id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Gent Vonnis/arrest van 11 april 2005 ECLI nr: ECLI:BE:HBGNT:2005:ARR.20050411.10 Rolnummer: 2004/AR/2106 Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2007-07-26 Raadplegingen: 98 - laatst gezien 2026-07-02 05:31 Fiche UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - VOORRECHTEN EN HYPOTHEKEN - Voorrechten - Algemene voorrechten op roerende goederen Vrije woorden: Voorrechten en hypotheken - art. 19.3 bis - loon in het buitenland tewerkgestelde werknemer is bevoorrecht. Tekst van de beslissing in de zaak van : Mr. Stefaan DE ROUCK, advocaat met kantoor te 8900 Ieper, Nijverheidsstraat 2, optredende namens de curatele over het faillissement de N.V. LERNOUT & HAUSPIE SPEECH PRODUCTS, met maatschappelijke zetel te 8900 Ieper, Flanders Language Valley 50 en ingeschreven in het handelsregister te Ieper onder nr. 31.360, hiertoe aangesteld bij vonnis van de rechtbank van koophandel te Ieper dd. 24.10.2001, appellant q.q., in persoon verschijnende, tegen C.Y, wonende te X (schuldvordering nr. D-77), aan wie bij gebrek aan woonstkeuze in het rechtsgebied van de rechtbank die het faillissement heeft uitgesproken, alle betekeningen en mededelingen ter griffie van de rechtbank van koophandel te Ieper gedaan kunnen worden (art. 64 Faillissementswet). geïntimeerde, welke niet verschijnt ter terechtzitting van 14 maart 2005, velt het Hof volgend arrest : Op de zitting die bij toepassing van artikel 751 van het gerechtelijk wetboek werd vastgesteld is C.Y niet opgedaagd. Zij heeft evenmin conclusies genomen. De curatoren van het faillissement LERNOUT & HAUSPIE SPEECH PRODUCTS NV vorderden er vonnis, dat geacht wordt op tegenspraak te worden uitgesproken.
- Gegevens van de zaak in beroep: 1.
- De curatoren van het faillissement LERNOUT & HAUSPIE SPEECH PRODUCTS NV stelden op 9 augustus 2004 hoger beroep in tegen het vonnis van 2 juni 2003 van de rechtbank van koophandel te Ieper. De blijvende betwisting betreft de eis van C.Y, die strekt tot de opname van haar schuldvordering voor 17.423,93 EUR in het bevoorrecht passief en voor 121,27 EUR in het gewoon passief van het faillissement LERNOUT & HAUSPIE SPEECH PRODUCTS NV. De schuldvordering grondt op de tewerkstelling van C.Y door LERNOUT & HAUSPIE SPEECH PRODUCTS NV die vanaf 11 augustus 2000 tot 31 augustus 2001 in België werkzaam was en vanaf dan tot aan de opzeg op 31 oktober 2001 in Singapore. 1.
- De eerste rechter beval de opname van de schuldvordering voor 17.423,93 EUR in het bevoorrecht passief en voor 121,27 EUR in het gewoon passief. 1.
- De curatoren van het faillissement LERNOUT & HAUSPIE SPEECH PRODUCTS NV staan de opname in het gewoon passief voor. Zij stellen dat de eerste rechter: - ten onrechte de ¿lex fori concursus' weerhield om uit te maken of de schuldvordering van curatoren van het faillissement LERNOUT & HAUSPIE SPEECH PRODUCTS NV bevoorrecht was. De ¿lex fori concursus' zou alleen de rangregeling onder de schuldvorderingen beheersen, maar niet de vraag of een bepaalde schuldvordering een voorrecht geniet. Deze laatste vraag zou beheerst worden door de wet, die de schuldvordering beheerst en die naar de omstandigheden de ¿lex contractus' of de ¿lex rei sitae' zijn. - ten onrechte het Belgisch recht als toepasselijke ¿lex contractus' weerhield. Bij gebrek aan rechtskeuze overeenkomstig artikel 3 van het Verdrag inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomsten zou de arbeidsovereenkomst tussen LERNOUT & HAUSPIE SPEECH PRODUCTS NV en C.Y bij toepassing van artikel 6.2.a van het verdrag beheerst worden door het recht van het land, waar de werknemer ter uitvoering van de overeenkomst gewoonlijk zijn arbeid verricht, zelfs wanneer hij tijdelijk in een ander land tewerk gesteld is. - ten onrechte bij toepassing van artikel 3 van het burgerlijk wetboek de schuldvordering van C.Y ook bevoorrecht verklaarde op de vaststelling, dat de ¿bepalingen betreffende de opzegtermijnen en opzegvergoedingen' een wet van politie en veiligheid zijn. De Belgische politiewetten zouden de opzegtermijn en opzegvergoeding eigen aan de tewerkstelling van C.Y in Taipei niet beheersen. Bij toepassing van artikel 7, 1 van het Verdrag inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomsten zouden de wetten van politie en veiligheid eerst aan bod komen voor zover zij deel uitmaken van het nationale recht van het land, waarmee de zaak nauw verbonden is.
