id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Gent Vonnis/arrest van 07 april 2006 ECLI nr: ECLI:BE:HBGNT:2006:ARR.20060407.9 Rolnummer: 2004/AR/2927 Rechtsgebied: Constitutioneel recht Invoerdatum: 2007-07-31 Raadplegingen: 100 - laatst gezien 2026-07-01 04:19 Fiche UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GEMEENSCHAPPEN - GEWESTEN - Bevoegdheidsverdeling - Gewesten - Ruimtelijke ordening Vrije woorden: onwettige bouwvergunning Tekst van de beslissing in de zaak van: Het VLAAMSE GEWEST vertegenwoordigd door de Vlaamse Regering, ten verzoeke van de heer Vlaamse Minister van Financiën, Begroting en Ruimtelijke Ordening, met kabinet te 1210 Brussel, Phoenixgebouw, Koning Albert II-laan, 19, woonstkeuze doende bij zijn raadsman hierna vermeld, appellant, hebbende als raadsman mr. BRONDERS Bart, advocaat te 8400 OOSTENDE, E. Beernaertstraat 106 tegen:
- DE ZILVEREN ZWAAN B.V.B.A., met maatschappelijke zetel te 8377 ZUIENKERKE, Statiesteenweg 12, ingeschreven in het H.R. te Brugge, onder het nr. 70.025, met KBO-nummer 0438.194.926, 2.I.I, ¿, wonende te X, geïntimeerden, hebbende als raadsman mr. MISSAULT Francis, advocaat te 8000 BRUGGE, Koningin Elisabethlaan 34
- De GEMEENTE ZUIENKERKE, met zetel te 8377 ZUIENKERKE, Kerkstraat 17, geïntimeerde, hebbende als raadsman mr. DE CLERCK Daniël, advocaat te 8000 BRUGGE, Hoogstraat 28 EN 2004/AR/2986 in de zaak van: De GEMEENTE ZUIENKERKE, vertegenwoordigd door haar college van Burgemeester en Schepenen met zetel te 8377 ZUIENKERKE, Kerkstraat 17, appellante, hebbende als raadsman mr. DE CLERCK Daniël, advocaat te 8000 BRUGGE, Hoogstraat 28 tegen:
- DE ZILVEREN ZWAAN B.V.B.A., met maatschappelijke zetel te 8377 ZUIENKERKE, Statiesteenweg 12, ingeschreven in het H.R. te Brugge, onder het nr. 70.025, met KBO-nummer 0438.194.926, 2.I.I, ¿, wonende te X, geïntimeerden, hebbende als raadsman mr. MISSAULT Francis, advocaat te 8000 BRUGGE, Koningin Elisabethlaan 34
- Het VLAAMSE GEWEST vertegenwoordigd door de Vlaamse Regering, ten verzoeke van de heer Vlaamse Minister van Financiën,Begroting en Ruimtelijke Ordening, met kabinet te 1210 Brussel, Phoenixgebouw, Koning Albert II-laan, 19, woonstkeuze doende bij zijn raadsman hierna vermeld, geïntimeerde, hebbende als raadsman mr. BRONDERS Bart, advocaat te 8400 OOSTENDE, E. Beernaertstraat 106 velt het Hof het volgend arrest:
- Het hof nam kennis van het bestreden tussenvonnis d.d. 12 oktober 2004, gewezen door de rechtbank van eerste aanleg te Brugge, eerste kamer. Het hof heeft de partijen, bij monde van hun raadslieden gehoord in openbare terechtzitting en in het Nederlands. Zowel de door hen neergelegde conclusies als de overgelegde stukken werden ingezien.
- Samenhang. De beide zaken betreffen beroepen tegen hetzelfde vonnis en zijn onderling zo nauw verbonden dat het wenselijk is ze samen te behandelen en te berechten, teneinde oplossingen te vermijden die onverenigbaar kunnen zijn wanneer de zaken afzonderlijke worden berecht.
- Feitelijke gegevens. 3.
