id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Gent Vonnis/arrest van 06 november 2006 ECLI nr: ECLI:BE:HBGNT:2006:ARR.20061106.9 Rolnummer: 2005/AR/2551 Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2007-07-31 Raadplegingen: 91 - laatst gezien 2026-07-02 14:37 Fiche UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - BIJZONDERE OVEREENKOMSTEN - Dading Tekst van de beslissing in de zaak van : N.V. MIRON, met maatschappelijke zetel te 2610 Wilrijk, Mechanicalaan 6-8 en met ondernemingsnummer 0406.939.645, appellante, hebbende als raadsman mr. Edmond Brondel, advocaat met kantoor te 2018 Antwerpen, Brusselstraat 59, tegen C.V.B.A. INTERBAD, met maatschappelijke zetel te 8310 Sint-Kruis (Brugge), Veltemweg 35, geïntimeerde, hebbende als raadsman mr. Roger Bommerez, advocaat met kantoor te 8310 Sint-Kruis (Brugge), Kartuizersstraat 21, velt het Hof volgend arrest : Partijen werden gehoord in openbare terechtzitting en de stukken werden ingezien.
- Gegevens van de zaak in beroep: 1.
- Miron nv stelde op 17 oktober 2005 hoger beroep in tegen het vonnis van 3 mei 2005 van de tweede kamer van de rechtbank van koophandel te Brugge. Interbad cvba stelde in conclusie neergelegd op 28 december 2005 incidenteel hoger beroep in. 1.
- De blijvende betwistingen betreffen de levering en plaatsing in 1999 van een gebrekkige verlichtingsinstallatie in het zwembad te Brugge door Miron nv. Miron nv heeft de uitgevoerde lichtinstallatie in de loop van een deskundigenonderzoek in akkoord met Interbad cvba vervangen door een nieuwe installatie, die bestaat uit 20 ontladingslampen in plaats van 42 Endura inductielampen. 1.2.
- Interbad cvba blijft stellen, dat zij gerechtigd is op volgende schadevergoedingen, vermeerderd met de wettelijke intresten vanaf 27 december 2001: - 608,00 EUR voor het verwijderen van de oorspronkelijke Endura-verlichting en 304,00 EUR voor haar hulp bij de installatie van de nieuwe 20 ontladingslampen, zij samen 912,00 EUR; - een minwaarde van 15.097,77 EUR van de nieuwe tegenover de oude installatie (24.099,29 EUR voor de oude, waar de nieuwe uitvoering volgens de berekeningen van de gerechtelijk deskundige maar 9.001,52 EUR bedroeg), vermeerderd met 2.884,00 EUR voor de verhoogde vervangingsfrequentie van de nieuwe lampen met een levensduur van 12.000 uren in vergelijking met de 60.000 uren van de lampen uit de oude installatie en vermeerderd met 1.560 EUR voor een meerverbruik van de lampen, die een opstarttijd van 8 minuten vragen en niet kunnen gedimd worden, zij samen 17.981,77 EUR; - een genotsderving en reputatieschade van 12.500 EUR. 1.2.
- Miron nv stelt dat partijen tot slot van alle rekeningen een dading hebben afgesloten, die alleen voorzag in de vervanging op haar kosten van de 42 Endura inductielampen door 20 ontladingslampen. Zij stelt dat eisen van Interbad cvba dan ook niet ontvankelijk, minstens ongegrond zijn. In uiterst onderschikte orde stelt zij, - dat zij Interbad cvba nooit heeft aangesproken op de uitvoering van sommige werkzaamheden; - dat de minwaarde van de nieuwe installatie op 6.230,74 EUR moet begroot worden en niet op 13.537,77 EUR zoals de gerechtelijk deskundige deed, en hierop 9.622 EUR in mindering moet gebracht worden voor de goedkopere plaatsing en het goedkopere onderhoud van de nieuwe lampen en 1.560 EUR voor het minderverbruik; - dat het zwembad nooit moest gesloten worden en er dan ook geen genotsderving was en Interbad cvba als rechtspersoon ook geen morele schade kan vorderen of geleden heeft. 1.
