id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Gent Vonnis/arrest van 16 januari 2006 ECLI nr: ECLI:BE:HBGNT:2006:ARR.20060116.10 Rolnummer: 2004/AR/601 Rechtsgebied: Handelsrecht Invoerdatum: 2007-08-01 Raadplegingen: 100 - laatst gezien 2026-07-01 04:06 Fiche UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - VENNOOTSCHAPPEN - Besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid - Overdracht en overgang Vrije woorden: Overdracht van niet volstorte aandelen van een B.V.B.A . Is de vennootschap en derden vanaf de inschrijving in het aandelenregister tegenstelbaar (art.250 Vennootschapswet) - geen ruimte om bij analogie toepassing te maken van de regelgeving op de NV's (art.507) of van de art. 1271 e.v B.W - alleen de bestuurdersfout, de burgerlijke fout of art. 17 tot 20 van Faillissementswet rest. Tekst van de beslissing in de zaak van :
- M.D, wonende te X en met ondernemingsnummer¿.,
- N.C, wonende te Y, appellanten, hebbende als raadsman mr. Fernand Moeykens, advocaat met kantoor te 8310 Brugge (Sint-Kruis), Puienbroeklaan 33, tegen
- Mr. Michel LANDUYT, advocaat met kantoor te 8430 Middelkerke, Koninginnelaan 73, optredende in zijn hoedanigheid van curator over het faillissement van de B.V.B.A. SAVANNA, met maatschappelijke zetel te 8820 Torhout, Markt 20, destijds ingeschreven in het handelsregister te Oostende onder nr. 55.559, hiertoe aangesteld bij vonnis van 21 september 2001 van de rechtbank van koophandel te Brugge, afdeling Oostende, geïntimeerde q.q., hebbende als raadsman mr. Philippe Boutens, advocaat met kantoor te 8400 Oostende, Van Iseghemlaan 149 bus 1,
- H.C, ¿, wonende te Z, geïntimeerde, hebbende als raadsman mr. Laurent Boudolf, advocaat met kantoor te 8200 Brugge, Sint-Andries, Dirk Martensstraat 23, velt het Hof volgend arrest : Partijen werden gehoord in openbare terechtzitting en de stukken werden ingezien.
- Gegevens van de zaak in beroep: 1.1 M.D en N.C stelden op 2 maart 2004 hoger beroep in tegen het vonnis van 20 januari 2004 van de vierde kamer van de rechtbank van koophandel te Brugge, afdeling Oostende. H.C stelde in besluiten neergelegd op 10 december 2004 impliciet incidenteel hoger beroep in. De curator van het faillissement SAVANNA BVBA vordert de bevestiging van het vonnis. 1.2 De blijvende betwistingen betreffen de eis van de curator van het faillissement SAVANNA BVBA die strekt tot de hoofdelijke veroordeling van M.D, N.C en H.C tot de volstorting van de aandelen van SAVANNA BVBA, zij tot de betaling van 12.394,68 EUR, vermeerderd met de gerechtelijke intresten en de gedingskosten. - M.D heeft op 3 april 1998 samen met C.V, die haar aandelen op 20 augustus 1999 aan N.C heeft overgedragen, de vennootschap SAVANNA BVBA opgericht met een kapitaal van 375.000 BEF of 9.296,01 EUR, waarvan 250.000 BEF of 6.197,34 EUR niet volstort blijft. - M.D en N.C hebben alle aandelen van SAVANNA BVBA op 29 december 2000 aan H.C overgedragen. De overdracht werd op dezelfde datum ingeschreven in het aandelenregister. SAVANNA BVBA werd op 29 september 2001 failliet verklaard. - De curator van het faillissement SAVANNA BVBA stelt dat de vennootschap bij het openvallen van het faillissement nog bezwaard is met 20.733,22 EUR aan onbetaalde schulden, die al bestonden op het ogenblik van de overdracht. Hij stelt dat - bij toepassing van artikel 507 van de vennootschappenwet van 7 mei 1999 - de overdracht van de niet volstorte aandelen M.D en N.C niet kon ontslaan van hun verplichting, om tot beloop van het niet-volstorte bedrag bij te dragen in deze schulden, ook al had de vennootschap toen nog geen volstorting van de aandelen gevraagd. - In ondergeschikte orde beroept hij zich op het gemeen recht. Hij stelt dat M.D en N.C gehouden blijven tot de volstorting van de aandelen, aangezien de overdracht van de schuld niet aan de schuldeisers kan tegengeworpen worden en de schuldeisers de schuldenaar uitdrukkelijk moesten ontslaan van de betaling van de overgedragen schuld. 