id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Gent Vonnis/arrest van 14 november 2005 ECLI nr: ECLI:BE:HBGNT:2005:ARR.20051114.8 Rolnummer: 2005/AR/864 Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2007-07-16 Raadplegingen: 91 - laatst gezien 2026-07-02 05:37 Fiche UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Verstek (Gerechtelijk Wetboek) - Termijn op straffe van verval Tekst van de beslissing 2005/AR/864 in de zaak van:
- EB-LEASE N.V., wonende te 9000 GENT, Burgstraat 170, ingeschreven met KBO-nummer 0424.416.570,
- EUROPABANK NV, met maatschappelijke zetel te 9000 GENT, Burgstraat 170, ingeschreven met KBO-nummer 0400.028.394, appellanten, hoger beroep tegen het vonnis gewezen door de rechtbank van Koophandel te Gent, dd. 31.03.
- hebbende als raadsman mr. VAN DEN DAELEN Michel, advocaat te 9000 GENT, Groot-Brittannielaan 151 tegen: B.M., ¿, wonende ¿, geïntimeerde, niet verschijnend noch vertegenwoordigd velt het Hof het volgend arrest: De verschijnende partijen zijn gehoord in raadkamer en het hof heeft kennis genomen van hun stukken en besluiten. * Gezien de voorafgaande procedure. Gezien meer bepaald het tussenarrest van 9 mei
- * Gehoord de heer W. De Pauw, substituut procureur-generaal, in zijn schriftelijk advies mondeling uitgebracht ter terechtzitting van 17 oktober 2005 voornamelijk m.b.t. de vraag naar de tijdigheid van de vordering vanwege de NV Europabank, bedoeld als derdenverzet tegen het vonnis van 13 juni 200, waarbij geadviseerd wordt tot het ontvankelijk verklaren ervan. Terstond is aan de verschijnende partijen de gelegenheid gegeven van repliek te dienen. * Voor het overzicht van de voorafgaande procedure alsmede de vorderingen zij er integraal verwezen naar het tussenarrest van 9 mei
- BEOORDELING I. Wat betreft de beslissing van de eerste rechter in zoverre de vrijwillige tussenkomst van de NV Europabank in de procedure onder toepassing van art. 806 Ger.W., werd afgewezen als onontvankelijk. Het hof sluit zich aan bij het standpunt van de eerste rechter. De procedure die wordt gevoerd met toepassing van art. 806 Ger.W. is een specifieke procedure in een specifieke hypothese, met name waarbij het verstekvonnis niet is betekend geworden binnen het jaar aan de verstekmakende partij. Deze procedure die met toepassing van art. 806 Ger.W. wordt gevoerd, komt hoegenaamd niet neer op een beoordeling na de uitoefening van een gewoon dan wel buitengewoon rechtsmiddel. De regel volgens welke het verstekvonnis als niet bestaande wordt beschouwd bij gebreke van betekening aan de verstekmakende partij binnen het jaar, betreft uitsluitend het kwestieuze verstekvonnis en laat voor het overige de reeds gevoerde procedure volledig, onverkort en in beginsel als niet aan te tasten, bestaan. Aldus zal er binnen de procedure onder toepassing van art. 806 Ger.W. geen mogelijkheid zijn om een vordering uit te breiden noch om een vrijwillige tussenkomst toe te laten (niet bewarend, noch uiteraard - zoals in casu - agressief). Immers, in dergelijk geval worden het debat en de procedure die aanleiding gaven tot het uiteindelijk vervallen verstekvonnis, verruimd wat betreft het voorwerp van de vordering c.q. ten opzichte van een eerder niet aanwezige partij. Een en ander heeft duidelijk te maken met het verbod van aantasting van de rechten van verdediging: de verstekmakende partij moet er kunnen van uitgaan dat hij, binnen het kader van de wederoproeping van de zaak onder toepassing van art. 806 Ger.W. voor dezelfde rechter, tot niets méér noch tegenover iemand anders kan worden veroordeeld dan het geval was in het - bij hypothese - niet bestaand geworden verstekvonnis. Binnen deze context zal het wél mogelijk zijn de oorspronkelijke vordering te verminderen in het onder toepassing van art. 806 