← België

ECLI:BE:HBGNT:2005:ARR.20051003.7

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Gent Vonnis/arrest van 03 oktober 2005 ECLI nr: ECLI:BE:HBGNT:2005:ARR.20051003.7 Rolnummer: 2004/AR/2495 Rechtsgebied: Handelsrecht Invoerdatum: 2007-07-30 Raadplegingen: 113 - laatst gezien 2026-07-02 05:34 Fiche UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - HANDELSZAAK - Algemeen (handelszaak) Vrije woorden: Handelsagentuur - begroting uitwinningsvergoeding Tekst van de beslissing in de zaak van : N.V. SOGILO, met maatschappelijke zetel te 9240 Zele, Lindestraat 16, ingeschreven in het handelsregister te Dendermonde onder nr. 32.507 en met ondernemingsnummer 0 417 500 866, appellante, hebbende als raadsman mr. Vincent De Donder , advocaat met kantoor te 9200 Dendermonde, Sint-Gilleslaan 36, tegen Paul DEMEYERE-DE DEENE B.V.B.A. Trading & Agencies, (voorheen Paul Demeyere-De Deene Tranding & Agencies V.O.F.) met maatschappelijke zetel te 8531 Bavikhove, Rijksweg 123, ingeschreven in het handelsregister te Kortrijk onder nr. 136.699 en met ondernemings-nummer 0 456 368 964, geïntimeerde, hebbende als raadsman mr. Geert Sustronck, advocaat met kantoor te 8500 Kortrijk, Burgemeester Nolfstraat 10, velt het Hof volgend arrest : Partijen werden gehoord in openbare terechtzitting en de stukken werden ingezien.

  1. Gegevens van de zaak in beroep: 1.
  2. SOGILO NV stelde op 6 oktober 2004 een beperkt hoger beroep in tegen het vonnis van 6 september 2004 van de vierde kamer van de rechtbank van koophandel te Dendermonde (zie pg. 1 - A van het Verzoekschrift - Akte Hoger Beroep). P. DEMEYERE-DE DEENE VOF vordert de bevestiging van het vonnis. 1.
  3. De blijvende betwistingen betreffen: 1.2.
  4. de toekenning en de begroting van een uitwinningvergoeding, die SOGILO NV aan P. DEMEYERE-DE DEENE VOF verschuldigd zou zijn na de beëindiging in juli 1999 van de handelsagentuurovereenkomst, die partijen eind december 1995 hebben afgesloten. P. DEMEYERE-DE DEENE VOF maakt aanspraak op een uitwinningvergoeding gelijk aan 12 maanden commissieloon of 53.133,00 EUR (2.143.380 BEF), vermeerderd met de gerechtelijke intresten vanaf 9 juni
  5. 1.2.
  6. de aanspraak die SOGILO NV - in laatste besluiten, ter griffie neergelegd op 30 juni 2005 - voor het eerst stelt en die strekt tot de verrekening van 12 x 35.000 BEF aan voorschotten op de commissielonen, die zij P. DEMEYERE-DE DEENE VOF vanaf januari 1996 tot en met december 1996 heeft betaald. 1.2.
  7. wie in de gerechtskosten moet verwezen worden, waaronder 8.489,17 EUR aan expertisekosten die volgen op de aanstelling van een gerechtelijk deskundige bij tussenvonnis van 28 juni 2001 van de eerste rechter. 1.
