id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Gent Vonnis/arrest van 10 april 2006 ECLI nr: ECLI:BE:HBGNT:2006:ARR.20060410.1 Rolnummer: 2005AR50 Rechtsgebied: Invoerdatum: 2006-04-24 Raadplegingen: 136 - laatst gezien 2026-07-01 04:19 Fiche Vrije woorden: - Kredietovereenkomst aktes van inpandgeving met 'alle sommen-clausules' waarborg op het handelsfonds van de kredietnemer geldigheid 'alle sommen-clausules' - Nieuwe wentelkredietovereenkomst, afgesloten door de rechtsopvolger van de aanvankelijke kredietverlener met de oorspronkelijke kredietnemer vroegere waarborg niet van toepassing op de schuldvorderingen uit de nieuwe wentelkredietovereenkomst Tekst van de beslissing in de zaak van : N.V. DEXIA BANK BELGIE, ( voorheen N.V. Artesia Banking Corporation), met maatschappelijke zetel te 1000 Brussel, Pachecolaan 44, ingeschreven in het handelsregister te Brussel onder nr. 310.763 en met ondernemingsnummer 0403.201.185, appellante, hebbende als raadslieden mr. Lieve Hoste, advocaat met kantoor te 1140 Brussel, Auguste De Boeckstraat 54 en mr. Paul Lefebvre, advocaat met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 480/9, tegen 1a. Mr. Marnix MUYLLE, advocaat met kantoor te 8900 Ieper, R. Kiplinglaan 2, 1b. Mr. Johan HOUTMAN, advocaat met kantoor te 8900 Ieper, Lombaardstraat 26, 1c. Mr. Frank SEYS, advocaat met kantoor te 8970 Poperinge Burgemeester Bertenplein 31, 1d. Mr. Stefaan DE ROUCK, advocaat met kantoor te 8900 Ieper, Nijverheidsstraat 2, 1e. Mr. Jean-Marc VANSTAEN, advocaat met kantoor te 8940 Wervik, Nieuwstraat 23, allen optredende in hun hoedanigheid van curatoren over het faillissement van de N.V. LERNAUT & HAUSPIE SPEECH PRODUCTS, met maatschappelijke zetel te 8900 Ieper, Flanders Language Valley 50, ingeschreven in het handelsregister te Ieper onder nr. 31.360 en met ondernemingsnummer 0432.834.685, geïntimeerden q.q., ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. Frank Seys en mr. Stefaan De Rouck, voornoemd,
- N.V. KBC BANK, met maatschappelijke zetel te 1080 Brussel, Havenlaan 2, ingeschreven in het handelsregister te Brussel onder nr. 623.074 en met ondernemingsnummer 0462.920.226,
- N.V. FORTIS BANK, met maatschappelijke zetel te 1000 Brussel, Warandeberg 3, ingeschreven in het handelsregister te Brussel onder nr. 76.034 en met ondernemingsnummer 0403.199.702, geïntimeerden, hebbende als raadsman mr. Patrick Marnef, advocaat met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 137 bus 1, velt het Hof volgend arrest : Partijen werden gehoord in openbare terechtzitting en de stukken werden ingezien.
- Gegevens van de zaak in beroep: 1.
- DEXIA BANK NV (voorheen ARTESIA) stelde op 25 februari 2005 hoger beroep in tegen het vonnis van 24 juni 2002 van de rechtbank van koophandel te Ieper. De curatoren van het faillissement LERNOUT & HAUSPIE SPEECH PRODUCTS NV en KBC BANK NV vorderen de bevestiging van het vonnis. 1.
- De blijvende betwisting betreft de vraag of de niet-betwiste schuldvordering die DEXIA BANK NV voor de hoofdsom van 41.304.348 USD op LERNOUT & HAUSPIE SPEECH PRODUCTS NV heeft, gewaarborgd is door de hiernavolgende 9 inschrijvingen op de handelzaak van LERNOUT & HAUSPIE SPEECH PRODUCTS NV. 1.2.
- De schuldvordering van DEXIA BANK NV volgt uit een wentelkrediet voor 430.000.000 USD, dat zij met KBC BANK NV, FORTIS BANK NV, DEUTSCHE BANK NV en DRESDNER BANK SA op 2 mei 2000 aan LERNOUT & HAUSPIE SPEECH PRODUCTS NV heeft toegestaan. Het aandeel van DEXIA BANK NV in deze wentelkredietovereenkomst bedroeg 50.000.000 USD. De kredietovereenkomst werd op 27 november 2000 opgezegd. 1.2.
- De inschrijvingen werden genomen door PARIBAS BELGIË NV en BACOB CVBA bij het toestaan van volgende kredieten; zij gelden bovenop de hoofdsom van 24.894.707,23 EUR ook voor 3 jaar intresten en de aanhorigheden gelijk aan 10 % van de hoofdsom. Kredietovereenkomst Bedrag inhoofdsom Bank Datumpandakte Rang vanhet pand 1 15-05-1991 113.000.000 BEF Paribas 15-05-1991 1ste rang 2 30-10-1991 6.500.000 BEF Paribas 05-11-1991 2de rang 3 13-12-1991 100.000.000 BEF Paribas 10-01-1991 3de rang 4 15-09-1992 50.000.000 BEF Paribas 15-09-1992 4de rang 5 30-03-1993 145.000.000 BEF Paribas 28-05-1993 5de rang 6 30-09-1993 75.000.000 BEF Paribas 18-10-1993 6de rang 7 18-11-1993 54.750.000 BEF Paribas 18-11-1993 7de rang 8 08-09-1995 250.000.000 BEF Bacob 08-09-1995 8ste rang 9 16-07-1997 210.000.000 BEF Bacob 05-08-1997 9de rang Totaal: 1.004.250.000 BEF = 24.894.707,23 EUR 1.2.
