id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Gent Vonnis/arrest van 31 oktober 2005 ECLI nr: ECLI:BE:HBGNT:2005:ARR.20051031.6 Rolnummer: 2004/AR/1619 Rechtsgebied: Insolventierecht Invoerdatum: 2007-07-30 Raadplegingen: 103 - laatst gezien 2026-07-02 05:36 Fiche UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - INSOLVENTIE - Faillissement Vrije woorden: Faillissement en beslag - uitvoerend derden-beslag doorkruist door faillietverklaring - art. 25 van Faillissementswet van 08.08.1997 - de bank stortte de som die het voorwerp van het derden-bancair beslag uitmaakte over naar de gerechtsdeurwaarder met valutadatum op datum van de faillietverklaring - geen rangregeling voor faillietverkaring. Wettelijke bepalingen: Wet - 08-08-1997 - 25 Tekst van de beslissing in de zaak van : N.V. KAREL STERCKX, met maatschappelijke zetel te 8800 Roeselare, Kachtemsestraat 330 en met ondernemingsnummer 0 440 246 673, appellante, hebbende als raadsman mr. An Sterckx, advocaat met kantoor te 8500 Kortrijk, Minister Liebaertlaan 1, tegen Mr. Alain CLEYMAN, advocaat met kantoor te 9100 Sint-Niklaas, Grote Peperstraat 10, optredende in zijn hoedanigheid van curator over het faillissement van de B.V.B.A. MECHAM, met maatschappelijke zetel te 9190 Stekene, Hellestraat 123, ingeschreven in het handelsregister te Dendermonde (voorheen Sint-Niklaas) onder nr. 62.000, daartoe aangesteld bij vonnis van de rechtbank van koophandel te Dendermonde van 4 juni 2003, geïntimeerde q.q., ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. Hannelore Van De Perre, advocaat met kantoor te 9100 Sint-Niklaas, Grote Peperstraat 10, velt het Hof volgend arrest : Partijen werden gehoord in openbare terechtzitting en de stukken werden ingezien.
- Gegevens van de zaak in beroep: 1.
- STERCKX NV stelde op 24 juni 2004 hoger beroep in tegen het vonnis van 7 april 2004 van de zevende kamer van de rechtbank van koophandel te Dendermonde. De curator van het faillissement MECHAM BVBA vordert de ongegrondverklaring van het hoger beroep en de bevestiging van het vonnis. 1.
- De blijvende betwisting betreft de eis van de curator van het faillissement MECHAM BVBA die strekt tot de terugbetaling door STERCKX NV van de som van 30.892,82 EUR, vermeerderd met de verwijlintresten aan de wettelijke intrestvoet vanaf 18 juni 2003 tot aan de betaling. - STERCKX NV bekwam de betaling van 30.892,82 EUR door de opdracht, die gerechtsdeurwaarder Van Liedekerke op 5 juni 2003 - daags nadat MECHAM BVBA op 4 juni 2003 failliet werd verklaard - zou gegeven hebben, om het bedrag naar de rekening van de advocaat van STERCKX NV over te schrijven (zie de brief van de gerechtsdeurwaarder, stuk 4 in de bundel van STERCKX NV; de opdracht tot overschrijving en het overschrijvingsbewijs zelf liggen niet voor). - De gerechtsdeurwaarder Van Liedekerke had deze betaling bekomen, nadat hij - in uitvoering van het vonnis van 19 december 2002 van de rechtbank van koophandel te Kortrijk, dat MECHAM BVBA tegenover STERCKX NV had veroordeeld tot de betaling van 202.187,38 EUR meer intresten en kosten - bij exploot van 28 april 2003 derden beslag had gelegd op de tegoeden, die MECHAM BVBA had bij de ING NV. Hierop had ING NV bij brief van 5 mei 2003 laten weten, dat MECHAM BVBA een tegoed had van 30.892,82 EUR. - Uit het afschrift 63 van 4 juni 2003 van de zichtrekening 393-0013978¬-02 van MECHAM BVBA volgt, dat de som van 30.892,82 EUR het voorwerp uitmaakte van een belegging, die ING NV heeft geannuleerd en op de zichtrekening van MECHAM BVBA heeft geboekt met valutadatum 3 juni
- Op 4 juni 2003 heeft ING NV het bedrag ook overgeschreven op rekening van gerechts-deurwaarder Van Liedekerke met valutadatum 4 juni 2003 (zie, stuk 2 in de bundel van STERCKX NV). 1.
