id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Gent Vonnis/arrest van 05 februari 2007 ECLI nr: ECLI:BE:HBGNT:2007:ARR.20070205.9 Rolnummer: 2005/AR/2928 Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2007-07-27 Raadplegingen: 118 - laatst gezien 2026-07-02 15:16 Fiche UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - BEWIJS VAN VERBINTENISSEN - Algemeen (bewijs van verbintenissen) Vrije woorden: Concessieovereenkomst - Bewijs van raamovereenkomst - exclusiviteit op zich is niet voldoende Tekst van de beslissing N.V. CALLAERT, met maatschappelijke zetel te 9100 Sint-Niklaas, Pr. Jos. Charlottelaan 108 en met ondernemingsnummer 0405 009 444, appellante, hebbende als raadsman mr. Lieven D'Hooghe, advocaat met kantoor te 9100 Sint-Niklaas, Vijfstraten 57, tegen S.P.A. GREEN SPORT MONTE BIANCO, vennootschap naar Italiaans recht met maatschappelijke zetel te 20121 Milaan (Italië), Via Fatebenefratelli 20 en met administratieve zetel te 11020 Quart (Italië), Località Amérique 79, ingeschreven in het handelsregister te Aoste onder nr. 44041 en in het handelsregister van Milaan onder nr. 1586679, met ondernemingsnummer AO003-4511 en MI-2002-173299, geïntimeerde, hebbende als raadsman mr. Luc Misson, advocaat met kantoor te 4020 Liège 2, rue de Pitteurs 41, II. In de zaak nr. 2006/AR/76 van : N.V. CALLAERT, met maatschappelijke zetel te 9100 Sint-Niklaas, Pr. Jos. Charlottelaan 108 en met ondernemingsnummer 0405 009 444, appellante, hebbende als raadsman mr. Lieven D'Hooghe, advocaat met kantoor te 9100 Sint-Niklaas, Vijfstraten 57, tegen S.P.A. GREEN SPORT MONTE BIANCO, vennootschap naar Italiaans recht met maatschappelijke zetel te 20121 Milaan (Italië), Via Fatebenefratelli 20 en met administratieve zetel te 11020 Quart (Italië), Località Amérique 79, ingeschreven in het handelsregister te Aoste onder nr. 44041 en in het handelsregister van Milaan onder nr. 1586679, met ondernemingsnummer AO003-4511 en MI-2002-173299, geïntimeerde, hebbende als raadsman mr. Luc Misson, advocaat met kantoor te 4020 Liège 2, rue de Pitteurs 41, velt het Hof volgend arrest : Procedure in hoger beroep
- N.V. CALLAERT heeft op 2 december 2005 (2005/AR/2928) en op 11 januari 2006 (2006/AR/76) hoger beroep aangetekend tegen het door de vierde kamer van de rechtbank van koophandel te Dendermonde op 14 november 2005 op tegenspraak gewezen vonnis in de zaak gekend onder het nummer A/04/4055 van de algemene rol. Een exploot van betekening van het bestreden vonnis wordt niet voorgelegd. Partijen werden in openbare terechtzitting gehoord in hun middelen en besluiten, alsook de stukken werden ingezien. Feiten en procedure in eerste aanleg
- S.P.A. GREEN SPORT MONTE BIANCO, hierna verder SPA GREEN SPORT genoemd, is een vennootschap naar Italiaans recht die actief is in de fabricatie en de handel van kledij en toebehoren. N.V. CALLAERT trad vroeger op als onderagent van N.V. C&C COLLECTIONS. Nadat een einde was gesteld aan de handelsrelatie tussen N.V. C&C COLLECTIONS en SPA GREEN SPORT, is tussen laatstgenoemde en N.V CALLAERT een commerciële relatie tot stand gekomen. N.V. CALLAERT bestelde bij SPA GREEN SPORT goederen die zij aan haar klanten doorverkocht. Na enige voorafgaandelijke leveringsmoeilijkheden ontstond eind februari 2004 betwisting tussen partijen. Bij mail van 25 februari 2004 deelde N.V. CALLAERT mee dat zij had vastgesteld dat op de Nederlandse markt hun klanten door een derde werden gecontacteerd