- De aktes van inpandgeving voorzien ook in volgende 'alle-sommen'-clausules. ê De aktes 15 mei 1991, 5 november 1991 en 15 september 1992 van PARIBAS BELGIË NV bepalen: "Om de betaling aan Paribas (...) te waarborgen van alle sommen, waarvan zij de schuldeiseres tegenover de kredietnemer is en/of zal zijn ondermeer ingevolge voormelde kredietopening (...) en uit hoofde van alle andere welkdanige kredieten die Paribas aan de kredietnemer zou toestaan, bovendien van alle andere sommen die haar verschuldigd zijn of zouden zijn voor om 't even welke reden en uit welke hoofde ook (...)" (bundel DEXIA BANK NV, stukken nrs. 2, 5 en 11); ê De akten van 10 januari 1992, 28 mei 1993, 18 oktober 1993 en 18 november 1993 van PARIBAS BELGIË NV bepalen: "Om Paribas de betaling te waarborgen van alle sommen, waarvan zij de schuldeiseres is of zal zijn tegenover de Kredietnemer, ondermeer ingevolge hoger vermelde krediet-opening/voorlopige overschrijding (...) en bovendien uit hoofde van alle andere sommen die haar verschuldigd zijn of zouden zijn voor om het even welke reden en uit welken hoofde ook, en tenslotte om Paribas de goede afloop te waarborgen van alle andere huidige of toekomstige verbintenissen, aangegaan of aan te gaan door de Kredietnemer tegenover Paribas (...)" (bundel DEXIA BANK NV, stukken nrs. 8, 14, 17,19 en 20). ê De akten van 8 september 1995 en 5 augustus 1997 van BACOB CVBA bepalen: "( ...) tot waarborg van alle huidige en toekomstige schulden die de Kredietnemer, eventuele borgstellers of pandverstrekkers zouden verschuldigd zijn tengevolge van de disconto-verrichtingen, voorschotten en alle andere verrichtingen die BACOB zou toestaan" (bundel DEXIA BANK NV, stukken nrs. 23 en 26). 1.
- DEXIA BANK NV stelt: 1.3.
- dat de 'alle-sommen'-clausule uit de aktes van inpandgeving van PARIBAS BELGIË NV en BACOB CVBA geldig zijn; 1.3.
- dat zij als rechtsopvolger van PARIBAS BELGIË NV en BACOB CVBA de 'alle-sommen'-clausule kan ingeroepen voor de schuldvordering, die zij op LERNOUT & HAUSPIE SPEECH PRODUCTS NV kan laten gelden uit hoofde van de wentelkredietovereenkomst van 2 mei 2000; In de rand stelt zij hier, dat de eerste rechter het beschikkingsbeginsel en het recht van verdediging van de partijen heeft miskend, waar hij ambtshalve de rechtsopvolging van BACOB CVBA en PARIBAS BELGIË NV door DEXIA BANK NV in vraag zou gesteld hebben. 1.3.
- dat de wentelkredietovereenkomst van 2 mei 2000 ook de panden handhaaft, die PARIBAS BELGIË NV en BACOB CVBA op het handelsfonds van LERNOUT & HAUSPIE SPEECH PRODUCTS NV hadden genomen. - DEXIA BANK NV beroept zich in het bijzonder op de 'pari passu'-clausule weerhouden in annex 4 van de wentelkrediet-overeenkomst van 2 mei 2000 en op artikel 20.2 uit de wentelkredietovereenkomst. × De 'pari passu'-clausule bepaalt (vrije vertaling): 'De verplichtingen van de Ontlener (LERNOUT & HAUSPIE SPEECH PRODUCTS NV) om het pari passu principe te respecteren betreffende de voorschotten die haar verstrekt worden uit hoofde van het wentelkrediet, doen geen afbreuk aan wettelijke voorrangen of voorrechten die de activa van de Ontlener bezwaren uit hoofde van haar huidige of toekomstige verbintenissen, nader bepaald in de Toegestane Lasten (qualified with respect to Permitted Encumbrances)'. × Artikel 20.2 bepaalt (vrije vertaling): 'Alleen een schriftelijke instemming van de Ontlener, de Banken die in de meerderheid zijn en de betrokken Agent kan enige voorwaarde van de overeenkomst wijzigen'. - Zij stelt verder nooit afstand gedaan te hebben van de 'alle-sommen'-zekerheid, die zij voor haar vorderingen uit de wentelkredietovereenkomst zou genieten. - En KBC BANK NV en FORTIS BANK NV zouden de inschrijvingen op het handelsfonds die zij voor haar aandeel in het wentelkrediet genoot, zelfs erkend hebben. DEXIA BANK NV verwijst hiervoor in het bijzonder naar de verslagen van 15 november 2000, 1 en 8 december 2000 en 15 januari 2001 van de bankiersvergaderingen, die bij de onderhandelingen over de verdere financiering onder meer de mogelijkheden op hergebruik, afstand en uitvoering van de zekerheden die DEXIA BANK NV (ARTESIA) op het handelsfonds van LERNOUT & HAUSPIE SPEECH PRODUCTS NV genoot betrokken, en waarbij het onderscheid werd gemaakt tussen de gewaarborgde en niet gewaarborgde schuldvorderingen van DEXIA BANK NV (ARTESIA). 1.
