← België

ECLI:BE:HBGNT:2004:ARR.20040628.7

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Gent Vonnis/arrest van 28 juni 2004 ECLI nr: ECLI:BE:HBGNT:2004:ARR.20040628.7 Rolnummer: 2003/AR/0872 Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2007-07-20 Raadplegingen: 90 - laatst gezien 2026-07-03 23:46 Fiche Gerechtelijk recht--opvolging van gedingpartij of procespartijwisseling na het instellen van het hoger beroep. UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Hoger beroep (gerechtelijk recht) - Gevolgen hoger beroep - Schadevergoeding en boete Tekst van de beslissing in de zaak van :

  1. J. L., bestuurder van vennootschappen, wonende te 8710 Wielsbeke, Stationsstraat 8,
  2. N.V. BITIC, (voluit : N.V. Belgian International Trading & Investing Co.), met maatschappelijke zetel te 1050 Brussel, Louizalaan 149/24 en ingeschreven in het handelsregister te Brusel onder nr. 657.298, appellanten, hebbende als raadsman mr. Paul Cooreman, advocaat te 9240 Zele, Kouterstraat 76, tegen
  3. J. L. ¿, en zijn echtgenote
  4. G.D.,¿, samenwonende te ¿
  5. geïntimeerden, hebbende als raadsman mr. André D'Halluin, advocaat te 8500 Kortrijk, Schippersstraat 1/43, velt het Hof volgend arrest :
  6. Partijen werden gehoord op de openbare zitting van 17 mei 2004 in hun middelen en conclusies. De stukken werden ingezien. Bij verzoekschrift neergelegd ter griffie van het Hof op 10 april 2003 hebben appellanten tijdig en regelmatig naar de vorm hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van 3 december 2002 en het vonnis van 11 februari 2003, onder partijen op tegenspraak gewezen door de tweede kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Kortrijk. Een exploot van betekening van dit vonnis ligt niet voor. Procedure in eerste aanleg
  7. Op 1 juli 1991 dagvaardt de heer J.L. geïntimeerden teneinde hen solidair en ondeelbaar te horen veroordelen tot betaling van een provisioneel bedrag van 7.500.000 BEF, eventueel te vermeerderen in de loop van het geding, meer de gerechtelijke rente vanaf 1 juli 1991 en alle kosten van het geding.
  8. Geïntimeerden besluiten tot de onontvankelijkheid en de ongegrond-verklaring van deze vordering en vragen de veroordeling van de heer J.L. tot de kosten van het geding. In hoofdorde vragen geïntimeerden dat het schadebeding in artikel 3 van de overnameovereenkomst d.d. 30 mei 1988 tussen de heer J.L. en geïntimeerden nietig te verklaren en de vordering af te wijzen wegens gebrek aan geldig contractueel schadebeding en gelet op het ontbreken van enig gemeenrechtelijk bewijs van schade. Ondergeschikt vragen geïntimeerden de vordering ongegrond te verklaren wegens gebrek aan wanprestatie in hunnen hoofde, minstens wegens rechtsmisbruik. In meer ondergeschikte orde vorderen geïntimeerden dat het gevorderde schadebedrag wordt gematigd tot een redelijk bedrag, rekening houdend met alle concrete omstandigheden van het geval en dienvolgens de schadevergoeding tot het werkelijke bedrag van schade te herleiden. Gelet op het feit dat de heer J.L. geen schade lijdt, vragen zij de gevorderde schadevergoeding tot nul te herleiden. In meeste ondergeschikte orde vragen geïntimeerden dat de gevorderde gerechtelijke interesten vanaf 3 september 1991 worden afgewezen.
  9. Bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg op 14 oktober 2002, vraagt de heer J.L. een heropening van de debatten, teneinde akte te laten nemen van de gedinghervatting door de NV BITIC. Aan deze vennootschap heeft de heer J.L. zijn vorderingen op geïntimeerden overgedragen.