- Op 18 april 1989 werd door P.S een bouwaanvraag ingediend, strekkende tot het uitbreiden van een restaurant en woning te A. De geïntimeerde I was samen met (haar vroegere echtgenoot) P.S eigenaar geworden van de genoemde onroerende goederen bij akte verleden door notaris VAN CAILLIE te Brugge op 26 maart
- De geïntimeerde DE ZILVEREN ZWAAN, waarvan de geïntimeerde I de zaakvoerder is, baat er het restaurant uit, gekend onder de benaming 'De Zilveren Zwaan'. 3.
- In het kader van de voormelde bouwaanvraag, verleende de gemachtigde ambtenaar op 28 augustus 1989 het volgend advies: ¿Overwegende dat er voor het gebied waarin het perceel begrepen is, geen door de Koning goedgekeurd bijzonder plan van aanleg bestaat; Overwegende dat het perceel niet gelegen is binnen het gebied van een behoorlijk vergunde verkaveling; BRENGT HET VOLGENDE ADVIES UIT: (beschikkend gedeelte) GUNSTIG; In toepassing van artikel 2 van het decreet 28.6.84 Gezien bedoelde uitbreiding geen hinder vormt t.a.v. de landbouwbelangen in de omgeving, mits een reeks plannen ter afstempeling voor te leggen.¿ 3.
- Op 4 september 1989 verleende het college van burgemeester en schepenen van de gemeente ZUIENKERKE de gevraagde stedenbouwkundige vergunning, waarbij het volgende werd overwogen: ¿Overwegende dat er voor het gebied waarin het perceel begrepen is, geen door de Koning goedgekeurd bijzonder plan van aanleg bestaat; Overwegende dat het perceel niet gelegen is binnen het gebied van een behoorlijk vergunde verkaveling: (...) Overwegende dat het beschikkend gedeelte van het eensluidend advies van de gemachtigde ambtenaar als volgt luidt; ADVIES BESTUUR VAN STEDENBOUW: GUNSTIG, in toepassing van artikel 2 van het decreet 28.6.84 gezien bedoelde uitbreiding geen hinder vormt t.a.v. de landbouwbelangen in de omgeving. BESLUIT: Artikel
- - De vergunning wordt afgegeven aan M. Slembrouck Peter.¿ 3.
- De gevraagde en vergunde werken werden vervolgens aangevat door de geïntimeerden DE ZILVEREN ZWAAN en I en beëindigd begin
- 3.
- Naast de voormelde werken aan het restaurant en de woning, werd er eveneens voorzien in de aanleg van een parking, waarvoor op 21 maart 1990 een bouwaanvraag werd ingediend door de geïntimeerde DE ZILVEREN ZWAAN. Op 26 maart 1990 werd de gevraagde vergunning verleend door het college van burgemeester en schepenen van de gemeente ZUIENKERKE, evenwel zonder het voorafgaand advies van de gemachtigde ambtenaar. De gemachtigde ambtenaar heeft deze vergunning op 11 april 1990 geschorst. Daarop werd bij beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente ZUIENKERKE deze vergunning geweigerd. 3.
- Naar aanleiding van de werken aan de wederrechtelijke parking werd er een klacht ingediend door buren. Daarbij werd aangevoerd dat de stedenbouwkundige vergunning van 4 september 1989 strijdig was met de voorschriften van het verkavelingplan van 5 maart 1963, waarbinnen het goed is gelegen. 3.
