← België

ECLI:BE:HBGNT:2006:ARR.20060626.9

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Gent Vonnis/arrest van 26 juni 2006 ECLI nr: ECLI:BE:HBGNT:2006:ARR.20060626.9 Rolnummer: 1998/AR/402 Rechtsgebied: Handelsrecht Invoerdatum: 2007-07-31 Raadplegingen: 165 - laatst gezien 2026-07-01 04:38 Fiche UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - VERZEKERINGEN - Algemeen (verzekeringen) Vrije woorden: Verzekeringen - verjaring en goede trouw - onderhandelingen tussen verzekeraars - schorsing en art.2257 lid 1 en 2 B.W Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 2257 lid 1 oud Burgerlijk Wetboek - 2257 lid 2 Tekst van de beslissing DE FEDERALE VERZEKERINGEN, met maatschappelijke zetel te 1000 Brussel, Stoofstraat 12, voorheen ingeschreven in het handelsregister te Brussel onder nr. 1.948, thans met ondernemingsnummer 403 257 506, appellante, hebbende als raadsman mr. Jacques Danneels, advocaat met kantoor te 9000 Gent, Coupure Rechts 156, tegen

  1. N.V. SIDAPLAX, met maatschappelijke zetel te 9050 Gent (Gentbrugge), Kerkstraat 24, voorheen ingeschreven in het handelsregister te Gent onder nr. 101.271 en thans met ondernemingsnummer 0401 087 377, eerste geïntimeerde, hebbende als raadsman mr. Jos Mertens, advocaat met kantoor te 9000 Gent, Bagattenstraat 124,
  2. Mr. Nadine MOLLEKENS, advocaat met kantoor te 1600 Sint-Pieters-Leeuw, V. Nonnemanstraat 56 bus 2.1, optredende in haar hoedanigheid van curator over het faillissement van de N.V. MEGAMAT, met maatschappelijke zetel te 1030 Brussel, Scailquinstraat 65, in staat van faillissement verklaard bij vonnis van de rechtbank van koophandel te Brussel van 20 november 1992, tweede geïntimeerde q.q. in persoon verschijnende, II. In de zaak nr. 1998/AR/524 van : N.V. SIDAPLAX, met maatschappelijke zetel te 9050 Gent (Gentbrugge), Kerkstraat 24, voorheen ingeschreven in het handelsregister te Gent onder nr. 101.271 en thans met ondernemingsnummer 0401 087 377, appellante, hebbende als raadsman mr. Jos Mertens, advocaat met kantoor te 9000 Gent, Bagattenstraat 124, tegen N.V. AIG EUROPE, met maatschappelijke zetel te 1050 Brussel, Pleinlaan 11, welke in de rechten en plichten getreden is van de N.V. UNAT, voorheen ingeschreven in het handelsregister te Brussel onder nr. 509.275 en thans met ondernemingsnummer 0435 262 754, geïntimeerde, hebbende als raadsman mr. Christiaan Robyns, advocaat met kantoor te 1730 Asse, Lindendries 26, velt het Hof volgend arrest : Partijen werden gehoord in openbare terechtzitting en de stukken werden ingezien.
  3. Gegevens van de zaak in beroep: 1.
  4. FEDERALE VERZEKERINGEN SV stelde op 18 februari 1998 tegenover SIDAPLAX NV en de curator van het faillissement MEGAMAT NV hoger beroep in tegen het vonnis van 16 oktober 1997 van de zesde kamer van de rechtbank van koophandel te Gent. SIDAPLAX NV betrok AIG EUROPE NV bij dit hoger beroep door de neerlegging op 4 maart 1998 van haar verzoekschrift tot hoger beroep. De curator van het faillissement MEGAMAT NV stelde in conclusie neergelegd op 15 september 1998 incidenteel hoger beroep in. 1.
  5. De blijvende betwisting volgt op de brand van 5 maart 1989 in de bedrijfsgebouwen van SIDAPLAX NV, waarbij

(1)ernstige schade werd toegebracht aan de verbouwings- en uitbreidingswerken, die MEGAMAT NV er uitvoerde overeenkomstig de aannemings-overeenkomst die zij op 18 april 1988 met SIDAPLAX NV had afgesloten voor de aanbouw van een nieuwe productiehall en
(2)schade werd toegebracht aan de materialen die MEGAMAT NV op de werf had staan. 1.2.
  1. SIDAPLAX NV stelt dat zij voor de som van 77.869,03 EUR (3.141.229 BEF) nog niet vergoed werd, waarvan 2.812.885 BEF aan schade aan de werken die MEGAMAT NV voor haar uitvoerde, 150.000 BEF aan afbraak- en opruimingskosten en 169.344 BEF aan expertisekosten. Zij blijft van FEDERALE VERZEKERINGEN SV en AIG EUROPE NV - die het risico zouden verzekeren - de hoofdelijke veroordeling vorderen tot de betaling van deze schade, vermeerderd met de vergoedende intresten van 5 maart 1989 en de gerechtelijke intresten. - Tegenover de FEDERALE VERZEKERINGEN SV beroept zij zich hoofdzakelijk op de polis nr. 307.112 ¿Alle risico's Bouwplaats', die MEGAMAT NV in het bijzonder voor de aanbouw van de nieuwe productiehall zou afgesloten hebben op 27 mei 1988; in hoger beroep beroept zij zich nu ook in ondergeschikte orde op de polis nr. 228.437 ¿Burgerlijke Aansprakelijkheid Bouw', die MEGAMAT NV op 21 april 1988 bij FEDERALE VERZEKERINGEN SV had onderschreven. - Tegenover AIG EUROPE NV (voordien NEW HAMPSHIRE NV) beroept zij zich op de polis nr. 4.001.537-93 ¿Alle Risiko's Montage', die zij in het bijzonder voor de aanbouw en inrichting van haar nieuwe productiehall op 29 november 1988 heeft afgesloten. In ondergeschikte orde - zo MEGAMAT NV met FEDERALE VERZEKERINGEN SV geen verzekering zou afgesloten hebben - beroept zij zich tegenover FEDERALE VERZEKERINGEN SV minstens op een quasi-delictuele fout. FEDERALE VERZEKERINGEN SV zou haar in de waan gebracht te hebben, dat de waarborgen uit een polis ¿Alle risico's Bouwplaats' verworven waren en nagelaten hebben haar te verwittigen, dat de haar toegezegde waarborg toch niet verworven was. Tegenover de curator van het faillissement MEGAMAT NV vordert zij - op grond van een tekortkoming aan de afgesproken verzekeringsverplichting waarin de aannemingsovereenkomst voorzag én bij toepassing van artikel 1788 van het burgerlijk wetboek - de opname van haar schade-eis in het faillissement van MEGAMAT NV. 1.2.
  2. MEGAMAT NV bekwam op 18 januari 1990 van FEDERALE VERZEKERINGEN SV voor de schade aan haar materiaal op de werf - die de deskundige van de FEDERALE VERZEKERINGEN SV op 28 augustus 1989 had begroot op 32.444,73 EUR (1.308.817 BEF) - alleen een vergoeding van 23.174,45 EUR (934.855 BEF). De curator van het faillissement MEGAMAT NV stelt, dat SIDAPLAX NV zich heeft verbonden tot de betaling van de overige schade, die SIDAPLAX NV en MEGAMAT NV zouden begroot hebben op 7.965,04 EUR (321.309 BEF). Zij blijft - bij toepassing van artikel 1384, lid 1 van het burgerlijk wetboek - van SIDAPLAX NV de betaling vorderen van deze schade, vermeerderd met de vergoedende intresten vanaf 6 maart
  3. 1.2.
  4. FEDERALE VERZEKERINGEN SV blijft - bij toepassing van artikel 544 en 1384, lid 1 van het burgerlijk wetboek - de terugbetaling van SIDAPLAX NV vorderen van haar tussenkomst in de schade van MEGAMAT NV voor 23.174,45 EUR (934.855 BEF), vermeerderd met de vergoedende intresten vanaf 18 januari 1990 en de gerechtelijke intresten. 1.2.
  5. In ondergeschikte orde vordert: - SIDAPLAX NV bij toepassing van artikel 7 van de bijzondere voorwaarden van de polis nr. 4.001.537-93 ¿Alle Risiko's Montage' de vrijwaring door AIG EUROPE NV voor haar eventuele veroordeling tegenover de curator van het faillissement MEGAMAT NV en FEDERALE VERZEKERINGEN SV (zie punt 1.2.2 en 1.2.3 hierboven); - AIG EUROPE NV de vrijwaring door FEDERALE VERZEKERINGEN SV en de curator van het faillissement MEGAMAT NV voor haar eventuele veroordeling tegenover SIDAPLAX NV (zie punt 1.2.1 hierboven); 1.2.
  6. FEDERALE VERZEKERINGEN SV stelt verder een tusseneis tegenover de curator van het faillissement MEGAMAT NV voor de onbetaald gebleven premie van de verzekering, die MEGAMAT NV voor de werf Sidaplax heeft afsloten. Zij vordert de opname in het passief van het faillissement voor 2.245,54 EUR (90.585 BEF), minstens voor 1.533,49 EUR (61.861 BEF). 1.2.
  7. Tenslotte herneemt AIG EUROPE NV haar tusseneis, die strekt tot de nietigverklaring van de polis, die SIDAPLAX NV voor haar installaties bij haar afsloot. Zij grondt die eis op een manifeste verzwijging/benadeling/bedrog tussen MEGAMAT NV en FEDERALE VERZEKERINGEN SV betreffende het afsluiten van de polis nr. 307.112 ¿Alle risico's Bouwplaats', die de nietigheid zou inhouden van de polis die zij met SIDAPLAX NV heeft afgesloten. 1.
  8. Het Hof weerhoudt volgende relevante overwegingen: 1.3.
  9. MEGAMAT NV nam in de aannemingsovereenkomst van 18 april 1988 betreffende de verbouwings- en uitbreidingswerken voor de nieuwe productiehall de verbintenis op, om bij FEDERALE VERZEKERINGEN SV een polis af te sluiten voor alle werfrisico's [zie pg. 2 van de aannemingsovereenkomst: ¿All Risk polis speciaal voor Uw werf afgesloten bij de Federale Verzekering (volgens telefax d.d. 18.04.1988)'; stuk 1 in de bundel van SIDAPLAX NV]. 1.3.
  10. FEDERALE VERZEKERINGEN SV verzekerde SIDAPLAX NV in de fax van 18 april 1988, dat MEGAMAT NV bij haar een polis ¿Alle risico's Bouwplaats' had onderschreven en de dekking verworven was vanaf 18 april
  11. - Zij gaf als verzekerde personen ¿de algemene aannemer, de onderaannemers en taakwerkers van de algemene aannemer, de bouwheer, de architect-planontwerper en het studiebureau' op. - Als waarborgen - met een instandhouding gedurende 1 jaar - weerhield zij ¿ 21.000.000 BEF met een vrijstelling van 31.000 BEF voor de schade aan het werk dat MEGAMAT NV uitvoerde; ¿ 5% op het bedrag van de werken die MEGAMAT NV uitvoerde met een vrijstelling van 31.000 BEF voor de opruimingskosten; ¿ 10.000.000 BEF voor lichamelijke en stoffelijke schade uit hoofde van de burgerlijke aansprakelijkheid van MEGAMAT NV met een vrijstelling van 10.000 BEF wat de gebouwen eigendom van SIDAPLAX NV betreft; ¿ 1.000.000 BEF met een vrijstelling van 10.000 BEF voor stoornissen van nabuurschap en de aansprakelijkheid die op de eigenaar/bouwheer bij toepassing van artikel 544 van het burgerlijk wetboek rust. Zij vestigde in het bijzonder de aandacht van SIDAPLAX NV op uitbreidingen van de waarborg voor 1.000.000 BEF met een vrijstelling van 10% met een minimum van 35.000 BEF per gebeurtenis voor schade, die SIDAPLAX NV aan haar bestaande gebouwen kon oplopen door gehele of gedeeltelijke instorting, scheuren en barsten, voor zover de schade volgt uit -, of veroorzaakt wordt door de werken die MEGAMAT NV uitvoert [zie de 3 pagina's lange fax van 18 april 1099 van FEDERALE VERZEKERINGEN SV aan SIDAPLAX NV, stuk 2 in de bundel van SIDAPLAX NV, die wat de vrijstelling betreffende de waarborg voor de opruimingskosten lichtjes afwijkt van de polis die FEDERALE VERZEKERINGEN SV onder stuk 2 in haar bundel overlegt]. 1.3.