  10. Bij bestreden beslissing d.d. 3 december 2002 verklaart de eerste rechter het verzoek van de heer J.L. tot heropening van de debatten toelaatbaar en niet gegrond. In het bestreden vonnis dd. 11 februari 2003 oordeelt de eerste rechter dat de vordering ontvankelijk, doch niet gegrond is. De heer J.L. wordt veroordeeld tot betaling van de gedingkosten. Het hoger beroep
  11. Het hoger beroep van appellanten strekt tot de solidaire en ondeelbare veroordeling van geïntimeerden tot betaling aan appellanten van een provisionele vergoeding van 7.500.000 BEF of 185.920,14 EUR, vermeerderd met de gerechtelijke interesten vanaf 1 juli 1991 tot de dag van de uiteindelijke betaling en de kosten gevallen in beide aanleggen. Bij conclusie, neergelegd ter griffie van het Hof op 13 januari 2004, breiden appellanten hun eis uit en vorderen de solidaire en ondeelbare veroordeling van geïntimeerden om te betalen een provisionele vergoeding van 20.000.000 BEF of 495.787,05 EUR, meer de vergoedende rente vanaf 30 mei 1988, datum van de aandelenverkoopoveenkomst tot aan de dag van de uiteindelijke betaling. Appellanten vragen dat hen voorbehoud wordt verleend om het meer gevorderde te bewijzen. Bij conclusie, neergelegd ter griffie van het Hof op 12 maart 2004, vragen appellanten in uiterst ondergeschikte orde de aanstelling van een deskundige bedrijfsrevisor met opdracht de boekhouding van de NV Alfa Carpets te onderzoeken en na te gaan of de heer P.D. of een vennootschap namens hem in samenwerking met de heer J.L. en mevrouw G.D. als verkopers van aandelen van de NV Alfa Carpets aan de NV Alfa Carpets, concurrentie hebben aangedaan, rechtstreeks of onrechtstreeks, in de periode vanaf 1 januari 1987, en hiertoe alle stukken van partijen te onderzoeken en alle vragen van partijen te beantwoorden.
  12. Geïntimeerde vordert dat het hoger beroep van de NV BITIC als onontvankelijk wordt afgewezen, het hoger beroep van de heer J.L. als ontvankelijk, doch ongegrond wordt afgewezen, de twee bestreden vonnissen worden bevestigd en appellanten worden veroordeeld tot de kosten van beide aanleggen. Zo de NV BITIC rechtsopvolger is van de heer J.L., vragen geïntimeerden dat het hoger beroep van de heer J.L. wordt afgewezen als onontvankelijk. In ondergeschikte orde vragen geïntimeerden dat de vordering ongegrond wordt verklaard wegens gebrek aan wanprestatie in hunnen hoofde, minstens wegens rechtsmisbruik. In meer ondergeschikte orde vorderen geïntimeerden dat het gevorderde schadebedrag wordt gematigd tot een redelijk bedrag, rekening houdend met alle concrete omstandigheden van het geval en dienvolgens de schadevergoeding tot het werkelijke bedrag van schade te herleiden. Gelet op het feit dat de heer J.L. geen schade lijdt, vragen zij de gevorderde schadevergoeding tot nul te herleiden. In meeste ondergeschikte orde vragen geïntimeerden dat de gevorderde gerechtelijke interesten vanaf 3 september 1991 worden afgewezen. Wat de uitbreiding van de eis van appellanten tot betaling van een provisioneel bedrag van 495.787,05 EUR enerzijds en tot aanstelling van een deskundige bedrijfsrevisor anderzijds, betreft, vorderen geïntimeerden dat deze vordering wordt afgewezen als onontvankelijk, aangezien zij niet berust op een feit of een akte aangevoerd in de gedinginleidende dagvaarding. In ondergeschikte orde vragen geïntimeerden deze uitbreiding van de vordering af te wijzen als ongegrond. Beoordeling
  13. Het hoger beroep tegen de twee bestreden vonnissen werd ingesteld door de heer J.L. enerzijds en de NV BITIC anderzijds. Laatstgenoemde was evenwel geen partij in de procedure voor de eerste rechter. Op 2 juli 2002 hebben de heer J.L. en de NV BITIC een ¿overeenkomst van verkoop van vorderingen op de heer en mevrouw J.L.- D. ¿ afgesloten. Deze overdracht werd betekend aan geïntimeerden op 3 september
  14. De NV BITIC heeft de betwiste vorderingen op geïntimeerden bijgevolg verkregen na de inleiding van de oorspronkelijke eis, doch vóór de uitspraak van de bestreden vonnissen. Geïntimeerden betwisten deze overdracht niet. Zij werpen enkel op dat de NV BITIC geen partij was in de procedure voor de rechtbank van eerste aanleg en bijgevolg niet over de vereiste hoedanigheid beschikt om hoger beroep in te stellen tegen de vonnissen in deze procedure.
