id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Gent Vonnis/arrest van 14 november 2005 ECLI nr: ECLI:BE:HBGNT:2005:ARR.20051114.9 Rolnummer: 2005/AR/1709 Rechtsgebied: Insolventierecht Invoerdatum: 2007-07-16 Raadplegingen: 100 - laatst gezien 2026-07-02 05:38 Fiche UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - INSOLVENTIE - Faillissement - Begrip en vereisten Wettelijke bepalingen: Wet - 16-01-2003 - art.23§1 Tekst van de beslissing Voeging : 2005/AR/1709 2005/AR/1710 2005/AR/1709 - in de zaak van :
- G. D. V. L. VOF, met maatschappelijke zetel te 9890 GAVERE, Arboretumstraat 34, ingeschreven met KBO-nummer 0863.607.133,
- D.V., ¿, wonende te ¿, appellanten, hoger beroep tegen het vonnis gewezen door de rechtbank van Koophandel te Gent dd. 1.06.
- hebbende als raadsman mr. VAN MALLEGHEM Jacques, advocaat te 9000 GENT, Coupure 7 tegen: A.G. (qq. faillissement VOF G.D.V.L.), curator, met kantoor ¿, geïntimeerde, in persoon verschijnend, II/ 2005/AR/1710 in de zaak van:
- D.V., wonende te 9890 GAVERE, Arboretumstraat 34,
- D.V.L. VOF.G. , met maatschappelijke zetel te 9890 GAVERE, Arboretumstraat 34, ingeschreven met KBO-nummer 0863.607.133, appellanten, hebbende als raadsman mr. VAN MALLEGHEM Jacques, advocaat te 9000 GENT, Coupure 7 tegen: A.G. (qq. faillissement D.V.), curator, met kantoor ¿, geïntimeerde, velt het Hof het volgend arrest: De partijen zijn gehoord in openbare terechtzitting en het hof heeft kennis genomen van hun stukken en besluiten. A. a. Gezien de verschijning van mevrouw D.V. ter griffie van de rechtbank van koophandel te Gent op 30 november 2004, te 12.00 u., waarbij zij heeft verklaard dat de vennootschap onder firma ¿G.D.V.L.¿, met als ondernemingsnummer is nr. 863.607.133, op duurzame wijze heeft opgehouden te betalen en dat haar krediet geschokt is. Gezien het vonnis van de rechtbank van koophandel te Gent, Vierde Kamer, d.d. 1 december 2004, waarbij de vennootschap onder firma ¿G.D.V.L.¿, met als hoofdelijk aansprakelijke vennoten, mevrouw D.V. en de heer G.Y.G.C., in staat van faillissement is verklaard met bepaling van de datum van 30 november 2004 als datum van de staking van betaling met tevens de aanstelling van Meester G.A. als curator. b.
- Gezien de akte van derdenverzet van 21 december 2004 door de VOF tot het opheffen van het uitgesproken faillissement en tot het voor recht zeggen dat er geen aanleiding bestond om een faillissement uit te spreken en het verder voor recht zeggen dat een einde wordt gesteld aan de opdracht van de curator. Met besluiten neergelegd op 22 februari 2005 voor de eerste rechter komt mevrouw D.V. vrijwillig tussen tot het horen voor recht zeggen dat het verzet van de vennootschap onder firma G.D.V.L. (hierna verder genoemd: de VOF) ontvankelijk en gegrond is.
- De eerste rechter verklaart het derdenverzet ontvankelijk doch ongegrond. c. Gezien de akte van hoger beroep neergelegd op 1 juli 2005 door de VOF en door mevrouw D.V. tot het opheffen van het uitgesproken faillissement van de VOF. B. a. Gezien de verschijning van mevrouw D.V. ter griffie van de rechtbank van koophandel te Gent op 30 november 2004, te 12.15 u., waarbij zij heeft verklaard dat zij op duurzame wijze heeft opgehouden te betalen en dat haar krediet geschokt is. Als ondernemingsnummer wordt nr. 863.607.133 vermeld, zijnde het ondernemingsnummer van de VOF ¿G.D.V.L.¿. Gezien het vonnis van de rechtbank van koophandel te Gent, Vierde Kamer, d.d. 1 december 2004, waarbij zij in staat van faillissement is verklaard met bepaling van de datum van 30 november 2004 als datum van de staking van betaling met tevens de aanstelling van Meester A.G. als curator. b.