voor de Blue System collectie die zij, zoals zij verder voorhoudt, in afspraak met SPA GREEN SPORT in de Benelux verdeelde. Bij mail van 27 februari 2004 deelde SPA GREEN SPORT mee, dat zij nota genomen had van de opmerking en een onderzoek zou instellen. Verwijzend naar een aantal omstandigheden deelde SPA GREEN SPORT tevens mee, dat zij ervoor had gekozen om niet langer met invoerders samen te werken en beslist had om de overeenkomst met N.V. CALLAERT op te zeggen. Om tegenmoet te komen aan de commerciële hinder die dit voor N.V CALLAERT meebracht bood SPA GREEN SPORT aan om de AW04 stalencollectie terug te nemen. Nadat SPA GREEN SPORT op 8 maart 2004 aan N.V. CALLAERT een rekeninguittreksel overmaakte, wees laatstgenoemde er bij brief van 9 maart 2004 op dat zij als exclusief invoerder/distributeur voor de Benelux de eenzijdige verbreking van de distributieovereenkomst door SPA GREEN SPORT vaststelde. Meteen maakte N.V. CALLAERT voorbehoud voor de geleden schade en behield zij zich het recht voor om schadevergoeding te vorderen. Bij aangetekend schrijven van 26 maart 2004 stuurde N.V. CALLAERT nog enkele pro forma facturen voor terugname van goederen. Tevens merkte zij op dat de bestelling voor het lente/zomerseizoen 2004 laattijdig werd geleverd en maakte zij aanspraak op een schadevergoeding van 9.293,00 EUR. Op 3 mei 2004 drong SPA GREEN SPORT van haar kant aan op betaling van de uitstaande facturen, zoals vermeld in het bij brief van 8 maart 2004 meegedeelde rekeninguittreksel. N.V. CALLAERT reageerde hierop met verwijzing naar haar brief-wisseling van 9 en 26 maart 2004 en kondigde gerechtelijke actie aan. Vermits geen regeling tussen partijen mogelijk bleek, nam N.V. CALLAERT op 4 augustus 2004 het initiatief tot de procedure.
- N.V. CALLAERT maakte aanspraak op de toekenning van de volgende bedragen : - 25.000,00 EUR als billijke vergoeding op grond van artikel 2 van de wet van 27.07.1961 - 15.000,00 EUR als bijkomende vergoeding op grond van artikel 3 van voormelde wet, - 9.293,00 EUR uit hoofde van gederfde winst op de niet geleverde goederen van de bestelling lente/zomerseizoen 2004, - 9.233,10 EUR uit hoofde van uitgeschreven facturen, meer een verwijlrente van 9,5% per jaar en een schadebeding van 923,10 EUR, meer de gerechtelijke intresten en de kosten van het geding. SPA GREEN SPORT die de aanspraken van N.V. CALLAERT betwistte, stelde een tegenvordering en vorderde de veroordeling van N.V. CALLAERT tot betaling van een bedrag van 21.446,19 EUR, verhoogd met de nalatigheidsintresten en de boeteclausule zoals vermeld in de naar haar oordeel toepasselijke algemene verkoopsvoorwaarden.
- Bij het bestreden vonnis van 14 november 2005 oordeelde de eerste rechter dat geen bewijs van een concessie van alleenverkoop voorlag en werden de op grond van de wet van 27 juli 1961 geformuleerde aanspraken als ongegrond afgewezen. Ook de gevorderde vergoeding wegens gederfde winst met betrekking tot de bestelling lente/zomer 2004, én de vordering in betaling van de uitstaande facturen werden als ongegrond afgewezen. De tegenvordering van SPA GREEN SPORT werd daarentegen gedeeltelijk gegrond verklaard en N.V. CALLAERT werd veroordeeld tot betaling van een bedrag van 21.446,19 EUR meer de gerechtelijke intresten vanaf 24 november 2004 tot de dag der volledige betaling, én de gedingkosten. Grieven/voorwerp van het hoger beroep
- Samengevat formuleert N.V. CALLAERT de navolgende grieven. 5.