  15. In geval van procespartijwisseling bij overdracht van de betwiste vordering tijdens het geding dient geoordeeld te worden ten aanzien van de werkelijk belanghebbende partijen. In casu kan de NV BITIC als rechtsopvolger van de heer J.L. hoger beroep instellen, nu zij geacht moet worden door laatstgenoemde in het geding vertegenwoordigd te zijn geweest (K. BROECKX, Het recht op hoger beroep en het beginsel van de dubbele aanleg in het civiele geding, Maklu, Antwerpen, , 190, nr. 419 e.v.). Ook de heer J.L. kan nog hoger beroep instellen tegen het vonnis dat na de overdracht gewezen werd. Het bestreden vonnis d.d. 11 februari 2003 raakt de heer J.L. immers in zijn materieel-rechtelijke toestand: door de veroordeling tot de kosten van het geding heeft hij een belang om de hervorming van het vonnis te verkrijgen in hoger beroep, los van het overgedragen materieel recht. De heer J.L. kan de toewijzing van de oorspronkelijke vordering niet meer nastreven in hoger beroep, aangezien hij geen persoonlijk vorderingsrecht meer heeft met betrekking tot de overgedragen vorderingen. Hij kan echter wel nog optreden als lasthebber van de NV BITIC en voor diens rekening een veroordeling nastreven.
  16. Op 30 mei 1988 sloten geïntimeerden enerzijds en de heer J.L. anderzijds een overeenkomst tot overdracht van aandelen. Geïntimeerden verkochten hun volledige aandelenpakket in de NV ALFA CARPETS en de NV ALFA CARPETS INTERNATIONAL aan de heer J.L. voor een totaal bedrag van 1.636.097,26 EUR (66.000.000 BEF). Artikel 3 van voormelde overeenkomst bevat een niet-concurrentiebeding, dat het volgende bepaalt: ¿De verkoper verbindt er zich ten opzichte van de koper en ten gunste van de NV Alfa Carpets en de NV Alfa Carpets International toe gedurende een periode van 10 jaar vanaf heden noch rechtstreeks, noch onrechtstreeks, voor eigen rekening of voor rekening van derden, in eigen naam of in naam van derden, activiteiten in de textielsector te leiden, te werken in of voor een onderneming in de textielsector, een participatie te nemen in zo'n onderneming of zo'n onderneming op welke manier dan ook steun te verlenen, en dit in alle landen waar de NV Alfa Carpets en/of de NV Alfa Carpets International op heden actief is. Miskenning door de NV Astri Consult van het door haar aangegane niet-concurrentiebeding in de managmentovereenkomst dd. 30.05.1988 (bijlage III) wordt aanzien als inbreuk op bovenvermeld beding. Komt de verkoper deze verbintenis niet na, dan is hij aan de koper een schadevergoeding verschuldigd waarvan het minimum conventioneel en forfaitair bepaald wordt op 7.500.000 BEF, het meer gevorderde door de koper te bewijzen.¿ Eveneens op 30 mei 1988 wordt tussen de NV ALFA CARPETS, vertegenwoordigd door de heer J.L. en de NV LAMINVEST, enerzijds en de NV ASTRI-CONSULT, vertegenwoordigd door de heer P.D., anderzijds een ¿Managementovereenkomst Zelfstandige¿ gesloten. Deze managementovereenkomst werd als bijlage bij de overeenkomst tot overdracht van aandelen gehecht om er deel van uit te maken. Artikel 2A van voormelde Managementovereenkomst Zelfstandige luidt als volgt: ¿De opdrachtnemer verbindt er zich toe om gedurende de looptijd van de overeenkomst noch