id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Gent Vonnis/arrest van 14 november 2005 ECLI nr: ECLI:BE:HBGNT:2005:ARR.20051114.7 Rolnummer: 2004/AR/2235 Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2007-07-16 Raadplegingen: 129 - laatst gezien 2026-07-02 05:37 Fiche Derde medeplichtigheid aan contractbreuk - aankoop tweedehandsvoertuig UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - VERBINTENISSEN UIT OVEREENKOMST - Gevolgen overeenkomsten t.a.v. derden - Derde medeplichtige contractbreuk Tekst van de beslissing in de zaak van : BUTZI CARS N.V., met maatschappelijke zetel te 1745 Opwijk, Hulst 31, ingeschreven in het handelsregister te Brussel onder nr. 608.088 en met ondernemingsnummer 0 455 203 776, appellante, hebbende als raadsman mr. Magdaleen Beeusaert, advocaat met kantoor te 2000 Antwerpen, Louizastraat 39, 3de verdieping, tegen
- N.V. KBC LEASE BELGIUM, met maatschappelijke zetel te 3000 Leuven, Parijsstraat 52 en met ondernemingsnummer 0 426 403 684, geïntimeerde, hebbende als raadsman mr. Stefaan Bekaert, advocaat met kantoor te 8500 Kortrijk, Mgr. de Haernelaan 62,
- Mr. Johan BOGAERT, advocaat met kantoor te 9200 Dendermonde, Schoolstraat 15, optredende in zijn hoedanigheid van curator over het faillissement van de B.V.B.A. ATO, met maatschappelijke zetel te 9240 Zele, Driesstraat 70A, voorheen ingeschreven in het handelsregister te Dendermonde onder nr. 58.615 en met ondernemingsnmmer 0 477 197 834 in staat van faillissement verklaard bij vonnis van de rechtbank van koophandel te Dendermonde de dato 1 maart 2004, geïntimeerde q.q., in persoon verschijnende, velt het Hof volgend arrest : Partijen werden gehoord in openbare terechtzitting en de stukken werden ingezien.
- Gegevens van de zaak in beroep: 1.
- BUTZI CARS NV stelde op 1 september 2004 hoger beroep in tegen de vonnissen van 27 november 2003 en 3 juni 2004 van de tweede kamer van de rechtbank van koophandel te Dendermonde. KBC LEASE NV en de curator van het faillissement ATO BVBA vorderen de bevestiging van het vonnis. KBC LEASE NV stelde in besluiten neergelegd op 13 september 2004 tegenover BUTZI CARS NV wel een tusseneis in betaling van een schadevergoeding van 2.500 EUR voor instellen van een tergend en roekeloos hoger beroep. 1.
- De blijvende betwisting betreft de verkoop op 31 maart 2003 door ATO BVBA van het door O. BVBA geleasde voertuig BMW Cabrio 330 Ci aan BUTZI CARS NV. O. BVBA had het voertuig op 20 augustus 2001 voor 60 maanden bij KBC LEASE NV geleasd en op 29 juli 2002 heeft ATO BVBA de leaseverbintenissen van O. BVBA tegenover KBC LEASE NV overgenomen. Door de verkoop van het geleasde voertuig miskende ATO BVBA de eigendomsrechten van KBC LEASE NV. 1.
- KBC LEASE NV houdt BUTZI CARS NV bij toepassing van artikel 1382 van het burgerlijk wetboek medeverantwoordelijk voor de schade, die zij als gevolg van de contractbreuk van ATO BVBA leed. Zij stelt dat BUTZI CARS NV als beroepsverkoper tekort kwam aan haar onderzoeksplicht naar de herkomst van het voertuig en meer in het bijzonder heeft nagelaten, om bij de aankoop van het voertuig van ATO BVBA de overlegging te vragen van de aankoopfactuur. Zij vordert voor het Hof nog de betaling van een schadevergoeding gelijk aan de prijs die BUTZI CARS NV voor het aangekochte voertuig bekwam door de doorverkoop op 10 april 2003 aan K. Cars V., zij 31.235,54 EUR vermeerderd met de vergoedende intresten vanaf 31 maart 2003 en gevolgd door de gerechtelijke intresten vanaf 21 oktober 2003 tot aan de betaling. 1.