  12. SIDAPLAX NV heeft zelf ook een polis nr. 4.001.537-93 ¿Alle Risiko's Montage' op 15 juni 1988 afgesloten bij NEW HAMPSHIRE NV/AIG EUROPE NV voor de oprichting van de fabriekshall en de inrichting van de nieuwe productiehall. - De polis weerhield o.a. de bouwheer en de aannemers als verzekerden en als waarborg: ¿ in tweede risico 202.000.000 BEF voor schade aan de aannemingswerken, ¿ in eerste risico 10.000.000 BEF voor schade aan het bestaand gebouw. Artikel 9, lid 2 van de bijzondere overeenkomsten voorziet dat bij de bepaling van de premievoet rekening werd gehouden met het feit dat MEGAMAT NV voor de door haar uit te voeren werken bij FEDERALE VERZEKERINGEN SV een verzekering heeft afgesloten en eerst na uitputting en in aanvulling van de waarborgen die FEDERALE VERZEKERINGEN SV verstrekt, zal tussenkomen. - In deze polis nam NEW HAMPSHIRE NV/AIG EUROPE NV ook de verbintenis op, om alle schade met indeplaatsstelling te vergoeden, indien FEDERALE VERZEKERINGEN SV ondanks haar contractuele verplichtingen niet goedwillig zou betalen [artikel 9, lid 3 uit de bijzondere polisvoorwaarden van de ¿Alle Risico's Montage verzekering'; stuk 3 in de bundel van SIDAPLAX NV]. - De waarborgen waarin de polis nr. 4.001.537-93 ¿Alle Risiko's Montage' voorziet werd op 29 november 1988 uitgebreid met de verzekering van het transport voor de nieuwe uitrustingsgoederen. De polisvoorwaarden betreffende deze uitbreiding zijn hier evenwel niet aan de orde. SIDAPLAX NV had voor haar bestaande gebouwen op 20 juni 1978 ook al een brandverzekeringspolis C 650.084 afgesloten met COMMERCIAL UNION. 1.3.
  13. MEGAMAT NV had op 21 april 1988 al een polis nr. 228.437 ¿Burgerlijke Aansprakelijkheid Bouw' bij FEDERALE VERZEKERINGEN SV afgesloten, die naast de verzekering tegen burgerlijke aansprakelijkheid, tot beloop van 1.000.000 BEF ook de schade dekt veroorzaakt door brand aan de in uitvoering zijnde aannemingswerken en beroepsinstallaties van de verzekeringsnemer (zie de secties A en B). Op 1 juni 1998 maakte FEDERALE VERZEKERINGEN SV haar de polis nr. 307.112 ¿Alle risico's Bouwplaats' over - die de waarborgen insluit die FEDERALE VERZEKERINGEN SV in haar fax van 18 april 1988 aan SIDAPLAX NV had toegezegd - met het verzoek de premie (2.245,54 EUR of 90.585 BEF) te betalen. Deze premie werd niet betaald en MEGAMAT NV verzocht FEDERALE VERZEKERINGEN SV op 25 oktober 1988 schriftelijk ¿overeenkomstig de verschillende telefonische kontakten met haar diensten' om een aanpassing van de premie, omdat verschillende zaken niet moesten verzekerd worden zoals ¿architect, onderaannemers, ingenieur, enz ...'. In dit verzoek voorzag zij niet in de uitsluiting van de bouwheer. Zij preciseerde alleen dat de onderaannemers voor hun eigen verzekering verantwoordelijk zijn en voor de nadere berekening van de premie maakte zij de aannemingsovereenkomst over met aanduiding van de posten die zij zelf uitvoerde en van de posten die onderaannemers uitvoerden. Twee maanden later - op 26 december 1988 - verstuurde FEDERALE VERZEKERINGEN SV een aanhangselontwerp aan de polis nr. 307.112 ¿Alle risico's Bouwplaats' met het verzoek, om het terug te sturen na ondertekening. Zij herleidde in dit aanhangsel de premie tot 1.533,49 EUR (61.861 BEF) en voorzag alleen in de dekking van de algemene aannemer en in een waarborg van
(1)14.204.842 BEF aan schade aan het werk en
(2)van 710.242 BEF aan opruimingskosten. Uit stuk 11 in de bundel van FEDERALE VERZEKERINGEN SV volgt, dat zij op 11 oktober 1989 haar brief van 26 december 1988 in herinnering bracht en MEGAMAT NV verzocht het aanhangsel van de polis nr. 307.112 ¿Alle risico's Bouwplaats' ondertekend terug te sturen. Onder stuk 13 in haar bundel legt FEDERALE VERZEKERINGEN SV nog eens het aanhangselontwerp over, dat op 15 mei 1990 in Brussel werd opgemaakt, maar niet ondertekend werd en blijkbaar door haar inspecteur na een bezoek van 19 maart 1990 bij MEGAMAT NV naar FEDERALE VERZEKERINGEN SV werd teruggestuurd. 1.3.5. Op 5 maart 1989 had de brand ondertussen plaats gevonden. Op 2 augustus 1989 deed MEGAMAT NV aan FEDERALE VERZEKERINGEN SV opgave van de materialen die zij hierbij verloor en begrootte haar schade op 1.554.293 BEF (zie de stukken 7 in de bundel van FEDERALE VERZEKERINGEN SV). In haar brief van 6 september 1989 maakte FEDERALE VERZEKERINGEN SV voorbehoud voor de dekking ¿rekening houdend met de zeer laattijdige aangifte'. Zij liet MEGAMAT NV ook noteren, dat zo een tussenkomst zou kunnen overwogen worden,
(1)de polis nr. 307.112 ¿Alle risico's Bouwplaats' niet van toepassing kon zijn, omdat het contract nog niet werd ondertekend en de premie derhalve ook niet werd betaald en
(2)MEGAMAT NV uit hoofde van de polis nr. 228.437 ¿Burgerlijke Aansprakelijkheid Bouw' alleen de waarborg genoot voor de brandschade aan de werken in opbouw en het materiaal op de werf tot beloop van 1.000.000 BEF met een vrijstelling van 50.000 BEF en onder aftrek van de kosten (zie stuk 10 in de bundel van FEDERALE VERZEKERINGEN SV). MEGAMAT NV bekwam op 18 januari 1990 in uitvoering van de polis nr. 228.437 ¿Burgerlijke Aansprakelijkheid Bouw' de betaling van 23.174,45 EUR (934.855 BEF) voor de schade aan haar materiaal (zie onder andere de hiermee samenhangende vorderingen onder punt 1.2.2 en 1.2.3 hierboven en de stukken 9 en 13 in de bundel van FEDERALE VERZEKERINGEN SV). 1.3.
  1. De branddeskundige Ir. Ghysel die door het parket met een deskundigenonderzoek naar de oorzaak en verantwoordelijkheden voor de brand werd gelast, maakte volgende relevante aantekeningen in zijn plaatsbeschrijving en zijn beschrijving van het schadebeeld: ¿Het gebouw met magazijn (waar de brand woedde) was vroeger volledig in gebruik als magazijn, maar werd in juni 1988 opgesplitst in twee delen. Aan de voorzijde (¿) werd een gedeelte in gebruik genomen als nieuwe productieafdeling. Dit betreft een gedeelte van het vroeger magazijn, alsook een gedeelte welke nieuw werd bijgebouwd. In deze nieuwe productieafdeling staan de nieuwe productiemachines, welke echter nog niet in gebruik zijn. Het eigenlijke magazijn en de nieuwe productieafdeling zijn van elkaar gescheiden door middel van een brandmuur. (¿) Het gedeelte welke door de brand volledig vernield is, betreft het magazijn. De aanwezige brandmuur heeft (¿) zijn functie vervuld en heeft overslag naar het nieuwe productiegedeelte voorkomen. Alleen is er een geringe dakschade ontstaan voorbij de achterste brandpoort.' (¿) We herkennen dat de brand in geringe mate is beginnen overslaan naar het nieuwe productiegedeelte. Van het vernielde magazijn kunnen wij de centrale plaats vastleggen van waar de branduitbreiding zich heeft voorgedaan. (¿) De brand is duidelijk het ergst geweest in de middenzone, enigszins verschoven naar de linkerkant. (¿) Een algemene rondgang laat toe te besluiten dat zich in ieder geval in het magazijn een zeer grote schade heeft voorgedaan. (¿) Wat betreft het gebouw vermelden wij algemeen de grote vernieling van het dak en van de 4 muren. Wat betreft het dak is dit volledig naar beneden gevallen (¿). De rechtermuur heeft als brandmuur zijn functie in grote mate vervuld, zowel wat betreft de muur zelf als de twee aanwezige brandpoorten. Wel stellen we vast dat toch rechts achteraan, een begin van branduitbreiding naar de nieuwe productieafdeling is ontstaan, maar dan wel niet aan de nieuwe productiemachines zelf, maar aan de dakconstructie.' Wat de oorzaak van de brand betreft weerhield hij volgende relevante vaststellingen: ¿Wij vernemen dat op het ogenblik van de ontdekking van de brand, meerdere personen in het bedrijf aanwezig waren en wel meer bepaald de 7 man van de nachtploeg, alsook de 6 man, welke reeds waren opgekomen van de ochtendploeg. (¿) Wij vernemen dat 2 verschillende werknemers in de periode voor de brand met de heftruck in het magazijn zijn binnengereden. (¿) Ons louter steunend op de afgelegde verklaringen blijkt niet dat er enig verband zou kunnen bestaan tussen de bufferzone, waar men de rollen loste en de zone, waar de brand is ontstaan. De meest beschadigde zone is in ieder geval niet gelegen in of nabij de bufferzone, waar de werknemers B en D met hun heftoestel zijn geweest. (¿) Dit zou dan inhouden dat de oorzaken in betrekking hiermee uitgesloten zijn en wel meer bepaald: - in hoofde van de heftoestellen zelf. (¿) - in hoofde van de werknemers zelf. (¿) (¿) Uit de afgelegde verklaringen blijkt, dat wel recent verbouwingswerken aan het magazijn zijn uitgevoerd met betrekking tot de installatie van een nieuwe productielijn. Het betreft o.a. de plaatsing van 2 nieuwe poorten in de voormuur (¿), werken aan de waterleiding, het plaatsen van de brandmuur en de brandpoorten. Wij vernemen dan verder dat deze werken echter niet werden uitgevoerd in de recente periode voor de brand, zodat er geen verband met de brand kan gelegd worden. De volledige vernielde zone doet volledig dienst als magazijn en louter als magazijnfunctie (¿). Aldus komt een defect of een overhitting van productiemachines of andere toestellen niet in aanmerking als brandoorzaak. (¿) Uit het volledig nazicht en de ingewonnen informatie blijkt niet dat producten zouden aanwezig zijn, welke aanleiding kunnen geven tot zelfontbranding. (¿) De elektrische installatie van het magazijn komt wel in aanmerking als brandoorzaak, omdat de elektriciteit niet wordt afgeschakeld. Het is zelfs zo dat de verlichting in het magazijn de ganse nacht in werking blijft. (¿) Omwille van de te grote schade kan door ons geen enkel nuttig onderzoek aan deze elektrische installatie en de verlichtingsarmaturen nog worden uitgevoerd. We kunnen aldus eigenlijk alleen besluiten en vermelden dat een theoretische brandoorzaak aanwezig is in hoofde van de elektrische installatie omdat deze niet is uitgeschakeld. (¿) Wij herhalen echter dat een brandoorzaak in hoofde van de elektrische installatie in het magazijn louter theoretisch is en door ons noch expliciet kan ontkend, noch expliciet kan bewezen worden. Met betrekking tot de brandoorzaak ontstaat eigenlijk wel min of meer een probleem, wat betreft het plotse ontstaan en de snelle uitbreiding van de brand. (¿) Er bestaat aldus aan de hand van het uitgevoerde laboratoriumonderzoek geen aanwijzing dat brandversnellers bij de brand zijn betrokken (...). (¿) In de verklaring van de directeur (¿) is er sprake dat de brandoorzaak eerder zou te zoeken zijn bij een menselijke nalatigheid, zoals roken. Wij menen te kunnen besluiten dat ook deze uitspraak slechts een veronderstelling is en er zijn in het dossier dan verder geen elementen om deze oorzaak te bevestigen en te bewijzen. Uit de afgelegde verklaringen kan deze oorzaak zelfs als weinig aanneembaar voorgesteld worden, indien het juist is dat de werknemers (¿) om 4.00 h en om 5.30 h niet verder in het magazijn zijn geweest dat tot aan de bufferzone. Indien echter zou blijken dat zij toch verder in het magazijn zijn geweest (¿) dan komt een nalatigheid met rookgerief uiteraard wel in aanmerking als brandoorzaak. Aldus wordt het onderzoek door ons afgesloten met een onbekende oorzaak.' 1.