- De voormelde klacht heeft geleid tot de vervolging van de geïntimeerde I en haar toenmalige echtgenoot P.S voor de volgende tenlasteleggingen : ¿te Zuienkerke van december 1989 tot augustus 1990: A. Zonder voorafgaande en uitdrukkelijke vergunning van het college van burgemeester en schepenen, gebouwd, een grond gebruikt te hebben voor het plaatsen van een of meer vaste inrichtingen, of een bestaande woning afgebroken, herbouwd of verbouwd te hebben, in casu door:
- het aanleggen van een uitgebreide parking en van een nieuwe toegangsweg, beiden met steenslag verhard;
- het aanmerkelijk verhogen van het reliëf door het opstapelen van aarde en steenbrokken tot een wal. B. Verbouwingswerken te hebben uitgevoerd aan het restaurant De Zilveren Zwaan, in strijd met de op 5 maart 1963 goedgekeurde en sedertdien nooit gewijzigde verkavelingsvergunning, die voorziet:
- dat de gebouwen op een afstand van minstens 10 meter van de perceelgrens moeten worden opgericht, daar waar de afstand nu slechts ongeveer 4 meter bedraagt;
- dat de afsluiting slechts uit levende hagen mag bestaan, daar waar nu een afsluiting in ursusdraad en palen werden aangebracht.¿ Beiden werden bij arrest van de 10de kamer van dit hof van 23 september 1994 veroordeeld voor de tenlasteleggingen vermeld onder A.1 en A.2, maar vrijgesproken met betrekking tot de tenlasteleggingen vermeld onder B.1 en B.2, gezien het hof van oordeel was dat er sprake was van onoverkomelijke dwaling in hun hoofde, inachtgenomen de verleende stedenbouwkundige vergunning van 4 september 1989, waarin nergens sprake is van een verkavelingsvergunning. Zij werden niet veroordeeld wegens het misdrijf van instandhouden, waarbij het hof op pagina 4 van het arrest onder randnummer 4 onder meer het volgende overwoog : ¿(...) blijkt dat de feitelijke gedraging die aan de beschikking van verwijzing ten grondslag ligt enkel het uitvoeren van de werken is en niet het instandhouden ervan, (...)¿. 3.
- Nadien werd de geïntimeerde I nogmaals vervolgd, meer bepaald voor de instandhouding van de hierboven geciteerde inbreuken gedurende de periode november 1994 tot 1 april
- In het kader hiervan werd zij bij arrest van de 10de kamer van dit hof d.d. 22 juni 2001 veroordeeld wegens "de instandhouding" van de in strijd met de verkavelingsvergunning van 5 maart 1963 uitgevoerde werken, en op vordering van de burgerlijke partijen, tot het herstel van de plaats in de vorige toestand, zodanig dat het gebouw vrije zijgevels heeft op minimum 10 meter van de perceelsgrens met het perceel van de burgerlijke partijen, dit binnen een termijn van 9 maanden vanaf de dag dat het arrest in kracht van gewijsde zal treden. Daarbij werd o.m. overwogen : ¿Het instandhouden van de werken uitgevoerd in strijd met de verkavelingsvergunning nader vermeld in onderdelen 1 en 2 van de verbeterde telastlegging B in de periode van november 1994 tot 1 april 1996 wordt als zodanig terecht niet betwist. De beklaagde meent dat wat betreft het onderdeel 1, het bouwen tot op ongeveer 4 meter van de perceelsgrens terwijl dit op 10 meter zou moeten zijn volgens de verkavelingsvoorwaarden, dit niet wederrechtelijk is geschied; voor de betrokken verbouwing werd immers een bouwvergunning afgeleverd door het college van burgemeester en schepenen op 4 september
- Het wordt mede gelet op hetgeen in een vorige zaak met betrekking tot de uitvoering van de werken bij arrest van 23 september 1994 werd beslist niet betwist dat deze bouwvergunning gelet op de strijdigheid ervan met de betrokken verkavelingsvoorwaarden onwettig is. Deze vergunning dient door het Hof bij toepassing van art. 159 van de Grondwet buiten toepassing te worden gelaten; de beklaagde kan zich er niet op steunen om de werken die werden uitgevoerd in strijd met de betrokken verkavelingsvoorwaarden in stand te houden. De vroegere vrijspraak voor de uitvoering van de werken in strijd met de verkavelingsvergunning staat aan een veroordeling voor het instandhouden niet in de weg. Anders dan destijds het geval was handelde de beklaagde ter zake wel degelijk wetens en willens; in de betrokken periode, die zich situeert na het arrest van 23 september 1994, was zij op de hoogte van de onwettigheid van de bouwvergunning wegens strijdigheid met de verkavelingsvergunning. Bij het verlenen van de bouwvergunning beging het college van burgemeester en schepenen ongetwijfeld een fout, maar dit kan evenzeer gezegd worden van de vergunningaanvrager, die ook als elementaire opdracht heeft na te gaan - of te laten nagaan - of er een verkavelingsvergunning is, ook al is in de eigendomstitel daarvan geen sprake, en zijn plannen erop af te stemmen. De onwettige bouwvergunning verleent aan de beklaagde niet het recht om de met de verkavelingsvergunning strijdige werken in stand te houden. Door dit bewust en buiten elke dwang toch te doen handelde zij in strijd met de wettelijke voorschriften nader aangehaald in de verbeterde telastlegging B. (...) De beklaagde heeft wetens en willens een toestand in strijd met de verkavelingsvoorwaarden lange tijd, meer bepaald in de periode vermeld in de bewezen verklaarde telastlegging B, in stand gehouden. Het belang van de gemeenschap bij de naleving van de voorschriften die het behoud of het herstel van een goede ruimtelijke ordening beogen heeft zij al die tijd totaal ondergeschikt gemaakt aan haar persoonlijk belang; zoals hierna overwogen heeft zij al die tijd een voor de burgerlijke partijen schadeverwekkende toestand gehandhaafd uit eigen financiële overwegingen.¿ Het cassatieberoep tegen dit arrest werd verworpen bij arrest van het Hof van Cassatie d.d. 29 oktober 2002 (dossier I/stuk 16). 3.