- BUTZI CARS NV betwist dat zij zich schuldig maakte aan derdemedeplichtigheid aan de contractbreuk van ATO BVBA, aangezien zij geen kennis had van de contractuele verbintenis die ATO BVBA tegenover KBC LEASE NV had opgenomen en niet bewust heeft meegewerkt aan de contractbreuk van ATO BVBA. Zij stelt, dat zij geen reden tot argwaan had: - omdat het voertuig op naam van ATO BVBA was ingeschreven en niet op naam van de lessor-eigenaar van het voertuig, zoals bepaald het K.B. van 27 december 1993 en zoals voorzien in artikel 12 van de eigen algemene voorwaarden van het eigen leasingcontract: ¿Het voertuig zal op naam van de lessor worden ingeschreven bij het Ministerie van Verkeerswezen', - omdat ATO BVBA het voertuig aan een normale prijs aanbood. Zij verwijst terzake
(1)naar de tarieven voor tweedehandse voertuigen van Federauto, die voor dit voertuig een prijs adviseert van 20.550 EUR bij verhandeling in maart 2003 en van 18.940 EUR bij verhandeling in april 2003 en
(2)naar de tarieven van Eurotax, die bij verhandeling in maart 2003 een aankoopprijs van 24.900 EUR en een verkoopprijs van 29.290 EUR adviseert en bij verhandeling in april 2003 een aankoopprijs van 24.600 EUR en een verkoopprijs van 28.940 EUR, - omdat ATO BVBA verklaarde, dat zij het voertuig ¿vrij van lasten en financiering' verkocht. Zij zou haar onderzoeksverplichting bij aankoop van het voertuig nagekomen zijn: - door het opvragen van de identiteitkaart van de zaakvoerder van ATO BVBA, de heer O. (zie stuk 4 in de bundel van BUTZI CARS NV), - door bij de Bank Brussel Lambert te Zele, die op de factuur van ATO BVBA als haar bankier vermeld wordt, telefonisch nagevraagd te hebben ¿of er voor rekening van ATO BVBA bij deze bank financieringen of leningen liepen', wat de bank op 1 april 2003 ook schriftelijk negatief heeft beantwoord (zie stuk 3 in de bundel van BUTZI CARS NV), - door bij de griffie van de rechtbank van koophandel te Dendermonde op 31 maart 2003 telefonisch te hebben nagevraagd ¿of er een factuur door ATO BVBA was gedeponeerd' [wat zou moeten blijken uit de brief van 15 oktober 2003 die de raadsman van BUTZI CARS NV aan de griffie van de rechtbank van koophandel te Dendermonde verzond (zie stuk 9 in de bundel van BUTZI CARS NV)]. Zij zou niet verplicht geweest zijn, om ook nog de voorlegging van een aankoopfactuur te eisen en stelt dat KBC LEASE NV zelf verantwoordelijk is voor de opgelopen schade, omdat zij het voertuig dat haar eigendom was niet op haar naam heeft ingeschreven en het risico dat hieruit volgde, heeft aanvaard. Ondergeschikt betwist zij de gevorderde schadevergoeding en stelt dat die moet herleid worden tot de verkoopprijs, die KBC LEASE NV bij een gedwongen verkoop op 31 maart 2003 had kunnen behalen. 1.
- De eerste rechter veroordeelde ATO BVBA in het vonnis van 27 november 2003 tot de betaling van 42.268,43 3UR, meer de verwijlintresten aan de wettelijke intrestvoet vanaf 4 september 2003 tot aan de betaling, Hij weerhield, dat ATO BVBA haar verbintenissen uit de leasing niet was nagekomen en KBC LEASE NV gerechtigd was op de betaling van alle bedragen, die in deze overeenkomst waren bedongen. Hij sprak zich in dit vonnis niet uit, over de eis die KBC LEASE NV tegenover BUTZI CARS NV bij dagvaarding van 20 december 2003 had ingesteld. 1.
