id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Gent Vonnis/arrest van 25 januari 2006 ECLI nr: ECLI:BE:HBGNT:2006:ARR.20060125.8 Rolnummer: 2002/AR/968 Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2007-08-01 Raadplegingen: 113 - laatst gezien 2026-07-01 04:07 Fiche UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - VERBINTENISSEN UIT OVEREENKOMST - Totstandkoming overeenkomst Vrije woorden: Verbintenissen - totstandkoming van de overeenkomst - wederzijdse algemene voorwaarden. Tekst van de beslissing in de zaak van : N.V. DYNACO EUROPE, met maatschappelijke zetel te 9310 Moorsel, Waverstraat 3, ingeschreven in het handelsregister te Aalst onder nr. 64.232 en met ondernemingsnummer 0439 752 567, appellante, hebbende als raadsman mr. Michel De Ridder, advocaat met kantoor te 1200 Brussel, A.J. Slegerslaan 65/3, tegen N.V. TRANSMO, met maatschappelijke zetel te 2870 Puurs, Pullaar 205 en ingeschreven in het handelsregister te Mechelen onder nr. 73.230 geïntimeerde, hebbende als raadsman mr. Alain Légat, advocaat met kantoor te 9100 Sint-Niklaas, Dr. A. Verdurmenstraat 25, velt het Hof het volgend arrest: Het Hof heeft in openbare terechtzitting de partijen in hun middelen en conclusies gehoord, alsmede de stukken ingezien. Het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank van koophandel te Dendermonde, afdeling Aalst, eerste kamer, van 30 oktober 2001, werd ingesteld bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van het Hof op 29 april
- Het is tijdig en regelmatig naar de vorm. I. Antecedenten.
- Einde 2000 bestelt appellante bij geïntimeerde 2.100 elektrische motoren, waarbij strikte leveringstermijnen en (naar geïntimeerde voorhoudt) stipte betalingsmodaliteiten worden afgesproken (30 dagen na factuurdatum). Geïntimeerde beklaagt er zich over dat appellante deze betalingsvoorwaarden niet naleeft en met dagvaarding van 19 maart 2001 vordert zij betaling van 3.047.501 frank (= _ 75.545,58), uit hoofde van openstaande facturen, meer een schadebeding van 10 % en de verwijlintresten aan 12 %. Ingevolge de betaling van de openstaande facturen na de dagvaarding, wordt deze vordering in conclusies verminderd tot 647.777 frank (= _ 16.057,97), hetzij 511.956 frank (= _ 12.691,06) uit hoofde van schadebeding en 135.821 frank (= _ 3.366,91) uit hoofde van verwijlrente. Appellante betwist deze vordering, voorhoudend dat in het kader van de vroegere handelsrelaties tussen partijen de betalingsvoorwaarden nooit op een stringente wijze werden toegepast en dat er met betrekking tot de kwestieuze bestelling geen akkoord was tussen partijen om de betalingsvoorwaarden van geïntimeerde toe te passen.
- De eerste rechter stelt vast dat uit het chronologisch onderzoek van de onderhandelingen tussen partijen moet worden afgeleid dat appellante een betalingstermijn van 30 dagen na factuurdatum heeft aanvaard. De aanspraken van geïntimeerde (een schadebeding van 10 % en een rentevoet van 12 %) worden evenwel overdreven geacht en verminderd tot respectieve¬lijk 1 %, of _ 51.196 frank (= _ 1.269,12), en de wettelijke rentevoet, hetzij 67.774 frank (= _ 1.680,07). Aldus wordt appellante veroordeeld tot betaling van (51.196 + 67.774) 118.970 frank (= _ 2.949,19).
- Appellante blijft betwisten dat de overeengekomen betalingstermijn werd overschreden en besluit tot de volledige afwijzing van geïntimeerde's vorde¬ring.
- Geïntimeerde besluit tot de afwijzing van het hoger beroep en herneemt bij wijze van incidenteel beroep haar oorspronkelijke vordering. II. Bespreking.
- De bij de beoordeling van onderhavig geschil relevante feiten en vaststel¬lingen kunnen als volgt worden samengevat. Met fax van 22 november 2000 vraagt appellante aan geïntimeerde prijs voor de levering van 2.100 motoren, waarvan de levering in de eerstvolgen¬de weken moet plaats vinden. Deze prijsaanvraag wordt nog dezelfde dag door geïntimeerde beantwoord. Met betrekking tot de betaling wordt op de aanbieding vermeld: ¿contant - 2 % of 30 dagen factuurdatum (stipt)¿. Op 24 november 2000 bestelt appellante definitief de motoren middels twee documenten, respectievelijk getiteld ¿Demande d'achat' (vrij vertaald: ¿Aankoopaanvraag') en ¿Bestelbon', die per fax aan geïntimeerde worden medegedeeld. In deze documenten wordt vooral de nadruk gelegd op het belang van de leveringstermijnen, terwijl met betrekking tot de betalings¬modaliteiten telkens wordt gepreciseerd dat de betaling zal gebeuren 60 dagen na ontvangst van de goederen of de factuur. Eveneens op 24 november 2000 bevestigt geïntimeerde de bestelling, maar op de orderbevestiging is opnieuw vermeld: ¿Paiement: 30 jours date de facture, comme spécifier dans notre offre¿ (vrije vertaling door het Hof: ¿Betaling: 30 dagen factuurdatum, zoals gepreciseerd in ons aanbod¿). Hierop komt geen reactie van appellante en dezelfde vermelding komt nog voor op de navolgende documenten, uitgaande van geïntimeerde, met name de leveringsbons van 5 en 20 december 2000 en 24 januari 2001, alsook op de facturen van 21 december 2000, en 3 en 25 januari
- Appellante betaalt de facturen van 21 december 2000 op 28 februari 2001 en de facturen van 3 en 25 januari 2001 op 29 maart 2001 (na dagvaarding), hetzij telkens binnen de door haar voorgehouden toepasselijke betalingster¬mijn (60 dagen einde maand).