- Met betrekking tot de commerciële relatie tussen partijen is N.V. CALLAERT van oordeel dat aan de hand van voorliggende stukken deze relatie wel degelijk als een exclusieve verkoopconcessie van onbepaalde duur moet worden gekwalificeerd. N.V. CALLAERT argumenteert dat zij met SPA GREEN SPORT verbonden was door een een concessie van alleenverkoop in de zin van artikel 1 § 1, 1° , minstens artikel 1 §1, 2° van de wet van 27 juli
- Zij merkt verder op dat zij zich niet op artikel 1 § 1, 3° van voormelde wet beroept, zodat het niet relevant is na te gaan ¿of haar al dan niet bepaalde verplichtingen werden opgelegd en of haar al dan niet speciale rechten werden toegekend'. Hoe dan ook acht zij de overwegingen van de eerste rechter op dit punt niet correct Er is volgens N.V. CALLAERT wel degelijk sprake van een raamover-eenkomst waarvan zij de verbreking diende vast te stellen ingevolge de miskenning van de exclusiviteit, hetgeen een grove tekortkoming van SPA GREEN SPORT uitmaakt. Minstens heeft Green Sport de overeenkomst beëindigd zonder een redelijke opzeggingstermijn toe te kennen. N.V. CALLAERT maakt dan ook aanspraak op : - een billijke vergoeding (art. 2 W 27/07/1961) van 28.511,00 EUR, - een billijke bijkomende vergoeding (art. 3 W 27/07/1961) van 15.000,00 EUR. Uiterst ondergeschikt wordt wegens het niet geven van een opzeggingstermijn een schadevergoeding naar gemeen recht gevorderd die op dezelfde bedragen wordt begroot, en ondergeschikt ex aequo et bono wordt gevorderd. 5.
- Met betrekking tot de koop/verkoop lente/zomer 2004 argumenteert N.V. CALLAERT dat SPA GREEN SPORT in gebreke is gebleven door laattijdig of zelfs niet te leveren, en ingevolge deze wanprestatie wel degelijk tot het betalen van een schadevergoeding gehouden is. Zij is van oordeel dat de eerste rechter er ten onrechte van uitging, dat SPA GREEN SPORT zich op de niet-uitvoeringsexceptie kon beroepen en dat hoe dan ook geen bewijs van de geleden schade voorlag. 5.
- Met betrekking tot de terugzendingen en de facturen van N.V. CALLAERT aan SPA GREEN SPORT wijst N.V. CALLAERT erop, dat omtrent deze naar haar oordeel niet geprotesteerde facturatie minstens een stilzwijgend akkoord tussen partijen bestond en SPA GREEN SPORT in het kader van de beëindiging van de alleenverkoopconcessie er hoe dan ook toe gehouden is de voorraad terug te nemen. 5.
- De oorspronkelijk door SPA GREEN SPORT geformuleerde tegen-vordering is naar het oordeel van N.V. CALLAERT gesteund op een zeer onduidelijke klantenrekening, waarvan zij verduidelijking vraagt door de overlegging van alle facturen en creditnota's te vorderen. N.V. CALLAERT wijst er verder op dat zij diverse facturen en ook de betalingsherinneringen van SPA GREEN SPORT heeft geprotesteerd; hetgeen door de eerste rechter niet in aanmerking werd genomen. Daarenboven, aldus nog N.V. CALLAERT, heeft SPA GREEN SPORT in de voormelde klantenrekening geen rekening gehouden met de haar door N.V. CALLAERT overgemaakte facturen bij wijze van terugfacturering van geweigerde goederen, collecties en stukken. N.V. CALLAERT meent tenslotte dat zij gerechtigd was zich op de niet-uitvoeringsexceptie te beroepen gelet op de eenzijdige verbreking van de overeenkomst, het onjuiste overzicht van facturen, de laattijdige leveringen en het uitblijven van de gevraagde leveringsbewijzen. Uiterst ondergeschikt worden de door SPA GREEN SPORT gevorderde intresten en boeteclausule betwist. 5.
- N.V. CALLAERT vordert dan ook dat het bestreden vonnis zou worden hervormd en haar vordering voor een gezamenlijk bedrag van 62.037,40 EUR meer intresten, minstens een ex aequo et bono begrote vergoeding zou worden toegekend. Zij vordert tevens dat de oorspronkelijke tegenvordering van SPA GREEN SPORT als ongegrond zou worden afgewezen, en dat, voor zover deze tegenvordering niettemin gegrond mocht worden bevonden, minstens de gerechtelijke compensatie zou worden uitgesproken. Tenslotte vordert zij dat SPA GREEN SPORT in de gedingkosten wordt verwezen.