- De eerste rechter veroordeelde Miron nv op volgende relevante overwegingen tot de betaling
(1)van 608 EUR voor het ter beschikking stellen van een personeelslid bij het demonteren van de oude installatie en het monteren van de nieuwe installatie,
(2)van 15.097,77 EUR voor de minwaarde van de installatie, waarop hij het minderverbruik van 1.560 EUR en de meerkost van 2.884 EUR voor de verhoogde vervangingsfrequentie van de nieuwe lampen verrekende en
(3)van 2.500 EUR voor een genotsderving, vermeerderd met de wettelijke intresten vanaf 27 december 2001: 1.3.
- ¿Het is vooreerst niet zo dat tussen partijen een dading is tot stand gekomen, of [Interbad cvba] op enigerlei wijze afstand zou gedaan hebben van haar aanspraken op schadevergoeding naar aanleiding van de vervanging door [Miron nv] van de installatie. Geen enkel stuk of gegeven toont dit aan. Op het ogenblik dat bleek dat de installatie niet voldeed, heeft [Miron nv], die in gebreke was gebleven, het nodige gedaan om alsnog een deugdelijke installatie te leveren, zonder dat [Interbad cvba] hierbij afstand heeft gedaan van enig recht op schadevergoeding ingevolge eventueel door haar gedragen herstelkosten, minwaarde van de nieuwe installatie of genotsderving. 1.3.
- ¿Wat de herstelkosten betreft, blijkt genoegzaam dat [Interbad cvba] een personeelslid ter beschikking stelde om [Miron nv] te helpen bij het demonteren van de oude installatie en het monteren van de nieuwe installatie. Dit wordt immers door [Miron nv] bevestigd, daar waar zij in eerste instantie stelt dat [Interbad cvba] vrijwillig een personeelslid ter beschikking stelde. De deskundige berekent de kostprijs op 5.976 euro, waarvan 4.760 euro betrekking heeft op de levering van de nieuwe lampen, en twee maal een bedrag van 608 euro op de montage, resp. demontage. Partijen zijn het erover eens dat werd samengewerkt met betrekking tot de montage, zodat desbetreffend een bedrag van 304 euro gerechtvaardigd voorkomt. Wat de verwijdering van de oude lampen betreft, stelt [Interbad cvba] dat zij volledig hiervoor heeft ingestaan, wat niet bewezen voorkomt. Ook wat de demontage betreft komt derhalve een bedrag van 304 euro gerechtvaardigd voor. 1.3.
- ¿Wat de minwaarde betreft, berekende de deskundige dat de waarde van de oorspronkelijk installatie, die door [Interbad cvba] werd betaald, 24.099,19 euro bedroeg. De waarde van de nieuwe installatie bedraagt 9.001,25 euro. Deze berekening wordt door de rechtbank als correct aangenomen. De argumenten welke partijen (inzonderheid [Miron nv]) ter betwisting van deze cijfers in conclusies aanvoeren, kwamen reeds terloops de expertise aan bod en werden door de deskundige beantwoord en waar nodig weerlegd. Er is derhalve een verschil in het voordeel van [Interbad cvba] ten bedrage van 5.097,77 euro. [Interbad cvba] betaalde 24.099,29 euro voor een installatie die niet functioneerde en verkreeg uiteindelijk een installatie die weliswaar functioneerde en volledig voldeed, doch van een mindere waarde, zodat zij gerechtigd is op terugbetaling van het verschil. 1.3.
- ¿Partijen betwisten niet dat inzake de minwaarde rekening moet worden gehouden met een voordeel voor [Interbad cvba], te weten het minder verbruik van de nieuwe installatie (20 lampen) ten aanzien van de oorspronkelijke installatie (40 lampen). De deskundige berekent dit voordeel op 1.560 euro, hetgeen de rechtbank correct voorkomt. Het theoretisch meerverbruik bij gebruik van een dimmer werd door de deskundige op gemotiveerde wijze verworpen. De rechtbank maakt deze argumentatie tot de hare; a fortiori bestaat er geen reden om het bedrag dat de deskundige als minverbruik weerhield, thans als meerverbruik in rekening te brengen. 1.3.