- De curatoren van het faillissement LERNOUT & HAUSPIE SPEECH PRODUCTS NV betwisten de geldigheid van de 'alle-sommen'-clausules. - De clausules zouden objectief gezien niet voldoende bepalen, welke schulden door de zekerheid werden gewaarborgd. - Zij zouden daarenboven alleen kredieten waarborgen die snel en soepel moeten verleend worden en die strekken tot de financiering van de dagelijkse activiteiten. Zij zouden geenszins de verbintenissen uit de wentelkredietovereenkomst van 2 mei 2000 waarborgen, die niet strekte tot de financiering van de dagelijkse activiteiten, maar (onder andere) tot de overname van een handelsactiviteit. - Het consortium van banken dat het wentelkrediet toestond, was daarenboven niet aanwezig bij het afsluiten van de 'alle-sommen'-zekerheden, die LERNOUT & HAUSPIE SPEECH PRODUCTS NV met de PARIBAS BELGIË NV of BACOB CVBA overeenkwam. Het zou op het tijdstip van de zekerheidstellingen dan ook geenszins de bedoeling van de aanwezige partijen (LERNOUT & HAUSPIE SPEECH PRODUCTS NV, PARIBAS BELGIË NV en BACOB CVBA) geweest zijn, om ook de verbintenissen uit de wentelkredietovereenkomst die achteraf met een consortium van banken werd afgesloten, te waarborgen. 1.
- KBC BANK NV en FORTIS BANK NV betwisten de geldigheid van de 'alle-sommen'-clausules niet. Zij stellen evenwel, dat DEXIA BANK NV de 'alle-sommen'-clausules uit de aktes van inpandgeving van PARIBAS BELGIË NV en BACOB CVBA niet kan inroepen voor haar schuldvordering uit het wentelkredietovereenkomst van 2 mei
- - DEXIA BANK NV zou de 'alle-sommen'-clausules niet kunnen inroepen, omdat zij op het ogenblik dat de wentelkrediet-overeenkomst van 2 mei 2000 werd afgesloten, nog geen rechtsopvolger zou geweest zijn van PARIBAS BELGIË NV en BACOB CVBA. - PARIBAS BELGIË NV en BACOB CVBA zouden de 'alle-sommen'-clausules in hun voordeel hebben bedongen en niet in het voordeel van een derde bank. Het feit dat DEXIA BANK NV achteraf de rechtsopvolger werd van PARIBAS BELGIË NV en BACOB CVBA zou er dan ook niet toe leiden, dat DEXIA BANK NV voor de eigen vorderingen die de rechtsopvolging voorafgaan, plots de 'alle-sommen'-clausules zou kunnen inroepen die PARIBAS BELGIË NV en BACOB CVBA in het voordeel van hun schuldvorderingen hebben bedongen. - Of met andere woorden, DEXIA BANK NV zou de 'alle-sommen'-clausules alleen kunnen inroepen voor de vorderingen die zij van haar rechtsvoorgangers heeft overgenomen of voor de verbintenissen die zij na de rechtsopvolging nog met LERNOUT & HAUSPIE SPEECH PRODUCTS NV zou hebben afgesloten. 1.
- KBC BANK NV en FORTIS BANK NV stellen verder hierin bijgetreden door de curatoren van het faillissement LERNOUT & HAUSPIE SPEECH PRODUCTS NV dat de banken bij het afsluiten van de wentelkrediet-overeenkomst op 2 mei 2000 overeenkwamen, dat de 'alle-sommen'-panden op het handelsfonds alleen nog tot zekerheid zouden strekken van de vorderingen uit de voordien afgesloten leningen, maar niet van de vorderingen uit de wentelkredietovereenkomst. Zij beroepen zich in het bijzonder op: - artikel 11 uit de wentelkredietovereenkomst van 2 mei 2000; - de annexen 8 en 9 van de wentelkredietovereenkomst van 2 mei 2000; - de verklaring van 28 april 2000 van DEXIA BANK NV; - de constructie van de zekerheden; - de houding van FORTIS BANK NV. 1.6.
- Artikel 11 bepaalt (vrije vertaling): 'De Ontlener (LERNOUT & HAUSPIE SPEECH PRODUCTS NV) verzekert de Agenten en de Banken, zolang een som verschuldigd, betaalbaar of beschikbaar blijft in het kader van deze overeenkomst: 11.
- dat de vorderingen die de Agenten en de Bankier uit hoofde van deze overeenkomst op haar kunnen laten gelden ten minste dezelfde rang zullen hebben als de vorderingen van al haar andere schuldeisers, met uitzondering van de vorderingen die een wettelijke voorrang genieten en vorderingen die gewaarborgd zijn door 'Toegestane Lasten (Permitted Encumbrances)'; 11.
- dat zij geen enkele Last zal vestigen of handhaven op haar huidige of toekomstige inkomsten of goederen, of op de huidige of toekomstige inkomsten of goederen van enige Dochter-maatschappij, met uitzondering van de Toegelaten Lasten; (...)'. 1.6.
- Annex 8 doet opgave van de 'Toegestane Lasten', die de activa van LERNOUT & HAUSPIE SPEECH PRODUCTS NV en haar Dochtermaatschappijen belasten (de 'Permitted Encumbrances') en die vóór het afsluiten van de wentelkredietovereenkomst van 2 mei 2000 werden afgesloten ('existing prior to the Effective date'). Het vermeldt de 9 inschrijvingen op het handelsfonds van LERNOUT & HAUSPIE SPEECH PRODUCTS NV, die de diverse leningen ('various loans') van ARTESIA waarborgt naar rang en naar hoofdsom, waarvan punt 1.2 hierboven opgave doet, vermeerderd met 10% intrest ('totaling BEF 1.004.250, plus 10% interest. Grand total: BEF 1.104.675.000'). Annex 9 doet opgave van alle lopende kredietfaciliteiten ('Existing Facilities'), die LERNOUT & HAUSPIE SPEECH PRODUCTS NV genoot en die het afsluiten van de wentelkredietovereenkomst van 2 mei 2000 voorafgaan. Hieronder vermeldt het de lopende kredietfaciliteiten die LERNOUT & HAUSPIE SPEECH PRODUCTS NV zowel bij DEXIA BANK NV (ARTESIA) genoot, als bij FORTIS BANK NV. Niet betwist is, dat LERNOUT & HAUSPIE SPEECH PRODUCTS NV de verbintenissen uit deze lopende kredietfaciliteiten die het afsluiten van wentelkrediet voorafgingen, is nagekomen. 1.6.