  8. De gerechtelijk deskundige weerhield op volgende overwegingen een uitwinningvergoeding gelijk aan 6 maanden: Een eerste discussie betrof de vraag door wie de nieuwe klanten aangebracht zijn. ¿Bij de redactie van het eindverslag heeft deskundige nogmaals de geformuleerde opmerkingen van beide partijen onderzocht en meer specifiek het dossier van de klant Bon Prix. Deze klant werd geselecteerd enerzijds om reden dat Bon Prix een belangrijke klant was in termen van omzet, anderzijds omdat partijen over de wijze van aanbrengen van Bon Prix deskundige uitgebreid hebben gedocumenteerd. Uit de documentatie stellen we dat het aanbrengen van klant Bon Prix een gedeelde verdienste is van beide partijen. Het is duidelijk dat de eerste contacten en het organiseren van het bedrijfsbezoek door Bon Prix aan Sogilo te Zele werden gelegd en georganiseerd door partij Demeyere VOF. We stellen vast dat na het bezoek (18/12/96) de contacten tussen Bon Prix en Sogilo verliepen via de heer P.K (= partij Sogilo). Besluit aangaande het element 'evaluatie aanbrengen nieuwe klanten': Uit ons onderzoek blijkt dat het aanbrengen van een nieuwe klant toe te schrijven is aan een gedeelde verdienste van zowel de handelsagent als de principaal.' Een tweede discussie betrof de feitelijke evaluatie of het cliënteel een aanzienlijk voordeel opleverde voor SOGILO NV. ¿Uit ons onderzoek is gebleken dat de nieuw aangebrachte klanten een aanzienlijk voordeel hebben opgeleverd zowel voor als na de verbreking van de samenwerking tussen partijen. Uit het onderzoek blijkt dat er gerechtvaardigde gronden bestaan voor een uitwinningvergoeding'. Een derde discussie bij het opmaken van een afrekening tussen partijen betrof de bepaling van het aantal maanden uitwinnings-vergoeding. ¿Bij de vaststelling van het aantal maanden uitwinningsvergoeding wordt rekening gehouden met volgende elementen : - de wet op de handelsagentuurovereenkomst voorziet een maximale duurtijd van 12 maanden uitwinningvergoeding, - de samenwerking tussen partijen bestreek de periode van 01/01/96 tot 09/06/99 of 3 jaren en 5 maanden, - de zogenaamde lopende orders hebben een omzet bewerkstelligd van 19.277.834 BEF, wat neerkomt op een uitwinningsperiode van 4,4 maanden. - het element van 'aanbrengen van nieuwe klanten' veelal een gemeenschappelijke verdienste zal zijn van beide partijen zoals is gebleken uit de verstrekte gedetailleerde documentatie m.b.t. klant Bon Prix. Op basis van bovengenoemde elementen wordt door ondergetekende deskundige het aantal maanden te vergoeden uitwinningsvergoeding bepaald op 6 maanden. De uitwinningsvergoeding bedraagt bijgevolg: 174.956 x 6 maanden = 1.049.736 BEF.' Eindbesluit: ¿De opzeggingsvergoeding werd berekend conform de bepaling van art. 18 § 3 van de wet van 13.04.1995 op de handelsagentuur-overeenkomst op basis van het maandelijks gemiddelde van de commissies voor de periode juni 1998-mei 1999 zijnde 276.573 BEF/maand en een opzeggingsperiode van 4 maanden (zie infra punt 4.2). Voor de uitwinningsvergoeding werd nagegaan of er sprake kan zijn dat eisende partij nieuwe klanten heeft aangebracht en/of de zaken met bestaande klanten aanzienlijk heeft uitgebreid door haar inspanningen, voor zover dit aan verwerende partij aanzienlijke voordelen heeft opgeleverd. Uit ons onderzoek is gebleken dat het aanbrengen van een nieuwe klant toe te schrijven is aan een gedeelde verdienste van zowel de handelsagent als de principaal (zie infra punt 4.3.1) en dat nieuw aangebrachte klanten een aanzienlijk voordeel hebben opgeleverd zowel voor als na de verbreking van de samenwerking tussen partijen. De uitwinningsvergoeding werd berekend op basis van de gemiddelde vergoeding voor de periode 01/01/96 tot 31/05/99 en waarbij het aantal maanden uitwinningsvergoeding werd bepaald op 6 maanden. Indien de Rechtbank oordeelt dat de uitwinnnings-vergoeding over een andere periode dient te worden vergoed, deelt deskundige mede dat het basisbedrag, zijnde de gemiddelde maandvergoeding voor de periode 01/01/96 tot 31/05/99 174.956 BEF bedraagt. Er zijn ons geen elementen bekend waaruit blijkt dat de toe te kennen uitwinningsvergoeding niet zou volstaan om de volledige schade geleden door partij Paul Demeyere -De Deene VOF te vergoeden.' 1.