- SPA GREEN SPORT is van oordeel dat het hoger beroep van N.V. CALLAERT ontvankelijk maar niet gegrond voorkomt en vordert de bevestiging van het bestreden vonnis met de verwijzing van N.V. CALLAERT in de gedingkosten. Beoordeling
- Zoals hiervoor onder punt 1 vermeld heeft N.V. CALLAERT op 2 december 2005 (2005/AR/2928) en op 11 januari 2006 (2006/AR/76) hoger beroep aangetekend tegen het bestreden vonnis. Het door beide partijen geformuleerde verzoek tot samenvoeging van deze evident samenhangende beroepsprocedures kan worden ingewilligd.
- Een (exclusieve) verkoopsconcessie is een handelscontract waarvan het bestaan met alle middelen van recht kan worden bewezen. ( M. en S. Willemart, Les concessions de vente, Traité Pratique de Droit Commercial, T.II, nr.908) Bij gebrek aan een geschreven overeenkomst tussen partijen waaruit het bestaan van een alleenverkoopconcessie zou kunnen blijken, dient te worden nagegaan of de commerciële relatie zoals deze tussen partijen bestond, al dan niet beantwoordt aan de bepalingen van art. 1 van de wet van 27 juli 1961 waarvan N.V. CALLAERT de bescherming inroept. Vermits de voormelde wet van het gemeen recht afwijkt dient zij, althans voor wat haar toepassingsgebied betreft, restrictief te worden geïnterpreteerd. Voor het bewijs van het bestaan van een concessie-overeenkomst moet er meer voorhanden zijn dan loutere koop-verkoopovereenkomsten, zelfs al zijn deze talrijk, hebben ze verschillende jaren geduurd en werden deze voortdurend hernomen. (Hof van Beroep Gent, 15 november 2000, T.B.H., 2003, 497) N.V. CALLAERT, die zich op het bestaan van een exclusieve verkoopconcessie beroept, dient het bestaan ervan te bewijzen en in het bijzonder aan te tonen, dat tussen partijen een raamovereenkomst tot stand kwam in het kader waarvan een aantal verkoopovereenkomsten werden gesloten, met enerzijds de verplichting van de concessiegever om de concessiehouder te bevoorraden en anderzijds de verplichting van de concessiehouder om de verkoop van de producten van de concessiegever te bevorderen en daarvoor een verkoopsorganisatie te hebben. (J.P. Fierens, Over de verkoopconcessie en enkele aanverwante contracten, T.B.H., 1994, p. 417 ; Kh. Brussel, 15.10.1993, T.B.H., 1994, p. 468 ) Tot staving van haar stelling dat zij als exclusief verdeler op een structurele wijze met verweerster samenwerkte, beroept N.V. CALLAERT zich hoofdzakelijk zoniet uitsluitend op de mail- en briefwisseling die zowel met betrekking tot de totstandkoming, de uitvoering als de beëindiging van hun commerciële relatie werd gevoerd. Deze stukken werden in het bestreden vonnis als volgt beoordeeld : ¿Deze documenten zijn vooral mails die [NV CALLAERT] heeft gestuurd in verband met een collectie Blue System FW02 die zij destijds als onderagent van ene L.C in de Benelux heeft verkocht, zoals moge blijken uit haar eerste mail van 14.08.2002 (stuk 1.
- bundel eiseres). Daarop ontving [NV CALLAERT] een antwoord (mail van 26.08.2002- stuk 1.