- Eerst in het vonnis van 3 juni 2004 veroordeelde hij BUTZI CARS NV op volgende relevante overwegingen tot de betaling aan KBC LEASE NV de som van 31.235,54 EUR, vermeerderd met de vergoedende intresten aan de wettelijke intrestvoet vanaf 31 maart 2003 tot 20 oktober 2003 en gevolgd door de gerechtelijke intresten tot aan de betaling en veroordeelde hij ATO BVBA tot de vrijwaring van BUTZI CARS NV voor de uitgesproken veroordeling: ¿Een professioneel autohandelaar moet wel degelijk kennis hebben van mogelijke bedrieglijke praktijken die, zoals uit de praktijk blijkt, herhaaldelijk voorkomen in verband met de verkoop van geleasde wagens. Het is daarom dat de professionele autohandelaars de zorgvuldigheidsplicht hebben te onderzoeken of de verkopers wel vrij kunnen beschikken over de wagen. Dergelijk onderzoek kan heel eenvoudig gedaan worden aan de hand van de originele aankoopfactuur van de wagen. Het is dus helemaal niet nodig om te informeren bij de huisbankier van de verkoper of er al dan niet een financiering is, of bij de griffie van de rechtbank van koophandel om te onderzoeken of de factuur neergelegd werd. De professionele autohandelaar, waartoe de rechtbank [BUTZI CARS NV] rekent, weet als professioneel ook dat de boorddocumenten geen afdoende uitsluitsel kunnen geven over het beschikkingsrecht van degene op wiens naam het voertuig ingeschreven staat, en dat de afgifte van de aankoopfactuur terzake veel meer informatie zal verlenen. De oorspronkelijke verkoopfactuur vermeldt inderdaad duidelijk wie de eigenlijke eigenaar is van de wagen ( stuk 1b van [KBC LEASE NV]). Volgens een overvloedige rechtspraak, waar deze rechtbank zich bij aansluit (ondermeer Hof van beroep te Antwerpen 19.10.1988, TBBR, Story Scientia, 89, nr. 6 met nota van Y. Merchiers en nogmaals bevestigd in een commentaar van zelfde Y. Merchiers in "Consumentenrecht" 1989, 2), heeft [BUTZI CARS NV] door de onvoldoende controle van het beschikkingsrecht een fout gemaakt waarvoor zij aansprakelijk is bij toepassing van art 1382 BW. De afwezigheid van opzet van [BUTZI CARS NV] doet niet de minste afbreuk aan de aansprakelijkheid van [BUTZI CARS NV]. Betreffende de schade die [KBC LEASE NV] claimt dient vastgesteld dat deze zich niet zou voorgedaan hebben zonder de wederrechtelijke aankoop van de wagen door [BUTZI CARS NV]. Het is immers door deze verkoop dat [KBC LEASE NV] haar rechten niet meer kan uitoefenen op de wagen. Het oorzakelijk verband tussen fout en schade staat daardoor vast. Anderzijds beperkt de schade zich tot het bedrag dat [KBC LEASE NV] had kunnen recupereren door de verkoop van de wagen, zo zij daarover had kunnen beschikken, en niet tot alle contractuele verplichtingen van de kredietnemer (in dezelfde zin: zie zelfde geciteerde rechtspraak en commentaar, cfr supra). Uit de verkoopfactuur (stuk 14 van [BUTZI CARS NV]) blijkt dat de wagen kon verkocht worden voor 31.235,54 euro aan Kris Cars Verhofstadt. Wanneer [KBC LEASE NV] meent dat de waarde van de wagen nog hoger lag dient zij daarvan het bewijs te leveren (cfr art 870 Ger. Wb). Dat bewijs ontbreekt. De vordering is derhalve gegrond ad 31.235,54 euro meer de vergoedende rente vanaf 31.03.2003 (datum van de vervreemding).'
- Beoordeling 2.
- Waar het vonnis van 27 november 2003 geen veroordeling tegenover BUTZI CARS NV inhoudt, heeft BUTZI CARS NV geen belang bij het beroep, dat zij tegen dit vonnis instelde. Haar hoger beroep tegen dit vonnis is dan ook niet toelaatbaar. 2.
- De eis van KBC LEASE NV komt het Hof niet gegrond voor. 2.2.
- Partijen stellen de contractbreuk van ATO BVBA en evenmin de feitelijke tussenkomst van BUTZI CARS NV bij de contractbreuk van ATO BVBA tegenover KBC LEASE NV in vraag. Er resten dan ook alleen drie vragen: - of BUTZI CARS NV de zorgvuldigheid van een goed huisvader - geplaatst in dezelfde omstandigheden - in acht nam bij de overname van het voertuig. Voor de inschatting van deze fout is geen bedrieglijke medewerking vereist (zie o.a. Cass. 22 april 1983, R.W. 1983/1984, pg. 427). - of haar eventuele fout in causaal verband staat met de schade die KBC LEASE NV leed. - naar de omvang van de schade die KBC LEASE NV leed. 2.2.