- Gezien de akte van derdenverzet van 21 december 2004 door mevrouw D.V. tot het opheffen van het uitgesproken faillissement en tot het voor recht zeggen dat er geen aanleiding bestond om een faillissement uit te spreken en het verder voor recht zeggen dat een einde wordt gesteld aan de opdracht van de curator. Met besluiten neergelegd op 22 februari 2005 voor de eerste rechter komt de VOF vrijwillig tussen tot het horen voor recht zeggen dat het verzet van mevrouw D.V. ontvankelijk en gegrond is.
- De eerste rechter verklaart het derdenverzet ontvankelijk doch ongegrond. c. Gezien de akte van hoger beroep neergelegd op 1 juli 2005 door mevrouw D.V. en de VOF tot het opheffen van het uitgesproken faillissement van mevrouw D.V.. C. Gehoord de heer L.De Smet, advocaat-generaal, in zijn schriftelijk advies in beide zaken mondeling uitgebracht ter terechtzitting van 17 oktober 2005, waarbij geadviseerd wordt de beide hoger beroepen ontvankelijk doch ongegrond te verklaren. Terstond is in beide zaken aan alle partijen de gelegenheid gegeven van repliek te dienen. D. Enerzijds betreft de betwisting het faillissement van een vennootschap onder firma, waarvan in beginsel het faillissement van de vennootschap ook meteen de vaststelling met zich meebrengt dat ook de vennoten hun betaling hebben gestaakt en dat hun krediet wankelt, zodat de vaststelling van het faillissement in hoofde van de VOF G.D.V.L. meteen ook de vaststelling van staking van betaling en wankelen van krediet uitmaakt in hoofde van mevrouw D.V., vennote van de VOF (zie ook motivering ten gronde). Een en ander houdt daarenboven de onsplitsbaarheid van de vorderingen uitgaande van zowel de VOF als van D.V.. Anderzijds is tegen beide vonnissen telkens, na afwijzing van hetzelfde buitengewoon rechtsmiddel (derdenverzet) als ongegrond, hetzelfde gewone rechtsmiddel, nl. het hoger beroep ingesteld. De beide zaken worden dan ook samengevoegd teneinde beslissingen te vermijden die strijdig zouden zijn met mekaar. Voor zoveel als nodig merkt het hof op dat de samenvoeging van de zaken niet hetzelfde is als de samenvoeging van de faillissementen. BEOORDELING I. A. De vennootschap onder firma is een vennootschap die wordt aangegaan tussen hoofdelijk aansprakelijke vennoten en die tot doel heeft een burgerlijke activiteit of een handelsactiviteit uit te oefenen (art. 201 W.Venn.). De VOF zowel als elk der vennoten van de VOF hebben elk rechtspersoonlijkheid. De vennoten onder firma zijn hoofdelijk aansprakelijk voor alle verbintenissen van de vennootschap, ook al heeft een enkele vennoot getekend, mits dit namens de vennootschap geschied is (art. 204 W.Venn.). De vennoten zijn gehouden tot het passief van de VOF doch dit is niet wederkerig: de VOF is immers niet gehouden tot het persoonlijk passief van haar vennoten. Het actief van de respectieve vennoten is niet het actief van de VOF. De schuldeisers van de VOF kunnen ook het vermogen van de vennoten aanspreken. De vennoten zijn gehouden als hoofdelijke schuldenaars met hun eigen afzonderlijk vermogen en niet als een ¿soort van mede-eigenaars¿ van ¿een gezamenlijk vermogen¿ dat - bij hypothese - zou samengesteld zijn uit het vermogen van de vennootschap en de vermogens van elk der hoofdelijk gehouden vennoten. Dat er een onderscheid is tussen het passief en actief van de VOF ten opzichte het actief en passief van de respectieve hoofdelijk gehouden vennoten blijkt duidelijk uit onder meer art. 203 W.Venn. waarin wordt gesteld dat de vennoten in een VOF niet persoonlijk kunnen worden veroordeeld ¿op grond van verbintenissen van de vennootschap zolang deze niet zelf is veroordeeld.