Ger.W. opnieuw te vellen vonnis. Deze hypothese is evenwel niet aan de orde: de NV Europabank was geen partij in de procedure die geleid heeft tot het onbestaand geworden verstekvonnis en is voor de eerste rechter vrijwillig tussengekomen in de procedure onder toepassing van art. 806 Ger.W. waarvan het vervallen verstekvonnis was tussengekomen uitsluitend tussen de NV EB-Lease en de heer B.M. De eerste rechter heeft terecht de vrijwillige tussenkomst afgewezen als onontvankelijk. II. A. Met toepassing van art. 1068 Ger.W. wordt door het hoger beroep het gehele geschil aanhangig gemaakt bij de rechter in hoger beroep. Aldus overstijgt het hoger beroep tegen het bestreden vonnis het ¿enge¿ kader van art. 806 Ger.W. en is het hof gehouden over alle vorderingen te oordelen. B. a. In de beroepsakte tegen het bestreden vonnis vordert de NV Europabank dat het vonnis van 13 juni 2001 van de rechtbank van koophandel te Gent, vierde kamer, zou worden vernietigd op het punt waar het de heer B.M. verschoonbaar verklaart en dat voor recht zou worden gezegd dat er geen redenen zijn om de heer B.M. verschoonbaar te verklaren. b. Waar de NV Europabank onder punt I. hierboven geacht wordt op onontvankelijke wijze te zijn tussengekomen in de procedure a quo onder toepassing van art. 806 Ger.W. en meteen ook haar vordering tot niet-verschoonbaarverklaring van de heer B.M. is aangetast door die onontvankelijkheid, moet haar thans in hoger beroep geformuleerde identieke vordering worden beoordeeld alsof deze vordering voor het eerst wordt geformuleerd met de kwestieuze beroepsakte. Met vonnis van 13 juni 2001 is de heer B.M. verschoonbaar verklaard. In het Belgisch Staatsblad van 19 juli 2001 is de beslissing van verschoonbaarheid gepubliceerd. Pas met beroepsakte van 23 maart 2005 formuleert de NV Europabank haar vordering tot niet-verschoonbaarverklaring. Met toepassing van art. 73 en 80 Faillissementswet is deze vordering laattijdig en dus onontvankelijk. III. De NV EB-Lease vraagt in de beroepsakte uitdrukkelijk dat haar vordering onontvankelijk zou worden verklaard. Uiteindelijk komt de houding vanwege de NV EB-Lease hierop neer dat zij eigenlijk, wat haar betreft, geen nieuw verstekvonnis onder toepassing van art. 806 Ger.W. vorderde noch vordert, zodat het verstekvonnis van 7 november 2001 waarbij de heer B.M. niet-verschoonbaar werd verklaard, niet bestaande blijft. Hiervan kan het hof enkel akte nemen. OP DEZE GRONDEN, HET HOF, Recht doende op tegenspraak ten aanzien van de appellanten en bij verstek vanwege de geïntimeerde; Toepassing makend van artikel 24 van de Wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken; Verklaart het hoger beroep van de NV Europabank ongegrond; Bevestigt dienvolgens het bestreden vonnis waar het de vrijwillige tussenkomst van de NV Europabank heeft afgewezen als onontvankelijk; Verklaart de vordering vanwege de NV Europabank tot het niet-verschoonbaar verklaren van de heer B.M. onontvankelijk; Het geschil voor het overige tot zich trekkende: Stelt vast dat de NV EB-Lease vraagt dat haar vordering onontvankelijk wordt verklaard; Neemt hiervan akte; Stelt dienvolgens vast dat het voormelde verstekvonnis van 7 november 2001 niet bestaande blijft. Veroordeelt de appellanten tot de gerechtskosten verbonden aan de procedure voor de eerste rechter en aan de onderhavige beroepsprocedure, niet vast te stellen aan hun zijde daar zij te hunnen laste blijven. Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van het Hof van beroep te Gent, ZEVENDE BIS KAMER, zitting houdende in burgerlij-ke zaken, van veertien november tweeduizend en vijf. Aanwezig : P. VANHERPE Raadsheer, alleenrechtsprekend, W. DE PAUW, Substituut Procureur-generaal, F. JODTS Griffier, Griffier. Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.