id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Gent Vonnis/arrest van 14 november 2005 ECLI nr: ECLI:BE:HBGNT:2005:ARR.20051114.6 Rolnummer: 2005/AR/141 Rechtsgebied: Octrooirecht Invoerdatum: 2007-07-09 Raadplegingen: 193 - laatst gezien 2026-07-02 05:37 Fiche W.H.P.C. en stakingsrechter - vrijheid van (slaafs) kopiëren en beweerde inbreuk op de intellectuele rechten van octrooi en knowhow bij het kopiëren van een productielijn. UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - INTELLECTUELE RECHTEN - Octrooi - Nationaal octrooi - Beschermingsomvang nationaal octrooi - Inbreukmakende handelingen Tekst van de beslissing samenvoeging van de zaken 2005/AR/141 en 2005/AR/187 I. In de zaak nr. 2005/AR:141 van: N.V. ORAC, met maatschappelijke zetel te 8400 Oostende, Oudenburgsesteenweg 90, ingeschreven in het handelsregister te Oostende onder nr. 28.295 en met ondernemingsnummer 0 407 323 091, appellante, hebbende als raadsman mr. Thierry van Innis, advocaat met kantoor te 1150 Brussel, Tervurenlaan 268A, tegen
- N.V. NOËL, MARQUET & Cie, met maatschappelijke zetel te 4731 Eynatten, Rovert 10, ingeschreven in het handelsregister te Eupen onder nr. 27.191 en met ondernemingsnummer 0 402 469 826, geïntimeerde, hebbende als raadsman mr. Rik Crivits, advocaat met kantoor te 8000 Brugge, Ezelstraat 25, alwaar woonstkeuze gedaan wordt,
- B.V. SPECIAAL MACHINE BOUW BREDA, vennootschap naar nederlands recht ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel en Fabrieken voor Midden-Brabant onder het nr. 18029134, met zetel in Nederland te 5084 HJ Biest Houtakker, Vossenhol 21,
- B.V.B.A. L.S. ENGINEERING, met zetel te 4000 Luik, Rue du Puits 5 en met ondernemingsnummer 0 471 618 354,
- L., ¿, wonende te ¿, geïntimeerden, hebbende als raadsman mr. Karen Ongena, advocaat met kantoor te 9000 Gent, Dok Noord 7, alwaar zij woonstkeuze doen, II. In de zaak nr. 2005/AR/187 van : ------------------------------------------
- B.V.B.A. L.S. ENGINEERING, met zetel te 4000 Luik, Rue du Puits 5 en met ondernemingsnummer 0 471 618 354,
- B.V. SPECIAAL MACHINE BOUW BREDA, vennootschap naar nederlands recht ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel en Fabrieken voor Midden-Brabant onder het nr. 18029134, met zetel in Nederland te 5084 HJ Biest Houtakker, Vossenhol 21, appellanten, hebbende als raadsman mr. Karen Ongena, advocaat met kantoor te 9000 Gent, Dok Noord 7, alwaar zij woonstkeuze doen, tegen
- N.V. NOËL, MARQUET & Cie, met maatschappelijke zetel te 4731 Eynatten, Rovert 10, ingeschreven in het handelsregister te Eupen onder nr. 27.191 en met ondernemingsnummer 0 402 469 826, geïntimeerde, hebbende als raadsman mr. Rik Crivits, advocaat met kantoor te 8000 Brugge, Ezelstraat 25, alwaar woonstkeuze gedaan wordt,
- N.V. ORAC, met maatschappelijke zetel te 8400 Oostende, Oudenburgsesteenweg 90, ingeschreven in het handelsregister te Oostende onder nr. 28.295 en met ondernemingsnummer 0 407 323 091, geïntimeerde, hebbende als raadsman mr. Thierry van Innis, advocaat met kantoor te 1150 Brussel, Tervurenlaan 268A,
- L., ¿, wonende te ¿, geïntimeerde, hebbende als raadsman mr. Karen Ongena, advocaat met kantoor te 9000 Gent, Dok Noord 7, alwaar hij woonstkeuze doet, velt het Hof volgend arrest : Partijen werden gehoord in openbare terechtzitting en de stukken werden ingezien.
- Gegevens van de zaak in beroep: 1.
- ORAC NV stelde op 18 januari 2005 hoger beroep in tegen het stakingsbevel van 28 oktober 2004 van de voorzitter van de rechtbank van koophandel te Brugge. L.S. ENGINEERING BVBA en S.M.B. BREDA BV stelden op 21 januari 2005 hoger beroep in tegen hetzelfde stakingsbevel. Het Hof voegt beide zaken samen. L., zaakvoerder van L.S. ENGINEERING BVBA, stelde in besluiten neergelegd op 14 juni 2005 eveneens hoger beroep in overeenkomstig artikel 1056, 4° van het gerechtelijk wetboek. N.M.C. NV vordert het niet-ontvankelijk verklaren van het hoger beroep dat L. heeft ingesteld, de ongegrondverklaring van alle hogere beroepen en de bevestiging van het vonnis. 1.
- De blijvende betwistingen betreffen nog: 1.2.
- de ontvankelijkheid van het hoger beroep dat L. in besluiten van 14 juni 2005 tegen het vonnis instelde door zich aan te sluiten bij het beroep, dat L.S. ENGINEERING BVBA en S.M.B. BREDA BV op 21 januari 2005 hebben ingesteld. N.M.C. NV stelt dat ORAC NV, L.S. ENGINEERING BVBA en S.M.B. BREDA BV hun hoger beroep niet tegen L. hebben gericht en niets van hem vorderen, zodat hij geen gedaagde in hoger beroep is en geen incidenteel hoger beroep overeenkomstig artikel 1054 van het gerechtelijk wetboek kon instellen. 1.2.
- de eis van N.M.C. NV om vast te stellen dat ORAC NV, een concurrerend producent van sierlijsten in kunststoffen, zich in 2002 schuldig maakt aan parasitaire oneerlijke concurrentie door gebruik te maken van vertrouwelijke bedrijfsinformatie, waaronder haar productiemethode voor het vervaardigen van sierprofielen in kunststof, de samenstelling van haar producten, de identiteit van haar grondstoffenleveranciers en de door hen gehanteerde grondstoffencodes en referenties. N.M.C. NV stelt dat ORAC NV de vertrouwelijke bedrijfsinformatie verkreeg: - door de gerichte aanwerving van haar werknemers F. en L., die haar productieproces en aankoopbeleid tot in de puntjes kenden; - door mee te werken aan de contractbreuk, die zowel deze werknemers begingen door het verstrekken van zeer concrete en specifieke informatie over het productieproces van hun vorige werkgever, als die L. (zaakvoerder van L.S. ENGINEERING BVBA) beging door de mededeling van plannen van de productielijn die N.M.C. NV heeft opgezet voor het vervaardigen van sierprofielen in kunststof en waarover L. als gewezen werknemer van BE FIRST CV - die met het uittekenen van de plannen belast was geweest - beschikte (zie verder ook punt 1.2.3); - en door beroep te doen op de diensten van S.M.B. BREDA BV, die als machinebouwer instond voor het onderhoud van haar productielijn en de automatisering van de injectie van haar productielijn. Dit zou ORAC NV toegelaten hebben om zonder inspanningen of investeringen haar eigen productiemethode te ontwikkelen of te optimaliseren door het volledig exact kopiëren van het productieproces van N.M.C. NV, die belangrijke inspanningen heeft geleverd om een bestaand productieproces (injectie/folie) toe te passen voor de productie van sierlijsten in polyurethaan en voordien geen enkele machine uitgerust was om voorwerpen met een dergelijke lengte te maken. 1.2.
- de eis van N.M.C. NV, om ORAC NV - op de sanctie af van de verbeurte van een dwangsom van 12.500 EUR per vastgestelde inbreuk - het verbod op te leggen om nog verder gebruik te maken van de ten onrechte verkregen vertrouwelijke bedrijfsinformatie van N.M.C. NV over de productiemethode voor het vervaardigen van sierprofielen in kunststof, over de samenstelling van haar producten, over de identiteit van haar grondstoffenleveranciers en over de door hen gehanteerde grondstoffencodes en referenties. 1.2.