- De 'verklaring van 28 april 2000 van DEXIA BANK NV', die KBC BANK NV en FORTIS BANK NV inroepen betreft een overzicht van de verbintenissen die LERNOUT & HAUSPIE SPEECH PRODUCTS NV op 28 april 2000 en 2 mei 2000 tegenover DEXIA BANK NV (ARTESIA) had (stuk 2 in de bundel van PARIBAS BELGIË NV en BACOB CVBA). Deze verklaring, waarvan KBC BANK NV en FORTIS BANK NV stellen dat het een precontractueel document is dat het afsluiten van de wentelkredietovereenkomst van 2 mei 2000 voorafgaat, weerhoudt op datum van 28 april 2000: Zekerheden: - de inpandgeving van de handelszaak, voor een totaal bedrag van BEF 1.004.250.000 in hoofdsom. en met betrekking tot de (wentel-)kredietbevestiging per 2.05.2000: 'Kredieten: Kredietvermindering tot BEF 110.458.
- 'Zekerheden: - verbintenis van ARTESIA om geen wederopnames toe te staan. - inpandgeving handelszaak en andere zekerheden/verbintenis-sen zijn uitdovend.' 1.6.
- Wat de constructie van de zekerheden betreft, beroepen KBC BANK NV en FORTIS BANK NV zich in het bijzonder op artikel 11, 6 van de wentelkredietovereenkomst van 2 mei 2000 en op de artikelen 2.3.1, 13.5 en 14 die de principiële gelijke behandeling zouden benadrukken van de banken, die participeren in wentelkrediet.. - Artikel 11, 6 bepaalt dat FORTIS BANK NV en ARTESIA geen wederopnames van de lopende kredietfaciliteiten ('Existing Facilities') meer zullen toestaan. Dit zou inhouden, dat de lopende kredietfaciliteiten uitdovend waren. En het uitdoven van de kredietfaciliteiten als gevolg van de bepaling dat geen heropnames mogelijk waren, zou inhouden dat DEXIA BANK NV en ook FORTIS BANK NV afstand deden van het recht, om zich voor hun vorderingen uit de wentelkredietovereenkomst van 2 mei 2000 te beroepen op de zekerheden die de uitdovende kredietfaciliteiten dekten. - Artikel 2.3.1 voorziet in een evenredige deelneming in -, en afbouw van de kredietfaciliteiten die de consortiumbanken aan LERNOUT & HAUSPIE SPEECH PRODUCTS NV toestaan. - De artikelen 13.5 en 14 worden hieronder onder punt 1.7 nader geciteerd. 1.6.
- Wat de houding van FORTIS BANK NV betreft, wijzen KBC BANK NV en FORTIS BANK NV erop, dat ook FORTIS BANK NV voor haar lopende kredieten die de wentelkredietovereenkomst van 2 mei 2000 voorafgingen een 'alle-sommen'-zakelijke zekerheid genoot, maar deze zekerheid niet heeft ingeroepen voor haar vordering uit de wentelkredietovereenkomst. Uit de houding van FORTIS BANK NV zou volgen, dat het inroepen van de 'alle-sommen'-clausule niet in overeenstemming is met de strekking van de wentelkrediet-overeenkomst van 2 mei
- 1.
- KBC BANK NV en FORTIS BANK NV stellen in onderschikte orde, zo DEXIA BANK NV de panden op de handelszaak zou kunnen inroepen tot zekerheid van haar eis uit de wentelkredietovereenkomst, de opbrengst van de panden evenredig moeten verdeeld worden onder de banken die het wentelkrediet toestonden. Zij beroepen zich op de artikelen 2.3.1, 13.5 en 14 uit de wentelkredietovereenkomst, die de principiële gelijke behandeling van deze banken zouden benadrukken, alsook op de uitvoering die DEXIA BANK NV aan de wentelkredietovereenkomst gaf. - Artikel 13.5 dat de uitbetaling onder de Banken regelt, bepaalt (vrije vertaling): 'Alle betalingen van de Ontlener (LERNOUT & HAUSPIE SPEECH PRODUCTS NV) aan een Agent in uitvoering van de kredietfaciliteiten die het wentelkrediet toestaat, zal door de Agent meteen onder de Banken in valuta uitbetaald worden en verdeeld in verhouding van hun respectievelijke participatie in het desbetreffend krediet en tot beloop van de som die de Agent ontving'. - Artikel 14.1 dat de pro rata verdeling regelt, bepaalt (vrije vertaling): 'Indien een Bank een bedrag ontvangt of int, die een aanbetaling uitmaakt op de totale som die de Ontlener uit hoofde van deze overeenkomst verschuldigd is geworden en die het evenredig aandeel (proportion or share) van deze Bank overschrijdt (...), dan zal deze Bank een van de Agenten hiervan op de hoogte stellen binnen de vijf werkdagen (...), waarna deze Agent onverwijld het evenredig aandeel zal berekenen die elke bank heeft in het bedrag, dat het evenredig aandeel van de invorderde of innende Bank overschrijdt (...); zo de betaling volgt uit een gerechtelijke invordering die een bank heeft ingesteld, dan zal deze werkwijze evenwel alleen gevolgd worden ten aanzien van de banken, die zich bij de gerechtelijke invordering hebben aangesloten'. - DEXIA BANK NV ging 29 november 2000 over tot een evenredige verdeling van de sommen. 1.