- In beginsel mag de deelnemer aan het handelsverkeer rekenen op de goede trouw van zijn medecontractant. Niettemin kunnen de omstandigheden waarvoor de deelnemer zich geplaatst ziet, van aard zijn dat hij tot enige onderzoeksverrichtingen gehouden is. Het Hof weerhoudt volgende omstandigheden die een normaal voorzichtige beroepsverkoper hier tot enige onderzoeksverrichtin-gen moesten aanzetten: - Uit de factuur van garagehouder E. De Schepper, erkend BMW-verdeler, volgt dat het voertuig eerst op 8 november 2001 voor 1.879.599 BEF of 46.594,04 EUR (exclusief de B.T.W. van 21%) aan KBC LEASE NV werd verkocht, zodat de leasing eerst op 7 november 2001 een aanvang nam (zie ook het inschrijvingsbewijs: ¿eerste gebruik op 6 november 2001'). - Het voertuig werd eerst op 31 juli 2002 op naam van ATO BVBA - die de verbintenissen van O. BVBA heeft overgenomen - ingeschreven bij het Ministerie van Verkeer. - De zaakvoerder O. van ATO BVBA, gevestigd te 9240 Zele, verkocht het voertuig dat ATO BVBA niet toebehoorde aldus 8 maanden nadat het voertuig op naam van ATO BVBA bij het Ministerie van Verkeer was ingeschreven. - BUTZI CARS NV, gevestigd te 1745 Opwijk, toont niet aan dat zij voordien al zaken had gedaan met ATO BVBA, zodat de verkoop van een luxevoertuig dat pas 8 maanden op naam van ATO BVBA was ingeschreven, haar tot nadere onderzoeksverrichtingen moest aanzetten. De ervaring leert een garagehouder immers, dat een voertuig in veel gevallen via financiering, leasing of huur wordt verworven en dat de financieringsmaatschappijen of verhuurmaatschappijen zich de eigendom op de voertuigen voorbehouden. Een verkoop van een recent voertuig, waarvoor veelal nog een financiering, huur of leasing loopt, moet in de regel dan ook vragen oproepen bij de beroepsverkoper. 2.2.
- De voorspelbaarheid van een mogelijke tekortkoming aan een contractuele verbintenis door de verkoper, noopten BUTZI CARS NV hier dan ook tot enige onderzoeksverrichtingen. BUTZI CARS NV bewijst evenwel dat zij onderzoeksverrichtingen heeft gesteld en het resultaat hiervan liet een normaal zorgvuldig handelende garagehouder toe om de verkoop af te sluiten. - De vereiste om onderzoeksdaden te stellen moet op een genuanceerde wijze benaderd worden, aangezien geen enkele onderzoeksdaad afdoende waarborgen biedt op de vermijdbaarheid van de contractuele inbreuk, die de verkoper door het afsluiten van de koop/verkoop eventueel begaat. Als handelaar kan de koper niet gehouden zijn tot een doorgedreven onderzoek en rust op hem ook geen resultaats-verbintenis. Dergelijke eisen zijn immers niet verenigbaar met een vlot handelsverkeer en de onderzoeksmogelijkheden van een handelaar, die geen bijzondere middelen voor het voeren van een nuttig onderzoek wordt aangeboden (bvb. een te raadplegen register betreffende geleasde voertuigen, die in België in het verkeer worden gebracht). - BUTZI CARS NV bewijst dat de verkoopprijs die ATO BVBA vroeg, hier ¿niet in het bijzonder' haar wantrouwen moest wekken. De prijs van 26.223,45 EUR die zij voor de aankoop van het voertuig betaalde bedraagt meer dan de adviesprijs van Federauto (een 20.000 EUR) en de adviesprijs van Eurotax (25.000 EUR); en de meerprijs van een 19% die zij bij de doorverkoop van het voertuig behaalde, benadert het verschil tussen de aankoop- en verkoopprijs die Eurotax adviseert en die een verschil van 17% inhoudt. - De eerst voor de handliggende onderzoeksdaad was het opvragen en nazien van het inschrijvingsdocument, dat - in tegenstelling tot de aankoopfactuur van het voertuig - een boorddocument is, dat het voertuig dat in het verkeer gebracht wordt moet vergezellen. BUTZI CARS NV liet zich het document overleggen en kon eruit opmaken, dat het voertuig voor het eerst in gebruik werd genomen op 6 november 2001 en daarna - op 31 juli 2002 - op naam van ATO BVBA (als tweede eigenaar) werd ingeschreven (zie stuk 2 in haar bundel). Dit zwakte het vermoeden af, dat hier bij aankoop - die blijkbaar geen eerste aankoop meer was - nog sprake kon zijn van een geleasd voertuig. Het overgelegde stuk hield veeleer een vermoeden in, dat ATO BVBA eigenaar van het voertuig was geworden. - De tweede voor de handliggende onderzoeksdaad was het opvragen van het identiteitsbewijs van de verkoper, dat hij verplicht bij moest hebben. BUTZI CARS NV bewijst dat zij het identiteitsbewijs