1.3 M.D en N.C stellen dat zij bij toepassing van artikel 507 van de vennootschappenwet van 7 mei 1999 niet tot de volstorting van de aandelen verplicht zijn: - Zij stellen, dat zij de niet volstorte aandelen op 29 december 2000 aan H.C hebben overgedragen en in het aandelen-register hebben ingeschreven en de vennootschap de volstorting van de aandelen nog niet had gevorderd op het ogenblik van de overdracht en de inschrijving. De vennootschap werd eerst later - op 21 september 2001 - failliet verklaard en eerst dan werd het niet volstorte kapitaal opgevraagd. - Zij houden verder voor, dat artikel 507 van de vennoot-schappenwet een regelgeving voor de naamloze vennootschappen betreft, die niet naar analogie op de BVBA's kan worden toegepast. - In ondergeschikte orde stellen zij, dat de curator van het faillissement SAVANNA BVBA geen bewijs levert van onbetaald gebleven schulden van vóór de openbaarmaking van de overdracht van de aandelen. 1.4 H.C, bijgetreden door M.D en N.C, houdt voor, dat (minstens) rekening moet gehouden worden met een storting van 243.000 BEF of 6.023,81 EUR, die hij op 18 oktober 1999 op de rekening van SAVANNA BVBA overschreef en die als aanbetaling op het nog te volstorten kapitaal moet verrekend worden. De eis van de curator zou - wat de hoofdsom betreft - aldus moeten herleid worden tot 6.370,86 EUR. 1.5 Op volgende relevante overwegingen veroordeelde de eerste rechter M.D, N.C en H.C hoofdelijk tot de volstorting van de aandelen tegenover de curator van het faillissement SAVANNA BVBA, waarna hij H.C veroordeelde tot de vrijwaring van M.D en N.C voor de tegenover hen uitgesproken veroordeling, aangezien zij de aandelen van M.D en N.C heeft overgenomen: ¿Eerst en vooral dient aangenomen te worden dat de curator zoals hij thans optreedt, wel dient beschouwd te worden als vertegenwoordiger van de vennootschapsschuldeisers. Dit brengt mee dat een overdrager van aandelen wel kan aangesproken worden en dit ten bedrage van het niet-volgestorte gedeelte van de door hem overgedragen aandelen voor vennootschapsschulden die reeds bestonden op het ogenblik van de overdracht. Wel dient de overnemer de overdrager te vrijwaren voor alle aanspraken van de curator. Het is immers zo dat derden voor de uitvoering van de volstortingsplicht mogen rekenen op de solvabiliteit van degene die vennoot waren op het ogenblik, waarop zij met de vennootschap contracteerden. In casu werd de overdracht van aandelen van [M.D en N.C] aan [H.C] op 29.12.2000 ingeschreven in het aandelenregister. Uit de stukken voorgelegd door de curator blijkt dat op die vermelde datum de vennootschap reeds schulden had opgebouwd ten bedrage van 20.733,22 euro, schulden die nog steeds bestonden op datum van faillissement. Dit betekent derhalve dat [H.C] kan aangesproken worden voor de volstorting val de aandelen en dit ten bedrage van 12.394,68 euro. Bovendien kunnen [M.D en N.C] eveneens worden aangesproken voor dit bedrag, gezien dit bedrag beneden de hierboven vermelde maximumgrens van 20.733,22 euro ligt. Wel is het zo dat eerste verweerster gehouden is tot vrijwaring van de bedragen waartoe tweede en derde verweerders worden veroordeeld, zo in hoofdsom, intresten en kosten.¿
- Beoordeling 2.1 De curator van het faillissement SAVANNA BVBA spreekt M.D en N.C alleen aan in hun hoedanigheid van (gewezen) aandeelhouders en grondt zijn vordering uitsluitend op een analoge toepassing van artikel 507 van de vennootschappenwet van 7 mei 1999 en op de artikelen 1271 en volgende van het burgerlijk wetboek die bepalen, dat de schuldenaar die zijn schuld aan een derde overdraagt eerst van zijn betalingsverplichting bevrijd is, zo de schuldeiser hem van zijn verbintenis ontslaat. Zijn vordering is niet gegrond op de burgerlijke fout (de artikelen 1382 en volgende van het burgerlijk wetboek), evenmin op de fout van de bestuurder (de artikelen 262 en volgende en artikel 332 van de vennootschapswet) of artikelen 17 tot 20 van de faillissementswet. 2.2 In tegenstelling tot de regelgeving op de naamloze vennootschappen - waar bij toepassing van artikel 507 van de vennootschappenwet van 7 mei 1999 de inschrijvers zonder meer verplicht blijven tot de volstorting van de aandelen tot beloop van de onbetaald gebleven schulden van vóór de openbaarmaking van de overdracht - zijn de inschrijvers op aandelen van een BVBA alleen tot de volstorting van de onderschreven aandelen gehouden, indien de overdracht van de aandelen onder bezwarende begeleidende omstandigheden plaats vindt. 