- ¿De deskundige weerhoudt in zijn eindadvies terecht een meerkost in het nadeel van [Interbad cvba] ingevolge de kortere levensduur van de ontladingslampen in vergelijking met de Enudra inductie1ampen. Op gemotiveerde wijze berekent hij deze meerkost op 2.884 euro; de rechtbank maakt deze berekening tot de hare. De door [Miron nv] aangebrachte en daarmee strijdige berekening overtuigt de rechtbank niet. Aangezien dit een meerkost betekent voor [Interbad cvba], dient dit niet van het bedrag van haar schade te worden afgetrokken, maar dient het te worden bijgeteld. 1.3.
- ¿De problemen met de oorspronkelijke installatie hebben voor [Interbad cvba] zonder enige twijfel genotsderving tot gevolg gehad, ook al werd het zwembad nooit als zodanig gesloten. Het zwembad was gebrekkig verlicht, er was de permanente vrees voor sluiting en schade aan de reputatie van het zwembad. Bij gebrek aan de mogelijkheid tot het bekomen van meer nauwkeurige gegevens, dient de genotsderving ex aequo et bono te worden vastgesteld. Een bedrag van 2.500 euro komt de rechtbank gerechtvaardigd voor.'
- Beoordeling 2.
- De eerste rechter stelde terecht, dat Miron nv geen minnelijke schikking of dading bewijst betreffende de vorderingen die Interbad cvba nog stelt. 2.1.
- Op 5 maart 2002 formuleerde de gerechtelijk deskundige zijn eerste vaststellingen: ¿De verlichting uitgevoerd met de Osram Enduro lampen volgens het concept van partij Miron voldoet niet aan de gestelde eisen. De kwestige verlichting vertoont ernstige gebreken welke werden veroorzaakt door een verkeerd concept vanwege partij Miron. In de huidige uitvoering is de verlichting niet bruikbaar en er dient een conceptwijziging te worden doorgevoerd met als hoofddoel de temperatuur van de bal1ast beneden de maximum toelaatbare temperatuur te brengen. (¿) Het is aan partij Miron om de conceptwijziging te bestuderen, te testen en uit te voeren'. Op de daaropvolgende samenkomst van 12 april 2002 deed Miron nv twee voorstellen: - ¿Miron levert 42 nieuwe armaturen waarvan Osram 42 nieuwe lampen en starters gratis levert. De gehele operatie is op kosten van Miron en Osram. 5¿) - ¿Er worden kwikdamp ontladingslampen geplaatst van 250 Watt per stuk. Er zijn dan maar de helft van de armaturen nodig. In deze toepassing zijn er geen ballasten meer. Deze armaturen kunnen op dezelfde beugels worden opgehangen. (¿) Nadeel is wel dat het bij een stroomuitval 3 à 4 minuten duurt vooraleer het weer licht wordt en dat de volle lichtsterkte slechts na 8 minuten wordt bereikt. (¿)' De raadsman van Miron nv liet toen ook noteren dat ¿de voorgestelde oplossingen geen financiële gevolgen voor Interbad cvba impliceren. Miron nv mag zelf deze lampen niet plaatsen, maar dit is wel op te lossen'. 2.1.
- Het voorwerp van een dading moet restrictief worden geïnterpreteerd. De bewoordingen die inhouden dat ¿de voorgestelde oplossingen geen financiële gevolgen voor Interbad cvba impliceren', sluiten - zelfs in hun meest ruime interpretatie - overduidelijk de aanspraak op vergoeding voor genotsderving niet uit. 2.1.