rechtstreeks, noch onrechtstreeks, hetzij door zijn aandeelhouders, bestuurders, aangestelden of anders, gelijksoortige opdrachten te aanvaarden als deze in art. 1 omschreven, of rechtstreeks of onrechtstreeks deel te nemen aan of belang te nemen in activiteiten die zouden kunnen concurreren met deze van de opdrachtgever. In geval van niet naleving van deze verbintenis is de opdrachtnemer, onverminderd de mogelijkheid voor de opdrachtgever om terstond een einde te stellen aan de gegeven opdracht, een schadevergoeding verschuldigd aan de opdrachtgever waarvan het minimum conventioneel en forfaitair wordt vastgesteld op 35.000 BEF per dag indien de inbreuk voortduurt, en op 500.000 BEF indien het een eenmalige en aflopende inbreuk betreft, het meer gevorderde door de opdrachtgever te bewijzen.¿
  17. Bij scheidsrechterlijke uitspraak d.d. 20 juni 1991 in de zaak NV ALFA CARPETS en NV ALFA CARPETS INTERNATIONAL tegen NV ASTRI-CONSULT, P.D. en C.D. wordt de NV ASTRI-CONSULT veroordeeld ¿om aan de NV ALFA CARPETS te betalen de som van 2.275.000 BEF, vermeerderd met de verwijlsintresten op een bedrag van 1.400.000 vanaf 22 januari 1991 en op een bijkomend bedrag van telkens 175.000 BEF vanaf het einde van elke kalendermaand vanaf 31 januari 1991 tot 31 mei 1991, te berekenen tot aan de datum der betaling¿, wegens schending van artikel 2 van de Management-overeenkomst Zelfstandige (stuk 2 geïntimeerden). Aan de NV ALFA CARPETS werd akte verleend van haar voorbehoud om haar vordering uit te breiden tot de verdere door haar geleden schade. Naar aanleiding van deze scheidsrechterlijke uitspraak is de heer J.L. op 1 juli 1991 overgegaan tot dagvaarding van geïntimeerden op basis van het niet-concurrentiebeding in de overeenkomst tot overdracht van aandelen.
  18. Bij scheidsrechtelijke uitspraak d.d. 18 maart 1994 wordt de NV MANCOVER, voorheen de NV ASTRI-CONSULT, veroordeeld ¿om aan de NV ALFA CARPETS te betalen de som van 4.900.000 BEF als vergoeding voor de overtreding van het niet-concurrentiebeding voor de periode van 23 september 1993 tot 9 februari 1994, te vermeerderen met de verwijlrente op 3.220.000 BEF vanaf 23 september 1993, bedrag dat verhoogd wordt tot 4.480.000 BEF vanaf 28 januari 1994 en dat verhoogd wordt tot 4.900.000 BEF vanaf 9 februari 1994, tot op de dag der effectieve betaling.¿ (stuk 4 appellanten).
  19. Overeenkomstig artikel 1226 B.W. wordt een strafbeding gedefinieerd als een beding waarbij een persoon zich voor het geval van niet-uitvoering van de overeenkomst verbindt tot betaling van een forfaitaire vergoeding van de schade die kan worden geleden ten gevolge van de niet-uitvoering van de overeenkomst. Een strafbeding moet ertoe strekken de schuldenaar, bij niet uitvoering van zijn verbintenissen uit een rechtshandeling, een forfaitaire vergoeding te doen betalen die door de partijen is bepaald in functie van de schade die zij, als gevolg van de niet-uitvoering in natura of bij equivalent, als schade konden voorzien. Het als strafbeding overeengekomen bedrag mag bijgevolg voor de partijen slechts een vergoedende functie hebben voor de schade die de schuldeiser kan lijden ten gevolge van het niet-nakomen van de verbintenis.