- Beoordeling De eerste rechter stelde terecht, dat de schuldvordering van C.Y het voorrecht van artikel 19.3 bis van de hypotheekwet geniet. Alleen aanvullend laat het Hof nog volgende overwegingen gelden. 2.
- Enkele voorafgaande vaststellingen: - Er bestaan in de lidstaten van de Europese Gemeenschappen zeer grote verschillen in het materieel recht betreffende de insolventieprocedures en zekerheidsrechten; de voorrechten die sommige schuldeisers in een insolventieprocedure genieten zijn in sommige gevallen totaal verschillend. Het lijdt dan ook geen twijfel dat tussen België en Taipei eveneens grote verschillen bestaan betreffende de zekerheidsrechten, gesteld dat de wetgeving in Taipei in een materieel recht betreffende de zekerheidsrechten voorziet. - Als gevolg van de grote - en moeilijk overbrugbare - verschillen groeide er een consensus, om af te stappen van het universaliteitsbeginsel en de daarmee samenhangende eenheid van het faillissement, die tot op vandaag hun stempel hebben gedrukt op het Belgisch internationaal faillissementsrecht. De eenmaking van het materieel insolventierecht en in het bijzonder van de zekerheidsrechten wordt als niet realistisch ervaren. - Het universaliteitsbeginsel dwingt buitenlandse crediteurs om hun aanspraken in te dienen in het land waar de insolventieprocedure geopend werd volgens de plaatselijke regels met het risico, dat hun preferente aanspraken niet erkend worden. Anderzijds leidt een zuiver territorialisme (dat de tegenpool vormt van de eenheid van het faillissement) tot een verdeelde aanpak met het gevaar dat bepaalde crediteurs meer geld krijgen dan andere, louter omwille van regionale gegevens (zie o.a. H. Van Houtte en M. Pertegás Sender, HET NIEUW EUROPESE IPR, Intersentia 2001, pg. 103). - Aldus kwam men in Noord Amerika tot ad hoc regelingen, waarbij afspraken tussen de curatoren en met de verschillende categorieën van schuldeisers in een protocol werden neergelegd, die ter goedkeuring aan de betrokken rechtbanken werden voorgelegd. In de Europese lidstaten kwam op 29 mei 2000 een Europese Insolventieverordening tot stand, die weliswaar eerst in werking trad op 31 mei 2002 na de samenloop tussen de schuldeisers op het ogenblik van de faillietverklaring op 24 oktober 2001 van LERNOUT & HAUSPIE SPEECH PRODUCTS NV. - Deze verordening voorziet in een complexe regeling van de internationale aspecten van het faillissement, zonder te raken aan het materieel recht van de Lidstaten dat onder hun exclusieve verantwoordelijkheid blijft. Hierbij blijft de eenheid van het faillissement het uitgangspunt en vangen coördinatieregels territoriale verschillen inzake de insolventieregeling op (H. Van Houtte en M. Pertegás Sender, o.c., pg. 107, tweede alinea). Zo voorziet artikel 4.2 van de verordening in een niet-sluitende opsomming van de aangelegenheden die deel uitmaken van de ¿lex fori concursus' (waaronder ¿de afhandeling van de individuele vorderingen, de verdeling en de rangindeling van de schuldeisers') en voorzien de artikelen 5 tot 15 sluitend in de aangelegenheden waarin de insolventieprocedure niet van toepassing is (waaronder de rechten die uit de arbeidsovereen-komsten ontstaan, zie artikel 10). - Uit het toelichtend rapport dat als bijlage aan de verordening gevoegd is volgt, dat ¿de gevolgen van de insolventieprocedure op de arbeidsovereenkomst' beheerst worden door het recht dat van toepassing is op de arbeidsovereenkomst (de ¿lex contractus'), maar dat de vragen ¿of de vorderingen van de werknemers door een voorrecht beschermd zijn en wat de rangorde ervan is' onderworpen blijven aan de ¿lex fori concursus' (zie nrs. 70 en 107 tot 110 bis). 2.