  2. FEDERALE VERZEKERINGEN SV blijft de eis betwisten, die SIDAPLAX NV tegenover haar stelt. 1.4.
  3. Voor de eerste rechter bleef zij volhouden, dat geen polis nr. 307.112 ¿Alle risico's Bouwplaats' werd afgesloten. Zij wisselt in hoger beroep het geweer van schouder. - Zij aanvaardt nu dat op 18 april 1988 een verzekering werd afgesloten, die haar contractueel verbindt met de verzekeringsnemer MEGAMAT NV én de verzekerde SIDAPLAX NV. De eerste rechter zou haar op verkeerde gronden gevolgd zijn en ten onrechte tot het besluit gekomen zijn, dat er geen polis nr. 307.112 ¿Alle risico's Bouwplaats' werd afgesloten. Zij stelt dat het bewijs van het verzekeringscontract bij toepassing van artikel 25, alinea 2 van de toenmalige verzekeringswet onder meer geleverd wordt door haar fax van 18 april 1988, waarin zij SIDAPLAX NV de waarborg toezegde. - Het Hof zou dan ook geen kennis meer moeten nemen van de quasi-delictuele grondslag die SIDAPLAX NV in ondergeschikte orde inroept (voor het geval dat de rechter zou aannemen dat FEDERALE VERZEKERINGEN SV geen verzekering afsloot) en die SIDAPLAX NV bij toepassing van artikel 1382 van het burgerlijk wetboek grondt op
(1)de aan FEDERALE VERZEKERINGEN SV toerekenbare waan over het bestaan van een verzekering en
(2)de tekortkoming van FEDERALE VERZEKERINGEN SV aan de algemene zorgvuldigheids-plicht, om haar te informeren over het wegvallen van de toegezegde dekking. - Een samenloop tussen een contractuele en een extra-contractuele vordering met hetzelfde voorwerp zou ook onmogelijk zijn. - Daarenboven zou FEDERALE VERZEKERINGEN SV niet tekort gekomen zijn aan de algemene zorgvuldigheidsplicht, die op de verzekeraars rust. Het zou alleen MEGAMAT NV toe gekomen zijn, om SIDAPLAX NV te informeren over het wegvallen van de eventuele verzekeringswaarborg. Zelf zou FEDERALE VERZEKERINGEN SV geen kennis gehad hebben van de aannemingsovereenkomst, die MEGAMAT NV met SIDAPLAX NV verbond en die als essentiële voorwaarde de verzekerings-waarborg weerhield. Het zou voor een verzekeraar zelfs onmogelijk zijn, om een lijst op te stellen van alle personen voor wie de hoofdaannemer/verzekeringsnemer de verzekering afsluit en om de verzekerden telkens op de hoogte te brengen van elke wijziging, waartoe de verzekeringsnemer besluit. - SIDAPLAX NV zou ook haar schade en het oorzakelijk verband tussen haar schade en de voorgehouden beroepsfout van FEDERALE VERZEKERINGEN SV niet bewijzen. Zo zou de waarborg die SIDAPLAX NV geniet bij toepassing van artikel 9 van de bijzondere polisvoorwaarden van de ¿Alle Risico's Montage verzekering-AIG EUROPE' (en waarbij AIG EUROPE NV de verbintenis opnam, om alle schade met indeplaatsstelling te vergoeden, indien FEDERALE VERZEKERINGEN SV ondanks haar contractuele verplichtingen niet goedwillig zou betalen) voorkomen, dat zij schade leed in oorzakelijk verband met een beroepsfout van FEDERALE VERZEKERINGEN SV. 1.4.
  1. FEDERALE VERZEKERINGEN SV - die verder bouwt op de verzekeringsovereenkomst waarvan zij het bestaan in hoger beroep nu erkent - stelt, dat zij de wijziging waarin het avenant van 1 juni 1988 voorziet aan SIDAPLAX NV kan tegenwerpen bij toepassing van de tegenstelbaarheidsprincipes waarin de artikelen 87, § 1 alinea 2 en § 2 van de wet op de landsverzekerings-overeenkomst voorzien. - De artikelen 87, § 1 alinea 2 en § 2 houden - naar gelang het een verplichte of geen verplichte aansprakelijkheidsverzekering betreft - in, dat nietigverklaringen, opzeggingen, beëindigingen of schorsingen van de overeenkomst aan de benadeelde kunnen tegengeworpen worden als zij vóór het schadegeval plaats vonden of dat de excepties, de nietigheid en het verval van recht aan de benadeelde kunnen worden tegengeworpen, wanneer zij hun oorzaak vinden in een feit, dat het schadegeval voorafgaat. - Bij toepassing van deze tegenstelbaarheidsprincipes zou het avenant aan SIDAPLAX NV tegenstelbaar zijn zonder dat zij de verplichting had de wijziging aan SIDAPLAX NV te melden. - En aangezien het avenant alleen nog voorziet in de verzekering van de algemene aannemer (MEGAMAT NV) maar niet meer van de bouwheer (SIDAPLAX NV), zou SIDAPLAX NV zich niet meer op de poliswaarborg kunnen beroepen. 1.4.
  2. FEDERALE VERZEKERINGEN SV stelt verder, dat de eis - die SIDAPLAX NV grondt op de polis nr. 307.112 ¿Alle risico's Bouwplaats' - verjaard is, minstens ongegrond is. - Zij beroept zich op artikel 15 van de polis nr. 307.112 ¿Alle risico's Bouwplaats', dat in afwijking van artikel 32 van de verzekeringswet van 11 juni 1874 voorziet
(1)in een verjaring van 6 maanden vanaf de gebeurtenis die aanleiding kan geven tot een tussenkomst en
(2)in een verjaring van 3 maanden vanaf een betekening van haar weigering om tussen te komen in het schadegeval. Zij betwist dat deze korte verjaringstermijnen door onderhandelingen werden opgeschort en stelt dat SIDAPLAX NV haar laattijdig op 5 november 1990 heeft gedagvaard voor de brand van 5 maart 1989. - FEDERALE VERZEKERINGEN SV beroept zich verder op artikel 8 van de algemene polisvoorwaarden, die bepalen dat bij aangetekende brief binnen de 3 werkdagen aangifte van het schadegeval moet gemaakt worden en nadien van rechtswege de vervallenverklaring intreedt, tenzij de verzekerde bewijst dat hij niet eerder kennis had van het schadegeval of buiten zijn wil om geen aangifte kon doen. Zij stelt dat de ongevallenaangifte uiterst laattijdig, zonder enig excuus, 5 maanden later op 2 augustus 1989 werd ingediend. - FEDERALE VERZEKERINGEN SV beroept zich tenslotte ook nog op 5 excepties, waarin de polis nr. 307.112 ¿Alle risico's Bouwplaats' zou voorzien: ¿ De eerste exceptie betreft de looptijd van de waarborg. FEDERALE VERZEKERINGEN SV beroept zich op een polisvoorwaarde uit ¿bijzonderheden gemeenschappelijk voor al de onderafdelingen' van de algemene polisvoorwaarden, die bepaalt dat bij de berekening van de voorlopige premie van de polis rekening werd gehouden met een duur der werken van 6 maanden. In de bijzondere polisvoorwaarden werd bepaald dat het contract op 19 april 1988 aanving. De brand vond eerst op 5 maart 1989 plaats, zodat de gebruikelijke termijn van de verzekering verstreken zou zijn. De bijzondere polisvoorwaarden voorzien wel in een verlenging van de waarborgperiode tot 1 jaar. Deze uitbreiding zou evenwel alleen gelden tot aan de inbezitneming of voorlopige oplevering en alleen voor de in artikel 5 A, alinea 1 van onderafdeling I van de algemene polisvoorwaarden streng beperkte schade aan de verzekerde goederen, waarvan de verzekerde het positief bewijs moet leveren
(1)dat zij veroorzaakt werd door gebreken in het materiaal die vóór de inbezitneming of voorlopige oplevering bestonden of door het verkeerd gebruik bij de uitvoering van het werk en
(2)dat de schade ontstond bij de uitvoering van de contractuele verplichtingen die het oorspronkelijk aannemingscontract aan de verzekerden oplegde. Waar de oorzaak van de brand onbekend bleef, zou SIDAPLAX NV de één-jaar-durende dekking niet kunnen inroepen. ¿ De tweede exceptie betreft de voortijdige beëindiging van de looptijd. FEDERALE VERZEKERINGEN SV stelt, dat SIDAPLAX NV de werken minstens al gedeeltelijk in bezit nam, waardoor bij toepassing van artikel 5 A, onderafdeling I van de algemene polisvoorwaarden een einde aan de dekking kwam. Zij wijst op de volledige afwerking van de brandmuur, de brandpoort en het nieuw dak van de productieafdeling, die deel uitmaakten van het magazijn, dat SIDAPLAX NV volop in gebruik zou genomen hebben. ¿ De derde exceptie betreft het gedekt risico. FEDERALE VERZEKERINGEN SV beroept zich
(1)op artikel 1, a van onderafdeling I van de algemene polisvoorwaarden, dat alleen de schade dekt aan de werken waarmee MEGAMAT NV belast was, en
(2)op artikel 4 van onderafdeling I van de algemene polisvoorwaarden, dat de vergoeding beperkt tot de waarde van het uitgevoerde werk zoals die uit de aannemings-overeenkomst voortvloeit. SIDAPLAX NV zou haar eis niet beperken tot de aannemingswerken waarmee MEGAMAT NV werd belast en haar schade niet begroten in verhouding tot de overeengekomen aannemingsprijs. ¿ De vierde exceptie betreft de subsidiariteit van de polis. FEDERALE VERZEKERINGEN SV beroept zich op artikel 14 uit de ¿Algemeenheden' van de algemene polisvoorwaarden, dat bepaalt dat de poliswaarborgen aanvullend gelden na uitputting van de waarborgen van andere lopende polissen, die de verzekerde vroeger al onderschreef. FEDERALE VERZEKERINGEN SV stelt dat SIDAPLAX NV al sinds 28 februari 1978 bij COMMERCIAL UNION voor het brandrisico verzekerd was en SIDAPLAX NV niet bewijst dat haar waarborg bij deze verzekeraar uitgeput is. ¿ De vijfde exceptie betreft de niet gedekte bedragen, waaronder de gevorderde expertisekosten, de kosten van afbraak die al zouden vergoed zijn door NEW HAMPSHIR, en de vrijstellingen van tweemaal 31.000 BEF, waarin haar fax van 18 april 1988 voorziet. De eis van SIDAPLAX NV zou op deze punten moeten herleid of afgewezen worden. 1.4.4. Meer in het bijzonder wat de schade betreft, voert FEDERALE VERZEKERINGEN SV ook nog volgende betwistingen aan: - De begrotingen opgemaakt door de expertisebureaus Galtier en Simon, Spruytte & C° waarop SIDAPLAX NV zich beroept, zouden eenzijdig opgesteld zijn en haar niet tegengeworpen kunnen worden. Zij zou eerst in augustus 1989 van de brand op de hoogte gebracht zijn, toen de expertiseverrichtingen al voltrokken waren en de schade al hersteld was. - Artikel 6 van onderafdeling I van de algemene polisvoorwaarden van de polis nr. 307.112 ¿Alle risico's Bouwplaats' evenals artikel 8 van de ¿algemeenheden' zouden miskend zijn. Zij voorzien, dat de schade bij onderlinge overeenkomst of via arbitrage moet begroot worden en dat de verzekerde geen veranderingen aan de goederen mag aanbrengen, die de vaststelling van de schade zou bemoeilijken of onmogelijk maken. - De begrotingen opgemaakt door de expertisebureaus zouden ook totaal onbruikbaar zijn, nu de begrotingen geen onderscheid maken tussen de schade aan de oude productiehall (die het voorwerp niet zou uitmaken van de polis nr. 307.112 ¿Alle risico's Bouwplaats') en de schade aan de nieuw aangebouwde productiehall. Een nader onderzoek naar de schade zou nu - jaren later - niet meer mogelijk zijn, zodat het bevelen van een gerechtelijk deskundigenonderzoek evenmin nog zin zou hebben. - Meer in het bijzonder betwist zij nog volgende schadeposten: ¿ de begroting van de schade aan het dak waarvoor SIDAPLAX NV 1.270.230 BEF vordert, daar
(1)waar de meetstaat van de roofingwerken aan het dak alleen 356.000 BEF weerhoudt, de herstelling aan de uitgevoerde dakwerken slechts 301.000 BEF beloopt en de branddeskundige Ghysel alleen geringe dakschade weerhield. ¿ de begroting van de schade aan twee schuifpoorten waarvoor SIDAPLAX NV 452.000 BEF per poort vordert, daar waar de meetstaat alleen 105.000 BEF voor één brandpoort en 205.000 BEF voor twee brandpoorten weerhoudt. ¿ de begroting van de schade aan de elektriciteitswerken waarvoor SIDAPLAX NV 78.000 BEF vordert, daar waar in de meetstaat geen elektriciteitswerken werden weerhouden. ¿ de schade aan de geëffende betonvloer waarvoor SIDAPLAX NV 200.000 BEF vordert en de schade aan metalen profielplaten, daar waar de branddeskundige Ghysel deze schade niet heeft vastgesteld. 1.4.