- Partijen hebben voor het Hof geen nieuwe middelen ontwikkeld. - De curator stelt dat het vonnis van faillietverklaring terugwerkt tot nul uur op de dag van de faillietverklaring en op die dag elk beslag ophoudt. Gerechtsdeurwaarder Van Liedekerke zou dan ook ten onrechte overgegaan zijn tot de uitbetaling van de som van 30.892,82 EUR aan STERCKX NV, die tot de terugbetaling zou verplicht zijn. - STERCKX NV houdt in hoofdorde voor, dat ING NV na de betekening van het uitvoerend derden beslag de som van 30.892,82 EUR op een aparte termijnrekening heeft geplaatst en deze som toen al het vermogen van MECHAM BVBA heeft verlaten. De boeking op een termijnrekening zou gelijkstaan met een minnelijk kantonnement, dat op 28 april 2003 plaats vond. In ondergeschikte orde stelt zij, dat de deurwaarder het beslag voltooide door de verdeling van de gelden op 5 juni 2003 en de curator nadien op 12 juni 2003 die verdeling niet meer kan betwisten en evenmin nog aanspraak kon maken op de terugbetaling. In uiterst ondergeschikte orde stelt zij, dat de curator geen eis in terugbetaling tegenover haar kan instellen, maar alleen een vordering heeft tegen de deurwaarder, die de som van 30.892,82 EUR mogelijks met miskenning van de gelijkheid onder de schuldeisers heeft uitbetaald. 1.
- De eerste rechter verklaarde op volgende relevante overwegingen de eis van de curator van het faillissement MECHAM BVBA, die strekt tot de terugbetaling, gegrond: 1.4.
- ¿Er kan slechts sprake zijn van een minnelijk kantonnement wanneer de gelden buiten het bereik van de schuldenaar werden geplaatst, wanneer zij dus op een gemeenschappelijke rekening van de advocaten van de betrokken partijen werden gestort of op de rekening van een derde. De bedoeling van de partijen om te kantonneren moet duidelijk zijn. Wanneer de NV ING al dan niet op eigen initiatief of met goedkeuring van de BVBA Mecham de gelden heeft overgeboekt naar een termijnrekening, is dat hoogstwaarschijnlijk om louter praktische redenen gebeurd en namelijk om te vermijden dat er nog verrichtingen zouden gebeuren met de in beslag genomen gelden. Over die transactie ligt geen enkele briefwisseling voor. Het blijkt nergens uit dat het bedoeling van partijen was om de gelden te kantonneren. De gelden hebben trouwens het vermogen van de BVBA Mecham niet verlaten. De storting op 3 juni van de gelden aan de deurwaarder toont voldoende aan dat er geen sprake was van een kantonnement: in die hypothese zouden de gelden rechtstreeks aan de NV Sterckx gestort zijn'. 1.4.
- ¿Het beslag kon op 5 juni 2003 niet voltooid zijn door de verdeling van de gelden, omdat op grond van artikel 25 van de Faillissementswet van 8 augustus 1997 het beslag de dag voordien ingevolge de faillietverklaring had opgehouden te bestaan (zie Antwerpen, 14 maart 2002, p & B 2003,274 met noot van D. De Maeseneer). De vraag of de deurwaarder de gelden op 5 juni wel kon verdelen, is daardoor irrelevant.' 1.4.
- ¿De deurwaarder treedt op als ministerieel ambtenaar en als lasthebber. Een fout begaan door de lasthebber binnen zijn opdracht verbindt slechts de lastgever. Aangezien deurwaarder Van Liedekerke ten onrechte de gelden heeft overgemaakt aan de NV Sterckx, is de NV Sterckx zelf gehouden die gelden terug te betalen. De betaling door de deurwaarder aan de NV Sterckx is een onverschuldigde betaling. Hij heeft een betaling gedaan zonder dat daar een schuld tegenover stond die hij diende te betalen. Ook het in uiterst ondergeschikte orde opgeworpen middel is dus ongegrond.'