- KBC BANK NV en FORTIS BANK NV roepen in onderschikte orde ook een precontractuele fout van DEXIA BANK NV in. Zo het hof zou vaststellen dat DEXIA BANK NV wel de 'alle-sommen'-zekerheden voor haar aandeel in het wentelkrediet geniet, dan zou DEXIA BANK NV hen opzettelijk misleidende informatie verstrekt hebben. Zij verwijzen onder meer naar de nota van 28 april 2000, waarin DEXIA BANK NV verklaarde dat de 'inpandgeving handelszaak en andere zekerheden/verbintenissen uitdovend zijn'. Zij vorderen respectievelijk een provisionele schadeloosstelling voor de sommen van 100.000.000 USD en 90.000.000 USD. 1.
- De eerste rechter weerhield op volgende relevante overwegingen wel de principiële geldigheid van de 'alle-sommen'-clausules, maar stelde vast dat DEXIA BANK NV zich niet op deze clausules kon beroepen voor haar vorderingen uit de wentelkredietovereenkomst, omdat deze nieuwe overeenkomst binnen een nieuwe zakenrelatie en een nieuw referentiekader tot stand kwam: '(2.) Sinds het arrest d.d. 28 maart 1974 van het Hof van Cassatie (R.W., 1974-1975, 339 zgn. 'Mengal'-arrest) dient de principiële geldigheid van een 'alle sommen'-clausule aanvaard te worden, meer bepaald dat krachtens art. 1130 B.W. een zekerheid kan worden gesteld tot waarborg van voorwaardelijke of toekomstige schulden. Het bijkomstig karakter van de zekerheid belet niet dat de zekerheid gevestigd wordt tot waarborg van een toekomstige schuldvordering, op voorwaarde dat deze laatste voldoende bepaald of bepaalbaar is "op het tijdstip van de zekerheidsstelling". Aangezien een zekerheid enkel de betaling en niet het bestaan zelf van een schuldvordering waarborgt, volstaat het, om aan de vereiste van het bijkomstig karakter te voldoen, dat de schuldvordering bestaat op het ogenblik van de uitvoering van de zekerheid. 'Aan de bepaalbaarheidsvoorwaarde van een toekomstige schuldvordering zal voldaan zijn als de bewoordingen van de vestigingsakte zelf van de zekerheid toelaten om de gewaarborgde verbintenis te omschrijven (objectief criterium), mits uit "de gegevens van de zaak" blijkt dat de schuldvordering waarvoor de zekerheid wordt ingeroepen, werkelijk die is "welke (de) partijen hadden willen waarborgen" (subjectief criterium). Art. 1163 B.W. bepaalt immers dat, hoe algemeen ook de bewoordingen zijn waarin een overeenkomst is gesteld, zij enkel maar die zaken omvat waaromtrent het blijkt dat partijen bedoelden te contracteren. 'M.a.w. het is op het ogenblik dat effectief op de zekerheid een beroep wordt gedaan, dat men aan de hand van de voorliggende gegevens moet nagaan indien de kwestieuze schuldvordering (waarvan de uitvoering alsdan vervolgd wordt of aan de orde wordt gesteld in het kader van een samenloop), volgens de wil van de partijen deel uitmaakt van wat in de rechtsleer het "champ contractuel" of het "referentiekader" is genoemd geworden. Aldus moet dit referentiekader, benevens de bewoordingen zelf van de akte, mede toelaten om de categorie van schuldvorderingen te kunnen aflijnen waarvoor op het ogenblik van de uitwinning of van de samenloop de gestelde zekerheid voor 'alle sommen' nuttig kan ingeroepen worden door de schuldeiser (cf. A.M. Stranart, "De zekerheden", in : W. Van Gerven, H. Cousy en J. Stuyck, Handels- en Economisch Recht, Deel 1 Ondernemingsrecht (Beginselen van Belgisch Privaatrecht XIII), volume B, 3de uitgave, 1989, p. 651 e.v., inz. nr. 715, p. 677-679 ; E. Dirix en R. De Corte, Zekerheidsrechten (Beginselen van Belgisch Privaatrecht XII), 4de uitgave, 1999, nr. 361, p. 236-237 en nr. 622, p. 424-426 ; J. Cattaruzza en I. Peeters, bespreking van art. 51bis Wet Hypothecair Krediet, in : Voorrechten en Hypotheken, Artikelsgewijze commentaar met overzicht van rechtspraak en rechtsleer, nrs. 8, 9 en 12, p. 7-10). 'Zekere rechtsleer stelt bovendien het criterium van de 'redelijke voorzienbaarheid' van de schuldvordering voorop als element van de bepaalbaarheid. Zo oordeelt W. Van Gerven dat partijen geacht worden zich te gedragen als redelijke en voorzichtige personen, zodat binnen het referentiekader, alleen die verbintenissen die redelijkerwijze konden worden voorzien bij het sluiten van het zekerheidscontract, als voldoende bepaalbaar kunnen aanzien worden. De redelijke voorzienbaarheid betreft dan niet het geheel van de schuldvorderingen, maar wel elke schuldvordering afzonderlijk (W. Van Gerven, Handels- en Economisch Recht, Deel 1 (Beginselen van Belgisch Privaatrecht XIII), 1975, p. 455-481, inz. p. 479). '