- De betwisting tussen partijen komt neer op een ¿formulierenstrijd'. Partijen hebben een overeenkomst gesloten, maar met betrekking tot de betalingsmoda¬liteiten achten beiden hun eigen voorwaarden van toepassing (voor geïntimeer¬de 30 dagen na factuurdatum en voor appellante 60 dagen einde maand). Uit de stukken van partijen en de hiervoor gemaakte vaststellingen blijkt dat tussen partijen een definitieve koop-verkoopovereenkomst is tot stand geko¬men, nu zij akkoord gingen over het voorwerp en de prijs, alsmede over de strikte leveringstermijnen, die voor appellante blijkbaar van essentieel belang waren. Deze overeenkomst is tot stand gekomen op het ogenblik dat appellante het aanbod van geïntimeerde heeft aanvaard en de bestelling definitief heeft geplaatst. Gelet op de afwijkende bedingen terzake, zoals blijkt uit, enerzijds, de offerte en de bevestiging van de bestelling, wat geïntimeerde betreft, en, anderzijds, de aanvaarding van het aanbod en de definitieve bestelling door appellante, was er toen weliswaar geen akkoord omtrent de betalingsmodaliteiten, maar de uitvoering van de overeenkomst toont aan dat het gebrek aan wilsovereenstem¬ming hierover de totstandkoming van de overeenkomst niet heeft in de weg gestaan, waaruit moet worden besloten dat dit voor partijen niet van essentieel belang was. In de gegeven omstandigheden heffen de wederzijdse voorwaarden elkaar op en is het gemeen recht van toepassing.
- Bij gebrek aan specifieke betalingsmodaliteiten, die van toepassing zijn op de op 24 november 2000 tot stand gekomen overeenkomst, dient, aangezien beide partijen handelaars zijn, te worden teruggegrepen naar de factuurvoor¬waarden van geïntimeerde, waarmee zij haar betalingsvoorwaarden voor het verschuldigde bedrag aan heeft medegedeeld. In dit verband dient vooreerst te worden opgemerkt dat geïntimeerde enkel een fotokopie voorlegt van een document, getiteld: ¿ALGEMEEN ONTWERP - ALGEMENE VERKOOPSVOORWAARDEN¿, maar bij gebrek aan betwis¬ting van appellante terzake, mag worden aangenomen dat in de voorwaarden, die op geïntimeerde's facturen voorkomen, naast een betalingstermijn van 30 dagen na factuurdatum, eveneens sprake is van een minimum intrestvoet van 12% en van een schadebeding van 10 %, bij laattijdige betaling. Met de eerste rechter moet worden vastgesteld dat ten aanzien van geïntimeer¬de's facturen, en a fortiori, ten aanzien van haar factuurvoorwaarden, vanwege appellante geen enkel protest voorligt. Uit dit gebrek aan een tijdig protest moet de (stilzwijgende) aanvaarding van deze facturen worden afgeleid, zodat de factuurvoorwaarden, en in de eerste plaats de betalingstermijn van 30 dagen na factuurdatum, in principe van toepassing zijn. Hieraan wordt geen afbreuk gedaan door het feit dat geïntimeerde in het verleden mogelijkerwijze niet steeds heeft aangedrongen op een stipte naleving van de betalingstermijnen.
- De eerste rechter heeft op oordeelkundige gronden het schadebeding verminderd tot 1 % of 51.196 frank (= _ 1.269,12). Een schadebeding van 511.000 frank (= _ 12.667,36) staat immers niet in verhouding tot de contrac¬tuele wanprestatie, die bestaat in een overschrijding van de betalingstermijn met dertig dagen. Voornoemd bedrag gaat kennelijk het bedrag te boven dat de partijen konden vaststellen om de schade wegens de niet uitvoering van de overeenkomst te vergoeden, zodat een correcte toepassing werd gemaakt van het matigingsrecht, conform artikel 1231 van het Burgerlijk Wetboek. Evenzeer kan de eerste rechter worden gevolgd bij de beoordeling van de verwijlintresten. Onder verwijzing naar het doel van de toekenning van verwijlintresten en de op dat ogenblik extreem lage rentevoeten, werd een rentevoet van 12 % terecht kennelijk overdreven bevonden en bij toepassing van artikel 1153 van het Burgerlijk Wetboek verminderd tot de wettelijke rentevoet (7 %). Besluit: zowel het hoofdberoep, als het incidenteel beroep zijn ongegrond. OP DEZE GRONDEN, HET HOF, Maakt melding van de toepassing van artikel 24 van de wet van 15 juni
- Verklaart de hogere beroepen toelaatbaar, doch ongegrond. Bevestigt het bestreden vonnis. Verwijst appellante in de kosten van de beroepsinstantie, aan de zijde van geïntimeerde vereffend op _ 475,96 rechtsplegingsvergoeding. Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van het Hof van beroep te Gent, kamer twaalf bis, recht doende in burgerlijke zaken op vijfen¬twintig januari tweeduizend en zes . Aanwezig : Dirk Floren, alleenrechtsprekend raadsheer, Achiel Ferdinande, griffier. Repertorium nr. 2006/ Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div