← België

ECLI:BE:HBGNT:2004:ARR.20040524.25

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Gent Vonnis/arrest van 24 mei 2004 ECLI nr: ECLI:BE:HBGNT:2004:ARR.20040524.25 Rolnummer: 2003/AR/0325 Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2007-07-20 Raadplegingen: 83 - laatst gezien 2026-07-03 23:45 Fiche Taalgebruik gerechtszaken--akte hoger beroep--citaat in andere taal--grief of middel ter ondersteuning van grief--nietig UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - TAALGEBRUIK GERECHTSZAKEN - Algemeen (taalgebruik in gerechtzaken) Tekst van de beslissing in de zaak van S.A. AVANCE DIFFUSION, vennootschap naar Frans recht, die de vennootschap SAS CENTEX heeft opgeslorpt, met maatschappelijke zetel te 71201 Le Creusot Cedex (Frankrijk), Rue des Abattoirs - BP 34 en ingeschreven in het handelsregister te Le Creusot onder nr. B 392.421.244, appellante, hebbende als raadsman mr. Marc Kadaner, advocaat met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpsesteenweg 150, tegen N.V. D'LIGHT, met maatschappelijke zetel te 9031 Drongen, Antoon Catriestraat 18, ingeschreven in het handelsregister te Gent onder nr. 186.094 en met ondernemingsnummer 0.461.276.669, geïntimeerde, hebbende als raadsman mr. Philippe De Vleeschauwer, advocaat met kantoor te 9840 De Pinte, Hemelrijkstraat 1, velt het Hof volgend arrest Partijen werden gehoord ter openbare terechtzitting van 26 april 2004 in hun middelen en conclusies. Bij verzoekschrift van 11 februari 2003 heeft appellante hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van 2 januari 2003, op tegenspraak gewezen door de Rechtbank van Koophandel te Gent, Zesde Kamer (AR 3778/99). Het Hof stelde bij tussenarrest van 19 januari 2004 vast dat het verzoek¬schrift in hoger beroep op vele bladzijden teksten bevat in de Franse taal. Om partijen toe te laten omtrent deze ambtshalve opgeworpen exceptie m.b.t. de taalwetgeving in gerechtszaken te besluiten, werd de her¬opening der debatten bevolen overeenkomstig art. 774 Ger. W. Beoordeling

  1. Het verzoekschrift tot hoger beroep is een akte van rechtspleging, onder¬worpen aan de Wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken. Hierbij wordt de ééntaligheid van de rechtspleging en van de gerechte¬lijke akten als principe gesteld. Art. 40 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken stelt dat deze regels zijn voorgeschreven op straffe van nietigheid, die ambtshalve door de rechter moet worden uitgesproken. Deze nietigheid is van openbare orde en er is geen dekking mogelijk door de latere toe¬voeging van vertalingen. Partijen kunnen geen afstand doen van de ambtshalve opgeworpen exceptie. De duidelijke rechtspraak van het Hof van Cassatie leert dat een citaat in een inleidende akte zoals een beroepsakte, weergegeven in een andere taal, de nietigheid van deze akte met zich meebrengt wanneer de betrok¬ken passage een grief op zich of een middel ter ondersteuning van een grief uitmaakt, hetzij vereist is voor de processuele regelmatigheid van de beroepsakte, maar géén nietigheid meebrengt wanneer het citaat enkel een extra toelichting of illustratie bij een grief vormt (Cass., 15 februari 1993, Arr. Cass. 1993, 184).
  2. In casu moet de rechtspleging in hoger beroep geschieden in één taal, zijnde deze van de bestreden beslissing: het Nederlands (art. 24 Taalwet Gerechtszaken). De beroepsakte bevat echter volgende passages in de Franse taal: - blz. 3: 33 regels - blz. 4: 23 regels - blz. 5: 24 regels - blz. 6: 28 regels - blz. 8: 14 regels - blz. 9: 28 regels - blz.10: 8 regels - blz.11: 17 regels - blz. 12: 13 regels - blz. 13: 30 regels - blz. 14: 6 regels - blz. 17: 7 regels - blz. 18: 2 regels - blz.19: 11 regels - blz. 20: 24 regels - blz. 21: 24 regels - blz. 22: 2 regels - blz.25: 13 regels - blz. 26: 21 regels - blz. 27: 2 regels - blz. 28: 21 regels - blz. 29: 14 regels - blz.30: 21regels - blz.32: 12 regels - blz. 33: 39 regels - blz. 34: 4 regels Het overgrote deel van de in totaal 432 regels Franstalige tekst - gelijk aan zo'n 12 bladzijden - is zonder vertaling in het Nederlands weer¬gegeven. Dat deze overvloedige Franstalige tekstgedeelten enkel bijkomstige commentaar en toelichting zouden uitmaken, kan niet worden gevolgd. Het zijn grieven, minstens middelen ter ondersteuning van de grieven: o.a. blz. 3 en 21 (de artikelen uit de overeenkomst tussen partijen), blz. 4, 5, 6, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 22 en 27 (inhoud van belangrijke brief¬wisseling tussen partijen), blz. 17, 18, 19, 20, 21, 25, 26, 28, 29, 30, 32, 33 en 34 (geciteerde rechtsleer en rechtspraak). De beroepsakte is derhalve manifest nietig. OM DEZE REDENEN, HET HOF, Rechtdoende op tegenspraak, Gelet op art. 24 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken ; Gelet op het tussenarrest van 19 januari 2004 ; Verklaart de beroepsakte nietig overeenkomstig art. 40 van de Wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken ; Verklaart het hoger beroep bijgevolg ontoelaatbaar ; Veroordeelt appellante tot de gedingkosten van het hoger beroep, begroot in hoofde van geïntimeerde op 456,12 EUR rechtsplegingsvergoeding hoger beroep ; Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van het Hof van beroep te Gent, zevende kamer, recht doende in burgerlijke zaken op vierentwintig mei tweeduizend en vier. Aanwezig H. Debucquoy, raadsheer, waarnemend voorzitter, F. Deschoolmeester, raadsheer, G. Macours, plaatsvervangend raadsheer, A. Ferdinande, griffier. Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.