  1. Waar SIDAPLAX NV in haar conclusie van 19 juni 1997 haar eis in hoger beroep nu ook grondt op artikel 11 van de polis nr. 228.437 ¿Burgerlijke Aansprakelijkheid Bouw' die MEGAMAT NV bij FEDERALE VERZEKERINGEN SV had afgesloten, betwist FEDERALE VERZEKERINGEN SV de ontvankelijkheid en de gegrondheid van deze eis. - Deze nieuwe eis zou bij toepassing van de vijfjarige verjaringstermijn waarin artikel 34, § 2 van de wet op de landsverzekeringsovereenkomst voorziet, verjaard zijn. - De verzekering tegen materiële schade aan in uitvoering zijnde bouwwerken of tijdelijke beroepsinstallaties zou alleen de goederen die eigendom zijn van de verzekeringsnemer/onder-tekenaar van de polis betreffen (zie de artikel 11, 1a en 1b van algemene polisvoorwaarden). De verzekering zou niet van toepassing zijn op de bouwwerken op zich, maar alleen op de materialen en de uitrusting van MEGAMAT NV (zie artikel 11, 1c van algemene polisvoorwaarden). En voor de toepassing van artikel 11, 2 van de polis zou een burgerlijke fout in hoofde de verzekerde moeten bewezen zijn, wat niet het geval zou zijn. - De verstrekte waarborg voor materiële schade zou maar 24.789,35 EUR (1.000.000 BEF) belopen, verminderd met een vrijstelling van 1.239,47 EUR (50.000 BEF) en de kosten. Deze waarborg zou uitgeput zijn door de uitbetaling aan MEGAMAT NV van 23.174,45 EUR (934.855 BEF). - De verzekering zou alleen lopen tot aan de voltooiing, inbezitneming of voorlopige oplevering en zou hier door de voltooiïng en inbezitneming door SIDAPLAX NV beëindigd zijn. 1.
  2. AIG EUROPE NV blijft de ontvankelijkheid en de gegrondheid van de eis betwisten, die SIDAPLAX NV tegenover haar grondt op de polis nr. 4.001.537-93 ¿Alle Risiko's Montage'. - Zij beroept zich op artikel 15 van de algemene voorwaarden van de polis, dat bepaalt dat elke vordering tot betaling van schadevergoedingen één jaar na de dag van het schadegeval verjaart. Waar de brand dagtekent van 5 maart 1989 en zij eerst op 7 november 1990 werd gedagvaard, zou de eis verjaard zijn. - Zij beroept zich op artikel 7 van de ¿bijzondere overeenkomsten' van de polis, dat bepaalt dat de schade aan de bestaande productiehall van SIDAPLAX NV alleen gedekt is, voor zover de schade veroorzaakt wordt door de aannemingswerken en ontstaan en vastgesteld wordt tijdens de bouw, montage en testtermijn. Waar de oorzaak van de brand onbekend bleef, zou zij niet tot vergoeding van de schade aan de productiehall van SIDAPLAX NV gehouden zijn. - Zij stelt dat zij bij toepassing van artikel 9 van de ¿bijzondere overeenkomsten' van de polis alleen tot vergoeding gehouden is van de schade met haar indeplaatsstelling tegenover FEDERALE VERZEKERINGEN SV, indien FEDERALE VERZEKERINGEN SV haar contractuele vergoedingsverplichtingen niet goedwillig zou uitvoeren. Zij betwist, dat FEDERALE VERZEKERINGEN SV gebonden is door de polis nr. 307.112 ¿Alle risico's Bouwplaats' (zoals FEDERALE VERZEKERINGEN SV nu in hoger beroep voorhoudt in haar betrachting te ontsnappen aan de algehele vergoeding van de schade, waartoe zij bij toepassing van artikel 1382 van het burgerlijk wetboek werd veroordeeld en die zij bij toepassing van haar polisvoorwaarden - zo er een polis werd afgesloten - misschien kan beperken). Bij gebrek aan contractuele verbintenissen van FEDERALE VERZEKERINGEN SV zou zij niet tot een vergoeding met indeplaatsstelling van SIDAPLAX NV gehouden zijn. - In ondergeschikte orde stelt zij, dat de schadebegrotingen haar niet kunnen tegengeworpen worden, de expertisekosten eigen zijn aan FEDERALE VERZEKERINGEN SV en minstens de contractuele vrijstelling van 3.098,67 EUR moet verrekend worden. 1.
  3. De curator van het faillissement MEGAMAT NV blijft de eis betwisten, die SIDAPLAX NV bij toepassing van artikel 1788 van het burgerlijk wetboek stelt in opname in het passief van het faillissement MEGAMAT NV van de onbetaald gebleven schade aan de uitgevoerde aannemingswerken. Zij stelt dat SIDAPLAX NV de uitgevoerde aannemingswerken al in gebruik had genomen, zodat SIDAPLAX NV bij toepassing van artikel 1788 van het burgerlijk wetboek niet meer moet instaan voor de vernieling van de uitgevoerde werken. Zij gedraagt zich naar de wijsheid van de rechter voor de eis, die FEDERALE VERZEKERINGEN SV stelt in opname van de onbetaald gebleven premie van de polis nr. 307.112 ¿Alle risico's Bouwplaats'. 1.
  4. SIDAPLAX NV blijft de eis betwisten, die de curator van het faillissement MEGAMAT NV bij toepassing van artikel 1384, lid 1 van het burgerlijk wetboek stelt in betaling van de onbetaald gebleven schade aan haar materialen. - Zij stelt dat MEGAMAT NV door FEDERALE VERZEKERINGEN SV werd vergoed en haar eis dan ook geen voorwerp meer heeft. - Zij wijst op de contractuele verhouding tussen haar en MEGAMAT NV, die de toepassing van artikel 1384, 1 van het burgerlijk wetboek uitsluit, nu de curator van het faillissement MEGAMAT NV niet zou bewijzen dat zij een aan iedereen opgelegde zorgvuldigheidsverplichting heeft miskend en dat de schade vreemd is aan de uitvoering van de aannemingsovereenkomst. - De curator van het faillissement MEGAMAT NV zou evenmin een inherent gebrek aan de zaak bewijzen, die de brand zou veroorzaakt hebben. Zij verwijst naar het deskundigenverslag dat de branddeskundige Ghysel op vordering van het parket heeft opgesteld en de conclusie, dat ¿het onderzoek met een onbekende oorzaak werd afgesloten' zonder dat bij deductie tot één mogelijke oorzaak kon worden besloten. 1.
  5. SIDAPLAX NV blijft ook de eis betwisten, die FEDERALE VERZEKERINGEN SV bij toepassing van de artikelen 544 en 1384, 1 van het burgerlijk wetboek tegenover haar stelt. - Zij beroept zich op de waarborg van de polis nr. 307.112 ¿Alle risico's Bouwplaats', die FEDERALE VERZEKERINGEN SV haar verschuldigd is en die haar juist verzekeren voor elke vordering, die gegrond zou zijn op de artikelen 544 en 1384 van het burgerlijk wetboek. - In ondergeschikte orde stelt zij: ¿ dat FEDERALE VERZEKERINGEN SV de schade van 23.174,45 EUR (934.855 BEF) die zij aan MEGAMAT NV uitbetaalde, niet afdoende bewijst. ¿ dat FEDERALE VERZEKERINGEN SV als gesubrogeerde in de rechten van MEGAMAT NV, die de medecontractant van SIDAPLAX NV was, alleen de contractuele rechten van haar verzekerde kan uitoefenen en zich niet kan beroepen op de toepassing van de artikelen 1384 en 544 van het burgerlijk wetboek. FEDERALE VERZEKERINGEN SV zou immers niet bewijzen dat SIDAPLAX NV een aan iedereen opgelegde zorgvuldigheidsverplichting zou miskend hebben en dat de schade vreemd zou zijn aan de uitvoering van de aannemingsovereenkomst. ¿ dat brand niet als een abnormale burenhinder kan weerhouden worden, die de toepassing van artikel 544 van het burgerlijk wetboek zou wettigen. 1.
  6. FEDERALE VERZEKERINGEN SV blijft in onderschikte orde de eis in vrijwaring betwisten, die AIG EUROPE NV tegenover haar stelt. Zij stelt dat het bewijs ontbreekt, dat AIG EUROPE NV meer heeft betaald dan wat AIG EUROPE NV zelf bij toepassing van haar polis aan SIDAPLAX NV verschuldigd was en dat de schaderegeling die AIG EUROPE NV met SIDAPLAX NV overeenkwam haar niet kan tegengeworpen worden. 1.
  7. Het Hof weerhoudt volgende overwegingen uit het vonnis van de eerste rechter. 1.10.
  8. Zij weerhield op volgende relevante overwegingen de aansprakelijkheid van MEGAMAT NV voor de brandschade, die SIDAPLAX NV vordert: ¿Ten onrechte beweert de curator qq. dat de schade aan de brandmuur en aan het dak van de vernieuwde opslagplaats niet bewezen is. Uit het dagboek van de werken blijkt dat men na de brand op 5 maart begon met het afbreken van de brandmuur en met herstelwerken aan het dak. Dat de scheidingsmuur tussen magazijn en productiehal, de zogenaamde brandmuur, deel uitmaakten van de aan MEGAMAT toevertrouwde werken, kan niet betwist worden gelet op de neergelegde aannemingsovereenkomst, meetstaat en dagboek van de werken. Uit het dagboek van de werken blijkt dat de dag voor de brand nog vloerwerken gepland waren en dat de sokkels waarop de machines dienden geïnstalleerd nog niet waren afgewerkt (stuk 10 bundel [SIDAPLAX NV]). De aannemer verloor voor meer dan anderhalf miljoen materialen en machines in de brand (stuk 9 bundel Fed. Verzek). Dit bevestigt dat de werf niet was afgewerkt. Uit het door [SIDAPLAX NV] neergelegde P.V. van voorlopige oplevering blijkt dat dit P.V. dateert van 29 juni 1989, zodat [SIDAPLAX NV] terecht stelt dat overeenkomstig art. 1788 B.W. het risico op het ogenblik van de brand ten laste van de aannemer bleef (zie Cass. 24/9/1981, R.W. 82-93, Kol. 1062). ¿De curator qq. weerlegt de argumentatie van [SIDAPLAX NV] niet waar zij stelt dat de gefailleerde aansprakelijk is voor de door haar geleden schade op grond van contractuele wanprestatie. De gefailleerde was contractueel verplicht een All-Risk-polis af te sluiten met betrekking tot de werf. De aannemer heeft deze verplichting genegeerd terwijl [SIDAPLAX NV] in de waan gebracht werd dat er wel een verzekering bestond. In deze omstandigheden beging de gefailleerde een contractuele wanprestatie die hem verplicht [SIDAPLAX NV] te vergoeden voor het nadeel dat hier voor haar uit volgt.' 1.10.