(4). Nog aangenomen dat de ('alle-sommen'-clausule die DEXIA BANK NV inroept) zeer ruim en zeer algemeen gesteld zijn, toch kan niet volgehouden worden dat elk referentiekader binnen hetwelk de schuldeiser zich op de bedongen waarborg zou kunnen beroepen, ontbreekt. De verhouding die in casu aan de orde is, is de courante, bilaterale relatie van een onderneming en haar bankier die (o.a.) krediet verstrekt. Specifiek in de bankpraktijk is een algemeen gestelde inpandgeving gebruikelijk en in casu geven de bewoordingen van de geciteerde clausules te kennen dat daarmee alleszins de huidige en toekomstige, financiële en bancaire schulden bedoeld zijn die (kunnen) voortspruiten uit de zakenverhouding tussen LHSP en haar bankier(s), in het kader van de door LHSP ontwikkelde handelsactiviteit. Aan het objectief criterium van de bepaalbaarheidsvoorwaarde is derhalve voldaan. 'Blijft evenwel het subjectief criterium, nl. in casu de vraag indien destijds, in 1991-1997, Paribas en Bacob enerzijds en LHSP anderzijds, de wil gehad hebben om ook de (toekomstige) schuldvordering van Artesia, voortspruitend uit haar aandeel in een consortiumkrediet dat samen met 4 andere banken op 2 mei 2000 werd toegestaan, te waarborgen. Op basis van de huidige gegevens van de zaak moet beoordeeld worden indien dit werkelijk het geval is. 'In casu is het in die optiek niet zonder belang dat de handelspanden destijds niet ten voordele van Artesia of van Dexia gevestigd werden, maar ten voordele van respectievelijk NV Paribas Bank België en CVBA Bacob Bank. Desbetreffend beperkt Artesia/Dexia zich ertoe te stellen dat zij de "algemene rechtsopvolgster" is van Paribas en Bacob (zonder enige uitleg te geven hoe die algemene rechtsopvolging gerealiseerd werd). 'Het is juist dat fusie (door opslorping) een rechtsopvolging onder algemene titel inhoudt en dat het gehele vermogen (zowel rechten als verplichtingen) van rechtswege overgaat van de overgenomen vennootschap naar de overnemende vennootschap. Aan de actiefzijde betekent dit dat de zekerheidsrechten die aan de schuldvorderingen (van de overgenomen vennootschap op derden) verbonden zijn, mee overgaan in het patrimonium van de overnemende vennootschap, met inbegrip van b.v. een 'alle sommen'-waarborg (E. Dirix en R. De Corte, o.c., nr. 14, p. 15-16 en nr. 379, p. 247). 'De overnemende vennootschap kan zich in die omstandigheden beroepen op een 'alle sommen'- clausule die de overgenomen vennootschap heeft bedongen (en op de zekerheid die terzake voor 'alle sommen' werd gesteld door de oorspronkelijke derde-schuldenaar), doch steeds binnen de voorwaarden en binnen de grenzen welke ook reeds voorheen door de overgenomen vennootschap in acht dienden genomen te worden; de overnemende bank heeft immers niet meer rechten dan de overgenomen bank tegenover de oorspronkelijke schuldenaar. Specifiek gelet op het subjectief criterium dat moet vervuld zijn voor toekomstige schulden (en meer bepaald zoals in casu de schulden die de oorspronkelijke derde-schuldenaar op het ogenblik van de rechtsopvolging tussen de betrokken banken nog niet eens aangegaan heeft met de nieuwe, overnemende bank), is het zeer de vraag indien de overnemende bank zonder meer een voorheen door de overgenomen bank(
- en)bedongen 'alle sommen'-clausule kan inroepen voor nieuw (sinds de overname) verstrekt krediet. Door het feit zelf van de overname van een bank door een andere ook al gaan daarmede de bestaande rechten en plichten over komt immers een nieuwe zakenrelatie en derhalve een nieuw referentiekader tot stand. In dat licht kan niet zonder meer gesteld worden dat de oorspronkelijke bank(
- en)en de oorspronkelijke derde-schuldenaar ab initio de werkelijke wil gehad hebben om een in het kader van een eerdere zakenrelatie overeengekomen 'alle sommen'-waarborg, ook uitwerking te laten hebben voor nieuw toegestaan krediet door een overnemende bank in het kader van een nieuwe zakenrelatie met die overnemende bank. Zoals de verbintenissen die de oorspronkelijke schuldenaar tegenover een andere schuldeiser had aangegaan, maar waarvan de bank naderhand schuldeiser geworden is, buiten het begrip 'zakenrelatie' vallen, zo geldt dezelfde redenering i.v.m. schuldvorderingen door de bank verworven tengevolge van een fusie of opslorping (J. Cattaruzza en I. Peeters, o.c., nr. 34, p. 21). 'In casu kan Artesia/Dexia zich niet beroepen op de 'alle sommen'-clausule die voorkomt in de 9 overeenkomsten van inpandgeving van de handelszaak die LHSP eertijds met Paribas en Bacob aangegaan heeft, althans niet in die mate dat de schuldvordering van Artesia/Dexia op basis van haar aandeel in het consortiumkrediet d.d. 2 mei 2000, van die zekerheid zou genieten. Die laatste schuldvordering kaderde in een totaal nieuwe zakenrelatie van LHSP, niet alleen omdat een nieuwe bankier in de plaats van Paribas en Bacob was gekomen, maar in casu ook omdat het wentelkrediet d.d. 2 mei 2000 door LHSP werd aangegaan met een consortium van 5 banken (en niet met Artesia "ut singuli"), in welk geval niet kan volgehouden worden en op basis van de huidig gekende gegevens niet bewezen is dat destijds, Paribas en Bacob enerzijds en LHSP anderzijds, gewild hebben dat ook een op die wijze in de toekomst nieuw aan te gane schuld onder de eertijds middels pand op de handelszaak gevestigde zekerheid zou vallen. 