toegekend. (zie o.m. Antwerpen, 05.02.2008, R.W. 2008-09, 1386). Geïntimeerde heeft dan ook slechts recht op intresten vanaf de datum van ingebrekestelling, in casu vanaf 21.11.2008, datum van het bevel (art. 1153 B.W.).
- Het bevel en de tenuitvoerlegging is dan ook slechts rechtmatig ten belope van euro 103.544,36, de moratoire intresten aan de wettelijke intrestvoet vanaf 21.11.2008, de kosten van het bevel en de uitgifte en de eventuele verdere uitvoeringskosten.
- Het hoger beroep is dan ook slechts in die beperkte mate gegrond. Kosten
- Gezien het hoger beroep grotendeels ongegrond is past het appellante te verwijzen in de gerechtskosten. OM DIE REDENEN: HET HOF, na beraad, Recht sprekend op tegenspraak; Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935; Ontvangt het hoger beroep en verklaart dit gegrond in de hiernabepaalde mate; Bevestigt de bestreden beschikking met de enkele wijziging dat het litigieuze bevel en de gedwongen tenuitvoerlegging slechts rechtmatig is ten belope van euro 103.544,36, de moratoire intresten aan de wettelijke intrestvoet vanaf 21.11.2008, de kosten van het bevel t.b.v. euro 227,32, de uitgifte t.b.v. euro 72,45 en de eventuele verdere uitvoeringskosten, en onrechtmatig voor het overige; Verwijst appellante in de gedingkosten van de beroepsprocedure; Begroot deze kosten tot op heden op euro 1.200,00 voor geïntimeerde. Aldus gedaan en uitgesproken in openbare terechtzitting van : NEGENENTWINTIG SEPTEMBER TWEEDUIZENDENTIEN waar aanwezig waren : J.M. WETSELS Voorzitter B. LUYTEN Raadsheer D. VAN OVERLOOP Raadsheer N. VAN DE VIJVER Griffier N. VAN DE VIJVER D. VAN OVERLOOP B. LUYTEN J.M. WETSELS PDF document ECLI:BE:HBANT:2010:ARR.20100929.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.