- de eis van N.M.C. NV om vast te stellen, dat L.S. ENGINEERING BVBA (gespecialiseerd in het opmaken van industriële tekeningen) en S.M.B. BREDA BV (machinebouwer) zich in 2002 schuldig maken aan handelingen in strijd met de eerlijke handelsgebruiken: - door gebruik te maken van de plannen van de productielijn voor het vervaardigen van sierprofielen in kunststof, die N.M.C. NV heeft laten uittekenen door BE FIRST CV onder de verplichting tot 5 jaar na de uitvoering van de opdracht ¿¿ omtrent de documenten en de informatie die het door N.M.C. NV meegedeeld krijgt of waarvan het kennis kan nemen ter gelegenheid van de opdracht, de meest strikte geheimhouding te bewaren en zal zich ervan te onthouden om ze aan derden mee te delen. (¿) zich tevens ervan te onthouden om deze informatie en documenten aan te wenden voor andere doeleinden dan in het kader van de opdracht'; - door de plannen van haar productielijn aan ORAC NV bezorgd te hebben; - door gebruik te maken van machines of onderdelen van machines die op basis van deze plannen werden vervaardigd; - door gebruik te maken van de vertrouwelijke bedrijfsinformatie van N.M.C. NV over de productiemethode voor het vervaardigen van sierprofielen in kunststof. 1.2.
- de eis van N.M.C. NV, om L.S. ENGINEERING BVBA en S.M.B. BREDA BV - op de sanctie af van de verbeurte van een dwangsom van 12.500 EUR per vastgestelde inbreuk - het verbod op te leggen: - om nog verder gebruik te maken van de plannen van de productielijn van N.M.C. NV voor het vervaardigen van sierprofielen in kunststof; - om deze plannen te bezorgen aan ORAC NV; - om gebruik te maken van machines of onderdelen van machines die op basis van deze plannen werden vervaardigd; - om gebruik te maken van de vertrouwelijke bedrijfsinformatie van N.M.C. NV over de productiemethode voor het vervaardigen van sierprofielen in kunststof. 1.2.
- de eis van N.M.C. NV om aan L. (zaakvoerder van L.S. ENGINEERING BVBA) de vaststellingen over de oneerlijke concurrentie en de stakingsbevelen gemeen te maken. 1.
- ORAC NV stelt dat zij geen gebruik heeft gemaakt van -, of een inbreuk heeft gepleegd op ¿vertrouwelijke bedrijfsinformatie of knowhow', die de eigendom van N.M.C. NV zou zijn en die overeenkomstig de EG-verordening nr. 772/2004 en artikel 39, 2 TRIPS voor bescherming in aanmerking zou komen. Zij stelt bij haar zoektocht naar een omschakeling van haar productiemethode op de productiemethode die N.M.C. NV volgde, alleen gebruik gemaakt te hebben van de productiegegevens zoals N.M.C. NV die in België liet octrooieren en van algemeen gekende gegevens en gebruikelijke kanalen, die geen knowhowbescherming kunnen genieten. Uiteindelijk zou zij de door haar verzamelde informatie ook nooit gebruikt hebben en zich dan ook niet daadwerkelijk bezondigd hebben aan een daad van oneerlijke concurrentie met N.M.C. NV. Zij voert meer in het bijzonder volgende overwegingen aan: - Het productieproces dat N.M.C. NV voor de fabricatie van haar sierlijsten aanwendde zou niet in aanmerking kunnen genomen worden voor een octrooibescherming, zodat zij na de publicatie door N.M.C. NV vrij over deze gegevens kon beschikken. Zij verwijst naar het advies, dat gerechtelijk deskundige C. Quintelier op 20 mei 2005 uitbracht op vraag van de rechtbank van eerste aanleg te Gent naar de geldigheid van het Belgisch octrooi, dat N.M.C. NV voor het productieproces van haar sierlijst nam. Deze deskundige concludeert dat niet voldaan is aan de eis van originaliteit of uitvinderswerkzaamheid. Zij zou in elk geval op heden vrij over de informatie die het octrooi inhoudt kunnen beschikken, waar het Belgisch octrooi op 2 maart 2004 is vervallen. - Zij zou zich daarenboven niet schuldig gemaakt hebben aan een inbreuk op het octrooi - zelfs wanneer zou worden aangenomen dat N.M.C. NV de octrooibescherming in België geniet voor de door haar gevolgde werkwijze (alhoewel zij hiervoor na vooronderzoek geen bescherming in Duitsland heeft bekomen en waarop zij haar aanvraag in Nederland heeft ingetrokken omdat ook Nederland de octrooibescherming alleen na een vooronderzoek verleent) - aangezien artikel 27 van de Belgische wet van 28 maart 1984 op de uitvindingsoctrooien betreffende een werkwijze alleen als daden van namaak aanmerkt: ¿ het op het Belgisch grondgebied toepassen van de geoctrooieerde werkwijze (§1, b, eerste luik); ¿ het aanbieden van de geoctrooieerde werkwijze voor toepassing op het Belgisch grondgebied (§ 1, b, tweede luik); ¿ het op het Belgisch grondgebied aanbieden, in het verkeer brengen, gebruik, dan wel daartoe invoeren of in voorraad hebben van voortbrengsels die rechtstreeks volgens de werkwijze waarop het octrooi betrekking heeft, zijn verkregen (§ 1, c); ¿ tenzij die middelen algemeen in de handel verkrijgbaar zijn, het aanbieden of leveren van middelen betreffende een wezenlijk bestanddeel van de werkwijze voor de toepassing ervan op het Belgisch grondgebied, indien hij die aanbiedt of levert, weet dan wel het gezien de omstandigheden duidelijk is dat de middelen voor die toepassing geschikt en bestemd zijn (§ 2). Het verslag, - opgesteld door de gerechtelijk deskundige Ir. Van Hoornweder die de rechtbank van eerste aanleg te Gent op 19 augustus 2002 heeft belast met een beschrijvend verslag van toestellen, machines, werken, voorwerpen die een namaak zouden uitmaken op het Belgisch octrooi dat N.M.C. NV geniet en van de plannen, documenten, berekeningen en geschriften die nuttig zouden geweest zijn voor hun fabricatie -, zou het bewijs van één van deze daden van namaak niet leveren. - Zij zou ook rechtmatig over de 4 plannen beschikt hebben, die de gerechtelijk deskundige bij haar vond over de productielijn van N.M.C. NV, aangezien L. - die de plannen opstelde en daarop het auteursrecht geniet - haar deze plannen rechtmatig kon overleggen. N.M.C. NV zou daarenboven de inhoud van 3 plannen veropenbaard hebben door de tekeningen die zij bij haar octrooiaanvraag heeft gevoegd en het 4de plan, dat een algemene opstelling van haar productielijn weergeeft, zou geen bedrijfsgeheim inhouden. Zij verwijst daarvoor onder meer naar een catalogus van de machinebouwer Karel HUGO en haar bezoek in Egypte, waar zij een analoge productielijn - die S.M.B. BREDA BV had opgezet - kon bezoeken. - De fragmentarische, niet geordende en technologisch niet meer relevante informatie die de werknemers F. en L. haar over het productieproces en de leveranciers van N.M.C. NV nog verstrekten - nadat zij respectievelijk in 2001 en 2002 N.M.C. NV hadden verlaten - zou geen beschermbare informatie uitmaken. - En zo er al sprake zou kunnen zijn van een contractbreuk, die L.S. ENGINEERING BVBA of S.M.B. BREDA BV tegenover N.M.C. NV zouden begaan hebben door de miskenning van onder andere een geheimhoudingsverplichting, dan betwist zij minstens haar bewuste medewerking aan deze contractbreuk. - Tot slot laat zij gelden dat zij - in tegenstelling met wat N.M.C. NV voorhoudt - zelf ook grote inspanningen levert voor het volgen van de markt en het ontwikkelen van een eigen productieproces. 1.