- Op 25 juli 2003 hebben de geïntimeerden I en DE ZILVEREN ZWAAN de gemeente ZUIENKERKE gedagvaard voor de eerste rechter teneinde een vergoeding te bekomen voor de schade die zij zouden hebben geleden ingevolge het afleveren van een bouwvergunning in strijd met de verkavelingsvergunning. Daarbij werd gesteund op de fout die in hoofde van de gemeente ZUIENKERKE werd weerhouden in het voormelde arrest van de 10de kamer van dit hof d.d. 22 juni
- Vervolgens heeft de gemeente ZUIENKERKE het VLAAMSE GEWEST gedagvaard op 5 november 2003 in tussenkomst en vrijwaring. 3.
- Bij tussenvonnis van 12 oktober 2004 werd door de eerste rechter beslist dat de vorderingen ontvankelijk en voorlopig gegrond zijn als volgt. De gemeente ZUIENKERKE werd veroordeeld om aan de geïntimeerden I en DE ZILVEREN ZWAAN een provisionele schadevergoeding te betalen van 1,00 EUR in afwachting van het deskundigenonderzoek door architect Freddy VAN LAERE (Oostende) over de materiële schade die zij hebben geleden en zullen lijden, onder meer bestaande uit de kosten van het optrekken van het gebouw op basis van de bouwvergunning die werd afgeleverd op 4 september 1989, de kosten van afbraak en het daarmee gepaard gaande inkomstenverlies voor de uitbating van de geïntimeerde DE ZILVEREN ZWAAN gedurende de afbraakwerken, waarvan de duur zal moeten geschat worden. Het VLAAMSE GEWEST werd veroordeeld om de gemeente ZUIENKERKE te vrijwaren voor de helft van de bedragen waartoe de gemeente zal worden veroordeeld om aan de geïntimeerden te betalen, zowel in hoofdsom, interesten en kosten. De beslissing over de gedingkosten werd aangehouden.
- Met het hoger beroep (zaak 2004/AR/2927) beoogt het VLAAMSE GEWEST de afwijzing van de beide initiële vorderingen als onontvankelijk minstens als ongegrond alsook de verwijzing van de gemeente ZUIENKERKE in alle gedingkosten. Met het hoger beroep (zaak 2004/AR/2986) beoogt de gemeenste ZUIENKERKE de afwijzing van de initiële hoofdvordering als onontvankelijk, alle gedingkosten lastens de geïntimeerden I en DE ZILVEREN ZWAAN. Minstens, voor zover de hoofdvordering toch ontvankelijk en gegrond zou worden verklaard, wordt de integrale toekenning van de tussenvordering in vrijwaring beoogd, met de verwijzing van het VLAAMSE GEWEST in alle gedingkosten. De geïntimeerden I en DE ZILVEREN ZWAAN betwisten de gegrondheid van de beide hogere beroepen. Met besluiten d.d. 14 april 2005 formuleren zij incidenteel beroep en beogen daarmee een uitbreiding van de opdracht van de gerechtsdeskundige met o.m. alle commerciële schade, de minderwaarde van zowel het onroerend goed als de handelszaak en de morele schade. Het VLAAMSE GEWEST betwist de gegrondheid van het hoger beroep vanwege de gemeenste ZUIENKERKE en de gegrondheid van het incidenteel beroep. De gemeente ZUIENKERKE betwist de gegrondheid van het hoger beroep van het VLAAMSE GEWEST en de gegrondheid van het incidenteel beroep.