- bundel eiseres) waarbij werd medegedeeld dat de relatie met de heer C was beëindigd, doch men verder geïnteresseerd was voor de Benelux markt en een samenwerking kon worden besproken, en indien [NV CALLAERT] geïnteresseerd was om een agent te worden, dat ze bepaalde gegevens diende op te sturen. Uit een mail met bijlagen van 21.01.2003 uitgaande van de bevoegde persoon inzake de verdeling van de Blue System collectie kan men opmaken dat [NV CALLAERT] werd gekwalificeerd als "invoerder" en uit onder andere een mail van 28.01.2003 leert men dat de orders opgenomen door [NV CALLAERT] aan [SPA GREEN SPORT] zullen worden doorgegeven met een bepaald nummer en dat ze zichzelf als invoerder aanduidt (mail van 28.01.2003- stuk 1.5 bundel eiseres). Ook in een mail van 07.02.2003 bestempelt [NV CALLAERT] zich als invoerder (stuk 1.87 bundel eiseres). Verder zijn er nog wat mails waarbij prijsafspraken die tussen de partijen worden gemaakt, vooral in verband met laattijdige leveringen. Wat de latere collecties betreft wordt [NV CALLAERT] door [SPA GREEN SPORT] aangesproken met "partner" (zie mail van 17.06.2003- stuk 1.11 bundel éiseres). [NV CALLAERT] heeft met haar mail van 25.02.2004 laten weten dat zij vernomen heeft dat er een andere persoon op de Benelux markt, vooral in Nederland, actief is in verband met de Blue System collectie, en stelt dat was overeengekomen dat zij de ganse Benelux voor haar rekening zou nemen (zouden doen) aangezien het product te speciaal was voor de belgische markt alleen, en dat ze inspanningen heeft geleverd voor de lancering van het product maar door de laattijdige leveringen dit zeer moeilijk is geweest, en dat ze dan ook vroeg wie die agent of onderagent was (stuk 1.21 bundel eiseres). [SPA GREEN SPORT] heeft daarop geantwoord met haar mail van 27.02.2004 (stuk 1.22 bundel eiseres) dat ze onderzoekt wie de persoon is die in Nederland. actief is, dat de verkoopsbudgetten van [NV CALLAERT] niet briljant zijn en na een grondige analyse ze heeft beslist om niet langer te werken met invoerders, en ze dan ook aan de overeenkomst met [NV CALLAERT] een einde stelde. Uit de analyse van bovenstaande geciteerde documenten kan de rechtbank moeilijk besluiten dat [SPA GREEN SPORT] met [NV CALLAERT] een overeenkomst heeft afgesloten die kan worden gedefinieerd als een alleenverkoop voor onbepaalde tijd. Het is duidelijk dat [SPA GREEN SPORT] [NV CALLAERT] steeds heeft aanzien als een invoerder van haar collectie, er ligt geen enkel document voor uitgaande van [SPA GREEN SPORT] dat een exclusiviteit werd verleend aan [NV CALLAERT], het feit dat het gaat om een exclusieve collectie kledij doet daar geen afbreuk aan. Het is eerder zo dat [NV CALLAERT] door [SPA GREEN SPORT] werd aanzien als een invoerder voor de ganse Benelux en ze haar ook geen enkele verplichting heeft opgelegd om een bepaalde organisatie voor de verkoop van haar kledij op te zetten of daarvoor kosten te maken. Evenmin werden er aan [NV CALLAERT] speciale rechten toegekend, en is er geen raamovereenkomst tot stand gekomen. Er is dan ook in deze geen sprake van een concessie voor alleenverkoop aan dewelke ontijdig een einde werd gemaakt.¿ Het Hof verwijst partijen naar voormelde overwegingen die het bijtreedt en waaraan, in antwoord op de door N.V. CALLAERT in beroepsbesluiten ontwikkelde argumentatie, nog het volgende kan worden toegevoegd. Zelfs indien deze mail- en briefwisseling aantoont dat N.V. CALLAERT als enige partner/verdeler/voortverkoper op het Benelux-grondgebied actief was, dan nog volstaat dit enkele feit niet om het bestaan van een verkoopconcessie aan te tonen. (Antwerpen, 11 april 1989, onuitgegeven, geciteerd door J.P. Fierens en A. Mottet -Haugaard, ¿Chronique de jurisprudence - la loi du 27 juillet 1961 relative à la résiliation des concessions de vente exclusive à durée indéterminée (1987 - 1996), J.T., 1998, p. 105 e.v., n° 4) Ook het toekennen van een korting van 30% toont op zich niets aan over het bestaan van een verkoopsconcessie. (Gent, 15 november 2000, T.B.H., 2003, p. 497) Verder kan de overige door N.V. CALLAERT nog ingeroepen mail- en briefwisseling naar het oordeel van het Hof niet het bewijs van enige gestructureerde samenwerking opleveren. Uit geen enkel objectief gegeven blijkt immers dat tussen partijen een raamovereenkomst bestond of bestaan heeft in het kader waarvan afspraken werden gemaakt met een ander doel dan de loutere opeenvolging van koop-verkoopovereenkomsten. Zo ligt onder meer geen enkel stuk voor waaruit blijkt dat tussen partijen afspraken werden gemaakt en uitgevoerd voor onder meer minimale omzet- en afnameplicht, kosten voor publiciteit, marktpenetratie, stock-beheer, klantenopvolging, prijsbepaling, dienst na verkoop, gemeenschap-pelijke verkoopstrategie of ondersteuning door de concessiegever. Het gaat in dit verband, zoals N.V. CALLAERT ten onrechte voorhoudt, niet om de belangrijke verplichtingen en/of zware lasten waarvan sprake in artikel 1 § 1, 3° van de wet van 27 juli 1961, maar om de normale verplichtingen die als het ware van nature deel uitmaken van een verkoopconcessie. Waar N.V. CALLAERT verwijst naar haar stuk 1.