'De eertijds door Paribas en Bacob toegestane kredieten waren overigens "klassieke" kredietopeningen, door LHSP aan te wenden onder de vorm van kaskrediet, investeringskrediet en/of vaste voorschotten in Belgische frank. De wentelkredietovereenkomst d.d. 2 mei 2000 daarentegen werd toegestaan in U.S. Dollar en had een zeer specifiek doel, zoals omschreven in art. 2.2 van het contract, nl. de kapitalisatie en/of de financiering van een nieuw door LHSP op te richten "coördinatiecentrum", dat de opbrengsten zou gebruiken voor het herfinancieren van (voornamelijk) de schuldenlast van het door LHSP overgenomen Dictaphone Corporation (benevens andere "algemene" bedrijfsdoeleinden van LHSP). Tot de oprichting van dat coördinatiecentrum werd formeel besloten op de raad van bestuur van LHSP d.d. 2 mei 2000, in welke notulen is uiteengezet dat de oprichting "kadert in de nood aan een gestructureerd financieel beleid en thesaurie-beheer op groepsniveau en fiscale optimalisatie". Het blijkt ook dat reeds op 28 april 2000 een coöperatieve vennootschap met beperkte aansprakelijkheid werd opgericht met een kapitaal van 750.000 BEF, dat als coördinatiecentrum dienst kon doen, en dat o.m. de "fondsen" verder zou lenen aan groepsvennootschappen (bundel curatoren, stuk nr. 27, laatste bijlage). 'Anderzijds valt het ook op dat, destijds, Paribas en Bacob voor elk nieuw toegestaan krediet telkens pand op de handelszaak van LHSP bedongen en genomen hebben voor het volledig bedrag van het toegestaan krediet. Thans zou in de optiek van Artesia/Dexia haar schuldvordering (op basis van het wentelkrediet, waarin haar aandeel ten belope van 50 miljoen USD was voorzien ) slechts voor minder dan de helft door pand op de handelszaak van LHSP gedekt geweest zijn.' 1.10. Verder weerhield de eerste rechter op volgende relevante overwegingen, dat de aanspraak van DEXIA BANK NV op de 'alle-sommen'-zekerheden evenmin verenigbaar was met de wentel-kredietovereenkomst: 'Tenslotte weze nog benadrukt dat de curatoren zowel als KBC en Fortis terecht aanvoeren dat de termen en de ganse filosofie van de wentelkredietovereenkomst ervan doen blijken dat de daarbij betrokken partijen (zowel LHSP als de banken) gewild hebben dat elk van de vijf deelnemende banken, voor hun respectievelijk aandeel, op gelijke voet zou staan tegenover LHSP, d.w.z. zonder dat één van die banken op enige reden van voorrang aanspraak zou kunnen maken voor wat de schuldvordering op basis van het wentelkrediet betrof. Dienaangaande verwijst de rechtbank naar de argumentatie van de curatoren en van KBC en Fortis zoals hierboven aangehaald. Zonder daaruit af te leiden dat Artesia/Dexia afstand zou gedaan hebben van haar principieel recht om, als overnemende bank, zich te beroepen op de kwestieuze 'alle sommen'-clausules, toch kan in de gegeven omstandigheden niet volgehouden worden dat destijds, LHSP enerzijds en Paribas en Bacob anderzijds, gewild zouden hebben dat de toekomstige schuld-vordering op basis van het wentelkrediet van Artesia/Dexia onder de eerder gevestigde zekerheid van pand op de handelszaak zou vallen. Volgens de huidige gegevens van de zaak blijkt immers dat bij het aangaan van het wentelkrediet precies het tegendeel is gewild door de betrokken partijen.' 2. Beoordeling 2.1. Het Hof onderschrijft het vonnis, dat vaststelde dat DEXIA BANK NV in strijd met de bewoordingen en de filosofie van wentelkredietovereenkomst aanspraak maakt op de 'alle-sommen'-zekerheden voor haar schuldvordering uit de wentelkrediet-overeenkomst. 2.1.1. De wentelkredietovereenkomst vermeldt exclusief de vorderingen die een voorrang hebben op de vorderingen uit de wentelkrediet-overeenkomst en behandelt de vorderingen van de deelnemende banken uit hoofde van de wentelkredietovereenkomst op gelijke voet. De wentelkredietovereenkomst handhaaft deze basisbeginselen zowel in haar artikelen 2.3.1, 11(.1, .2, en .6), 13.5, 14.1 en 20.2, als in haar annexen 4 en 8 (zie hierboven de punten 1.6.1 en 1.6.4). Die weerhouden alleen een voorrang voor de vorderingen die DEXIA BANK NV had kunnen stellen uit hoofde van de diverse leningen, waarvan punt 1.2 hierboven opgaf doet; en zij beperkten de aanspraak van DEXIA BANK NV op deze voorrang tot de som van 27.384.177,95 EUR (1.104.675.000 BEF), intresten inbegrepen ('grand total'). De wentelkredietovereenkomst voorziet niet in een voorrang voor de schuldvordering van een deelnemende bank, die de schuld-vorderingen van de andere deelnemende banken zou voorafgaan. De wentelkredietovereenkomst bepaalt uitdrukkelijk dat LERNOUT & HAUSPIE SPEECH PRODUCTS NV geen heropnames kon doen op grond van de lopende kredietfaciliteiten (zie artikel 11.6). Hieronder weerhoudt annex 9 van de wentelkredietovereenkomst, die sluitend alle kredietfaciliteiten opsomt, ook de kredietfaciliteiten die DEXIA BANK NV en FORTIS BANK NV toestonden. En voor deze lopende kredietfaciliteiten namen DEXIA BANK NV en FORTIS BANK NV de hierbij aansluitende verbintenis op, om geen heropname meer toe te staan aan LERNOUT & HAUSPIE SPEECH PRODUCTS