- L.S. ENGINEERING BVBA, S.M.B. BREDA BV en L. stellen eveneens, dat zij geen gebruik hebben gemaakt van -, of een inbreuk hebben gepleegd op ¿bedrijfsinformatie of knowhow', die eigendom van N.M.C. NV zou zijn, waarvoor een geheimhoudingsverplichting zou bestaan en die voor bescherming in aanmerking zou kunnen genomen worden. - Het productieproces voor het vervaardigen van producten uit polyurethaan zou altijd een productielijn vereisen met de opstelling van een pers, matrijzen, een polyurethaanmachine met mengkop en een systeem dat de mengkop naar de matrijzen brengt en dat deze opstelling algemeen gekend is. Ook het productieproces waarbij vloeibare polyurethaan gespoten wordt in een gesloten mal met gebruik van een folie zou algemeen gangbaar en gekend zijn. - N.M.C. NV zou geen bewijs leveren van wezenlijke en bepaalbare toevoegingen aan de gekende productiemethodes en niet aantonen welke vertrouwelijke, bedrijfseigen informatie aanwezig is op de 4 plannen, die L.S. ENGINEERING BVBA aan ORAC NV betreffende haar productielijn overlegde. In geen geval zou gebruik gemaakt zijn van detailplannen, die voor de bouw van de productielijn van N.M.C. NV werden getekend, bij het ontwerpen van een productielijn voor ORAC NV. De plannen die L.S. ENGINEERING voor ORAC NV tekende zouden op de eigen expertise van L.S. ENGINEERING BVBA gegrond zijn, die haar expertise ook voor andere ondernemingen dan N.M.C. NV kan aanwenden en zouden geen bedrijfseigen informatie van N.M.C. NV bevatten. Het plan van de productielijn zou daarenboven in auteursrechtelijke zin aan L. en niet aan N.M.C. NV toebehoren, nu niet uitdrukkelijk werd bepaald dat de vermogensrechten betreffende de door L. uitgevoerde tekeningen, aan N.M.C. NV werden overgedragen. - S.M.B. BREDA BV stelt, dat zij aan ORAC NV alleen een promotionele video heeft overgemaakt van een algemeen gekende standaardopstelling van een productielijn, die zij voor Karel HUGO in BALDAWI heeft gemonteerd op grond van haar eigen expertise en eigen tekeningen. Zij zou niet eens in het bezit geweest zijn van de plannen van de productielijn van N.M.C. NV en verder alleen nog als tussenpersoon opgetreden zijn tussen ORAC NV en BALDAWI, toen deze laatste zijn productielijn wou verkopen. De productielijn die zij heeft uitgewerkt zou op meerdere technische punten ook afwijken van de productielijn van N.M.C. NV. 1.
- De eerste rechter grondde zijn vonnis hoofdzakelijk op de feitelijke vaststellingen, die het deskundigenverslag van Ir. Van Hoornweder inhield en die hij als volgt samenvatte: ¿Op het eerste plaatsbezoek op de maatschappelijke zetel van Orac NV vond de deskundige het volgende: Op de bureelkast achter het bureau worden na even zoeken verschillende tekeningen en documenten betreffende het project ¿KANGOEROE¿ aangetroffen en mede genomen. Tevens wordt een compleet dossier van dit project gevonden met verslagen en documenten betreffende ditzelfde project. Dit dossier wordt in zijn geheel mede genomen voor nader onderzoek. Op de wand is een sterk gelijkende kopie van de octrooitekening van N.M.C. NV aanwezig betreffende het matrijsprincipe, maar met weggelaten identificatie, tenzij een handgeschreven ¿assemblage Z2¿. Tevens is er een samenstellingtekening met gelijkaardige kenmerken als vorige tekening van een matrijs voor sierlijsten met identificatie ¿ORAC AXXENT nr 0100, corniche C213 (DUO) - Moule 300 Assemblage¿. (¿) ¿Volgende bevindingen van de deskundige zijn relevant:
- Vaststellingen
- 1 Algemene vaststelling In deze zaak zijn twee onderling verbonden elementen duidelijk te onderscheiden. A. Matrijsconcept Ten eerste is er de wijze waarop een sierelement uit polyurethaanschuim wordt vervaardigd. Traditioneel (ORAC) is dit als volgt: Men spuit een lossingmiddel op de matrijshelften, vervolgens een verflaag die men laat drogen om dan, na het sluiten van de matrijs het schuimmiddel aan te brengen onder lage druk. Na uitharding wordt het profiel manueel verwijderd en schoongemaakt. De door N.M.C.- gepatenteerde productiewijze is gebaseerd op het vervangen van de verflaag door een dunne kunststoffolie die door vacuüm in de vorm wordt aangezogen via kleine kanalen in de ene vormhelft. Hierdoor kan veel sneller worden geproduceerd en wordt het aanbrengen van de verf vermeden. Het weglaten van de verfoperatie maakt het trouwens mogelijk het gehele proces te automatiseren. Daarom is de automatiseringsmogelijkheid een van de belangrijkste voordelen van de door N.M.C. gepatenteerde fabricagemethode. B. Productieproces. Gekoppeld aan het voorgaande is er de verregaande automatiseringsinstallatie voor het productieproces, dat in opdracht voor N.M.C. werd ontwikkeld, via een daartoe ontworpen productielijn. Dit houdt in dat een aantal persen naast elkaar worden opgesteld, die toelaten om het schuim onder hoge druk te vullen. De inspuiting verloopt tevens automatisch door een automatisch verplaatsbare spuiteenheid die de verschillende matrijzen in de persen na elkaar ¿bezoekt¿ en injecteert met het schuimproduct. Zodoende worden tijdens het uitharden van het ene product de andere matrijzen beurtelings bediend. Op het einde van het uithardingproces worden de uiteinden van de profielen op maat afgefreesd. Dit totaalontwerp resulteert in een aanzienlijke tijd- en mankrachtbesparing. 7.2 Concrete vaststellingen - De tekening 9 aan de wand opgehangen bij ORAC is wel degelijk de matrijstekening van het profiel Z2, eigendom van de firma N.M.C. Het toont de gepatenteerde wijze van produceren en stond model voor de illustratie van het patent van N.M.C. - De tweede opgehangen tekening 10 is qua opbouw grotendeels gekopieerd van de voorgaande maar voorzien van het profiel C213 van de firma ORAC. - Tekening 6 is de tekening van de proefmatrijs voor het profiel P8030 van ORAC met een zelfde opbouw en voorzien van vacuümkanalen zoals op de matrijstekening van N.M.C. - De tekeningen aangetroffen in de dossiermap ¿Kangoeroe¿ deel D zijn exacte kopieën van onderdelen van de tekening AL-0-7803 bevattende de compleet gedetailleerde verzamel-tekening van de geautomatiseerde productielijn, ontwikkeld en eigendom van N.M.C. - De genomen foto's van de matrijzen en de product samples geven geen aanwijzing dat er reeds een matrijs operationeel zou zijn, wat in de rapporten van de vergaderingen wordt bevestigd. De foto's genomen van de pers laten echter zien dat deze voorzien is van een hydraulische sluiteenheid wat het maken van vormen onder hoge druk mogelijk maakt. - Dhr. V. is vanaf het begin van de opstart betrokken geweest bij de besprekingen van het project. Hij participeerde aan vergaderingen waarbij openlijk over de gebruikte procesparameters van N.M.C. gesproken en genotuleerd werd. Hij nam ook deel aan de besprekingen van de freesmachine voor de nieuwe productielijn. - De firma V. heeft de bestelling van de proefmatrijs P8030 wel degelijk van ORAC ontvangen. Dit werd bevestigd per e-mail door Nico van ORAC op 09/08/02 (dus niet geannuleerd begin juli 2002, zoals Mter. van Innis in zijn brief beweert). - De firma GIMATEC wordt vermeld als uitvoerder van freeswerk maar is niet betrokken bij de besprekingen. - De talrijke rapporten van de verschillende overleg-vergaderingen over het project ¿Kangoeroe¿ verwijzen verschillende malen letterlijk naar productiegegevens van N.M.C. inclusief materialen, hun leveranciers en contactpersonen. - Uit de fax uit Egypte en de aanwezigheid van grondplannen fabriek "Slovakije" in de dossiermap deel G en de vermelding ervan in het rapport van een vergadering blijkt dat de (geheel of gedeeltelijke ?) productie in Slowakije overwogen wordt. - L. heeft vroeger de matrijstekeningen voor N.M.C. getekend en tekent nu de nieuwe matrijzen voor ORAC gebaseerd op productiegegevens van N.M.C. Hij is actief betrokken bij de vergaderingen over het Kangoeroe project.