- stelt het Hof vast dat dit faxbericht niet alleen aan N.V. CALLAERT gericht was en dat het boek en de klantenformulier waarnaar wordt verwezen, alsook de blijkbaar in bijlage gevoegde informatie en instructies betreffende de nieuwe AW03-4 verkoopscampagne, niet eens worden voorgelegd. Voormelde vaststellingen bevestigen ontegensprekelijk de vrije commerciële relatie en de afwezigheid van een raam of kader waarin de samenwerking tussen partijen in die mate zou zijn georganiseerd dat zij deze van een relatie van opeenvolgende koop-verkoopovereenkomsten heeft overstegen. Typerend in dit verband is overigens dat N.V. CALLAERT haar bestelling voor lente/zomerseizoen 2004, die nochtans vòòr de beëindiging van de commerciële relatie plaatsvond, zelf als een afzonderlijke koop-verkoop-overeenkomst beschouwt. Vermits aldus dient te worden vastgesteld dat N.V. CALLAERT in gebreke blijft het bewijs te leveren van het feit dat haar commerciële relatie met SPA GREEN SPORT als een verkoopconcessie kan worden gekwalificeerd, komt het verder niet relevant voor om na te gaan of deze een exclusief (artikel 1 § 1,1°) dan wel een quasi-exclusief (artikel 1 § 1,2°) karakter vertoont. Er wordt dan ook niet verder ingegaan op de terzake door N.V. CALLAERT onder punt 1.
- van haar beroepsbesluiten ontwikkelde argumentatie. Exclusiviteit is in elk geval geen doorslaggevend element van een concessie. De noodzakelijke maar voldoende voorwaarde om van een verkoopconcessie te kunnen spreken is dat het recht om een product aan te kopen om het te kunnen wederverkopen is voorbehouden aan één of meerdere verdelers die over speciale rechten beschikken in ruil voor het opnemen van bepaalde verplichtingen. (Cass., 12 juni 1986, R.W. 1986 - 1987, 1146) Gelet op wat voorafgaat is naar het oordeel van het Hof aan deze voorwaarde niet voldaan en valt de commerciële relatie die tussen N.V. CALLAERT en SPA GREEN SPORT heeft bestaan niet onder het toepassingsgebied van de wet van 27 juli
- Het bestreden vonnis wordt dan ook bevestigd waar het de door N.V. CALLAERT geformuleerde aanspraak op de door de artikelen 2 en 3 van de wet van 27 juli 1961 voorziene vergoedingen als ongegrond afwijst.