  9. Zij weerhield op volgende relevante overwegingen de verantwoordelijkheid van FEDERALE VERZEKERINGEN SV voor de brandschade, die SIDAPLAX NV vordert: ¿Ten onrechte beroept [SIDAPLAX NV] zich op de contractuele aansprakelijkheid van DE FEDERALE VERZEKERINGEN. [SIDAPLAX NV] was als verzekerde, derde-begunstigde, geen contractspartner in de overeenkomst tussen MEGAMAT en de verzekeraar. De overeenkomst tussen MEGAMAT en DE FEDERALE VERZEKERINGEN waarin gestipuleerd werd dat [SIDAPLAX NV] verzekerde was, werd vervangen door een polis waarin [SIDAPLAX NV] niet langer als verzekerde werd aangeduid. De verzekeraar kan zich tegenover de derde-begunstigde beroepen op de excepties die hij op grond van de verzekeringsovereenkomst heeft tegen de verzekeringnemer ( zie Van Rijn & Heenen, Principes de Droit Commercial T. IV, p. 52 en volgende; De Page, Traité Elém. de Droit civil Belge, T, II, n° 696). Bij gebrek aan het bestaan van een verzekeringsovereenkomst met aanduiding van [SIDAPLAX NV] als verzekerde kan [SIDAPLAX NV] zich niet op deze overeenkomst beroepen. ¿Anderzijds staat het vast dat DE FEDERALE VERZEKERINGEN aan [SIDAPLAX NV] op 18 april 1988 formeel dekking heeft toegezegd en [SIDAPLAX NV] in de waan liet dat deze dekking onverminderd bestond. [SIDAPLAX NV] mocht op de goede uitvoering van deze overeenkomst rekenen. DE FEDERALE VERZEKERINGEN kwam tekort aan de algemene zorgvuldigheidsplicht die op haar rust na het toezeggen van dekking aan [SIDAPLAX NV]. Door [SIDAPLAX NV] niet te informeren over het wegvallen van de dekking heeft DE FEDERALE VERZEKERINGEN belet dat [SIDAPLAX NV] andere maatregelen kon treffen tot het voorkomen van schade. DE FEDERALE VERZEKERINGEN beging een fout in de zin van art. 1382 B.W. (zie Obligatoire Verhoudingen tussen contractanten en derden, E. Dirix, nr. 265 en volgende) en is gehouden tot de voor [SIDAPLAX NV] daaruit voortvloeiende schade.' 1.10.
  10. Zij verklaarde op volgende relevante overwegingen de eis van SIDAPLAX NV tegenover AIG EUROPE NV ongegrond: ¿Ten onrechte beroept [SIDAPLAX NV] zich op art. 9 laatste lid van de verzekeringspolis waarin werd gestipuleerd dat de N.V. A.I.G.-EUROPE met in de plaatstelling de schade zal betalen ¿indien de Federale Verzekering, ondanks zijn contractuele verplichtingen niet goedwillig betaalt¿. Nu blijkt dat DE FEDERALE VERZEKERINGEN tegenover [SIDAPLAX NV] niet gehouden is op grond van contractuele verplichtingen, doch op grond van art. 1382 B. W. kan [SIDAPLAX NV] zich niet beroepen op art. 9 laatste lid van de bijzondere voorwaarden. ¿[SIDAPLAX NV] heeft gecontracteerd rekening houdend met de door MEGAMAT afgesloten polis ABR-verzekering bij DE FEDERALE VERZEKERINGEN. De N.V. A.I.G.-EUROPE is slechts gehouden tot datgene waartoe zij zich in de polis verbond. (¿) Daar contractueel bedongen werd dat de verzekeraar slechts gehouden is tot dekking van het verschil na uitputting en in aanvulling van de waarborgen van de polis bij DE FEDERALE VERZEKERINGEN, is [AIG EUROPE NV] na vergoeding door DE FEDERALE VERZEKERINGEN van haar contractuele verplichting bevrijd.' 1.10.
  11. Wat de schade betreft, weerhield zij dat MEGAMAT NV bij de schaderamingen uitgevoerd door de expertisebureaus Galtier en Simon en Spruytte & C° aanwezig was, zodat deze begrotingen aan MEGAMAT NV kunnen tegengeworpen worden. Zij stelde dan ook vast dat SIDAPLAX NV een schuldvordering van 77.869,03 EUR (3.141.229 BEF) op MEGAMAT NV heeft, waarvoor zij de opname in het faillissement van MEGAMAT NV kan vorderen. Tegenover FEDERALE VERZEKERINGEN SV weerhield zij, dat FEDERALE VERZEKERINGEN SV zich ten onrechte beroept op contractueel bedongen beperkingen voor de schadevergoeding, aangezien zij bij toepassing van artikel 1382 van het burgerlijk wetboek moet instaan voor de integrale vergoeding van de schade die het gevolg is van haar fout, zowel voor de schade aan de gebouwen, als voor de afbraak- en opruimingskosten en de expertisekosten. Aangezien FEDERALE VERZEKERINGEN SV buiten de expertises werd gehouden, beval zij een gerechtelijk deskundigenonderzoek om de schade vast te stellen waarvoor SIDAPLAX NV nog geen vergoeding bekwam en stelde zij Ir. De Hondt aan als deskundige. FEDERALE VERZEKERINGEN SV stelt dat het deskundigenverslag dat de gerechtelijk deskundige Ir. De Hondt ondertussen neerlegde, nietig is en minstens de vereiste informatie niet bevat om de schade te begroten, waarvan SIDAPLAX NV de vergoeding door FEDERALE VERZEKERINGEN SV zou kunnen vorderen. Zij vordert minstens nog een bijkomende opdracht aan de gerechtelijk deskundige. 1.10.
  12. Zij verklaarde de eisen, die de FEDERALE VERZEKERINGEN SV en de curator van het faillissement MEGAMAT NV bij toepassing van de artikelen 544 en 1384, 1 van het burgerlijk wetboek stellen voor de vergoeding van het materiaal dat op de werf aanwezig was, op volgende relevante overwegingen ongegrond: ¿DE FEDERALE VERZEKERINGEN is na vergoeding van haar verzekerde gesubrogeerd in de rechten van de MEGAMAT NV. Zij beschikt tegenover SIDAPLAX NV over niet meer rechten dan de gefailleerde zelf. Tussen de gefailleerde en SIDAPLAX NV bestond een aannemingsovereenkomst. DE FEDERALE VERZEKERINGEN bewijst geen wanprestatie van SIDAPLAX NV in uitvoering van deze overeenkomst. (¿) ¿Terecht stelt de SIDAPLAX NV dat het bewijs van het gebrek van de zaak niet geleverd is (¿).'
  13. Beoordeling 2.
  14. Het Hof stelt meteen vast, dat SIDAPLAX NV haar vordering tegenover FEDERALE VERZEKERINGEN SV in hoger beroep ten onrechte ook grondt op de polis nr. 228.437 ¿Burgerlijke Aansprakelijkheid Bouw', die MEGAMAT NV bij FEDERALE VERZEKERINGEN SV heeft afgesloten. Uit het verslag van de branddeskundige Ir. W. Ghysel volgt duidelijk, dat geen fout in hoofde van MEGAMAT NV bewezen is. SIDAPLAX NV kan haar vordering dan ook alleen gronden op de dekking die FEDERALE VERZEKERINGEN SV en MEGAMAT NV haar hebben toegezegd voor de schade aan de aannemingswerken die MEGAMAT NV heeft uitgevoerd. 2.
  15. In de dagvaarding van 5 november 1990 beriep SIDAPLAX NV zich al op de contractuele toezegging, die de drie pagina's lange fax van 18 april 1988 van FEDERALE VERZEKERINGEN SV inhield. Uit deze fax volgt, dat FEDERALE VERZEKERINGEN SV haar vanaf 18 april 1988 voor één jaar de dekking toezegde, die de verzekering¿Alle risico's Bouwplaats' inhield. FEDERALE VERZEKERINGEN SV betwist in hoger beroep niet langer dat zij overeenkomstig haar fax van 18 april 1988 met MEGAMAT NV de polis nr. 307.112 ¿Alle risico's Bouwplaats' heeft afgesloten. Zij houdt nu evenwel voor, dat deze polis op 1 juni 1988 werd aangepast en deze aanpassing - die niet langer voorziet in de dekking van de bouwheer - aan SIDAPLAX NV kan tegengeworpen worden. Met betrekking tot de middelen die FEDERALE VERZEKERINGEN SV hier aanvoert (zie punten 1.4.1 en 1.4.2 hierboven), weerhoudt het Hof vier vaststellingen. 2.2.
  16. Eerste vaststelling: FEDERALE VERZEKERINGEN SV maakte de dekking die zij SIDAPLAX NV in haar fax van 18 april 1988 formeel toezegde, niet afhankelijk van de betaling van de premie. Zij heeft op 1 juni 1988 een exemplaar van de polis nr. 307.112 ¿Alle risico's Bouwplaats' aan MEGAMAT NV opgestuurd bestemd voor de archieven van MEGAMAT NV en de aanvang van de dekking toen evenmin afhankelijk gemaakt van de betaling van een eerste premie. 2.2.
  17. Tweede vaststelling: De polis nr. 307.112 ¿Alle risico's Bouwplaats' bepaalt in artikel 5 van de algemeenheden, dat de premie ¿haalbaar is en schriftelijk van de verzekeringsnemer op te vorderen'. Artikel 6 van de algemeenheden bepaalt verder, dat FEDERALE VERZEKERINGEN SV de verzekeringsnemer een aangetekende brief ¿kan' zenden, waardoor een uitstel verleend wordt van acht dagen voor het betalingen van de premie; en als de verzekeringsnemer ¿dan' binnen de gestelde termijn niet aan zijn verplichtingen voldoet, de toegezegde waarborg van rechtswege en met terugwerkende kracht vanaf de vervaldag van de premie geschorst zal worden. Bij gebrek aan aangetekende brief werd de waarborg, die vanaf 18 april 1988 verworven was, hier dus niet geschorst (zie o.a. M. FONTAINE, La suspension de la garantie de l'assurance pour défaut de paiement des primes, R.C.J.B. 1982, pg. 302, inz. nrs. 5 tot 9). 2.2.
  18. Derde vaststelling: FEDERALE VERZEKERINGEN SV bewijst niet dat zij met MEGAMAT NV een herziening van de waarborgen zou zijn overeengekomen, waarbij SIDAPLAX NV als bouwheer uit de toepassing van de polis nr. 307.112 ¿Alle risico's Bouwplaats' werd gesloten. - Uit de fax van 18 april 1988 volgt, dat MEGAMAT NV in elk geval - in overeenstemming met de aannemingsovereenkomst - dekking heeft gevraagd in het voordeel van de bouwheer. - Achteraf - op 25 oktober 1988 - heeft MEGAMAT NV wel om een aanpassing van de premie gevraagd, maar zij heeft hierbij nooit de dekking van de bouwheer herroepen. Zij preciseerde alleen dat de onderaannemers voor hun eigen verzekering verantwoordelijk zijn en maakte voor de nadere berekening van de premie de aannemingsovereenkomst over met aanduiding van de posten die zij zelf uitvoerde en van de posten die onderaannemers uitvoerden. - Op 26 december 1988 maakte de FEDERALE VERZEKERINGEN SV toen wel een aanhangselontwerp op de polis nr. 307.112 ¿Alle risico's Bouwplaats' over (en dus geen eerste, nieuwe polis), dat alleen voorzag in de dekking van de algemene aannemer. Voor zover het aanhangsel hier tegemoet wou komen aan de opmerking van MEGAMAT NV, dat de onderaannemers zelf instonden voor de verzekering van de posten die zij uitvoerden, dan strekte de bepaling ¿dat alleen de algemene aannemer gedekt is' tot het uitsluiten van de onderaannemers zonder afbreuk te willen doen aan de dekking, die zowel MEGAMAT NV als FEDERALE VERZEKERINGEN SV in het voordeel van de bouwheer hadden afgesproken. In elk geval staat vast, dat dit aanhangselontwerp nooit werd ondertekend. - Onder stuk 13 in haar bundel legt FEDERALE VERZEKERINGEN SV wel nog eens het aanhangselontwerp over, dat alleen zou voorzien in de dekking van de algemene aannemer. Maar dit aanhangselontwerp vermeldt, dat het op 15 mei 1990 in Brussel werd opgemaakt. Het zou door haar inspecteur naar FEDERALE VERZEKERINGEN SV teruggestuurd zijn na een bezoek van 19 maart 1990 bij MEGAMAT NV (zie stuk 14). Beide data corresponderen niet met elkaar. Dit aanhangsel draagt evenmin de handtekening van MEGAMAT NV en FEDERALE VERZEKERINGEN SV. En het overleggen van dit aanhangsel - dat moest aansluiten op de lopende polis nr. 307.112 ¿Alle risico's Bouwplaats' - nadat de brand al een jaar vroeger had plaats gevonden, bewijst alleen dat FEDERALE VERZEKERINGEN SV zich achteraf nog probeerde te onttrekken aan de dekking, die zij contractueel tegenover SIDAPLAX NV verschuldigd was. 2.2.