- Voorlopig Besluit - De firma ORAC is in het bezit van gedetailleerde technische tekeningen en vertrouwelijke informatie over matrijzen en productie-installaties die aan N.M.C. toebehoren. - De firma ORAC laat eigen matrijzen ontwerpen gebaseerd op verkregen informatie over het productieproces bij N.M.C. - De firma ORAC en V. hebben de informatie die bekomen werd over de productie-installaties van N.M.C. samen besproken voor het ontwerpen van een nieuwe productielijn gebaseerd op het productiesysteem van N.M.C. - Verschillende personen die vroeger gewerkt hebben voor de firma N.M.C. hebben vertrouwelijke fabricagegegevens van N.M.C. doorgegeven aan ORAC. - De firma Gimatec heeft, ondanks het ontkennen van enige relatie met ORAC, wellicht in deze zaak te goeder trouw gehandeld en is geen rechtstreeks betrokken partij. - De firma ORAC bereidt testen voor volgens het productieprocédé van N.M.C. via een proefmatrijs voor het ORAC profiel nr. P8030 ¿(¿) Voorts heeft de deskundige nog verschillende interne verslagen of rapporten aangetroffen bij ORAC welke hij uitdrukkelijk vermeldt in zijn verslag. Hij geeft er bovendien de inhoud ervan weer: Chronologische verslagen van vergaderingen en afspraken voor het project KAN.:
- Beproevingsverslag dd. 25/04/02 Datum: 24 april 2002 Bezoek door: F., L. en V Ontvangen door: Mr T., M., G.& N. Doel: Startvergadering Kan. Besproken punten: + Debiet van N.M.C. : ong. 200 gl/sec + De grootste lijst bij N.M.C. wordt gevuld: 8, 24 liter in 5,2 sec. Etc. Persen : + ..., rekening houdend met dat er de helft van alle lijsten in Slowakije worden gemaakt ... Freeseenheid: V., heeft een grote know how ivm de freeseenheid + snelheid bij NMC : 300 m lijsten per uur indien per 2 Spuiteenheid: Verf NMC: + leverancier: Freil. 004911707151213
(238)+ contact: Frau S. + naam: W. Varia: FOLIE: + Nog steeds lossingmiddel nodig voor de conter te bespuiten en nog steeds reinigingsproducten voor het reinigen van de matrijzen (N.M.C. : acmos) Planning: In de loop van week 18: maakt L. afspraak met M.. Tegen dan zal hij de tekeningen verder uitgewerkt hebben... Hij maakt een voorlopig ontwerp van een freesmachine, persen en een voorbeeldmatrijs. Startproductie: januari 2003
- Rapport dd. 22/05/02 Datum: 03/05/02 Ontvangen door: Mr.T., F., M., G. & N. Doel: Bezoek F. - opstarten Kan. Beschrijving: Productierendement: Bij N.M.C. (volgens F.): 3 x 9 persen; 1 persoon per 9 persen; 2 personen: afwerking van de lijsten; TOTAAL: 5 personen op 27 persen 65 cycli per pers 65 cycli per pers x 9 persen = 1755 cycli Voordeel nieuw systeem: Minder opstoppen in afwerking ( de uitval bij N.M.C. is volgens F. ongeveer 5 %...)
- Rapport dd. 22/05/02 Datum: 15/05/02 Met: Mr. T., F., L., M., G. & N. Doel: Verdere bespreking Kan. Beschrijving: 4° PU-machine: Automatisatie van het systeem (bij N.M.C.:verbinden met computer: elektronische regeling perstijd, shottijd, debieten) door Gefiss: contact: B.H. 5° Matrijzen: Vacuümkanalen zitten bij N.M.C. in verwarmingsplaat. De vraag ... 7° Lossingsmiddel Het lossingsmiddel van N.M.C. komt van Acmos 10° Vacuumpomp Bij N.M.C. van het merk BUSH?
- Rapport dd. 05/08/02 Aanwezig: Mr. T., F., G., M., N. Datum: 5 augustus 2002 Afspraken: In week 40 worden heel wat testen uitgevoerd op de matrijs P8030 met schuim, folie, losmiddel op water, verwarmingsplaten en een voorlopige verwarmingsplaat. 1.
- Daarna kwam de eerste rechter op volgende relevante overwegingen tot de vaststelling, dat ORAC NV zich schuldig maakt aan parasitaire oneerlijke concurrentie door gebruik te maken van vertrouwelijke bedrijfsinformatie toebehorend aan N.M.C. NV, die zij onder meer verkreeg via de heren F. en L., waaronder ¿de productiemethode van N.M.C. NV voor het vervaardigen van sierprofielen in kunststof, de samenstelling van haar producten, de leveranciers van de gebruikte grondstoffen en de door hen gehanteerde codes en referenties van deze grondstoffen', en waarop hij ORAC NV het bevel gaf deze oneerlijke handelingen onmiddellijk te staken en verbod oplegde nog langer gebruik te maken van deze ten onrechte verkregen vertrouwelijk bedrijfsinformatie betreffende de productiemethode van N.M.C. NV voor het vervaardigen van sierprofielen in kunststof, de samenstelling van haar producten, de leveranciers van de gebruikte grondstoffen en de door hen gehanteerde codes en referenties van deze grondstoffen op de sanctie af van de verbeurte van een dwangsom van 12.500 EUR per vastgestelde inbreuk op het stakingsbevel: ¿Wij moeten (¿) niet beoordelen of ORAC NV, L.S. ENGINEERING BVBA en S.M.B. BREDA BV zich schuldig hebben gemaakt aan "namaak". We moeten als stakingsrechter enkel beoordelen of zij zich schuldig hebben gemaakt aan het stellen van oneerlijke handelsdaden door 1) parasitaire aanhaking en 2) derdemedeplichtigheid aan contractbreuk. - De aanhaking. Het parasitair handelen. De vrijheid van handel en de daaruit voortvloeiende vrijheid van concurrentie brengt mee dat, wanneer het resultaat van een bepaalde creatieve prestatie buiten het beschermingsgebied valt van de intellectuele eigendomsrechten die een bepaalde exclusiviteit of monopolie garanderen, zij in beginsel mag worden nagebootst "zelfs op een slaafse wijze¿. Wat het kopiëren wel onrechtmatig maakt zijn de begeleidende omstandigheden waarin dat gebeurt, nl. wanneer het getuigt van een parasitair handelen (cf. Brussel, 24.08.1995, WHPC Jaarboek 1995,320). Parasitaire concurrentie ontstaat wanneer men van het werk en de investeringen van een concurrent profijt haalt (cf. Vz. Kh. Hasselt 28.05.1993, WHPC Jaarboek 1993, 423). Uit de feitelijke gegevens [die het Hof hieronder herneemt] blijkt dat ORAC NV schaamteloos profiteert van de inspanningen en investeringen die N.M.C. NV zich via haar R&D afdeling heeft getroost. Het onderzoek naar en de verbetering van de productieprocessen bracht grote investeringen met zich en gaven trouwens aanleiding tot het octrooieren ervan. Bij gebreke aan wettelijke omschrijving is het de rechter die aan de hand van feitelijke gegevens uitmaakt, wat een fabrieksgeheim uitmaakt (Cf. De Vroede P. en Ballon G., Handelspraktijken, uitg. 1986, nr.1165). Het op punt stellen en verfijnen van de processen, de constructie van de matrijzen met precieze opstelling van de spuitmonden, het gebruik van folie in plaats van verf, het onderzoek naar de meest geschikte grondstoffen, de verhouding waarin ze konden worden gebruikt zijn zeer belangrijk en behoren precies tot de fabrieksgeheimen van N.M.C. NV, waardoor haar productie van sierlijsten kon worden geautomatiseerd en waardoor ze een belangrijke voorsprong verwierf op de concurrentie. Door het opsporen en gebruik te maken van de knowhow, het miskennen van het fabrieksgeheim en de plannen van N.M.C. NV, het aantrekken van het studiebureau die de plannen heeft getekend, het in dienst nemen van oud-personeel van N.M.C. NV, waaronder de meestergast Fr., die tot in de details op de hoogte was van het productieproces, het contacteren van leveranciers van N.M.C. NV onder verwijzing naar N.M.C. NV (zie o.a. stuk 7 in het bundel van N.M.C. NV), de samenwerking met S.M.B. BREDA BV die minstens instond voor het onderhoud van de productielijnen bij