- Het beginsel van de gelijkheid tussen de schuldeisers is naar Belgisch recht een fundamentele regel van elke procedure, die strekt tot een gemeenschappelijke vereffening (Cass. 2 mei 1985, BRH. 1985, pg. 531). Schuldvorderingen worden gekristalliseerd op de dag van de gemeenschappelijke vereffening. Door de samenloop onder de schuldeisers - die op het ogenblik van de gemeenschappelijke vereffening ontstaat - en krachtens het beginsel van de gelijkheid waarvan de samenloop de uitdrukking is, heeft iedere schuldeiser een verkregen recht dat een niet-bevoorrechte schuldeiser geen groter bedrag uitbetaald krijgt dan hij zelf (Cass. 24.03.1977, RCJB. 1977, 638 en Arr. Cass. 1977, 1977, 802). Op grond van hetzelfde gelijkheidsbeginsel heeft elke bevoorrechte schuldeiser ook een verkregen recht, dat zijn schuldvordering op dezelfde wijze zal behandeld worden als de schuldvorderingen, die naar hun aard overeenstemmen met zijn schuldvordering. Betwistingen over de vaststelling van de rangorde onder de schuldvorderingen vinden dan ook duidelijk hun oorsprong in het faillissementsrecht (zie ook H. Van Houtte en M. Pertegás Sender, o.c., pg. 123, 2de alinea en voetnoot 105). 2.
- De curatoren van het faillissement LERNOUT & HAUSPIE SPEECH PRODUCTS NV betwisten niet dat de ¿lex fori concursus' de rangregeling van de schuldvorderingen beheerst. De vaststelling van de rangorde betreft zowel
(1)de vaststelling dat een bepaalde vordering overeenkomstig de ¿lex fori concursus' een gewone schuldvordering is, als
(2)de vaststelling dat de schuldvordering naar haar aard een bevoorrechte schuldvordering is, als
(3)de rangregeling onder de diverse bevoorrechte schuldvorderingen. Het gegeven dat een schuldeiser - waarmee de Belgische gefailleerde handelde - in het buitenland verbleef of zijn diensten in het buitenland aanbood, heeft geen wezenlijke weerslag op de aard van de schuldvordering, die de schuldeiser op de boedel van deze gefailleerde kan verhalen. Zoals de kosten in het buitenland verricht tot bewaring van een zaak die zich in de boedel bevindt het voorrecht van artikel 20, 4 van de hypotheekwet genieten, zo geniet het loon waarop C.Y ingevolge haar dienstbetrekking met LERNOUT & HAUSPIE SPEECH PRODUCTS NV gerechtigd is het voorrecht van artikel 19, 3 bis van de hypotheekwet. OP DEZE GRONDEN, HET HOF, Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken en bij toepassing van artikel 751 van het gerechtelijk wetboek geacht op tegenspraak, Verklaart het hoger beroep van de curatoren van het faillissement LERNOUT & HAUSPIE SPEECH PRODUCTS NV ontvankelijk, maar ongegrond. Bevestigt het bestreden vonnis. Verwijst de curatoren van het faillissement LERNOUT & HAUSPIE SPEECH PRODUCTS NV in de kosten van het hoger beroep, die het Hof aan de zijde van C.Y vaststelt op 0 euro. Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van het Hof van beroep te Gent, zevende kamer, recht doende in burgerlijke zaken op elf april tweeduizend en vijf. Aanwezig : H. Debucquoy, raadsheer, waarnemend voorzitter, F. Deschoolmeester, raadsheer, G. Vanderstichele, raadsheer, A. Ferdinande, griffier. Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div