  9. De eerste rechter weerhield op volgende relevante overwegingen een uitwinningsvergoeding gelijk aan 12 maanden: ¿De rechtbank onderschrijft volledig de door de deskundige gedane opzoekingen en berekeningen die een objectief beeld geven, en kaderen binnen de taakomschrijving met dewelke de deskundige was belast, teneinde na te gaan, zoals in het tussenvonnis gesteld, of er sprake kan zijn dat P. DEMEYERE-DE DEENE VOF nieuwe klanten heeft aangebracht en of de zaken met de bestaande klanten aanzienlijk werd uitgebreid door haar inspanningen, voor zover dit aan SOGILO NV aanzienlijke voordelen heeft opgeleverd en in voorkomend geval advies te verstrekken omtrent de grondslag voor de berekening van de eventueel toe te kennen uitwinningvergoeding, één en ander rekening houdend met de bepaling van artikel 20 van de wet van 13 april 1995 op de handelsagentuurovereenkomst. Terecht houdt P. DEMEYERE-DE DEENE VOF in deze voor dat de deskundige haar opdracht terzake grondig heeft uitgevoerd en alle boekhoudkundige stukken heeft onderzocht en nagekeken en waaruit is gebleken dat de omzet welke SOGILO NV heeft gehad is gestegen en de cliënteel aan SOGILO NV is verbleven na de beëindiging van de handelsagentuurovereenkomst. De rechtbank is het evenwel niet eens met het standpunt van de deskundige, daar waar zij in haar eindverslag op pagina 32 stelt dat uit haar onderzoek is gebleken dat het aanbrengen van een nieuwe klant (Bon Prix) toe te schrijven is aan een verdeelde verdienste van zowel de handelsagent als de principaal, waarbij zij haar berekening van de oorspronkelijke uitwinningvergoeding ten bedrage van 2.143.380 BEF heeft herleid tot 1.049.736 BEF. De rechtbank merkt op dat er terzake geen enkele wettelijke basis is om te stellen dat de uitwinningvergoeding dient te worden gehalveerd wanneer de nieuwe klant door een gemeenschappelijke inspanning van de agent én de principaal is verworven. Het volstaat, om aanspraak te kunnen maken op een cliënteelvergoeding of uitwinningvergoeding, dat de agent effectief is tussengekomen bij het afsluiten van de transactie, zonder dat vereist is dat dit uitsluitend aan zijn inspanningen te danken is (Handelsagentuur, deel I, Eric Dursin, Koen Van Den Broeck, Mys en Breesch, 1997, nr. 600 pag. 342). Dat dan ook het in deze door P. DEMEYERE-DE DEENE VOF gevorderde bedrag van 2.143.380 BEF of 53.133,00 EUR kan worden toegekend, meer de gerechtelijke rente vanaf 09.06.1999.' 1.
  10. De eerste rechter verwees SOGILO NV op volgende relevante overwegingen in de gedingkosten: ¿Gelet op het ongelijk van SOGILO NV, dienen alle kosten ten haren laste te worden gelegd, evenwel met uitzondering van de door P. DEMEYERE-DE DEENE VOF gevorderde rechtsplegingvérgoeding hoger beroep van 57,02 EUR aangezien het Hof in haar reeds voornoemd arrest van 01.12.2003 heeft gesteld op pagina 12 en 13 dat de wederzijdse gevorderde rechtsplegingvergoedingen werden gecompenseerd en SOGILO NV de kosten verbonden aan haar beroepsakte diende te dragen. Er kunnen derhalve aan P. DEMEYERE-DE DEENE VOF enkel en alleen worden toegekend, de kosten dagvaarding van 240,56 EUR, de actuele rechtsplegingvergoeding ten gronde van 342,09 EUR en de expertisekosten van 8.489,17 EUR of in totaal 9.071,82 EUR.'
  11. Beoordeling 2.
  12. De commissies werden tussen partijen definitief verrekend door de eerste rechter in het tussenvonnis van 28 juni 2001 en in het daaropvolgend arrest van 1 december 2003 van de 7bis kamer van het Hof van beroep. - Met de fax van 14 juni 1998 heeft appellante voor de toekomst nieuwe modaliteiten voor de verdere samenwerking met P. DEMEYERE-DE DEENE VOF vastgelegd, waarbij afgezien werd van een vaste vergoeding van 30.000 BEF/maand. Zij kwam toen niet terug op de in 1996 bij wijze van voorschot betaalde commissievergoeding van 35.000 BEF. - Ook voor de gerechtelijk deskundige heeft zij alleen de verrekening van de vaste vergoeding over 1999 betwist (zie het deskundigenverslag: ¿De discussie tussen partijen betreft de vaste vergoeding voor de maanden januari tot mei 1999 (bedrag van 150 000 BEF). Volgens partij Sogilo NV dient de vaste vergoeding niet te worden vergoed om reden dat tussen partijen werd overeengekomen dat de vaste vergoeding vanaf januari 1999 niet meer verschuldigd was. ¿'). - Aangezien partijen over de loop van de procedure alleen de verrekening van de commissies vanaf 1 januari 1999 betwistten en zij op geen enkel nuttig ogenblik nog terugkwamen op de verrekening van de provisies over het jaar 1996, volgt hieruit dat ook SOGILO NV ervan uitging dat P. DEMEYERE-DE DEENE VOF de commissies die zij over 1996 heeft uitbetaald definitief verworven heeft. - De eerste rechter nam dan ook terecht akte in het vonnis van 6 september 2004 van het feit, dat SOGILO NV in haar op 29 april 2004 neergelegde besluiten na deskundigenverslag stelt dat de betwisting over achterstallige commissies definitief beslecht werd door het arrest van 1 december
  13. 2.