¿ (onderstreept door het hof) Met het actief van de respectieve hoofdelijk medegehouden vennoten moet geen rekening worden gehouden tot vaststelling van de staat van staken van betaling en wankelen van krediet in hoofde van de VOF. Overigens, de aanwezigheid van voldoende actief bij de schuldenaar zelf is op zich onvoldoende om de staat van staking van betaling uit te sluiten. Een schuldenaar kan om diverse redenen - zelfs onwil is mogelijk - opeisbare schulden niet binnen redelijke termijn betalen. Voldoende actief sluit faillietverklaring niet noodzakelijk uit. Een schuldeiser kan trouwens niet verplicht worden om, wanneer hij over een opeisbare schuldvordering beschikt, in rechte op te treden tegen de schuldenaar (in casu de VOF), laat staan dat hij kan verplicht worden zijn vordering te formuleren tegenover de hoofdelijk gehouden vennoten. Het actief van de hoofdelijk gehouden vennoten is niet bepalend voor de vaststelling van het al dan niet aanwezig zijn van de toestand van staking van betaling in hoofde van de VOF. Wie een opeisbare schuld heeft, zij het een VOF, zij het een andere vennootschap, moet deze betalen, los van de vaststelling of er al of niet nog medegehouden personen zijn. Ook het wankelen van krediet moet louter in hoofde van de VOF worden beoordeeld, los van de ¿toestand¿ van de hoofdelijk gehouden vennoten. Een schuldeiser is hoegenaamd niet verplicht de kredietwaardigheid van de VOF te beoordelen eveneens rekening houdend met de kredietwaardigheid van haar hoofdelijk gehouden vennoten. B. a. De hoofdelijke aansprakelijkheid voor alle verbintenissen van de vennootschap onder firma brengt met zich mee dat de faillietverklaring van de vennootschap onder firma de vaststelling inhoudt van wankel krediet en ophouden van betalen in hoofde van ieder der vennoten. Indien wordt vastgesteld dat de faillissementsvoorwaarden ten tijde van de faillietverklaring verenigd waren in hoofde van de VOF én bijgevolg de faillietverklaring van de VOF terecht is uitgesproken, dan heeft dit meteen tot gevolg dat er sprake is van staking van betaling en wankelen van krediet in hoofde van D.V., vennote van de VOF. b. De bijzondere aard van de vennootschap onder firma leidt tot voormelde gevolgen naar de hoofdelijk verbonden vennoot toe. Door de Wetgever wordt een diverse waaier aan mogelijke soorten vennootschappen verschaft. Elke soort vennootschappen heeft haar eigen kenmerken met haar mogelijkheden en onmogelijkheden. De keuze van de aard van vennootschap heeft haar gevolgen naar de vennoten toe. Naargelang van de aard van vennootschap is er vaak een ander soort van gehoudenheid c.q. aansprakelijkheid in hoofde van de vennoten. Aldus is er geen aanleiding tot het stellen van een prejudiciële vraag aan het Arbitragehof zoals door de appellanten gesuggereerd: de keuze van de concrete vennootschap als ¿vennootschap onder firma¿ heeft, door haar eigen aard, haar gevolgen naar de vennoten toe, mede op faillissementsrechtelijk vlak. De weg naar de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, naamloze vennootschap, coöperatieve vennootschap enz¿ stond ook open. In casu is er een vennootschap onder firma gekozen. c. Mede gezien de bijzonder strenge en harde gevolgen van het faillissement van de vennootschap onder firma naar de hoofdelijk gehouden vennoten toe, is het in de praktijk aangewezen dat alle hoofdelijk gehouden vennoten uitgenodigd worden om te worden gehoord vooraleer er nopens de al dan niet faillietverklaring van de VOF uitspraak wordt gedaan. Dergelijk voorafgaand horen van de vennoten is evenwel geen verplichting. Om over te gaan tot het failliet verklaren van de VOF moet worden vastgesteld dat er in hoofde van de VOF sprake is van staken van betaling en wankelen van krediet. II. A. Bij monde van mevrouw D.V. heeft de VOF aangifte gedaan van staking van betaling en wankelen van krediet. Het is juist dat de faillissementsrechter, vooraleer over te gaan tot de faillietverklaring op aangifte, moet nagaan of de verklaring vanwege de schuldenaar beantwoordt aan de werkelijkheid. In tegenstelling tot de hypothese waarbij er door het Openbaar Ministerie dan wel door een schuldeiser in faillissement wordt gedagvaard, is er in hoofde van de schuldenaar die zelf aangifte van staat van faillissement verricht een sterk vermoeden dat er ook daadwerkelijk sprake is van staat van