N.M.C. NV en deze door en door kende, het systematisch contacteren van de leveranciers van N.M.C. NV met het oog op de aankoop van dezelfde grondstoffen, het klakkeloos overnemen, zonder eigen inbreng, van de plannen en de productiewijze van N.M.C. NV, tot het kopiëren van de opstelling van de productielijnen toe, realiseert ORAC NV een flinke besparing en maakt ze in één kangoeroesprong de technologische achterstand die ze had op N.M.C. NV goed. Of de plannen al dan niet beschermd worden door auteursrechten en de gewraakte praktijk eveneens een inbreuk uitmaakt op het auteursrecht is hier irrelevant (Vz. Kh. Brussel, 29.10.1979, Ing. Cons. 1980, 31). Het is een feit dat N.M.C. NV, zonder dat ze kon beschikken over de plans, de inlichtingen over de productieprocessen, de medewerking van gewezen personeel en studiebureau en de machines haar technologische achterstand op N.M.C. NV niet kon goed maken. Minstens toch niet zonder zelfnoodzakelijke, tijdrovende en dure research te laten doen. Dit gewraakte, slaafs kopiëren van N.M.C.'s productiewijze door ORAC NV is ongetwijfeld strijdig met de eerlijke handelsgebruiken wat door artikel 93 W.H.P.C. verboden is. - Derdemedeplichtigheid. N.M.C. NV argumenteert dat ORAC NV derdemedeplichtig is aan de contractbreuk vanwege de gewezen werknemers van N.M.C. NV doordat deze onrechtmatig fabrieksgeheimen prijsgaven aan ORAC NV. Er is sprake van derdemedeplichtigheid wanneer volgende voorwaarden vervuld zijn: ¿ er is een geldige vooraf bestaande contractuele verbintenis; ¿ deze contractuele verbintenis wordt geschonden door de schuldenaar ervan; ¿ de derdemedeplichtige heeft kennis van deze vooraf bestaande contractuele verbintenis of moet er redelijkerwijze kennis van hebben; ¿ de derdemedeplichtige werkt bewust mee aan de schending van de contractuele verbintenis door de schuldenaar ervan. Art. 17, 3° b van de arbeidsovereenkomstenwet verplicht de werknemer zich te onthouden fabrieksgeheimen, zakengeheimen of geheimen in verband met persoonlijke of vertrouwelijke aangelegenheden bekend te maken. Deze verplichting blijft ook na het beëindigen van de arbeidsovereenkomst bestaan. Het wordt niet betwist dat zowel F. als L. eertijds gebonden waren door een arbeidsovereenkomst met N.M.C. NV. Eenzelfde verplichting bestaat eveneens in hoofde van L. en L.S. ENGINEERING BVBA. Deze is dan niet gesteund op een arbeidsovereenkomst maar wel op de verbintenis van geheimhouding, die werd onderschreven door L. namens BE FIRST. L.S. ENGINEERING BVBA heeft kennelijk weet van deze verbintenissen, nu enerzijds L. haar zaakvoerder is en zij anderzijds beschikt over alle plans en documenten die eertijds behoorden aan BE FIRST, waaraan de overeengekomen geheimhouding is gekoppeld. (¿). Het kan niet betwist worden dat L. cq. L.S. ENGINEERING BVBA deze verplichting tot geheimhouding hebben geschonden, nu ze niet alleen de plans ter beschikking stelde van ORAC NV maar eveneens alle vertrouwelijke toelichting verschafte over de productielijnen van N.M.C. NV met het oog op de realisatie van het project ¿Kangoeroe'. ORAC NV wist, minstens moet redelijkerwijs worden aangenomen dat zij behoorde te weten dat de gewezen werknemers van N.M.C. NV gehouden waren tot geheimhouding. Dit is een algemene verplichting van elke gewezen werknemer, waarvan de normaal zorgzaam en oplettend werkgever zeker op de hoogte is. Net zoals ORAC NV wist of behoorde te weten dat het studiebureau L.S. ENGINEERING BVBA gehouden was tot geheimhouding. Immers in de sector van de industriële studiebureaus die gelast zijn met de ontwikkeling van machines en productielijnen is geheimhoudings-plicht een algemeen verspreide verplichting. Dit wordt nog eens duidelijk geïllustreerd door de houding van machinebouwer Hugo KARL AG. Gecontacteerd door ORAC NV gaf ze te verstaan dat eerst toestemming moest worden bekomen van N.M.C. NV en dat geen plans of andere documentatie aan "derden" kon worden gegeven (cf. stukken 21, 3 en 7 in de bundel van N.M.C. NV). Uit de gerelateerde feiten (¿) blijkt afdoende dat ORAC NV wel degelijk haar volle medewerking verleende en zelfs de aanzet gaf tot het schenden van de geheimhoudingsplicht. Door als derde medeplichtig te zijn aan de inbreuk op de geheimhoudingsplicht beging ORAC NV een inbreuk op de eerlijke handelsgebruiken, verboden krachtens artikel 93 W.H.P.C.' 1.7.De eerste rechter kwam op volgende relevante overwegingen tot de vaststelling dat L.S. ENGINEERING BVBA en S.M.B. BREDA BV zich schuldig maken aan handelingen strijdig met de eerlijke handelsgebruiken doordat ze
(1)gebruik maken van de plannen van de productielijn voor het vervaardigen van sierprofielen in kunststof die toebehoren aan N.M.C. NV,
(2)door deze plannen te bezorgen aan ORAC NV,
(3)door het gebruik van machines of onderdelen van machines vervaardigd op basis van deze plannen en
(4)evenals door het gebruik van de vertrouwelijke bedrijfsinformatie van N.M.C. NV over de productiemethode van N.M.C. NV voor het vervaardigen van sierprofielen in kunststof, en waarop hij de onmiddellijke staking van deze oneerlijke handelingen beval en hen verbod oplegde om nog langer gebruik te maken van de plannen van de productielijn voor het vervaardigen van sierprofielen in kunststof die toebehoren aan N.M.C. NV, om deze plannen te bezorgen aan ORAC NV, om gebruik te maken van machines of onderdelen van machines vervaardigd op basis van deze plannen en om gebruik te maken van de vertrouwelijke bedrijfsinformatie van N.M.C. NV over haar productiemethode voor het vervaardigen van sierprofielen in kunststof op de sanctie af van de verbeurte van een dwangsom van 12.500 EUR per vastgestelde inbreuk op het stakingsbevel: ¿De vordering ten aanzien van L.S. ENGINEERING BVBA is gesteund op de confidentialiteitverbintenis die voortvloeit uit de eerdere samenwerkingsovereenkomst tussen L. en zijn eerdere vennootschap BE FIRST. L.S. ENGINEERING BVBA wist kennelijk van deze geheimhoudingsplicht waartoe ook L. gehouden was. Door zonder meer de plans en andere documenten van N.M.C. NV aan ORAC NV te bezorgen maakt ze zich schuldig aan derdemedeplichtigheid en onrechtmatige overdracht van fabrieksgeheimen en knowhow, waardoor ze ORAC NV op ongeoorloofde wijze een concurrentieel voordeel verschaft ten nadele van N.M.C. NV, wat strijdig moet geacht worden met de eerlijke handelsgebruiken verboden bij artikel 93 W.H.P.C. (¿)' ¿Ook de vordering ten aanzien van S.M.B. BREDA BV is gegrond. Immers ook deze onderneming hoorde te weten dat ze geen gebruik kon maken van de plans en documenten van N.M.C. NV. Deze plannen kreeg ze in haar bezit via L.S. ENGINEERING BVBA en niet via Hugo KARL, die stellig ontkent dat hij de plannen aan ORAC NV of wie dan ook bezorgde. Zoals hiervoor al weerhouden, wist S.M.B. BREDA BV dat ze geen gebruik mocht maken van de plannen die behoorden aan N.M.C. NV en welke vielen onder de geheimhouding die gebruikelijk is in de sector van ontwikkeling van machines, productieprocessen etc. S.M.B. BREDA BV kende L. nog van de tijd, dat zij samenwerkten in opdracht van N.M.C. NV onder meer aan de digitalisering van de bestaande plannen van bestaande machines, wat S.M.B. BREDA BV ook niet ontkent. (¿)'
- Beoordeling 2.