- Beoordeling Het Hof onderschrijft integraal het vonnis en verwijst partijen naar de overwegingen van het vonnis die het juist bevindt. Aanvullend laat het Hof nog volgende overwegingen gelden. 2.
- Met de eerste rechter stelt het Hof vast, dat de som van 30.892,82 EUR het vermogen van MECHAM BVBA niet heeft verlaten op 5 mei 2003, toen ING NV op uitvoerend derden-beslag liet weten dat MECHAM BVBA een tegoed had van 30.892,82 EUR. Uit het afschrift 63 van 4 juni 2003 van de zichtrekening 393-0013978¬-02 van MECHAM BVBA volgt immers, dat de som nog tot 3 juni 2003 het voorwerp uitmaakte van een belegging in het voordeel van MECHAM BVBA. Toen heeft ING NV - met valutadatum van 3 juni 2003 - de belegging geannuleerd en op de zichtrekening van MECHAM BVBA - de voor haar belegde som, vermeerderd met de opbrengst die haar toekwam, zij 30.926,87 EUR - overgeschreven. Er is dan ook geen sprake van een kantonnement van de som van 30.892,82 EUR in het voordeel van STERCKX NV. De aanzegging van het derden-beslag had alleen tot gevolg, dat de som vanaf 5 mei 2003 onbeschikbaar werd voor MECHAM BVBA en onderworpen werd aan een mogelijke latere samenloop met andere schuldeisers (zie o.a. Cass. 4 mei 2000, Arr. Cass. 2000, I, 270). 2.
- De uitbetaling die STERCKX NV op haar vervolging vanwege gerechtsdeurwaarder Van Liedekerke bekwam, kan de boedel bij toepassing van artikel 25 van de faillissementswet niet tegengeworpen worden. 2.2.
- Niet betwist is dat de gevolgen van de faillietverklaring terugwerken tot 0 uur van de dag van de faillietverklaring. 2.2.
- Artikel 25 van de faillissementswet van 8 augustus 1997 bepaalt, dat de faillietverklaring elk beslag - gelegd ten verzoeke van de gewone en algemeen bevoorrechte schuldeisers - doet ophouden en dat indien vóór de faillietverklaring al een gedwongen verkoopdag van de in beslag genomen goederen was bepaald en door aanplakking was bekendgemaakt, de verkoop alleen nog voor rekening van de boedel gebeurt. Het beginsel van de gelijkheid tussen de schuldeisers is een fundamentele regel van elke procedure, die strekt tot een gemeenschappelijke vereffening (Cass. 2 mei 1985, BRH. 1985, pg. 531). Door de samenloop die bij de faillietverklaring van MECHAM BVBA ontstond, en krachtens het beginsel van de gelijkheid waarvan de samenloop de uitdrukking is, heeft iedere schuldeiser een verkregen recht, dat een niet-bevoorrechte schuldeiser - van dan af - geen groter bedrag uitbetaald krijgt dan hij zelf (Cass. 24.03.1977, RCJB. 1977, 638 en Arr. Cass. 1977, 1977, 802). 2.2.
- De zichtrekening 393-0013978-02 van MECHAM BVBA werd met valutadatum 4 juni 2003 ten gunste van de rekening van gerechtsdeurwaarder Van Liedekerke gedebiteerd met 30.892,82 EUR (zie afschrift 63 van 4 juni 2003 van de zichtrekening 393-0013978¬-02, stuk 2 in de bundel van de curator van het faillissement MECHAM BVBA). Het Hof mag aannemen dat de betaling op de rekening van de gerechtsdeurwaarder een latere valutadatum had, gezien het een algemeen aanvaard bankgebruik is, dat minstens één dag verrekend wordt voor de overschrijving tussen twee onderscheiden rekeninghouders (hier van MECHAM BVBA naar gerechts-deurwaarder Van Liedekerke) en de bank gedurende deze periode - als vergoeding voor haar prestaties - over het bedrag van de overschrijving kan beschikken. Dit zeker geldt voor overschrijvingen tussen rekeninghouders die bij een andere bankinstelling hun rekening hebben (de rekening van MECHAM BVBA is 393-00133978-02; de rekening van gerechtsdeurwaarder Van Liedekerke heeft het nummer 000-0789002-04). 2.2.