faillissement. Een normale handelaar zal niet op lichtvaardige wijze door aangifte zijn faillissement uitlokken. De mogelijkheid van een vergissing in hoofde van wie de aangifte heeft verricht blijft evenwel open. De rechter moet, ook in geval van aangifte van faillissementstoestand, onderzoeken of de faillissements-voorwaarden ook daadwerkelijk aanwezig waren. B. a. Er was in hoofde van de VOF sprake van duurzame staking van betaling. Dit blijkt uit het naar de heersende commerciële geplogenheden te lang uitblijven van betaling van facturen vanwege de NV Bruno & Chardin te Brussel. Op datum aangifte faillissement (30 november 2004) was er aan facturen die al meer dan één maand vervallen waren, een openstaande schuld van 5.662,88 euro. (zie stuk nr. 1, dossier curator) De Deense firma B-Young had een openstaande schuldvordering uit hoofde van een factuur d.d. 19 oktober 2004 van 814,80 euro. (zie stuk nr. 2, dossier curator) Uit de voorliggende stukken blijkt nergens dat er bij de VOF voldoende liquiditeit voorhanden was om deze schuld snel dan wel binnen redelijke termijn te voldoen. b. Er was eveneens sprake van wankelen van krediet in hoofde van de VOF
- In het bericht vanwege AXA Bank Belgium NV d.d. 7 december 2004, gericht aan de VOF, is sprake van een geaccepteerde wissel van 4.386,18 euro met vervaldag 30 november 2004, die door ¿Replay Box¿ is aangeboden op de vervaldag doch werd geweigerd wegens onvoldoende provisie en die dienvolgens is geprotesteerd. (zie stuk nr. 3, dossier curator). Uit de besluiten voor de appellanten, neergelegd op 9 augustus 2005, blz. 10, tweede alinea blijkt dat er ¿slechts¿ sprake zou zijn geweest van 3.676,61 euro als schuld. Waar dit als waar mag worden aangenomen, mede gezien de aangifte van schuldvordering door de firma Replay Box voor het laatstgenoemde bedrag (zie stuk nr. 7, dossier appellanten), kan echter niet voorbijgegaan worden aan de vaststelling dàt er nog altijd dergelijk bedrag van 3.676,61 euro open stond en dat dit bedrag niet is betaald geworden. Integendeel¿de dag zelf van de vervaldag doet de VOF aangifte van duurzaam staken van betalen en wankelen van krediet¿
- Daarenboven blijkt dat mevrouw D.V. zélf, hoofdelijk medegehouden vennoot van de VOF, de toestand van de VOF het best kennende, met haar voorgehouden beschikbare gelden op haar persoonlijke rekeningen geen krediet heeft verschaft aan de VOF. De VOF vond bijgevolg bij haar eigen vennote een in beginsel vlot te vinden krediet, niet. C. Daar waar in hoofde van de VOF G.D.V.L. de faillissementsvoorwaarden waren verenigd op datum faillissementsvonnis van 1 december 2004, is zij terecht door de rechtbank van koophandel in staat van faillissement verklaard. III. Zoals hierboven reeds bevestigd: de hoofdelijke aansprakelijkheid voor alle verbintenissen van de vennootschap onder firma brengt met zich mee dat de faillietverklaring van de vennootschap onder firma de vaststelling inhoudt van wankel krediet en ophouden van betalen in hoofde van ieder der vennoten. Mevrouw D.V. is vennote van de VOF G.D.V.L.. Zij is dan ook terecht eveneens in staat van faillissement verklaard. OP DEZE GRONDEN, HET HOF, Recht doende op tegenspraak Toepassing makend van artikel 24 van de Wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken; Voegt beide hoger beroepen samen; Verklaart beide hoger beroepen ontvankelijk doch ongegrond. Veroordeelt de respectieve appellanten tot hun eigen gerechtskosten verbonden aan onderhavige beroepsprocedure, niet vast te stellen aan hun zijde daar zij te hunnen laste blijven, en vastgesteld aan de zijde van de curator, in beide beroepsprocedures, op nihil. Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van het Hof van beroep te Gent, ZEVENDE BIS KAMER, zitting houdende in burgerlij-ke zaken, van veertien november tweeduizend en vijf. Aanwezig : P. VANHERPE Raadsheer, alleenrechtsprekend, L. DE SMET Advocaat-generaal, F. JODTS Griffier, Griffier. Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.