2.2.1 De vennootschappenwet van 7 mei 1999 werkte voor de B.V.B.A, zowel als voor de naamloze vennootschap, een eigen regelgeving uit voor de overdracht van aandelen. Zij voorziet nergens dat bepalingen uit de regelgeving op de naamloze vennootschap van overeenkomstige toepassing zouden zijn op de B.V.B.A. Zo voorziet de regelgeving op de B.V.B.A.'s niet in wettelijke beperkingen op de vrije overdraagbaarheid van aandelen in tegenstelling met de regelgeving op de naamloze vennootschappen (zie de artikelen 249 tot 252 voor de overdracht van aandelen in de B.V.B.A. en de artikelen 506 tot 509 voor de overdracht van aandelen in de naamloze vennootschap). En ook artikel 250 van de vennootschappenwet, dat bepaalt dat de overdrachten en de overgangen van aandelen ten aanzien van de B.V.B.A. en van derden geldt vanaf de datum van inschrijving in het aandelenregister zoals die voorzien is in artikel 235, is niet gelijklopend met de regelgeving op de naamloze vennootschap (zie de artikel 506). De regelgeving op de naamloze vennootschap kan dan ook niet bij analogie toegepast worden op de B.V.B.A. 2.2.2 Waar in de statuten geen bijzondere goedkeuringsvoorwaarden zijn opgenomen voor de overdracht van nog niet volstorte aandelen, moet worden aangenomen dat de aandeelhouders/oprichters de nieuwe eigenaars van de aandelen anticipatief hebben aanvaard als schuldenaars voor de nog te volstorten bedragen (zie Cass. 21 januari 1892, Pas. 1892, 92 en Cass. 31 januari 1889, Pas. 1889, 101 met conclusie Proc. Gen. Mesdagh de ter Kiele, J.T. 1889, 183). De terugwerking ¿tot op de datum van de statuten die voorzien in een schuld van de aandeelhouders tegenover de vennootschap' impliceert dan ook dat de overdragers niet meer tot de volstorting gehouden zijn van zodra de overdracht aan de vennootschap kan worden tegengeworpen door de inschrijving ervan in het aandelenregister. De regelgeving op de vennootschappen - en hier meer in het bijzonder de artikelen 249 e.v. en 506 e.v. die de overdrachten en overgangen ten aanzien van de BVBA/NV en van derden regelen - primeert de toepassing van de artikelen 1271 en volgende van het burgerlijk wetboek. 2.2.3 Alleen bezwarende maatregelen die de overdracht van aandelen zou begeleid hebben, kunnen de curator toelaten om (bijvoorbeeld bij toepassing van artikel 1382 van het burgerlijk wetboek) een verhaal uit te oefenen tegenover de gewezen aandeelhouders, die hun niet volstorte aandelen overlieten. De bewijslast van de bezwarende omstandigheden berust op de curator van het faillissement SAVANNA BVBA. De curator grondt zijn vordering hier evenwel niet op begeleidende bezwarende omstandigheden. 2.3 Appellanten hebben de bewijslast voor hun bewering, dat de betaling op 18 oktober 1999 van 243.000 BEF of 6.023,81 EUR een (aan)betaling op het nog te volstorten kapitaal uitmaakte. Dit bewijs wordt geenszins geleverd. Uit geen enkel stuk volgt dat de vennootschap of haar zaakvoerder de betaling van het saldo van het onderschreven kapitaal heeft opgevraagd; de reden van de betaling evenals de herkomst van de gelden, wordt niet nader geduid. Het Hof bevestigt dan ook het vonnis van de eerste rechter wat de veroordeling van H.C tegenover de curator van het faillissement SAVANNA BVBA betreft. OP DEZE GRONDEN, HET HOF, Op tegenspraak en gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken, Verklaart de hogere beroepen ontvankelijk, het hoofdberoep van M.D en N.C gegrond en de incidenteel hoger beroep van H.C ongegrond. Vernietigt het bestreden vonnis alleen wat de veroordeling van M.D en N.C tegenover de curator van het faillissement SAVANNA BVBA betreft en verklaart de eis van de curator van het faillissement SAVANNA BVBA tegenover hen ongegrond. Bevestigt het betreden vonnis, wat de veroordeling van H.C tegenover de curator van het faillissement SAVANNA BVBA betreft, waaronder haar veroordeling tot de kosten begroot op 617,09 EUR. Verwijst de curator van het faillissement SAVANNA BVBA in de kosten van beide aanleggen aan de zijde van M.D en N.C, die het Hof aan hun zijde vaststelt op: - rechtsplegingvergoeding eerste aanleg: euro 334,66 - rolrechten euro 185,92 - uitgavenvergoeding : euro 58,78 - rechtsplegingsvergoeding in hoger beroep: euro 475,96 Verwijst H.C en de curator van het faillissement SAVANNA BVBA in de eigen kosten van het hoger beroep. Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van het Hof van beroep te Gent, zevende kamer, recht doende in burgerlijke zaken op zestien januari tweeduizend en zes. Aanwezig : H. Debucquoy, raadsheer, waarnemend voorzitter, F. Deschoolmeester, raadsheer, G. Vanderstichele, raadsheer, A. Ferdinande, griffier. Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div