- Het Hof stelt dan ook vast, dat de overschrijving niet vóór de dag van de faillietverklaring voltrokken was, maar hooguit op de dag van de faillietverklaring. Deze betaling kan dan ook niet aan de boedel tegengeworpen worden. STERCKX NV kan zich evenmin beroepen op een rangregeling, die vóór de faillietverklaring zou voltrokken zijn en die zij aan de boedel zou kunnen tegenwerpen. - De faillietverklaring gaf de schuldeisers de gelegenheid, om nog op een nuttig wijze - vanaf 4 juni 2003 tot op de dag die het vonnis van faillietverklaring bij toepassing van artikel 62 van de faillissementswet vaststelt - aangifte te doen van hun schuldvordering in het faillissement. Dit belet dat de gerechts-deurwaarder Van Liedekerke - na ontvangst van de gelden op zijn rekening en na de faillietverklaring - nog een rangregeling had kunnen uitwerken, die zou voorbij gaan aan de rechten die de schuldeisers uit hun aangifte van schuldvordering putten en die met miskenning van deze rechten aan de boedel zou kunnen worden tegengeworpen. - STERCKX NV bewijst niet, dat de gerechtsdeurwaarder Van Liedekerke vóór de faillietverklaring de procedure van evenredige verdeling heeft vervolgd, zoals voorzien in de artikelen 1627 en volgende van het gerechtelijk wetboek. - Het Hof kan de uitbetaling van 30.892,82 EUR door gerechtsdeurwaarder Van Liedekerke op de rekening van de advocaat van STERCKX NV hooguit als datum ¿voor het opstellen van een feitelijke rangregeling onder de schuldeisers' weerhouden. Alhoewel STERCKX NV geen stukken overlegt die het Hof toelaten deze datum correct vast te stellen, kan het niettemin met zekerheid stellen dat deze datum volgde op de faillietverklaring van 4 juni 2003 en dat de schuldeisers tegen deze feitelijke rangregeling toen ook nog konden opkomen. - De procedure van rangregeling was hier dan ook niet vóór de faillietverklaring voltrokken, zodat zij - evenmin als de betaling - aan de curator van het faillissement MECHAM BVBA kan worden tegengeworpen. 2.
- Het faillissement doorkruiste hier duidelijk de verdere afhandeling van het beslag. De uitbetaling die STERCKX NV op haar vervolging vanwege de gerechtsdeurwaarder bekwam kan de boedel niet tegengeworpen worden. STERCKX NV is op grond van artikel 25 van de faillissementswet dan ook de terugbetaling aan de curator van het faillissement MECHAM BVBA verschuldigd. De vraag naar de mogelijke aansprakelijkheid van gerechts-deurwaarder Van Liedekerke, die zij instrueerde en die als bewindvoerder zou tekort gekomen zijn aan zijn verbintenissen en haar rechtmatige verwachtingen zou geschaad hebben, is niet aan de orde, nu zij de gerechtdeurwaarder niet bij de zaak betrok. OP DEZE GRONDEN, HET HOF, Op tegenspraak en gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken, Verklaart het hoger beroep ontvankelijk, maar ongegrond. Bevestigt het bestreden vonnis. Verwijst STERCKX NV in de kosten van het hoger beroep, die het Hof aan de zijde van de curator van het faillissement MECHAM BVBA vaststelt op nul EUR. Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van het Hof van beroep te Gent, zevende kamer, recht doende in burgerlijke zaken op éénendertig oktober tweeduizend en vijf. Aanwezig : H. Debucquoy, raadsheer, waarnemend voorzitter, F. Deschoolmeester, raadsheer, E. Dursin, raadsheer, aangewezen bij bevelschrift van de heer Eerste Voorzitter van het Hof van beroep alhier, de dato 31 oktober 2005 om mevrouw G. Vanderstichele, raadsheer, op het ogenblik van de uitspraak te vervangen, deze laatste wettig verhinderd zijnde de uitspraak bij te wonen van onderhavig arrest, waarover zij mede heeft beraadslaagd (art. 779, al. 2 Gerechtelijk Wetboek), A. Ferdinande, griffier. Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div