- In de mate dat het bestaan van een (exclusieve) verkoopconcessie niet wordt weerhouden, dan nog is N.V. CALLAERT van oordeel dat partijen gebonden waren door een contract van onbepaalde duur tussen leverancier en klant, welk contract ook slechts met het in acht nemen van een opzeggingstermijn kon worden beëindigd. Vermits geen opzeggingstermijn werd toegekend maakt N.V. CALLAERT op basis van het gemeen recht aanspraak op de toekenning van een vervangende schadevergoeding die zij in hoofdorde gelijk stelt aan de vergoedingen die zij op grond van de artikelen 2 en 3 van de wet van 27 juli 1961 vordert. In ondergeschikte orde vordert zij dat deze vervangende opzeggings-vergoeding ex aequo et bono door het Hof wordt begroot. Deze voor het eerst in graad van beroep geformuleerde vordering die gesteund is op de commerciële relatie tussen partijen die het voorwerp is van het geding en waarvan in de inleidende dagvaarding melding is gemaakt, komt in toepassing van de artikelen 807 tot 810 en 1042 Ger.W. ontvankelijk voor. Hiervoor werd reeds geoordeeld dat uit geen enkel objectief gegeven blijkt dat tussen partijen een onder de toepassing van de wet van 27 juli 1961 vallende raamovereenkomst bestond of bestaan heeft in het kader waarvan afspraken werden gemaakt met een ander doel dan de loutere opeenvolging van koop-verkoopovereenkomsten. Ook van een onder het gemeen recht ressorterende overeenkomst van onbepaalde duur waarbinnen de diverse koop-verkoopovereenkomsten tot stand kwamen wordt door N.V. CALLAERT naar het oordeel van het Hof geen bewijs geleverd. Haar in ondergeschikte orde geformuleerde aanspraak op een vervangende opzeggingsvergoeding naar gemeen recht komt dan ook niet gegrond voor.
- Met betrekking tot de koop-verkoopovereenkomst voor de lente/zomer 2004 blijkt uit de voorliggende stukken dat de door N.V. CALLAERT geplaatste bestelling door SPA GREEN SPORT werd bevestigd bij brief van 14 november 2003 waarin tevens de volgende modaliteiten werden vastgelegd : ¿¿ - overeengekomen betalingswijze: rechtstreekse overschrijving - overeengekomen leveringswijze: vrij van vrachtkosten - leveringsschema: begin februari tot midden april, saldo maart¿ (stuk 1.18 - N.V. CALLAERT) Verder tonen de stukken aan dat nadat SPA GREEN SPORT bij e-mail bericht van 27 februari 2004 meedeelde dat zij niet langer met N.V. CALLAERT wenste samen te werken, en nadat op 8 maart 2004 op betaling van de uitstaande facturen werd aangedrongen, zij niettemin op 9 maart tot de eerste deellevering van de bestelling lente/zomer is overgegaan. Het Hof stelt verder vast dat SPA GREEN SPORT aanvankelijk niet reageert op het aangetekend schrijven van 26 maart 2004 waarmee N.V. CALLAERT haar in gebreke stelde voor het niet nakomen van haar leveringsverplichtingen met betrekking tot de bestelling lente/zomer 2004 en waarbij aanspraak wordt gemaakt op een schadevergoeding van 9.293,00 EUR. Ook wanneer SPA GREEN SPORT op 3 mei 2004 andermaal aandringt op betaling van de uitstaande facturen antwoordt zij niet op voormelde ingebrekestelling en deelt zij evenmin mee dat het niet verder uitleveren van de voormelde bestelling aan het uitblijven van de betaling van uitstaande facturen dient te worden toegeschreven. In de gegeven omstandigheden kan het bestreden vonnis dan ook niet worden bijgetreden waar dit op de enkele vaststelling dat N.V. CALLAERT de aanmaning tot betaling van 3 mei 2004 als zodanig niet heeft betwist, concludeert dat SPA GREEN SPORT gerechtigd was haar verbintenis tot leveren op te schorten en haar dan ook geen contractuele tekortkoming kan worden ten laste gelegd. De aanmaning tot betaling van de uitstaande facturen van 3 mei 2004 werd door N..V CALLAERT wel degelijk betwist. In haar antwoordschrijven van 14 mei 2004 deelde zij mee dat zij geenszins kon akkoord gaan en verwees zij naar haar eerdere en onbeantwoord gebleven briefwisseling van 9 en 26 maart
- De voorliggende stukken tonen naar het oordeel van het Hof onmiskenbaar aan dat SPA GREEN SPORT in gebreke is gebleven het door haar zelf bevestigd leveringsschema na te komen en de door N.V. CALLAERT terzake uitgestuurde ingebrekestelling niet heeft beantwoord, laat staan betwist. Haar contractuele wanprestatie met betrekking tot de koop-verkoop-overeenkomst lente/zomer 2004 staat dan ook vast en op grond van artikel 45 Weens Koopverdrag, waarvan SPA GREEN SPORT de toepas-selijkheid niet betwist, maakt N.V. CALLAERT terecht aanspraak op schadevergoeding. Samen met de eerste rechter houdt SPA GREEN SPORT ten onrechte staande dat N.V. CALLAERT geen enkel element voorlegt waaruit de schade kan blijken en haar aanspraak bijgevolg niet bewijst. Reeds in haar schrijven van 26 maart 2004 heeft N.V. CALLAERT een berekening van haar schade opgenomen, die zij in haar besluiten zowel in eerste aanleg als in graad van beroep heeft hernomen, en die zij aan de hand van de voorgelegde stukken wel degelijk verantwoordt. Deze door SPA GREEN SPORT inhoudelijk en cijfermatig op geen enkel ogenblik betwiste, en op een bedrag van 9.293,00 EUR begrote schadevergoeding komt in de gegeven omstandigheden dan ook toewijsbaar voor. Voor wat dit onderdeel van de vordering van N.V. CALLAERT betreft dringt een hervorming van het bestreden vonnis zich dan ook op.