- De door het VLAAMSE GEWEST gevoerde betwisting van het hoger beroep vanwege de gemeente ZUIENKERKE beperkt zich tot de gegrondheid ervan. Hoewel in de besluiten van het VLAAMSE GEWEST tevens wordt vermeld dat de ontvankelijkheid van het hoger beroep van de geïntimeerde ZUIENKERDE wordt betwist, worden geen middelen in die zin aangevoerd. De door het VLAAMSE GEWEST gevoerde betwisting van de ontvankelijkheid van de tussenvordering in vrijwaring o.g.v. verjaring betreft niet de ontvankelijkheid doch de gegrondheid van het hoger beroep. Er zijn evenmin ambtshalve middelen aan te voeren in dit verband. De hoger beroepen en het incidenteel beroep werden tijdig en op regelmatige wijze ingesteld.
- De geïntimeerde ZUIENKERKE meent dat de beide geïntimeerden I en DE ZILVEREN ZWAAN het vereiste belang zouden missen om de bedoelde eis in te stellen, zodat de hoofdvordering onontvankelijk zou zijn. Volgens de gemeente ZUIENKERKE zou de voormelde veroordeling d.d. 22 juni 2001 aan beiden elk rechtmatig belang ontnemen: - voor de geïntimeerde I omdat zij persoonlijk strafrechtelijk werd veroordeeld; - voor de geïntimeerde DE ZILVEREN ZWAAN omdat deze (hoewel vreemd aan het strafproces omdat art. 1384 B.W. op haar niet toepasselijk was) uitgerekend de aanvraagster en de houdster is van de onwettige bouwvergunning terwijl zij, in die hoedanigheid, juist nu poogt vergoeding te bekomen van de beweerde schade, rechtstreeks gevolg van de strafrechtelijke inbreuk. Ook het VLAAMS GEWEST meent dat de geïntimeerden I en DE ZILVEREN ZWAAN geen rechtmatig belang hebben om de beweerde schade terug te vorderen nu de vordering zou steunen op het bouwmisdrijf dat vanaf het arrest d.d. 23 september 1994 in stand werd gehouden en waarvoor veroordeling bij arrest d.d. 22 juni
- De hoofdvordering betreft niet het behoud van een toestand in strijd met de openbare orde. De hoofdvordering is daarentegen beperkt tot de vergoeding van de vermeende schade in hoofde van de geïntimeerden I en DE ZILVEREN ZWAAN door de beweerde fout vanwege de gemeente ZUIENKERKE. Deze fout zou bestaan in het afleveren van een bouwvergunning in strijd met de verkavelingsvergunning. Daarbij wordt verwezen naar de overwegingen dienaangaande van het voormelde arrest van de 10de kamer van dit hof d.d. 22 juni
- In de mate dat sprake is van dergelijke fout hebben de beide geïntimeerden I en DE ZILVEREN ZWAAN een reeds verkregen en dadelijk belang in de zin van art. 18 Ger.W. Er is immers in dergelijke geval tevens sprake van mogelijke patrimoniale gevolgen voor zowel de eigendom van de geïntimeerde I als voor de uitbating van de erin gevestigde zaak van de geïntimeerde DE ZILVEREN ZWAAN. Deze middelen falen dan ook naar recht.