  19. Vierde vaststelling: De contractuele verbintenis die FEDERALE VERZEKERINGEN SV in de fax van 18 april 1988 tegenover SIDAPLAX NV opnam, reikt evenwel niet verder dan de waarborgen die de verzekering ¿Alle risico's Bouwplaats' inhield en waarvan de voorwaarden terug te vinden zijn in de polis nr. 307.112 ¿Alle risico's Bouwplaats'. Deze polisvoorwaarden kunnen SIDAPLAX NV - als derde begunstigde/verzekerde van het verzekeringscontract dat op 14 april 1988 werd afgesloten en dat beheerst wordt door de verzekeringswet van 11 juni 1874 - in beginsel dan ook tegengeworpen worden (derdenwerking van de polis). De derdenwerking van de polis kan ook tegenover AIG EUROPE NV ingeroepen worden. Dit volgt ook uit de verbintenis die AIG EUROPE NV in haar polis nr. 4.001.537-93 ¿Alle Risiko's Montage' opnam, om ¿met in de plaatsstelling' de schade van SIDAPLAX NV te vergoeden, indien FEDERALE VERZEKERINGEN SV ondanks haar contractuele verplichtingen niet goedwillig zou betalen. De subrogatoire rechten van AIG EUROPE NV reiken uiteraard niet verder dan de rechten van haar verzekeringsnemer/verzekerde SIDAPLAX NV. 2.
  20. Het Hof weerhoudt, dat FEDERALE VERZEKERINGEN SV tijdig op de hoogte werd gebracht van het schadegeval, zodat zij haar rechten kon verdedigen, maar de beslissing nam om alleen via haar verzekeringsnemer en verzekerde, MEGAMAT NV, tussen te komen in de afhandeling van de schadebegroting. 2.3.
  21. Artikel 1134 van het burgerlijk wetboek bepaalt, dat overeenkomsten met goede trouw moeten uitgevoerd worden. Rechtlijnigheid, eerlijkheid, voorlichting dringt zich onverbiddelijk aan de professionele verzekeraar op bij de uitvoering en de interpretatie van de contractuele verbintenissen (zie o.a. R. VANDEPUTTE, INLEIDING TOT HET VERZEKERINGSRECHT [1978], pg. 29, nr. 11). 2.3.
  22. In punt 2.1.3 hierboven stelde het Hof vast, dat FEDERALE VERZEKERINGEN SV erop uit was om zich te onttrekken aan de dekking, die zij tegenover SIDAPLAX NV verschuldigd was overeenkomstig de polis nr. 307.112 ¿Alle risico's Bouwplaats'. Uit de overgelegde stukken volgt, dat zij - op niet verder natrekbare telefoongesprekken na - in de afhandeling van de schadebegroting alleen is tussengekomen via MEGAMAT NV, waarvan het Hof vaststelt dat zij als verzekeringsnemer/verzekerde aan handen en voeten gebonden was, aangezien zij de premie nog altijd niet had betaald. 2.3.
  23. De brief van 6 september 1989 bewijst niettemin, dat FEDERALE VERZEKERINGEN SV zich zowel uit hoofde van de polis nr. 307.112 ¿Alle risico's Bouwplaats' als de polis nr. 228.437 ¿Burgerlijke Aansprakelijkheid Bouw' in schadeloosstelling aangesproken wist (stuk 6 september 1989). Stuk 9 dat zij in de loop van de procedure als stuk 7 in haar bundel hernam, bewijst verder dat MEGAMAT NV al voor het versturen van de fax op 2 augustus 1989 het schadegeval heeft gesignaleerd (¿Zoals afgesproken zenden wij U ¿'). Dit wordt ook bevestigd door de inhoud van de brief, die de makelaar T. Van Eessel (die de polis nr. 4.001.537-93 ¿Alle Risiko's Montage' van NEW HAMPSHIRE NV/AIG EUROPE NV voor SIDAPLAX NV heeft bemiddeld) al op 18 juli 1989 heeft verstuurd en waarin hij verwees naar de mogelijke afwijzing door FEDERALE VERZEKERINGEN SV van een tussenkomst, die hem alleen over de telefoon door iemand van MEGAMAT NV was meegedeeld (stuk 14 in de bundel van SIDAPLAX NV). En tenslotte stelt het Hof vast, dat FEDERALE VERZEKERINGEN SV wel MEGAMAT NV heeft vergoed en geen toepassing heeft gemaakt van artikel 39 uit de polis nr. 228.437 ¿Burgerlijke Aansprakelijkheid Bouw', dat eveneens voorziet in het verlies van dekking zo binnen de 3 werkdagen geen aangifte van het schadegeval bij aangetekende brief gebeurde. Uit al deze gegevens leidt het Hof af, dat FEDERALE VERZEKERINGEN SV - die zich gebonden wist door de polis nr. 307.112 ¿Alle risico's - Bouwplaats' - tijdig van het schadegeval kennis kreeg. 2.
  24. Het Hof stelt vast, dat de eis die SIDAPLAX NV op 5 november 1990 tegenover de verzekeraars, FEDERALE VERZEKERINGEN SV en AIG EUROPE NV, heeft ingesteld niet verjaard is. De eis die AIG EUROPE NV in haar vrijwaring door FEDERALE VERZEKERINGEN SV stelt is evenmin verjaard. 2.4.
  25. De twee verzekeraars beroepen zich allebei op de conventioneel verkorte verjaringstermijnen, waarin hun polis voorziet en die afwijkt van de driejarige verjaring waarin artikel 32 van de verzekeringswet van 11 juni 1874 voorzag. - FEDERALE VERZEKERINGEN SV beroept zich op artikel 15 van de polis nr. 307.112 ¿Alle risico's Bouwplaats', dat voorziet in een verjaring van 6 maanden vanaf de gebeurtenis die aanleiding kan geven tot een tussenkomst en in een verjaring van 3 maanden vanaf een betekening van haar weigering om tussen te komen in het schadegeval. - AIG EUROPE NV beroept zich op artikel 15 van de algemene voorwaarden van de polis nr. 4.001.537-93 ¿Alle Risiko's Montage', dat bepaalt dat elke vordering tot betaling van schadevergoedingen één jaar na de dag van het schadegeval verjaart. 2.4.
  26. De verzekeringswet van 11 juni 1874 liet de contractpartijen toe, om de verjaringstermijnen waarin artikel 32 voorzag, in te korten (zie o.a. Cass. 25 januari 1968, J.T. 1968, 185). Maar zowel rechtspraak als rechtsleer weerhielden, dat onderhandelingen en briefwisseling tussen de verzekeraar en de verzekerde de verkorte conventionele verjaringstermijn schorsen of stuiten (zie R. VANDEPUTTE, INLEIDING TOT HET VERZEKERINGSRECHT [1978], pg. 179). 2.4.
  27. Wat de afhandeling van het schadegeval tussen de verzekeraars betreft, wijst het Hof in het bijzonder op de verbintenissen die AIG EUROPE NV in haar polis nr. 4.001.537-93 ¿Alle Risiko's Montage' tegenover haar verzekeringsnemer/verzekerde SIDAPLAX NV opnam. AIG EUROPE NV verzekerde de schade aan de aannemingswerken die MEGAMAT NV uitvoerde niet alleen in tweede orde, aanvullend op de waarborgen die FEDERALE VERZEKERINGEN SV in haar polis nr. 307.112 ¿Alle risico's Bouwplaats' verstrekte; zij nam ook de verbintenis op om SIDAPLAX NV met in de plaatstelling te vergoeden, indien FEDERALE VERZEKERINGEN SV ondanks haar contractuele verplichtingen niet goedwillig de waarborg zou nakomen, die in eerste orde werd verstrekt (zie artikel 9, lid 3 uit de bijzondere polisvoorwaarden). Deze verbintenissen hielden in, dat zij na de kennisgeving van het schadegeval door SIDAPLAX NV de onderhandelingen met FEDERALE VERZEKERINGEN SV op zich nam betreffende de afhandeling van het schadegeval en in het bijzonder betreffende de aannemingswerken, waarvoor zij de schadevergoeding tegenover SIDAPLAX NV verzekerde binnen de waarborgen die zij zelf had verstrekt en die FEDERALE VERZEKERINGEN SV had verstrekt. 2.4.
  28. SIDAPLAX NV bewijst hier dat onderhandelingen tussen de verzekeraars werden gevoerd, die de conventioneel verkorte verjaringstermijnen hebben geschorst. - Het Hof verwijst onder meer naar de brief, die de makelaar T. Van Eessel (die de polis nr. 4.001.537-93 ¿Alle Risiko's Montage' van NEW HAMPSHIRE NV/AIG EUROPE NV voor SIDAPLAX NV heeft bemiddeld) op 18 juli 1989 aan SIDAPLAX NV heeft meegedeeld. Hierin verwees hij naar een zeer intense briefwisseling die met de verzekeraars van SIDAPLAX NV werd gevoerd en waarin NEW HAMPSHIRE NV/AIG EUROPE NV hem had laten weten, na de betaling van 5.123.988 BEF geen verder initiatief meer te nemen voor de schade, die FEDERALE VERZEKERINGEN SV zou moeten ten laste nemen en die zij eventueel zou moeten terugvorderen, ¿zolang zij niet zwart op wit in het bezit zou gesteld zijn van een afwijzing van de FEDERALE VERZEKERINGEN SV'. - Ook de brief van 6 maart 1990 die het expertisebureau Simon, Spruytte & C° - dat voor NEW HAMPSHIRE NV/AIG EUROPE NV tussenkwam - aan AIG EUROPE NV heeft verstuurd, bevestigt de herhaalde contacten die zij voor AIG EUROPE NV met FEDERALE VERZEKERINGEN SV heeft gehad. De dossierbeheerder Van Noyen van FEDERALE VERZEKERINGEN SV heeft het expertisebureau toen meegedeeld, dat FEDERALE VERZEKERINGEN SV haar tussenkomst weigerde, omdat MEGAMAT NV de polis nr. 307.112 ¿Alle risico's Bouwplaats' nooit heeft ondertekend en evenmin de premies heeft betaald. Het expertisebureau heeft hiervan toen ook een schriftelijke verklaring opgevraagd. En eerst in antwoord hierop ontkende FEDERALE VERZEKERINGEN SV formeel op 21 maart 1990 het bestaan van een polis nr. 307.112 ¿Alle risico's Bouwplaats' (zie de bijlagen bij stuk 7 in de bundel van SIDAPLAX NV ). 2.4.
  29. Hierboven weerhield het Hof al dat rechtlijnigheid, eerlijkheid en voorlichting zich onverbiddelijk opdringt aan de professionele verzekeraar bij de uitvoering en de interpretatie van de contractuele verbintenissen. FEDERALE VERZEKERINGEN SV liet in strijd hiermee doelbewust na, om tegenover de derde begunstigde/verzekerde SIDAPLAX NV formeel standpunt in te nemen betreffende haar tussenkomst. In verstandhouding met MEGAMAT NV - aan wie zij wel tussenkomst verschafte - probeerde zij zich aldus te onttrekken aan de waarborgen, die zij aan SIDAPLAX NV had toegezegd. De goede trouw vereist evenwel, dat de verzekeraar - nadat hij kennis kreeg van de wil van de derde benadeelde/verzekerde om een vergoeding te bekomen van zijn schade - duidelijk tegenover de begunstigde standpunt inneemt of hij al dan niet zal vergoeden. Artikel 35, §4 van de wet van 25 juni 1992 op de landsverzekerings-overeenkomst die in beginsel de tussen partijen afgesloten verzekeringscontracten niet beheerst, is alleen de uitdrukking van wat de goede trouw vereist en op grond waarvan de wetgever nu uitdrukkelijk de verjaring stuit tot aan deze kennisgeving. 2.4.