- Dezelfde bewoordingen - die alleen door de raadsman van Miron nv in de mond werden genomen - omschrijven evenmin eenvoudig, ondubbelzinnig en duidelijk, wat het voorwerp van de dading (minnelijke regeling) zou geweest zijn en welke de wederzijdse toegevingen waren, waarover partijen een akkoord zouden bereikt hebben. - Uit de eerste vaststellingen van de gerechtelijk deskundige volgde al meteen, dat Miron nv een gebrekkige installatie heeft geleverd en tegenover Interbad cvba hiervoor de volle aansprakelijkheid droeg. Interbad cvba heeft geen uitstaans met het mogelijk verhaal van Miron nv op haar leverancier Osram voor eventueel gebreken aan de haar geleverde bal1asten en lampen, die het verder verloop van het deskundigenonderzoek hebben bepaald. - De gerechtelijk deskundige is - wat de aansprakelijkheid van Miron nv tegenover Interbad cvba betreft - nooit op zijn eerste vaststellingen terug gekomen en Miron nv heeft in antwoord hierop alleen twee herstellingswijzen voorgedragen. Het aanbieden van deze twee herstellingswijzen en de keuze die Interbad cvba hierover werd gelaten impliceert niet, dat een dading tussen partijen tot stand zou gekomen zijn, waarbij Miron nv een toegeving zou gedaan hebben die Interbad cvba overhaalde, om ook toegevingen te doen betreffende de vervangingskosten en de verrekening van de minder dure vervangende installatie. - Het gegeven dat de vervangende installatie minder duur was komt zelfs niet eens aan bod in het voorstel dat Miron nv heeft geformuleerd. Partijen zijn ook niet nader ingegaan op de kosten die de vervanging van de oude door de nieuwe installatie zou meebrengen, wat wellicht kan toegeschreven worden aan de vaststelling dat ¿Miron nv zelf deze lampen niet mag plaatsen, maar dit wel op te lossen is'. 2.
- Het Hof onderschrijft wat de begroting van de eis van Interbad cvba betreft, integraal het vonnis. Het verwijst partijen naar de overwegingen van het vonnis die het juist bevindt en die het alleen verder aanvult. 2.2.
- De raadsman van Miron nv deelde de gerechtelijk deskundige op 24 februari 2003 volgend het standpunt van zijn cliënt mee: ¿(¿) heeft Miron een voorstel geformuleerd strekkende tot een volledige oplossing m.n. door de vervanging van de vroegere door de huidige installatie. Dit voorstel werd door Interbad aanvaard zonder enig voorbehoud. Meer nog, Interbad heeft haar medewerking verleend tot uitvoering van dit compromis door personeel ter beschikking te stellen die heeft gezorgd voor de plaatsing van de vervangende installatie. (¿)'. De tussenkomst van Interbad cvba in de vervanging van de installatie is dan ook bewezen. Bij gebrek aan formele afspraken over de verrekening van deze tussenkomst begrootte de eerste rechter deze tussenkomst passend op 608 EUR. 2.2.
- De gerechtelijk deskundige woog de voor- en nadelen van de nieuwe installatie tegenover elkaar af . Hij verantwoordde op coherente wijze zijn afweging, die resulteerde in een minderwaarde van (24.099,29 - 9.001,25 - 1.560 + 2.884 =) 16.433,04 EUR. 2.2.
- De eerste rechter begrootte op billijke wijze de genotsderving. Het Hof ziet geen reden om op deze begroting terug te komen. De gebrekkige werking van de installatie had ongetwijfeld een genotsderving tot gevolg en deze genotsderving kan alleen benaderd begroot worden. Miron nv bewijst niet dat deze begroting zwaar overdreven zou zijn; de moeilijkheden werden haar al op 13 juni 2001 schriftelijk meegedeeld en eerst na deskundigenonderzoek in juni 2002 werden de onderdelen van de nieuwe installatie geleverd. BESLUITEN Het Hof verklaart - op tegenspraak en gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken - de hogere beroepen ontvankelijk, maar ongegrond. Het bevestigt het bestreden vonnis. Het verwijst Miron nv in de kosten van het hoger beroep, die het aan de zijde van Interbad cvba vaststelt op de rechtsplegingvergoeding van 485,87 EUR. Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van het Hof van beroep te Gent, zevende kamer, recht doende in burgerlijke zaken op zes november tweeduizend en zes. Aanwezig : H. Debucquoy, raadsheer, waarnemend voorzitter, G. Vanderstichele, raadsheer, G. De la Ruelle, raadsheer, A. Ferdinande, griffier. Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div