- De gemeente ZUIENKERKE en het VLAAMSE GEWEST menen dat de geïntimeerden I en DE ZILVEREN ZWAAN door hun eigen fout als vergunningaanvragers zelf aan de basis liggen van de schadeverwekkende oorzaak en zodoende geen schadevergoeding kunnen bekomen. Er wordt door deze partijen verwezen naar de overweging van het arrest d.d. 22 juni 2001 dat er ook sprake is van een fout in hoofde van de vergunningaanvrager, die als elementaire opdracht heeft na te gaan - of te laten nagaan - of er een verkavelingsvergunning is, ook al is in de eigendomstitel daarvan geen sprake, en de plannen erop af te stemmen De geïntimeerden I en DE ZILVEREN ZWAAN antwoorden daarop volkomen ten onrechte dat van hen bezwaarlijk kan worden verwacht dat zij bij de bouwaanvraag een onderzoek zouden doen naar de wettelijke en reglementaire voorschriften en dat juist hiervoor de overheid dient tussen te komen. Het is, zoals reeds door de 10de kamer van het hof overwogen in het voormelde arrest d.d. 22 juni 2001, integendeel eveneens de elementaire opdracht van de vergunningsaanvrager om bij de (ver)bouwplannen na te gaan of te laten nagaan welke voorschriften en plannen dienaangaande gelden. De geïntimeerden I en DE ZILVEREN ZWAAN betwisten niet dat zij dit geenszins hebben nagegaan en/of hebben laten nagaan bij het opstellen van hun verbouwingsplannen en het indienen van hun bouwaanvraag. Daarbij weze ten overvloede opgemerkt dat het arrest d.d. 22 juni 2001, houdende het bevel tot het herstel in de oorspronkelijke toestand, aan de geïntimeerde I niet het ontbreken van een regelmatige vergunning ten laste legt maar het in strijd handelen met de verkavelingsvoorschriften; de eventuele wettigheid van de vergunning doet niet af aan de toepasselijkheid van deze voorschriften (zie in deze zin: Hof van Cassatie, arrest 29 oktober 2002, derde middel, dossier I/stuk 16). De geïntimeerden I en DE ZILVEREN ZWAAN kunnen zich thans niet beroepen op het gegeven dat de oorspronkelijke koopakte geen gewag heeft gemaakt van een verkavelingsvergunning, noch op het feit dat tegen de bekomen vergunning geen annulatieberoep bij de raad van state werd ingesteld. Immers, deze gegevens nemen niet weg dat het eveneens aan de geïntimeerden I en/of DE ZILVEREN ZWAAN als vergunningaanvrager behoorde om zich als normaal, zorgvuldig persoon correct te informeren over en rekening te houden met het bestaande verkavelingsplan. Door dit niet te doen begingen de geïntimeerden I en DE ZILVEREN ZWAAN zelf een fout/verzuim. Zowel deze kennelijke fout / dit kennelijk verzuim vanwege de geïntimeerden I en DE ZILVEREN ZWAAN als de onbetwistbaar vaststaande fout van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente ZUIENKERKE bij het verlenen van de bouwvergunning (zie evenzeer de voormelde overwegingen van het arrest d.d. 22 juni 2001) staan in noodzakelijk oorzakelijk verband met de beweerde schade (voor zover bewezen en aannemelijk - zie verder): deze kon zich immers onmogelijk hebben voorgedaan zonder die (beide) fouten. Er is geen enkele grondslag om te beslissen dat de ene fout zwaarwichtiger zou zijn dan de andere en/of in mindere of meerdere mate zou hebben bijgedragen tot de beweerde schade (voor zover bewezen en aannemelijk - zie verder). De onderscheiden fouten in hoofde van de beide partijen staan dan ook in gelijke mate in causaal verband met die eventuele schade.