  30. Een betekening aan SIDAPLAX NV van de weigering van FEDERALE VERZEKERINGEN SV om tussen te komen ligt niet voor, zodat de korte verjaringstermijn van 3 maand - waarin artikel 15 van de polis nr. 307.112 ¿Alle risico's Bouwplaats' van FEDERALE VERZEKERINGEN SV voorziet - niet kan weerhouden worden. Uit de overgelegde stukken volgt, dat SIDAPLAX NV eerst op 3 september 1990 door AIG EUROPE NV op de hoogte gesteld werd van de formele weigering van FEDERALE VERZEKERINGEN SV, om tussen te komen in haar onbetaald gebleven schade. FEDERALE VERZEKERINGEN SV en evenmin AIG EUROPE NV tonen aan, dat SIDAPLAX NV vóór 3 september 1990 op de hoogte werd gesteld van de formele weigering van FEDERALE VERZEKERINGEN SV, om tussen te komen. Meteen na deze kennisname heeft SIDAPLAX NV beide verzekeraars op 5 november 1990 gedagvaard, zij vóór het verstrijken van de zes maanden waarin artikel 15 van de polis nr. 307.112 ¿Alle risico's Bouwplaats' van FEDERALE VERZEKERINGEN SV voorziet en vóór het verstrijken van het jaar waarin artikel 15 van de algemene voorwaarden van de polis nr. 4.001.537-93 ¿Alle Risiko's Montage'van AIG EUROPE NV voorziet. 2.4.
  31. Niet alleen de onderhandelingen tussen de verzekeraars betreffende de afhandeling van het schadegeval, schorste hier na de kennisgeving de verjaring op. Ook bij toepassing van de artikelen 2257, lid 1 en 2 van het Burgerlijk Wetboek was de verjaring opgeschort. - Artikel 2257, lid 1 van het Burgerlijk Wetboek bepaalt dat de verjaring niet loopt ten aanzien van een schuldvordering die van een voorwaarde afhangt, zolang die voorwaarde niet vervuld is. Artikel 2257, lid 2 van het burgerlijk wetboek bepaalt dat de verjaring niet loopt ten aanzien van een vordering tot vrijwaring, zolang de uitwinning niet heeft plaatsgehad. - AIG EUROPE NV, die de afhandeling van het schadegeval opnam (zie boven punt 2.4.2), maakte de vordering die SIDAPLAX NV tegenover haar kon instellen voor haar onbetaald gebleven schade uitdrukkelijk afhankelijk van de voorwaarde, ¿dat FEDERALE VERZEKERINGEN SV niet goedwillig zou betalen' en ¿zolang zij niet zwart op wit in het bezit zou gesteld zijn van een afwijzing van de FEDERALE VERZEKERINGEN SV' (zie artikel 9 uit de bijzondere polisvoorwaarden van haar polis nr. 4.001.537-93 ¿Alle Risiko's Montage' en de brief van 8 juli 1989 van T. Van Eessel). Uit de overgelegde stukken volgt, dat AIG EUROPE NV eerst op 3 september 1990 de weigering tot tussenkomst van FEDERALE VERZEKERINGEN SV aan SIDAPLAX NV heeft meegedeeld. De verjaring liep wat AIG EUROPE NV betreft, dan ook niet vóór 3 september
  32. De lopende afspraken tussen AIG EUROPE NV en SIDAPLAX NV over de schaderegeling en de voorwaarden waaronder de schade zou uitbetaald worden, hebben hier de verjaring opgeschort. - AIG EUROPE NV nam in artikel 9, lid 3 van de bijzondere voorwaarden van haar polis nr. 4.001.537-93 ¿Alle Risiko's Montage' alleen de verbintenis op om SIDAPLAX NV met in de plaatstelling te vergoeden, indien FEDERALE VERZEKERINGEN SV ondanks ¿haar contractuele verplichtingen' niet goedwillig de waarborg zou nakomen. AIG EUROPE NV kon zich dan ook eerst aangesproken weten in nakoming van deze verbintenis, onder de dubbele voorwaarde, dat FEDERALE VERZEKERINGEN SV met MEGAMAT NV een verzekeringspolis ¿Alle risico's Bouwplaats' had afgesloten en dat FEDERALE VERZEKERINGEN SV deze contractuele verbintenissen niet goedwillig nakwam. Aangezien FEDERALE VERZEKERINGEN SV tot vóór het instellen van hoger beroep, het bestaan van de polis nr. 307.112 ¿Alle risico's Bouwplaats' ontkende, was de voorwaarde waarvan de betaling afhankelijk was tegenover AIG EUROPE NV niet vervuld en moest AIG EUROPE NV zich niet aangesproken voelen. Het kwam AIG EUROPE NV evenmin toe, om een vordering in te stellen die zou strekken tot de vaststelling dat zij tegenover SIDAPLAX NV wel tot tussenkomst gehouden was en om het bewijs te leveren, dat FEDERALE VERZEKERINGEN SV wel een de polis nr. 307.112 ¿Alle risico's Bouwplaats' met haar verzekeringsnemer MEGAMAT NV had onderschreven. Tot aan de vaststelling van het bestaan van de contractuele verbintenissen die FEDERALE VERZEKERINGEN SV met MEGAMAT NV had onderschreven, konden de aanspraken dan ook niet verjaren die AIG EUROPE NV tegenover FEDERALE VERZEKERINGEN SV zou kunnen laten gelden voor een tussenkomst, waartoe zij eerst vanaf deze vaststelling tegenover SIDAPLAX NV gehouden was. - Eerst in haar beroepsakte voert FEDERALE VERZEKERINGEN SV het bestaan aan van de polis nr. 307.112 ¿Alle risico's Bouwplaats' , die zij met MEGAMAT NV heeft afgesloten. Eerst vanaf dat ogenblik moest AIG EUROPE NV zich aangesproken weten tot de uitbetaling met indeplaatsstelling van de waarborgen, die FEDERALE VERZEKERINGEN SV in eerste orde had onderschreven, maar weigerde goedwillig na te komen. De vordering in vrijwaring die AIG EUROPE NV heeft ingesteld in de conclusie die zij op 17 september 1993 voor de eerste rechter heeft neergelegd, is dan ook niet verjaard. 2.
  33. De exceptie die FEDERALE VERZEKERINGEN SV grondt op de ingebruikneming van de aannemingswerken die haar verzekerings-nemer uitvoerde, is ongegrond. Uit de overgelegde stukken volgt duidelijk, dat de waarborg waartoe FEDERALE VERZEKERINGEN SV zich heeft verbonden, werd uitgebreid tot de vaste duur van 1 jaar, zij tot en met 17 april
  34. - In de bijzondere voorwaarden van de polis kruiste FEDERALE VERZEKERINGEN SV betreffende de duur van de waarborg zowel de duur van 1 jaar aan zoals die vastgelegd wordt in artikel 5A, alinea 1 van onderafdeling I van de algemene polisvoorwaarden, als de bepaling die een uitzonderlijke verlenging van de waarborg gedurende de volle periode van 1 jaar voorziet. Deze laatste mogelijkheid voorzag ook in een uitzonderlijke verlenging van de waarborg gedurende de volle periode van 2 jaar; optie die evenwel niet werd aangekruist. - Deze uitzonderlijke verlenging van de waarborg heeft zij ook aan SIDAPLAX NV meegedeeld in haar drie pagina's lange fax van 18 april
  35. Ook deze fax voorzag in drie opties: de waarborg gedurende de uitvoering van de werken, een instandhouding gedurende 1 jaar en een instandhouding gedurende 2 jaar. De schade aan de werken die MEGAMAT NV uitvoerde werd er gedekt voor de volle periode van 1 jaar. Op het ogenblik van de brand op 5 maart 1989 waarborgde FEDERALE VERZEKERINGEN SV tegenover SIDAPLAX NV dan ook nog de schade aan de werken, die MEGAMAT NV had uitgevoerd. 2.
  36. FEDERALE VERZEKERINGEN SV beroept zich ten onrechte op de subsidiariteit van haar polis nr. 307.112 ¿Alle risico's Bouwplaats'. - De voorwaarden van de polis nr. 307.112 ¿Alle risico's Bouwplaats' en polis nr. 4.001.537-93 ¿Alle Risiko's Montage' die partijen overleggen bewijzen, dat FEDERALE VERZEKERINGEN SV in eerste orde de schade aan de werken die haar verzekeringsnemer MEGAMAT NV uitvoerde, dekt en dat AIG EUROPE NV in eerste orde alleen de schade aan de bestaande gebouwen van SIDAPLAX NV dekt. - FEDERALE VERZEKERINGEN SV beroept zich ook ten onrechte op de subsidiariteit van haar polis nr. 307.112 ¿Alle risico's Bouwplaats' tegenover de brandverzekering die SIDAPLAX NV in 1978 heeft afgesloten voor haar ¿bestaande gebouwen'. De polis nr. 307.112 ¿Alle risico's Bouwplaats' die MEGAMAT NV met FEDERALE VERZEKERINGEN SV voor de werf bij SIDAPLAX NV afsloot en moest afsluiten in uitvoering van de aanneming, strekte duidelijk tot het waarborgen van de nieuwbouw die MEGAMAT NV optrok en dit gedurende 1 jaar. Dit gegeven kan FEDERALE VERZEKERINGEN SV niet onbekend gebleven zijn en de subsidiariteit die FEDERALE VERZEKERINGEN SV hier inroept is volledig onverenigbaar met de strekking van de polis nr. 307.112 ¿Alle risico's Bouwplaats'. 2.
  37. Hierboven weerhield het Hof al dat FEDERALE VERZEKERINGEN SV tijdig op de hoogte werd gebracht van het schadegeval, zodat zij haar rechten kon verdedigen, maar de beslissing nam om alleen via haar verzekeringsnemer en verzekerde, MEGAMAT NV, tussen te komen in de afhandeling van de schadebegroting. Zij verbeurde hierdoor ook het recht op de begroting van de schade bij een onderlinge overeenkomst of via een arbitrage. De expertiseverrichtingen die doorgingen, houden voor het Hof het bewijs in dat naast het dak van de productiehall ook een gedeelte van de betonvloer, de brandmuur en de profielen van de gevel waren beschadigd. Deze verslagen - waarin diverse deskundigen in hun diverse hoedanigheid en belangenvertegenwoordiging zijn tussengekomen - maken het nuttige en relevante bewijs uit van de schade aan de werken, die MEGAMAT NV heeft uitgevoerd. De tussenkomst van de branddeskundige ir. W. Ghysel strekte alleen tot het duiden van de oorzaak en de eventuele strafrechtelijke verantwoordelijkheid van de brand en houdt geen precieze omschrijving in van de schade aan de uitgevoerde aannemingswerken. Bij toepassing van artikel 4 van onderafdeling I van de algemene voorwaarden van de polis nr. 307.112 ¿Alle risico's Bouwplaats' is FEDERALE VERZEKERINGEN SV evenwel alleen gehouden tot de vergoeding van de waarde van het uitgevoerde werk, zoals die uit de aannemingsovereenkomst voortvloeit. De overgelegde expertiseverrichtingen gaan uit van de herstelkosten van de schade. Hier dringt zich dan ook een deskundigenonderzoek op, die het Hof nader formuleert in zijn besluiten hieronder. Ook de uitspraak over de expertisekosten, de kosten van afbraak eigen aan de schade die de uitgevoerde aannemingswerken opliepen en de vrijstellingen van tweemaal 768,47 EUR (31.000 BEF) wordt aangehouden. 2.