- Het hoger beroep dat L. overeenkomstig artikel 1056, 4° van het gerechtelijk wetboek bij wijze van besluiten instelde, is ontvankelijk. - Het vonnis werd hem niet betekend en geen enkel gegeven ligt voor, die zou wijzen op een berusting in het vonnis dat hem niet werd betekend. Vandaar dat hij over de volledige duur van de procedure die voor het Hof aanhangig is, op eender welk ogenblik hoger beroep kon instellen. - Zijn rechten op hoger beroep zijn hier niet beperkt tot de rechten van een partij ¿die het vonnis zonder voorbehoud liet betekenen of die vóór de betekening in het vonnis berustte'. Deze partij kan bij toepassing van artikel 1054 van het gerechtelijk wetboek alleen nog incidenteel hoger beroep instellen onder de voorwaarde, dat tegenover haar hoger beroep wordt ingesteld. Artikel 1054 van het gerechtelijk wetboek strekt ertoe de gedaagde die zich in hoger beroep moet verweren, de mogelijkheid te geven om de betwisting met alle aspecten die haar eigen zijn opnieuw volledig aan de rechter in hoger beroep over te leggen en het debat niet te laten verengen tot de grieven, die de appellant tegen het vonnis aanvoert. - De stakingsrechter verklaarde zijn vonnis - dat een stakingsbevel tegenover ORAC NV, L.S. ENGINEERING BVBA en S.M.B. BREDA BV inhoudt - alleen gemeen aan L.. Het vonnis houdt geen veroordeling of bevel tegenover L. in, zodat hij geen belang had bij een initiatief tot het instellen van een hoger beroep. Eerst toen L.S. ENGINEERING BVBA - de vennootschap waarvoor hij als zaakvoerder handelde en die wel veroordeeld werd om zich van een aantal handelingen te onthouden - hoger beroep instelde, had hij belang bij het instellen van hoger beroep. Vanaf dan bestond de mogelijkheid dat het Hof op de inhoud van het vonnis zou terugkomen in antwoord op de grieven, die ORAC NV, L.S. ENGINEERING BVBA en S.M.B. BREDA BV aanvoerden. Zijn tussenkomst voor de rechters in beroep blijft niettemin zeer lijdzaam, waar zij het debat dat ORAC NV, L.S. ENGINEERING BVBA en S.M.B. BREDA BV voor de rechters in beroep voerden, niet verder opentrekt. - Bij het instellen van hun hoger beroep hebben L.S. ENGINEERING BVBA en S.M.B. BREDA BV meteen L. bij het hoger beroep betrokken en laten oproepen (zie hun beroepsakte). L. was dan ook in het geding aanwezig en kon in de vorm van besluiten hoger beroep instellen (artikel 1056, 4° van het gerechtelijk wetboek). 2.
- Wat de intellectuele eigendomsrechten betreft wordt het recht op kopiëren alleen ingekort, voor zover de prestatie van de concurrent een bescherming geniet op grond van door de wetgever erkende exclusieve rechten. 2.2.
- Het beginsel van de vrijheid van handel en concurrentie impliceert het recht op kopiëren. Parasiteren is in beginsel geen door de wet op de handelspraktijken en de bescherming van de consument (W.P.H.C) verboden handeling. Het uitgangspunt is de vrijheid, om zelfs op slaafse wijze prestaties te kopiëren of na te bootsen. Dit geldt ook tussen rechtstreekse concurrenten, zoals hier tussen N.M.C. NV en ORAC NV die in het bijzonder op elkaar gefocust zijn, aangezien maar een vijftal belangrijke fabrikanten van decoratieve lijsten in polyurethaan op de Europese markt actief zijn. 2.2.
- Het recht op kopiëren wordt wel begrensd
(1)door de intellectuele eigendomsrechten die de concurrent op een product heeft en
(2)door de verplichting zich te onthouden van verwarringstichtende publiciteit. Inbreuken op de intellectuele eigendomsrechten en verwarring-stichtende publiciteit maken een inbreuk op de eerlijke handels-gebruiken uit. Bij de invulling van deze begrippen en bij het opleggen van een stakingsverbod, moet de rechter zich er wel voor hoeden, om het recht op kopiëren niet wezenlijk uit te hollen. 2.2.3. De intellectuele eigendomsrechten - waaronder
(1)het auteursrecht en naburige rechten,
(2)het merkenrecht met inbegrip van dienstmerken,
(3)het recht op geografische benamingen,
(4)industriële tekeningen en modellen,
(5)octrooien,
(6)topografieën van halfgeleiderproducten,
(7)beschermingscertificaten voor geneesmiddelen of andere producten,
(8)kwekerscertificaten en
(9)niet vrijgegeven informatie en knowhow - zijn begrippen, die nader omschreven worden in verdragen en wetgevingen en die de rechter alleen binnen deze omschrijving nader kan invullen (zie onder andere het W.T.O.-agreement on trade-related aspects of intellectual property right, negotiated in the 1986-94 Uruguay Round (TRIPS) en de EG-verordening nr. 772/2004 van 27 april 2004 betreffende de toepassing van artikel 81, lid 3, van het EG-verdrag op groepen overeenkomsten inzake technologieoverdracht). 2.2.
- N.M.C. NV grondde haar betwisting tegenover ORAC NV, L.S. ENGINEERING BVBA en S.M.B. BREDA BV in het bijzonder op de exclusieve rechten van octrooi en vertrouwelijke bedrijfsinformatie of knowhow, die zij voor de productie van sierlijsten zou genieten en die het recht op kopiëren van haar productiemethode zou inkorten. 2.
- N.M.C. NV beriep zich voor de beslagrechter te Gent op haar Belgisch octrooi nr. 901.682 voor ¿de productiemethode van - aan hun zichtzijde - sterk gestructureerde, respectievelijk geprofileerde, gladde, blaas- en scheidingsmiddelvrije vormlichamen uit schuimkunststof met een laadgewicht van minder dan 200 mg/m3' (zie stuk 16 en 17 in haar bundel). 2.3.
- Hierop heeft de beslagrechter de gerechtelijk deskundige Ir. Van Hoornweder met een beschrijvend beslag gelast van de plannen, documenten, berekeningen en geschriften, waaruit de beweerde namaak kan blijken, alsmede van de gereedschappen, die geheel of gedeeltelijk, rechtstreeks hebben gediend om de aangeklaagde vervaardiging te plegen. 2.3.
- In de bodemprocedure die daarop volgde, heeft de rechtbank van eerste aanleg te Gent de gerechtelijk deskundige C. Quintelier met een verder deskundigenonderzoek naar de geldigheid van dit octrooi gelast. Het Belgisch octrooirecht nr. 901.682 dat N.M.C. NV zonder verder onderzoek bij Ministerieel Besluit van 28 mei 1985 werd verleend voor ¿een werkwijze voor het vervaardigen van sierprofielen in polyurethaan', moet achteraf immers de toets van originaliteit of uitvinderswerkszaamheid doorstaan (zie artikel 2 en 49 van de wet op de uitvindingsoctrooien van 29 maart 1984). De feitelijke vaststellingen waartoe de gerechtelijk deskundige C. Quintelier in zijn advies van 20 mei 2005 kwam, zijn zeer duidelijk: het octrooi nr. 901.682 voldoet niet aan de eis van originaliteit of uitvinderswerkzaamheid. N.M.C. NV bewijst dan ook niet, dat het recht op kopiëren - dat ORAC NV, L.S. ENGINEERING BVBA en S.M.B. BREDA BV in beginsel genieten - voor de productiemethode die N.M.C. NV aanwendt, door een beschermbaar octrooi beperkt is. 2.3.