- De geïntimeerden I en DE ZILVEREN ZWAAN houden voor dat er schade zou zijn door het gedwongen herstel in de oorspronkelijke toestand. Deze schade zou volgens hun besluiten de kosten betreffen voor de initiële uitvoering van de verbouwingswerken en de toekomstige afbraak ervan alsook de inkomstenderving en waardevermindering die daaruit is voortgevloeid of zal voortvloeien. Door het voormelde arrest d.d. 22 juni 2001 staat het vast dat wetens en willens een toestand in strijd met de verkavelingsvoorwaarden lange tijd (sedert november 1994) in stand werd/wordt gehouden. Het belang van de gemeenschap bij de naleving van de voorschriften die het behoud of het herstel van een goede ruimtelijke ordening beogen werd/wordt daarbij al die tijd totaal ondergeschikt gemaakt aan het persoonlijk belang. De schadeverwekkende toestand werd/wordt gehandhaafd uit eigen financiële overwegingen. Uit de door de geïntimeerden I en DE ZILVEREN ZWAAN zelf voorgebrachte stukken, in het bijzonder de als stuk 1 voorgelegde foto-folder ¿Een oase van rust midden in de polders¿ blijkt dat door de kwestieuze verbouwingen een gastronomisch restaurant met privé-parking, salons en feestzaal werd bekomen voor 100 personen en een catering-service van 20 tot 200 personen. De nadruk wordt o.m. gelegd op ¿een creatieve gastronomische topkeuken¿ en ¿een elegante ambiance in stijl¿. Het is uit deze gegevens zonder meer duidelijk dat de onwettig in stand gehouden uitbreiding de commerciële waarde, de mogelijkheden en de huurwaarde van het kwestieuze goed aanzienlijk heeft doen toenemen gedurende een lange periode (sedert 1994). Dit heeft al die tijd voor de beide geïntimeerden I en DE ZILVEREN ZWAAN aanzienlijke en niet te onderschatten voordelen opgeleverd, waarop zij normalerwijze niet gerechtigd waren en die zij normalerwijze niet hadden kunnen genereren: - de geïntimeerde I heeft hierdoor rechtstreeks als eigenaar van het kwestieuze goed maar tevens als zaakvoerder van de geïntimeerde DE ZILVEREN ZWAAN, onbetwistbaar aanzienlijk hogere inkomsten en voordelen verworven; - de geïntimeerde DE ZILVEREN ZWAAN heeft als exploiterende vennootschap uit de verruimde uitbatingsmogelijkheden en omzet evenzeer aanzienlijk hogere inkomsten en voordelen weten te verwerven. Het is duidelijk en er moet redelijkerwijze uit het geheel van de bijzondere omstandigheden eigen aan deze aangelegenheid aangenomen worden dat uit de voormelde fout in hoofde van de geïntimeerde I en DE ZILVEREN ZWAAN door hen dermate opbrengsten en voordelen werden genoten dat dit ruimschoots alle mogelijke nadeel en schade voortvloeiend uit het voormelde foutaandeel van de gemeente ZUIENKERKE heeft gecompenseerd. Er is dan ook geen sprake meer van in aanmerking te nemen, aan I en DE ZILVEREN ZWAAN nog te vergoeden schade. De aanspraken van de geïntimeerden I en DE ZILVEREN ZWAAN zijn in de gegeven omstandigheden af te wijzen als ongegrond. De in die zin geformuleerde grieven zijn gegrond: de hoofdvordering is af te wijzen als ongegrond.
- Gelet op het voorgaande is de tussenvordering in vrijwaring zonder voorwerp. Gelet op het voorgaande worden ook het incidenteel beroep en alle anders luidende conclusies verworpen als ongegrond, niet dienend en/of irrelevant. OM DEZE REDENEN, HET HOF, recht doende op tegenspraak. In acht genomen artikel 24 van de wet van 15 juni 1935; Voegt de beide zaken samen. Verklaart de hoger beroepen en het incidenteel beroep ontvankelijk. Verklaart de hoger beroepen gegrond als volgt. Doet het bestreden tussenvonnis teniet en wijst opnieuw. Verklaart de hoofdvordering en de tussenvordering in vrijwaring ontvankelijk Wijst de hoofdvordering af als ongegrond. Stelt vast dat de tussenvordering in vrijwaring zonder voorwerp is. Wijst het incidenteel beroep af als ongegrond. Verwijst de geïntimeerden I en DE ZILVEREN ZWAAN in de kosten van het geding. Bepaalt de kosten van het geding op heden als volgt: - in hoofde van de gemeente ZUIENKERKE: - dagvaarding in vrijwaring: 108,02 EUR; - rolrechten hoger beroep: 186,00 EUR; - uitgavenvergoeding: 58,25 EUR; - rechtsplegingvergoedingen: 174,76 + 237,98 EUR; - in hoofde van het VLAAMSE GEWEST: - rolrechten hoger beroep: 186,00 EUR; - uitgavenvergoeding: 58,25 EUR; - rechtsplegingvergoedingen: 174,76 + 237,98 EUR. Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van het Hof van beroep te Gent, negende kamer, recht doende in burgerlijke zaken, op zeven april tweeduizend en zes. Aanwezig: De heer M. Hanssens Raadsheer, wn. voorzitter, De heer L. Thabert Raadsheer, Mevrouw M. Beerens Raadsheer, Mevrouw M. Vercruysse Griffier, Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div