  38. In haar syntheseconclusie neergelegd op 31 mei 2005 maakt SIDAPLAX NV alleen aanspraak op de vergoeding voor schade aan de aannemingswerken die MEGAMAT NV heeft uitgevoerd, zij 69.729,60 EUR (2.812.885 BEF) aan wederopbouwkosten, 3.718,40 EUR (150.000 BEF) aan afbraak- en opruimingskosten en 4.197,93 EUR (169.344 BEF) aan expertisekosten. Aangezien AIG EUROPE NV bij toepassing van haar polisvoorwaarden tegenover SIDAPLAX NV uiteindelijk - maar wel binnen de eigen contractuele waarborgen die zij SIDAPLAX NV heeft verstrekt - voor alle schade aan de aannemingswerken moet instaan, veroordeelt het Hof haar al tot de betaling van een schadevergoeding van 76.406,46 EUR, vermeerderd met de verwijlintresten vanaf 5 november
  39. - De schade aan de bouwwerken die MEGAMAT NV uitvoerde worden in eerste orde door FEDERALE VERZEKERINGEN SV verzekerd en in tweede orde door AIG EUROPE NV. Artikel 9, lid 2 van de bijzondere overeenkomsten van de polis nr. 4.001.537-93 ¿Alle Risiko's Montage' bepaalt dat AIG EUROPE NV het verschil dekt en zal tussenkomen na uitputting en in aanvulling van de waarborgen van de polis nr. 307.112 ¿Alle risico's Bouwplaats' van FEDERALE VERZEKERINGEN SV. - Bij toepassing van artikel 9, lid 3 nam AIG EUROPE NV tegenover SIDAPLAX NV evenwel ook de verbintenis op, om in te staan voor de vergoeding van de schade, waartoe FEDERALE VERZEKERINGEN SV in eerste orde gehouden is. - Hierboven weerhield het Hof al, dat FEDERALE VERZEKERINGEN SV de polis nr. 307.112 ¿Alle risico's Bouwplaats' met MEGAMAT NV heeft afgesloten. AIG EUROPE NV betwist dan ook ten onrechte het bestaan van deze polis. FEDERALE VERZEKERINGEN SV liet verder na goedwillig te betalen. AIG EUROPE NV is dan ook samen met FEDERALE VERZEKERINGEN SV - maar alleen binnen de contractuele waarborgen die FEDERALE VERZEKERINGEN SV heeft onderschreven - tegenover SIDAPLAX NV gehouden voor de schade die de aannemingswerken opliepen. - Voor de begroting van de schade aan de aannemingswerken, waartoe zij samen met de FEDERALE VERZEKERINGEN SV tegenover SIDAPLAX NV gehouden is, alsook voor het beoordelen van de vrijwaring waartoe FEDERALE VERZEKERINGEN SV tegenover AIG EUROPE NV gehouden is, moeten de resultaten van het deskundigenonderzoek (zie punt 2.7 hierboven) afgewacht worden. De gerechtelijk deskundige zal het Hof immers adviseren over de tussenkomst, waartoe FEDERALE VERZEKERINGEN SV in uitvoering van de polis nr. 307.112 ¿Alle risico's Bouwplaats' gehouden is. - De schaderamingen uitgevoerd door de expertisebureaus Galtier en Simon en Spruytte & C° kunnen AIG EUROPE NV tegengeworpen worden, nu SIMON, SPRUYTTE & C° BVBA op verzoek van NEW HAMPSHIRE NV (AIG EUROPE NV) in deze expertises is tussengekomen (zie stuk 7 in de bundel van SIDAPLAX NV). En hierboven werd ook al vastgesteld dat de verjaring in hoofde van AIG EUROPE NV nog niet verworven was op het ogenblik van de dagvaarding, aangezien zij haar verdere tussenkomst in de schaderegeling afhankelijk maakte van ¿een zwart op wit gestelde afwijzing van tussenkomst vanwege de FEDERALE VERZEKERINGEN SV'. De lopende afspraken tussen AIG EUROPE NV en SIDAPLAX NV over de schaderegeling hebben hier duidelijk de verjaring opgeschort. - SIDAPLAX NV beroept zich ten onrechte op de beperking van de waarborg, dat artikel 7 van de bijzondere overeenkomsten van haar polis nr. 4.001.537-93 ¿Alle Risiko's Montage' inhoudt. Dit artikel voorziet alleen in een beperking van de waarborg betreffende de bestaande productiehall, maar niet betreffende de aannemingswerken die MEGAMAT NV uitvoerde (zie ook het onderscheid, dat de polis maakt betreffende de verzekerde goederen). - De expertisekosten maakten mee het voorwerp uit van de schade die SIDAPLAX NV leed. Deze schade betrof zowel de schade aan de bestaande gebouwen en installaties, als aan de aannemingswerken die MEGAMAT NV heeft uitgevoerd. De schaderegeling die GALTIER EXPERTISES NV op 17 mei 1989 naar SIDAPLAX NV opstuurde voor de som van 66.901.515 BEF betrof voor de schade aan het bestaande gebouw, de uitrusting en de koopwaar en weerhield 1.292.187 BEF op de 1.461.531 BEF aan expertisekosten die ten laste werden gelegd van de brandverzekeraar GERLING KONZERN (zie stuk 4, pg. 1 en 3 in de bundel van SIDAPLAX NV). Het saldo van 169.344 BEF staat in verhouding tot de schade aan de aannemingswerken, die MEGAMAT NV heeft uitgevoerd. - De afbraakwerken maken mee de schade uit die SIDAPLAX NV door de brand leed. De expertises weerhielden hier uitdrukkelijk 3.718,40 EUR (150.000 BEF) voor de afbraak en opruiming van de aannemingswerken. De polis nr. 4.001.537-93 ¿Alle Risiko's Montage' van SIDAPLAX NV, evenmin als de polis nr. 307.112 ¿Alle risico's Bouwplaats' van FEDERALE VERZEKERINGEN SV weerhouden een bijkomende vrijstelling voor de afbraak en opruimingswerken (zie o.a. de bijzondere voorwaarde betreffende de afbraak- en opruimingskosten van de polis nr. 307.112 ¿Alle risico's Bouwplaats': ¿De vrijstelling van toepassing voor de uitbreiding voor de afbraak- en opruimingskosten wordt in geval van schade slechts éénmaal toegepast op de schade aan het werk en de bestaande gebouwen en de kosten van afbraak en opruiming bijeen'). - De polis nr. 4.001.537-93 ¿Alle Risiko's Montage' van AIG EUROPE NV voorziet wel in een (algemene) vrijstelling van 1.239,47 EUR (50.000 BEF) voor schade aan de aannemingswerken. AIG EUROPE NV beroept zich ten onrechte op een vrijstelling van 3.098,67 EUR (125.000 BEF), die alleen de dekking voor de schade aan de bestaande gebouwen betreft. - AIG EUROPE NV is tegenover SIDAPLAX NV dan ook gehouden tot betaling van (2.812.885 BEF + 169.344 BEF + 150.000 BEF - 50.000 BEF =) 3.082.229 BEF of 76.406,46 EUR, vermeerderd met de verwijlintresten vanaf 5 november
  40. 2.
  41. De eis die SIDAPLAX NV tegenover de curator van het faillissement MEGAMAT NV instelde, is ongegrond: - Het Hof weerhield hierboven dat SIDAPLAX NV de waarborgen geniet van de polis nr. 307.112 ¿Alle risico's Bouwplaats', die MEGAMAT NV met FEDERALE VERZEKERINGEN SV heeft afgesloten. Het niet-betalen van de premie maakt een contractuele fout van MEGAMAT NV tegenover FEDERALE VERZEKERINGEN SV uit, waarmee SIDAPLAX NV geen uitstaans heeft (zie artikel 1165 van het burgerlijk wetboek). - De risico-overdracht waarin artikel 1788 van het burgerlijk wetboek voorziet, gaat samen met de levering. Uit het verslag van de branddeskundige ir. W. Ghysel volgt, dat SIDAPLAX NV de bouwwerken al in het bezit had genomen en ingericht had met haar nieuwe productiemachines. Zij had dan ook al fysiek bezit genomen van de werken, die MEGAMAT NV had uitgevoerd en de bewaking over de nieuw gebouwde productiehall overgenomen. 2.
  42. De eis die de curator van het faillissement MEGAMAT NV bij toepassing van artikel 1384, lid 1 van het burgerlijk wetboek tegenover SIDAPLAX NV stelt, is ongegrond. Een gebrek aan de zaak die verantwoordelijk zou zijn voor de brand en de schade aan de materialen op de werf, blijft onbewezen (zie hierboven de vaststellingen van ir. W. Ghysel). 2.
  43. De eis die FEDERALE VERZEKERINGEN SV tegenover SIDAPLAX NV bij toepassing van artikel 544 en 1384, lid 1 van het burgerlijk wetboek stelt is ongegrond. Hierboven weerhield het Hof al dat een gebrek aan de zaak niet bewezen is en de polis nr. 307.112 ¿Alle risico's Bouwplaats' van FEDERALE VERZEKERINGEN SV waarborgde de verantwoordelijkheid die op SIDAPLAX NV bij toepassing van artikel 544 van het burgerlijk wetboek rust, voor 1.000.000 BEF. 2.
  44. FEDERALE VERZEKERINGEN SV kan voor de rechtbank van koophandel die het faillissement MEGAMAT NV uitsprak, de opname van haar schuldvordering voor de onbetaald gebleven premie van 2.245,54 EUR (90.585 BEF) vorderen. BESLUITEN Het Hof verklaart - op tegenspraak en gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken - de hogere beroepen ontvankelijk en vernietigt het vonnis. Het voegt de zaken gekend onder de nrs. 1998/AR/402 en 1998/AR/
  45. Het verklaart de eisen die de FEDERALE VERZEKERINGEN SV, de curator van het faillissement MEGAMAT NV en AIG EUROPE NV tegen SIDAPLAX NV instelden, ongegrond. Het verklaart ook de eisen die SIDAPLAX NV en AIG EUROPE NV tegenover de curator van het faillissement MEGAMAT NV instelden, ongegrond. Het verklaart de oorspronkelijke vordering van SIDAPLAX NV tegenover AIG EUROPE NV ontvankelijk en gegrond voor een schadevergoeding van 76.406,46 EUR, vermeerderd met de verwijlintresten vanaf 5 november
  46. Het veroordeelt AIG EUROPE NV tot de betaling hiervan aan SIDAPLAX NV. Het stelt vast, dat FEDERALE VERZEKERINGEN SV voor de rechtbank van koophandel die het faillissement MEGAMAT NV heeft uitgesproken, de opname van haar schuldvordering voor de onbetaald gebleven premie van 2.245,54 EUR (90.585 BEF) kan vorderen. Het verklaart de oorspronkelijke vordering van SIDAPLAX NV tegenover FEDERALE VERZEKERINGEN SV ontvankelijk en gegrond voor de waarborgen, die de polis nr. 307.112 ¿Alle risico's Bouwplaats' van FEDERALE VERZEKERINGEN SV voor de aannemingswerken die MEGAMAT NV heeft uitgevoerd, verstrekt. Het stelt vast, dat FEDERALE VERZEKERINGEN SV hoofdelijk met AIG EUROPE NV tegenover SIDAPLAX NV tot betaling van de schadevergoeding binnen deze waarborgen gehouden is en AIG EUROPE NV ook moet vrijwaren tot beloop van deze waarborgen. Het beveelt vooraleer de schade te begroten waartoe FEDERALE VERZEKERINGEN SV overeenkomstig haar polis nr. 307.112 ¿Alle risico's Bouwplaats' gehouden is, een deskundigenonderzoek naar ¿de waarde van het uitgevoerde werk zoals die uit de aannemingsovereenkomst voortvloeit' betreffende de schade, die de expertisebureaus Galtier en Simon, Spruytte & C° op 2.821.885 BEF hebben begroot. Het stelt hiertoe architect Thiery Inghelram, Kortrijkse steenweg 238 te 9000 Gent, aan met de opdracht om overeenkomstig de artikelen 962 tot en met 991 van het gerechtelijk wetboek, binnen de 3 maanden vanaf de aanvaarding van z'n taak, volgende opdracht te vervullen:
  47. partijen aangetekend, met een tussentijd van vier vrije dagen, te verwittigen van plaats, dag en uur van de uitvoering van zijn opdracht; hen te horen, hun overtuigingsstukken op te vragen, en alle nuttige inlichtingen in te winnen;
  48. advies uit te brengen over ¿de waarde van het uitgevoerde werk zoals die uit de aannemingsovereenkomst voortvloeit' betreffende de schade, die de expertisebureaus Galtier en Simon, Spruytte & C° op 2.821.885 BEF hebben begroot;
  49. alle vereiste inlichtingen in te winnen bij de daartoe bevoegde personen met de vermelding van hun identiteit en hun bevindingen; zijn oordeel daarover uit te spreken en te antwoorden op alle vragen van partijen, nuttig voor de oplossing van het geschil;
  50. het voorlopig verslag aan iedere partij te sturen, met het verzoek hun gemotiveerde bezwaren binnen de 25 dagen na de datum postmerk over te maken; hun bezwaren te beantwoorden en indien partijen niet tot verzoening komen, een gemotiveerd, schriftelijk en onder eed bevestigd verslag van al zijn vaststellingen op te stellen met daarin verwerkt zijn staat van kosten en ereloon;
  51. zijn eindverslag in te leveren uiterlijk op 28 februari 2007 op de griffie van het Hof van Beroep te Gent en aan partijen hiervan aangetekend een eensluidend verklaard afschrift te zenden. Stelt de zaak voor verdere behandeling op de terechtzitting van 14 mei 2007 om 10.30 uur. Houdt de beslissing over de kosten aan. Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van het Hof van beroep te Gent, zevende kamer, recht doende in burgerlijke zaken op zesentwintig juni tweeduizend en zes. Aanwezig : H. Debucquoy, raadsheer, waarnemend voorzitter, F. Deschoolmeester, raadsheer, E. Dursin, raadsheer, A. Ferdinande, griffier. Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.