← België

ECLI:BE:HBANT:2010:ARR.20101008.3

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Antwerpen Vonnis/arrest van 08 oktober 2010 ECLI nr: ECLI:BE:HBANT:2010:ARR.20101008.3 Rolnummer: 2010 CO 976 Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2011-03-24 Raadplegingen: 215 - laatst gezien 2026-07-01 13:50 Fiche De machtiging tot een inkijkoperatie werd bondig en afdoende gemotiveerd met afdoende omschrijving van het proportionaliteitsbeginsel en het subsidiariteitsbeginsel, namelijk: andere middelen van onderzoek lijken niet te volstaan om de waarheid aan het licht te brengen en verder onderzoek vereist dat de machtiging wordt verleend. UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Opsporingsonderzoek - Betreden private plaats Vrije woorden: Strafprocesrecht - onderzoek - inkijkoperatie - motivering Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 46 quinquies Nota: De voorziening in cassatie werd verworpen bij arrest van 22 februari 2011 (P.10.1754.N ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20110222.3) - Dit arrest preciseert dat het niet vereist is dat de aanwijzingen van strafbare feiten ook worden vermeld in de machtiging. Tekst van de beslissing Het Hof van Beroep, zitting houdende op 8 oktober 2010 te Antwerpen, Dertiende kamer (...) DE INKIJKOPERATIE Beklaagde is van oordeel dat de inkijkoperatie die uitgevoerd werd ingevolge machtiging van de Procureur des Konings nietig is en dit om de volgende redenen: - gebrek aan precieze aanwijzingen dat de strafbare feiten een misdrijf uitmaken of zouden uitmaken als bedoeld in artikel 90 ter§ 2 tot 4, of gepleegd worden of zouden worden in het kader van een criminele organisatie zoals bedoeld in 324 bis SW. - de machtiging is niet rechtsgeldig gemotiveerd en het proportionaliteitsbeginsel werd geschonden/een gebrek aan omschrijving van het subsidiariteitsbeginsel. In ondergeschikte orde is beklaagde van oordeel dat een prejudiciële vraag dient gesteld te worden aan het Grondwettelijk Hof omdat bij gebrek aan afdoende motivering van het proportionaliteitsbeginsel en van het subsidiariteitsbeginsel, in het artikel 46 quinquies niet voorzien is dat deze motiveringsplicht is voorgeschreven op straffe van nietigheid terwijl dit wel voorzien is in artikel 90 quater § 1 SV voor wat betreft de machtiging tot tap. De eerste rechter heeft terecht geoordeeld dat de machtiging tot inkijkoperatie rechtsgeldig en met voldoende motivering werd verleend. De daartoe door de eerste rechter ontwikkelde oordeelkundige redengeving, door beklaagde niet weerlegd zijnde in conclusies, wordt door het Hof bijgetreden en tot de zijne gemaakt mits aanvulling van de hierna volgende overwegingen in antwoord op de conclusies van beklaagde en voor zover niet strijdig zijnde met de motieven van de eerste rechter. De precieze aanwijzingen van strafbare feiten zoals hoger vermeld bestonden uit de volgende elementen: - politionele informatie bekomen via de collega's van de zone Willebroek volgens dewelke er mogelijks een wheedplantage aanwezig was te Willebroek, ...straat 69 - nazicht op dit adres leverde de informatie op dat aldaar een hangar was van ruime omvang met de vermelding in blauwe letters BBF. - via de geautomatiseerde documentatie werd vernomen dat de firma BBF in 2004 failliet werd verklaard. - er werd contact opgenomen met de eigenaar van de hangar welke meedeelde dat zij de hangar verhuurde aan de firma Belgium LTD waarvan de verantwoordelijke de huurovereenkomst had afgesloten. Het betrof de genaamde El M. A. welke bij de politiediensten gekend was voor drugdelicten. Ingevolge deze precieze aanwijzingen werd door de Procureur des Konings een machtiging tot inkijkoperatie verleend overeenkomstig artikel 46 quinquies SV. Deze machtiging werd bondig en afdoende gemotiveerd met afdoende omschrijving van het proportionaliteits-beginsel en het subsidiariteitsbeginsel, namelijk: andere middelen van onderzoek lijken niet te volstaan om de waarheid aan het licht te brengen en verder onderzoek vereist dat de machtiging wordt verleend. Het feit dat de onderzoeksrechter zijn machtiging tot inkijkoperatie uitgebreider heeft gemotiveerd betekent niet dat de bondige motivering van de Procureur des Konings niet rechtsgeldig zou zijn. De machtiging van de onderzoeksrechter werd overigens niet verleend bij toepassing van artikel 46 quinquies SV doch wel bij toepassing van artikel 89 ter SV. Het stellen van een prejudiciële vraag zoals omschreven in conclusies van beklaagde is in deze overbodig aangezien een inkijkoperatie zoals voorzien in artikel 46 quinquies enkel een waarborg verleent ter bescherming van een plaats terwijl een tapmaatregel zoals voorzien in artikel 90 quater § 1 SV een waarborg verleent ter bescherming van het privéleven. Het arrest van dit Hof waarnaar beklaagde in conclusies verwijst betreft een totaal andere situatie en een andere onderzoeksdaad. In casu zijn de precieze aanwijzingen duidelijk geformuleerd zoals reeds eerder aangehaald. Bovendien betreft het hier geen huiszoeking waarvan de nietigheid wordt ingeroepen. De regels inzake huiszoeking verlenen een waarborg voor de privéwoonst en voor het privéleven terwijl zoals reeds aangehaald een inkijkoperatie overeenkomstig artikel 46 quinquies een waarborg verleent enkel en alleen ter bescherming van een plaats. De inkijkoperatie werd derhalve uitgevoerd ingevolge een rechtsgeldige machtiging en is dan ook niet nietig. (...) PDF document ECLI:BE:HBANT:2010:ARR.20101008.3 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20110222.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.