  14. Het Hof begroot de uitwinningsvergoeding op zes maanden, zoals de gerechtelijk deskundige weerhield bij het opstellen van een afrekening tussen partijen. - De gerechtelijk deskundige stelde na een omstandig onderzoek vast, dat P. DEMEYERE-DE DEENE VOF nieuwe klanten aanbracht, waardoor de omzet die SOGILO NV realiseerde in belangrijke mate aangroeide en dat SOGILO NV uit de aangebrachte klanten belangrijke voordelen bleef opleveren (19.277.834 BEF, gelijk aan de omzet over 4 maanden).. - Het gegeven dat het cliënteel door een gemeenschappelijke inspanning van de agent én de principaal werd verworven, doet geen afbreuk aan het recht op uitwinningvergoeding van de agent. Het recht op uitwinningvergoeding is verworven eens vastgesteld is,

(1)dat de agent nieuwe klanten aanbracht of de omzet met de bestaande klanten verhoogde en
(2)de aanbreng van nieuwe klanten of de vermeerdering van de omzet met de bestaande klanten in belangrijke mate nog voordelen bleef opleveren voor de principaal. - De omzetverhoging, de blijvende voordelen die de gerechtelijk deskundige vaststelde en het gegeven dat één klant (Bon Prix) een zeer groot aandeel heeft in de omzetstijging, die door de wederzijdse inspanningen van de agent en de principaal werd aangebracht en waarvan het mogelijk afhakken in de toekomst - na het wegvallen van de agent - een groot impact op de verdere omzet die SOGILO NV kan realiseren, verantwoorden een uitwinningvergoeding van 6 maanden. 2.
  1. De eerste rechter verwees SOGILO NV terecht in de gedingkosten van 9.079,26 EUR. Het deskundigenverslag drong zich op, omdat SOGILO NV de vordering van P. DEMEYERE-DE DEENE VOF integraal betwistte en bij de beëindiging van de samenwerking elke minnelijke regeling tussen partijen onmogelijk maakte door het bestaan van een agentuur te ontkennen. De rechtbank zag zich dan ook verplicht om een deskundigen-onderzoek te bevelen, om de feitelijke gegevens vast te stellen die hem moesten toelaten de rechten van P. DEMEYERE-DE DEENE VOF tegenover SOGILO NV vast te stellen. 2.
  2. Het gedeeltelijk gelijk dat SOGILO NV hier voor het Hof kon halen, verantwoordt het omslaan van de kosten van het hoger beroep tussen partijen; het verwijst elke partij in de eigen rechtsplegings-vergoeding en verdeelt de rolrechten voor de helft tussen partijen. OP DEZE GRONDEN, HET HOF, Op tegenspraak en gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken, Verklaart het hoger beroep ontvankelijk en gedeeltelijk gegrond. Bevestigt het bestreden vonnis op de enkele overweging na, dat na de herleiding van de uitwinningsvergoeding van 53.133,00 EUR tot 26.566,50 EUR, SOGILO NV alleen veroordeeld wordt: - tot de betaling aan P. DEMEYERE-DE DEENE VOF de som van (52.049,50 EUR - 26.566,50 EUR =) 25.483 EUR, vermeerderd met de gerechtelijke intresten op 1.562,29 EUR vanaf 16 december 1999 en op 53.990,76 EUR vanaf 9 juni 1999, telkens tot aan de betaling, waarop de aanbetalingen die SOGILO NV al verrichte overeenkomstig artikel 1254 van het burgerlijk wetboek moeten toegerekend worden; - tot de betaling van de door de eerste rechter vastgestelde gedingkosten van 9.079,26 EUR. Verwijst P. DEMEYERE-DE DEENE VOF in de helft van de rolrechten, die het Hof aan de zijde van SOGILO NV vaststelt op (180,00 EUR : 2 =) 90 EUR. Slaat de overige gedingkosten tussen partijen om en verwijst elke partij in de eigen gedingkosten. Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van het Hof van beroep te Gent, zevende kamer, recht doende in burgerlijke zaken op drie oktober tweeduizend en vijf. Aanwezig : H. Debucquoy, raadsheer, waarnemend voorzitter, F. Deschoolmeester, raadsheer, G. Vanderstichele, raadsheer, A. Ferdinande, griffier. Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.