← België

ECLI:BE:HBGNT:2005:ARR.20051201.8

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Gent Vonnis/arrest van 01 december 2005 ECLI nr: ECLI:BE:HBGNT:2005:ARR.20051201.8 Rolnummer: 2003/AR/1328 Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2007-07-31 Raadplegingen: 100 - laatst gezien 2026-07-02 05:44 Fiche UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - HUWELIJKSVERMOGENSRECHT - Wettelijk stelsel - Ontbinding/ Vereffening Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 1455, 1446-1447 Tekst van de beslissing in de zaak van: V.J (elders ook geschreven als: J), ¿, wonende te X, appellant, hebbende als raadsman mr. VAN DER GUCHT Willy, advocaat te 9000 GENT, Sint Denijslaan 201 tegen: V.G,¿, wonende teY, geïntimeerde, hebbende als raadsman mr. HAENTJENS Jaak, advocaat te 9160 LOKEREN, Knokkestraat 33 velt het Hof het volgend arrest: Het Hof heeft kennis genomen van het bestreden vonnis van 24 april 2003 gewezen door de rechtbank van eerste aanleg te Dendermonde, derde kamer, waartegen de appellant bij appèlakte van 30 mei 2003, tijdig en op regelmatige wijze hoger beroep heeft ingesteld. Ook het incidenteel beroep van de geïntimeerde, ingevolge conclusie neergelegd op 15 december 2003, werd regelmatig ingesteld. Het Hof nam inzonderheid kennis van het tussentijds proces-verbaal van beweringen en zwarigheden opgesteld door boedelnotaris Astrid DE WULF met standplaats te Dendermonde op 2 december 2002, neergelegd ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg te Dendermonde op 9 januari