- N.M.C. NV grondt haar stakingsvordering weliswaar niet langer op dit octrooirecht. De eis van N.M.C. NV strekt nu alleen nog tot de vaststelling, dat het recht op kopiëren van ORAC NV, L.S. ENGINEERING BVBA en S.M.B. BREDA BV ingekort wordt door het intellectuele eigendomsrecht op vertrouwelijke bedrijfsinformatie of knowhow, die zij geniet. Wel blijft zij haar eis in grote mate gronden op de feitelijke vaststellingen, die de gerechtelijk deskundige Ir. Van Hoornweder in zijn verslag weerhield. Bij de lezing van dit verslag moet rekening gehouden worden met het uitgangspunt die gerechtelijk deskundige Ir. Van Hoornweder heeft aangenomen. Hij ging ervan uit, dat het productieproces dat N.M.C. NV aanwendde door het Belgisch octrooi nr. 901.682 tegen kopiëren beschermd was [zie in het bijzonder zijn inleidende, algemene vaststellingen onder punt 7.1: ¿(¿) De door N.M.C.-gepatenteerde productiewijze is gebaseerd op (¿)'.]. Hij onderzocht niet nader in welke mate de gegevens - die hij bij ORAC NV aantrof en die hij beschreef - geheim , wezenlijk en bepaalbaar waren (zie hieronder). 2.
- Op de hiernavolgende vaststellingen verklaart het Hof de eis van N.M.C. NV - die er onder meer toe strekt om L.S. ENGINEERING BVBA en S.M.B. BREDA BV verbod op te leggen om nog verder gebruik te maken van de plannen van de productielijn van N.M.C. NV voor het vervaardigen van sierprofielen in kunststof, om gebruik te maken van machines of onderdelen van machines die op basis van de plannen van haar machines werden vervaardigd, en om gebruik te maken van vertrouwelijke bedrijfsinformatie van N.M.C. NV over de productiemethode voor het vervaardigen van sierprofielen in kunststof - ongegrond. 2.4.
- Knowhow, waarop de concurrent eigendomrechten kan laten gelden, die het recht op kopiëren inkort, definieert het Hof overeenkomstig artikel 1, i van de EG-verordening nr. 772/2004 en artikel 39, 2 van het TRIPS als volgt: ¿een geheel van niet-geoctrooieerde praktische kennis die voortvloeit uit ervaring en onderzoek en die
(1)geheim is, dat wil zeggen - globaal dan wel in de juiste samenstelling en ordening van de bestanddelen - niet algemeen bekend of gemakkelijk verkrijgbaar is voor personen binnen kringen die zich gewoonlijk bezighouden met de desbetreffende soort informatie,
(2)wezenlijk is, dat wil zeggen, belangrijk en nuttig is voor de productie van producten en dan ook een handelswaarde bezit, en
(3)bepaald is, dat wil zeggen zodanig volledig beschreven is dat kan worden nagegaan of deze kennis aan de criteria van geheim-zijn en wezenlijkheid voldoet¿. 2.4.
- N.M.C. NV heeft op 26 februari 1988 met het studiebureau BE FIRST, waarvoor L. optrad, een overeenkomst afgesloten voor de realisatie van een productielijn voor sierprofielen (zie stuk 10 in haar bundel). Deze overeenkomst werd afgesloten onder de meest strikte geheimhoudingsplicht voor ¿de gegevens die N.M.C. NV aan BE FIRST verstrekte of voor de gegevens die BE FIRST in de uitvoering van de opdracht bekend zouden worden' en deze geheimhoudingsplicht gold voor vijf jaar na de uitvoering van de opdracht. 2.4.
- Alhoewel de stakingsrechter niet bevoegd is om een loutere contractuele tekortkoming te sanctioneren, kan hij wel een stakingsbevel opleggen, zo de contractuele tekortkoming ook een inbreuk uitmaakt op de intellectuele eigendomsrechten van een gedingpartij of zo een gedingpartij derdemedeplichtig is aan de contractbreuk, aangezien hierdoor de eerlijke handelsgebruiken worden geschonden. - Het auteursrecht dat L.S. ENGINEERING BVBA en L. inroepen om hun mededeling van plannen aan ORAC NV te rechtvaardigingen, is niet aan de orde. De plannen die BE FIRST voor de bouw van de productielijn van N.M.C. NV heeft opgesteld, genieten alleen auteursbescherming in de mate dat de tekeningen gegevens bevatten, die onderscheiden zijn van de technische bestemming die de tekeningen hebben - zoals de schikking van de tekening, de grootte van de afbeelding, de dikte van de lijnen, de kleurschakering ¿ - en die niet bepaald worden door de exacte technisch beschrijving van de machineonderdelen en de productielijn. Alleen deze originele gegevens komt de ¿auteur - architect' van de plannen toe, zodat BE FIRST geen auteursrecht geniet op de technische gegevens zelf, die N.M.C. NV haar zou verstrekt hebben en die zij in haar tekening zou verwerkt hebben. - N.M.C. NV preciseert evenwel de gegevens niet nader, die zij verstrekte of die BE FIRST gedurende de uitvoering van de opdracht bekend werden. Aldus bepaalt zij ook niet nader ¿het geheel van praktische kennis, die haar uit ervaring en onderzoek zouden toebehoren' en waarvoor de geheimhoudingsplicht van BE FIRST zou gelden. ¿ In de mate dat het idee op zich ¿om een bekend productieproces toe te passen op de productie van sierlijsten' aan de geheimhoudingsplicht van BE FIRST onderworpen was, leidt het geen twijfel dat ORAC NV al op de hoogte was van de uitwerking van dit idee, toen zij in 2002 op de eigen productie van sierlijsten het productieproces - waarvoor N.M.C. NV geen exclusieve rechten bewijst - wou implementeren. Op dit al gekend gegeven, kan in hoofde van BE FIRST geen tekortkoming aan de geheimhoudings-verplichting meer weerhouden worden. ¿ Het verslag dat de gerechtelijk deskundige Ir. Van Hoornweder opstelde bewijst niet, dat de opstelling van de productielijn van N.M.C. NV en de ordening van haar bestanddelen - voor personen vertrouwd met het productieproces dat in andere sectoren al werd aangewend - niet algemeen bekend of gemakkelijk verkrijgbaar was. ¿ Hij onderzocht evenmin of de matrijstekening van het profiel Z2 van N.M.C. NV - dat blijkbaar model stond voor de tekening 10 van een matrijs van het profiel P8030 van ORAC NV - bepalend was voor het ontwerpen van matrijstekeningen voor eigen profielen. ¿ Zijn vaststelling dat de foto's genomen van de pers laten zien dat deze voorzien is van een hydraulische sluiteenheid wat het maken van vormen onder hoge druk mogelijk maakt, bewijzen nog geen inbreuk op de knowhow van N.M.C. NV. De gerechtelijk deskundige C. Quintelier stelde immers vast, dat het vervaardigen van ¿aan hun zichtzijde sterk gestructureerde, respectievelijk geprofileerde, gladde, blaas- en scheidingsmiddelvrije vormlichamen uit schuimkunststof met een laadgewicht van minder dan 200 mg/m3 middels een matrijs' al op 3 november 1971 openbaar toegankelijk werd gemaakt door het Belgisch octrooi BE 768.097 en het voor de vakman voor de hand ligt om een schijnbare dichtheid van minder dan 200 kg/m3 aan te houden. - Aldus bewijst N.M.C. NV niet dat de plannen van haar installaties, die de gerechtelijk deskundige Ir. Van Hoornweder bij ORAC NV heeft aangetroffen, voor L.S. ENGINEERING BVBA en S.M.B. BREDA BV wezenlijke informatie inhield voor de implementatie van het productieproces dat het Belgisch octrooi BE 768.097 al op 3 november 1971 openbaar toegankelijk had gemaakt. Als machinebouwer kon S.M.B. BREDA BV ook de knowhow die zij bij het uitvoeren van eigen werkzaamheden opdeed, aanwenden bij het vervaardigen van een productielijn (onder andere te Baldawi in Egypte) op basis van het in 1971 al openbaar toegankelijk gemaakte productieproces. 2.