NV. 2.1.2. Deze basisbeginselen sluiten aan bij de onderhandelingen die het afsluiten van de wentelkredietovereenkomst voorafgaan. DEXIA BANK NV (ARTESIA) verzekerde de andere deelnemende banken immers, dat zij geen wederopnames zou toestaan van de diverse leningen, die PARIBAS BELGIË NV en BACOB CVBA voordien aan LERNOUT & HAUSPIE SPEECH PRODUCTS NV hadden toegestaan en waarvan punt 1.2 hierboven opgaf doet. Zij bevestigde ook dat 'de inpandgevingen van de handelszaak en andere zekerheden/ verbintenissen' uitdovend waren (zie punt 1.6.3 hierboven). DEXIA BANK NV betwist niet dat LERNOUT & HAUSPIE SPEECH PRODUCTS NV haar verbintenissen uit de diverse leningen, die PARIBAS BELGIË NV en BACOB CVBA voordien aan LERNOUT & HAUSPIE SPEECH PRODUCTS NV hadden toegestaan en waarvan punt 1.2 hierboven opgaf doet, is nagekomen. Het Hof stelt dan ook vast dat haar aanspraak op een 'uitdovende' voorrang, die exclusief verbonden was aan de nakoming van deze aflopende verbintenissen, eveneens uitgedoofd is. 2.1.3. Uit de diverse verslagen van de bankiersvergaderingen betreffende de verdere financiering van de handelsactiviteiten van LERNOUT & HAUSPIE SPEECH PRODUCTS NV volgt niet, dat KBC BANK NV en FORTIS BANK NV terugkwamen op de basisbeginselen van de wentelkredietovereenkomst. De verslagen vermelden nergens, dat de vorderingen die DEXIA BANK NV uit hoofde van de wentelkredietovereenkomst kon stellen de 'alle-sommen'-zekerheden genoten, die DEXIA BANK NV overeenkomstig annex 8 van de wentelkredietovereenkomst genoot voor de diverse leningen die PARIBAS BELGIË NV en BACOB CVBA voordien aan LERNOUT & HAUSPIE SPEECH PRODUCTS NV hadden toegestaan en waarvan punt 1.2 hierboven opgaf doet. KBC BANK NV en FORTIS BANK NV hadden kennis van deze kredietfaciliteiten. Zij hebben in artikel 11, 6 en annex 8 van de wentelkredietovereenkomst de voorrang van DEXIA BANK NV voor deze kredietfaciliteiten ook aanvaard. En tegenover deze achtergrond moeten de bankenverslagen dan ook gelezen worden. 2.1.4. De vaststelling van de eerste rechter dat PARIBAS BELGIË NV en BACOB CVBA voor elk van de leningen die DEXIA BANK NV als hun rechtsopvolger overnam telkens een nieuwe inschrijving op het handelsfonds van LERNOUT & HAUSPIE SPEECH PRODUCTS NV hebben genomen voor het volle bedrag van elke kredietfaciliteit, daar waar DEXIA BANK NV geen nieuwe inschrijving nam voor haar participatie in het wentelkrediet alhoewel deze participatie de krediet-faciliteiten waarover LERNOUT & HAUSPIE SPEECH PRODUCTS NV tegenover haar kon beschikken aanzienlijk verhoogde , sluit volledig aan bij de basisbeginselen van de wentelkrediet-overeenkomst. 2.2. Een verder onderzoek naar het ogenblik waarop DEXIA BANK NV de rechtsopvolger van BACOB CVBA en PARIBAS BELGIË NV werd, dringt zich niet meer op. Het Hof heeft hierboven al vastgesteld, dat DEXIA BANK NV geen aanspraak kan maken op de 'alle-sommen'-zekerheden voor haar schuldvordering uit de wentelkredietovereenkomst. Het Hof stelt alleen nog, dat DEXIA BANK NV de 'alle-sommen'-zekerheden niet zou kunnen inroepen voor haar schuldvorderingen uit 'eigen' overeenkomsten, die de rechtsopvolging voorafgaan. DEXIA BANK NV had de 'alle-sommen'-zekerheden uiteraard alleen kunnen inroepen, zo vastgesteld zou worden dat de participatie van DEXIA BANK NV in de wentelkredietovereenkomst een vervolg uitmaakte op de handelsrelaties, die PARIBAS BELGIË NV en BACOB CVBA met LERNOUT & HAUSPIE SPEECH PRODUCTS NV hadden opgezet. Het gegeven dat KBC BANK NV en FORTIS BANK NV de rechtsopvolging van DEXIA BANK NV in de rechten van PARIBAS BELGIË NV en BACOB CVBA al erkenden in de wentelkrediet-overeenkomst, lijkt er evenwel op te wijzen dat KBC BANK NV en FORTIS BANK NV de rechtsopvolging toen al erkenden; en ook de curatoren van het faillissement LERNOUT & HAUSPIE SPEECH PRODUCTS NV betwisten de rechtsopvolging voorafgaandelijk aan het afsluiten van de wentelkredietovereenkomst niet. BESLUITEN Het Hof verklaart op tegenspraak en gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken het hoger beroep van DEXIA BANK NV ontvankelijk, maar ongegrond. Het bevestigt de besluiten van het bestreden vonnis. Het verwijst DEXIA BANK NV in de kosten van het hoger beroep, die het aan de zijde van curatoren van het faillissement LERNOUT & HAUSPIE SPEECH PRODUCTS NV enerzijds en KBC BANK NV en FORTIS BANK NV anderzijds telkens vaststelt op de rechtsplegingvergoeding van EUR 475,96. Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van het Hof van beroep te Gent, zevende kamer, recht doende in burgerlijke zaken op tien april tweeduizend en zes. Aanwezig : H. Debucquoy, raadsheer, waarnemend voorzitter, F. Deschoolmeester, raadsheer, G. De la Ruelle, raadsheer P. De Smet, substituut-procureur-generaal A. Ferdinande, griffier. Repertorium nr. 2006/ A. Ferdinande G. De la Ruelle F. Deschoolmeester H. Debucquoy PDF document ECLI:BE:HBGNT:2006:ARR.20060410.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div