  1. De partijen werden gehoord in openbare terechtzitting bij monde van hun respectieve raadslieden. Zowel de neergelegde conclusies als de overgelegde stukken werden ingezien. Naar aanleiding van de behandeling van de zaak heeft het Hof ambtshalve de exceptie van de nietigheid van het bestreden vonnis opgeworpen wegens de niet-vermelding van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken. De raadslieden van de partijen zijn het erover eens dat de taalwet werd nageleefd in eerste aanleg en de procedure en behandeling van de zaak volledig in het Nederlands zijn verlopen, waarvan akte. Nu de vermelding voorgeschreven door artikel 41 taalwet gerechtszaken niet voorgeschreven is op straffe van nietigheid en waar blijkt dat de niet-vermelde toepassing van de taalwet gerechtszaken werkelijk in acht is genomen, is het vastgesteld verzuim niet van aard om tot de nietigheid van het vonnis te besluiten. bespreking
  2. In het kader van de verrichtingen van vereffening-verdeling van het door echtscheiding ontbonden huwelijkstelsel van de partijen rees een tussengeschil met betrekking tot het hen in onverdeeldheid toebehorend onroerend goed, namelijk een woonhuis met aanhangen, op en met grond, gelegen te A, Beide partijen wensen dit onroerend goed over te nemen. Enerzijds vraagt de appellant om het onroerend goed terug te nemen op grond van artikel 1455 B.W.. Anderzijds vraagt de geïntimeerde de preferentiële toewijzing van de gezinswoning op schatting overeenkomstig artikel 1447 B.W.. In ondergeschikte orde vraagt ook de appellant de preferentiële toewijzing van de gezinswoning op schatting overeenkomstig artikel 1447 B.W..
  3. In het bestreden vonnis werd als volgt beslist: - het hoger nader beschreven onroerend goed hangt af van de huwgemeenschap V.E - V.B; - V.J ¿ bedoeld wordt de appellant ¿ heeft geen recht op terugneming overeenkomstig artikel 1455 B.W. voor wat betreft de grond zoals nader omschreven; - de huwgemeenschap V.E - V.B is aan het eigen vermogen van de appellant een vergoeding verschuldigd gelijk aan de waarde van de grond op het ogenblik van de ontbinding van het stelsel tussen partijen wat de goederen betreft, zijnde 19 juni 2001; - de zaak werd terug verzonden naar de boedelnotaris teneinde verder te handelen als naar recht; - de kosten van de procedure werden ten laste van de massa gelegd.
  4. Het hoger beroep van de appellant strekt tot het tenietdoen van het bestreden vonnis en opnieuw wijzende, tot het doen zeggen voor recht dat: - het ¿advies' van notaris Astrid DE WULF juist is en dient gevolgd; - de appellant het onroerend goed kan terugnemen overeenkomstig artikel 1455 B.W., met verwijzing naar de boedelnotaris teneinde deze toe te laten te handelen als naar recht. De geïntimeerde besluit tot de ongegrondheid van het hoger beroep en vraagt de veroordeling van de appellant tot de kosten van het hoger beroep.
  5. De geïntimeerde stelt incidenteel beroep in en vraagt de hervorming van het betreden vonnis in die zin dat de beslissing van de eerste rechter tot toekenning van een vergoeding aan de appellant, gelijk aan de waarde van de grond op het ogenblik van de ontbinding van het stelsel, teniet wordt gedaan. Zij vraagt het Hof te zeggen voor recht dat de appellant geen vergoeding kan vorderen voor de inbreng van de kwestieuze bouwgrond in het gemeenschappelijk vermogen. De appellant vordert tevens de afwijzing van het incidenteel beroep als ongegrond.
  6. Het Hof acht de zaak vooralsnog niet in staat van wijzen. 5.
  7. Op 2 mei 1980 zijn de partijen klaarblijkelijk gehuwd voor de ambtenaar van de burgerlijke stand te Zele onder het wettelijk stelsel ingevolge huwelijkscontract verleden voor notaris Jan HEIREMANS op 22 april
  8. De appellant heeft het perceel grond waarop de gezinswoning werd gebouwd, zoals niet wordt betwist, dan ingebracht in de huwgemeenschap. De boedelnotaris houdt gestand dat geen verzakingsclausule werd opgenomen in desbetreffend huwelijkscontract, hetgeen de appellant erkent. De geïntimeerde voert aan dat de appellant de bouwgrond in het gemeenschappelijk vermogen heeft ingebracht zonder welkdanige voorwaarde of beding van vergoeding bij vereffening van het stelsel. Afgezien de noodzaak tot controle van deze beweringen, inzonderheid of al dan niet enige verzakingsclausule - in de zin van een expliciete uitsluiting van het recht tot terugname overeenkomstig art. 1455 B.W. ¿ deel uitmaakt van het huwelijkscontract, dringt zich evenzeer een volledige lezing ervan op teneinde na te gaan of niet op enige impliciete wijze aan de terugneming werd verzaakt door ¿ bijvoorbeeld ¿ de opname van een vereffeningsbeding. Zonder overlegging van het huwelijkscontract als dusdanig is het voor het Hof onmogelijk één en ander na te gaan. De partijen kunnen desgevallend nog nader concluderen nopens de eventuele impliciete verzaking aan art. 1455 B.W. door bepaalde bedingen in het huwelijkscontract. 5.
  9. Op 23 april 2002 werd het proces-verbaal van opening van werkzaamheden opgesteld door de boedelnotaris. Nu toch de heropening van de debatten dient te worden bevolen, komt het aangewezen voor dat ook dit proces-verbaal van opening van werkzaamheden en de daaropvolgende briefwisseling tussen raadslieden en notaris zouden worden overgelegd. 5.
  10. Tenslotte stelt het Hof vast dat bepaalde argumentatie van de geïntimeerde ¿ waar deze voorhoudt dat de artikelen 1446 en 1447 B.W. van dwingend recht zijn zodat van de toepassing ervan door art. 1455 B.W niet kan afgeweken worden (conclusies neergelegd ter griffie op 14 oktober 2004, blz. 2) ¿ door de appellant niet werd (kon worden) ontmoet in conclusies. Hij wordt daartoe uitgenodigd n.a.v. de heropening van de debatten. OP DIE GRONDEN, HET HOF, recht doende op tegenspraak, gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechts¬zaken; Verklaart het principaal en het incidenteel beroep toelaatbaar. Alvorens nader te beslissen: Beveelt ambtshalve de heropening van de debatten teneinde de partijen toe te laten te handelen naar recht zoals het behoort en zoals hoger overwogen. Stelt de zaak daartoe voor verdere behandeling op de openbare terechtzitting van deze kamer van donderdag 8 juni 2006 om 10.00 uur in het bijgebouw van het gerechtsgebouw te 9000 Gent, Koophandelsplein
  11. Verzoekt de partijen om, zo zij nog concluderen, hun laatste conclusies als syntheseconclusies aan te merken die alle vorige conclusies zullen vervangen, ook die in eerste aanleg en alle argumenten zullen bevatten die zij nog aanhouden zodat het Hof zich, om redenen van proceseconomie, zal kunnen beperken tot het lezen en beantwoorden van die syntheseconclusies. Houdt de beslissing nopens de kosten aan. Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van het Hof van beroep te Gent, ELFDE KAMER, zetelende in burgerlijke zaken, op EEN DECEMBER TWEEDUIZEND EN VIJF. aanwezig: S. DE BAUW, raadsheer A. DEENE, raadsheer L. THABERT, raadsheer D. VAN DEN DRIESSCHE, griffier Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.