- Op de hiernavolgende vaststellingen verklaart het Hof de eis van N.M.C. NV - die er onder meer toe strekt om vast te stellen dat ORAC NV zich schuldig maakt aan parasitaire oneerlijke concurrentie door gebruik te maken van vertrouwelijke bedrijfsinformatie, waaronder
(1)haar productiemethode voor het vervaardigen van sierprofielen in kunststof,
(2)de samenstelling van haar producten,
(3)de identiteit van haar grondstoffenleveranciers en de door hen gehanteerde grondstoffencodes en referenties - eveneens ongegrond. 2.5.
- Uit de interne verslagen vanaf 25 april 2002 die de gerechtelijk deskundige Ir. Van Hoornweder bij ORAC NV aantrof volgt, dat ORAC NV zich exclusief richtte op het geheel van niet-geoctrooieerde praktische kennis, die N.M.C. NV uit ervaring en onderzoek opbouwde voor de productie van haar sierlijsten en die haar een voorsprong op de concurrentie bood. Hiermee is de vraag evenwel niet beantwoord ¿of het geheel van niet-geoctrooieerde praktische kennis - die ORAC NV natrok over het productieproces dat N.M.C. NV voor haar sierlijsten aanwendde - geheim, wezenlijk en bepaald is'. 2.5.
- N.M.C. NV weerlegt de vaststellingen van de gerechtelijk deskundige C. Quintelier niet, waaruit volgt dat het octrooi BE 768.097 al op 3 november 1971 een werkwijze openbaar toegankelijk maakte voor het vervaardigen middels een matrijs van vormlichamen uit kunststof, die aan hun zichtzijde sterk gestructureerd, respectievelijk geprofileerd, glad, blazen- en scheidingsmiddelvrij zijn. Deze deskundige stelde vast dat octrooi BE 901.682 van N.M.C. NV alleen op volgende punten afwijkt van het octrooi BE 768.097:
(1)het octrooi BE 768.097 vermeldt impliciet een dichtheid tussen 10 en 200 kg/m3, waar het octrooi BE 901.682 expliciet een dichtheid van 200 kg/m3 vermeldt,
(2)het octrooi BE 901.682 vermeldt ook expliciet dat de vormhelften voorverwarmd worden tot 55° - 65° C vooraleer de folie wordt aangebracht,
(3)het octrooi BE 901.682 vermeldt ook expliciet de dikte van 180 à 250 microns voor de folie en
(4)het octrooi BE 901.682 vermeldt ook expliciet dat een twee-componenten mengsel een polyurethaanhardschuim oplevert. - Waar het octrooi BE 901.682 de dichtheid van 200 kg/m3 preciseert, stelt hij evenwel dat het ¿natuurlijk voor de vakman voor de handliggend is, om ook een schijnbare dichtheid van minder dan 200 kg/m3 aan te houden' en dat de precisering ¿weinig origineel kan zijn, noch van enige uitvindingshoogte blijk geeft'. - Wat het voorverwarmen van de vormhelften betreft weerhoudt hij, dat het ¿Kunststoff-Handbuch' de vakman een duidelijke hint geeft om de vormhelften voor te verwarmen tot 40° - 50° C en soms hoger en eerst daarna de folie aan te brengen, het hier een algemene kennis betreft, elke aanwijzing ontbreekt als zou een temperatuur van 55° - 65° C een technisch voordeel opleveren en met loutere routine-experimenten het bereik van 55° - 65° C kan gevonden worden overeenkomstig de richtlijnen E.O.B., Deel C, Hoofdstuk IV, Annex ii. - Wat de dikte van de folie betreft, dat deze diktes voor PVC folies algemeen bekend zijn en elke aanwijzing ontbreekt waarom deze dikte de voorkeur zou genieten. - Wat de eigenschap van een ¿twee-componenten mengsel' betreft, stelt hij dat het om ¿een op zichzelf bekende eigenschap' voor polyurethaanschuim gaat en deze vermelding dan ook geen originaliteit bevat. N.M.C. NV bewijst dan ook niet dat haar knowhow betreffende het productieproces of de polyurethaanschuim, dat ORAC NV bij haar gewezen werknemers F. EN L. heeft nagevraagd om het productieproces in haar bedrijf te implementeren, geheim en wezenlijk waren. 2.5.
- ORAC NV trok bij de werknemers F. EN L. verder ook de identiteit van de grondstoffenleveranciers van N.M.C. NV na en de door hen gehanteerde grondstoffencodes en referenties. Deze gegevens zijn voor een buitenstaander niet zomaar beschikbaar, zodat het geheel van deze informatie die aan het bedrijf van N.M.C. NV gebonden is, wel geheim is. Het komt evenwel niet bewezen voor, dat deze geheime informatie - die zich beperkt tot de identiteit van de leveranciers en hun grondstoffenreferenties - een handelswaarde bezit en wezenlijk was voor de implementatie van het al openbaar toegankelijk gemaakte productieproces in het bedrijf van ORAC NV. - N.M.C. NV toont immers zelf aan dat ORAC NV op diverse gekende grondstoffenleveranciers beroep kon doen die de vereiste grondstoffen kunnen leveren. - Het is niet bewezen, dat de grondstoffen van deze producenten niet verwisselbaar en vervangbaar zouden zijn. - N.M.C. NV verantwoordt ook niet nader, waarom ORAC NV zich niet zou kunnen bevoorraden bij haar grondstoffenleveranciers onder de voorwaarde dat haar exclusieve rechten op bepaalde producten niet worden miskend. Zo bewijst N.M.C. NV wel haar exclusieve rechten op de levering van de verf met de referentie Weiss WL 1602 MRU
- Uit geen enkel stuk volgt evenwel, dat ORAC NV ooit op de miskenning van enig exclusief recht die N.M.C. NV op de verdeling van de producten zou bezitten, bij wie dan ook heeft aangedrongen. Het Hof kan ORAC NV dan ook geen verbod opleggen, om gebruik te maken van de ingewonnen informatie betreffende de grondstoffen-leveranciers van N.M.C. NV en om zich bij dezelfde leveranciers te bevoorraden en er producten te bestellen waarop N.M.C. NV geen exclusieve rechten kan laten gelden. OP DEZE GRONDEN, HET HOF, Op tegenspraak en gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken, Voegt de zaken gekend onder de nrs. 2005/AR/141 en 2005/AR/187 samen. Verklaart de hogere beroepen ontvankelijk en gegrond. Vernietigt het bestreden vonnis. Verklaart de oorspronkelijke vorderingen van N.M.C. NV ontvankelijk, maar ongegrond. Verwijst N.M.C. NV in de kosten van beide aanleggen, die het Hof aan de zijde van ORAC NV vaststelt op: - rechtsplegingvergoeding eerste aanleg: euro 116,51 - rolrechten euro 250 - uitgavenvergoeding: P.M. - rechtsplegingsvergoeding in hoger beroep: euro 237,98 en aan de zijde van L.S. ENGINEERING BVBA, S.M.B. BREDA BV en L. samen op: - rechtsplegingvergoeding eerste aanleg: euro 116,51 - rolrechten P.M. - uitgavenvergoeding: P.M. - rechtsplegingsvergoeding in hoger beroep: euro 237,98 Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van het Hof van beroep te Gent, zevende kamer, recht doende in burgerlijke zaken op veertien november tweeduizend en vijf. Aanwezig : H. Debucquoy, raadsheer, waarnemend voorzitter, F. Deschoolmeester, raadsheer, G. Vanderstichele, raadsheer, A. Ferdinande, griffier. Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div