  20. Appellanten verwijzen naar de scheidsrechtelijke uitspraken d.d. 20 juni 1991 en 18 maart 1994, waar enerzijds de NV ASTRI-CONSULT veroordeeld werd om aan de NV ALFA CARPETS een som van 2.275.000 BEF te betalen en anderzijds de NV MANCOVER veroordeeld werd om aan de NV ALFA CARPETS een som van 4.900.000 BEF te betalen als vergoeding voor de overtreding van het niet-concurrentiebeding (stukken 3 en 4 appellanten). Zij besluiten hieruit dat het totaal van de reeds definitief vastgestelde en effectief bewezen schade 7.175.000 BEF of 177.863,60 EUR bedraagt, wat ongeveer overeenstemt met het bedrag van de gevorderde schade-vergoeding. In de scheidsrechtelijke uitspraken betrof het echter een vergoeding van de schade die geleden werd door de NV ALFA CARPETS ten gevolge van de overtreding van artikel 2 van de Managementovereenkomst Zelfstandige d.d. 30 mei
  21. Appellanten houden ten onrechte voor dat de schadebedingen in de overeenkomst tot overdracht van aandelen gesloten tussen de heer J.L. en geïntimeerden enerzijds, en de Managementovereenkomst Zelfstandige gesloten tussen de NV ALFA CARPETS en de NV ASTRI CONSULT anderzijds, niet dezelfde schade dekken. Het Hof stelt immers vast dat geïntimeerden er zich toe verbinden om het niet-concurrentiebeding na te leven ten gunste van de NV ALFA CARPETS en de NV ALFA CARPETS INTERNATIONAL en dat bij schending van dit beding de verkoper, zijnde geïntimeerden, een schadevergoeding van 7.500.000 BEF of 185.920,14 EUR verschuldigd zijn aan de koper, zijnde de heer J.L.. Het is duidelijk dat de bedoeling van partijen bij de opname van dergelijk beding in de overeenkomst tot overdracht van aandelen d.d. 30 mei 1988 was dat geïntimeerden geen enkele concurrerende activiteit in de textielsector zouden uitvoeren waardoor de NV ALFA CARPETS en /of de NV ALFA CARPETS INTERNATIONAL schade zou kunnen lijden. Bij niet naleving van het niet-concurrentiebeding in de overeenkomst tot overdracht van aandelen d.d. 30 mei 1988 wordt bijgevolg potentiële schade van de NV ALFA CARPETS en de NV ALFA CARPETS INTERNATIONAL beoogd en niet de schade die door de koper van de aandelen kan worden geleden. Het voormelde beding strekt m.a.w. tot vergoeding van een schade aan de heer J.L., die voor deze laatste geen schade was. In casu strekt het beding in artikel 3, lid 2 van de overeenkomst tot overdracht van aandelen d.d. 30 mei 1988 er niet toe de schade te vergoeden die de heer J.L. als koper kon lijden ten gevolge van een inbreuk op voormeld artikel, zodat voormeld beding geen vergoedende functie kan hebben. De eerste rechter heeft dan ook terecht geoordeeld, weliswaar om andere redenen, dat het schadebeding nietig is. Bijgevolg is de vordering tot betaling van een provisionele vergoeding van 7.500.000 BEF of 185.920,14 EUR ongegrond.
  22. Gelet op de nietigheid van het schadebeding in artikel 3, lid 2 van de overeenkomst tot overdracht van aandelen, dient ook de uitbreiding van de vordering tot betaling van een provisionele schadevergoeding van 20.000.000 BEF of 495.787,05 EUR en tot aanstelling van een deskundige bedrijfsrevisor als ongegrond te worden afgewezen. OM DEZE REDENEN, HET HOF, Rechtdoende op tegenspraak, Melding makende dat artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken werd nageleefd, Verklaart het hoger beroep en de uitbreiding van de eis van appellanten ontvankelijk doch ongegrond, Bevestigt het vonnis a quo in zijn beschikkingen, Veroordeelt appellanten in de appelkosten. Begroot de appelkosten aan de zijde van geïntimeerden op 456,12 EUR als rechtsplegingsvergoeding, Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van het Hof van beroep te Gent, zevende kamer, recht doende in burgerlijke zaken op achtentwintig juni tweeduizend en vier. Aanwezig : H. Debucquoy, raadsheer, waarnemend voorzitter, F. Deschoolmeester, raadsheer, G. Macours, plaatsvervangend raadsheer, A. Ferdinande, griffier. Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.