van de verkoper heeft opgevraagd, waar zij de kopie ervan overlegt. - BUTZI CARS NV liet de verkoper eigenhandig op de factuur verklaren, dat het voertuig ¿vrij van lasten en financiering' werd verkocht. Zij bewijst ook, dat zij zich heeft gewend tot de Bank Brussel Lambert te Zele, die op de verkoopfactuur van ATO BVBA als huisbankier was vermeld. Deze bank bevestigde dat het bedrijf bij haar geen financieringen of leningen had, wat een vertrouwen in de kredietwaardigheid van ATO BVBA wekte en liet veronderstellen, dat ATO BVBA het voertuig bij aankoop niet had gefinancierd (zie stuk 10 in haar bundel). - Het is evenmin uitgesloten, dat BUTZI CARS NV bij de griffie van de rechtbank van koophandel te Dendermonde heeft nagevraagd naar eventuele neergelegde facturen, alhoewel het sluitend bewijs hiervan ontbreekt. De griffie beantwoordde de vraag van de raadsman van BUTZI CARS NV alleen met de vermelding ¿Geen neergelegde facturen op naam van ATO BVBA - 15.10.2003 - gevolgd door de griffie-stempel'. Deze laatste maatregel had wel geen sluitend antwoord gegeven over de eigendomsrechten van de verkoper, omdat bij leasing geen factuur wordt neergelegd en omdat bij de aankoop van een gefinancierd voertuig de factuur op naam van de eerste koper, zij O. BVBA, zou neergelegd zijn. Maar dat geldt in deze zaak voor elke andere mogelijke maatregel, aangezien KBC LEASE NV geen gebruik maakte van de mogelijkheid die artikel 10 van het KB van 20 juli 2001 op de inschrijving van voertuigen haar verleende, om als eigenaar van het voertuig - bij voorrang op de gebruiker van het voertuig - de aanvraag tot inschrijving van een voertuig in te dienen. 2.2.
- Een normaal voorzichtig handelaar geplaatst in dezelfde omstandigheden had hier dan ook eveneens tot de aankoop van het voertuig kunnen besluiten zonder dat hij binnen het normale handelsverkeer gehouden was tot verdere onderzoeksverrichtingen. Ook KBC LEASE NV heeft bij het afsluiten van de leasing vertrouwen gesteld in de gebruiker/leasingnemer, aangezien zij niet in overeen-stemming met artikel 12 van haar algemene voorwaarden inzake leasingcontracten heeft gehandeld, dat voorzag dat zij zelf het voertuig bij het Ministerie van Verkeer zou inschrijven (wat de contractbreuk hier zeker aan het licht zou gebracht hebben). Het risico dat zij nam door niet in overeenstemming met haar algemene voorwaarden te handelen, is een risico dat haar eigen blijft ook al heeft het Hof begrip voor de feitelijke bezwaren, die er haar van weerhielden om het voertuig op haar naam in te schrijven. Door het risico dat zij nam, kon ATO BVBA moeiteloos het voertuig op 31 juli 2002 op haar naam bij het Ministerie van Verkeer inschrijven en zich als tweede-eigenaar van het voertuig voordoen. ATO BVBA had de garagehouder hier bij een verder onderzoek naar haar eigendomsrechten ook gemakkelijk verder kunnen misleiden door voor te houden, dat de factuur verloren of niet beschikbaar was, of door - bovenop de valse verklaring - een even valse verkoopfactuur over te leggen. 2.
- Uit de hierboven weerhouden overwegingen volgt meteen, dat de tusseneis die KBC LEASE NV tegenover BUTZI CARS NV stelt in betaling van een schadevergoeding voor het instellen van een tergend en roekeloos hoger beroep, ongegrond is. OP DEZE GRONDEN, HET HOF, Op tegenspraak en gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken, Verklaart het hoger beroep tegen het vonnis van 27 november 2003 niet toelaatbaar. Verklaart het hoger beroep tegen het vonnis van 2 juni 2004 ontvankelijk en gegrond. Vernietigt dit vonnis. Verklaart de oorspronkelijke vordering die KBC LEASE NV tegenover BUTZI CARS NV instelde ontvankelijk, maar ongegrond. Verwijst KBC LEASE NV in de kosten van beide aanleggen, die het Hof aan de zijde van BUTZI CARS NV vaststelt op: - rechtsplegingvergoeding eerste aanleg: euro 342,09 - rolrechten euro 186,00 - uitgavenvergoeding : euro 58,23 - rechtsplegingsvergoeding in hoger beroep: euro 475,96 Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van het Hof van beroep te Gent, zevende kamer, recht doende in burgerlijke zaken op veertien november tweeduizend en vijf. Aanwezig : H. Debucquoy, raadsheer, waarnemend voorzitter, F. Deschoolmeester, raadsheer, G. Vanderstichele, raadsheer, A. Ferdinande, griffier. Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div