- N.V. CALLAERT vordert tevens betaling van : - factuur nr. 90015 dd. 25/03/2004 : 4.211,00 EUR (terugzending stalen collectie BLUE SYSTEM herfst/winter 2004-2005) - pro forma factuur dd. 25/03/2004 : 1.675,00 EUR (terugzending 67 geweigerde stuks zomer 2004) __ 5.886,00 EUR Uit de voorliggende stukken blijkt dat N.V. CALLAERT deze facturen bij aangetekend schrijven van 26 maart 2004 aan SPA GREEN SPORT toestuurde, die de ontvangst ervan overigens niet betwist. Uit niets blijkt dat deze facturen door SPA GREEN SPORT op enige wijze op of enig ogenblik werden geprotesteerd. De argumentatie van SPA GREEN SPORT dat deze facturen werden betwist in het kader van de betwisting die zij met betrekking tot de eisen van N.V. CALLAERT formuleerde en die zowel uit de door N.V. CALLAERT zelf als de later door haar raadsman verstuurde documenten blijkt, kan niet worden bijgetreden. Zoals N.V. CALLAERT terecht opmerkt ligt naast een aanmaning en een betalingsherinnering die uitsluitend betrekking heeft op de facturatie die het voorwerp uitmaakt van de door SPA GREEN SPORT geformuleerde tegenvordering; geen enkel schrijven of stuk voor waaruit enig protest blijkt met betrekking tot de voormelde facturen waarvan N.V. CALLAERT betaling vordert. De tijdens de procedure met betrekking tot deze facturatie geformuleerde betwistingen zijn laattijdig en kunnen niet in aanmerking worden genomen. Bij gebrek aan tijdig protest dienen deze facturen dan ook als aanvaard te worden beschouwd en maakt N.V. CALLAERT dan ook terecht aanspraak op de betaling ervan. Terecht betwist SPA GREEN SPORT de tegenstelbaarheid van de op de keerzijde van de facturen voorkomende algemene voorwaarden. Niet alleen de op de voorzijde van de factuur voorkomende verwijzing naar de op keerzijde afgedrukte voorwaarden is in Nederlands gesteld, maar ook deze voorwaarden zelf zijn enkel in het Nederlands en in het Frans afgedrukt. Het Hof is van oordeel dat gelet op de voorliggende mail- en briefwisseling waaruit blijkt dat in de commerciële relatie tussen partijen hoofdzakelijk het Engels als voertaal werd gebruikt, de voorgelegde en aanvaarde facturen in casu niet als voldoende bewijs kunnen gelden voor de aanvaarding van de algemene factuurvoorwaarden. En verder ligt er geen bewijs over, dat N.V. CALLAERT over de duur van de samenwerking ooit aanspraak heeft gemaakt op de toepassing van haar algemene factuurvoorwaarden. Bij gebrek aan voorafgaandelijke ingebrekestelling tot betaling van voormelde facturen komen enkel de gerechtelijke intresten aan de wettelijke rentevoet toewijsbaar voor, en dit vanaf de dagvaarding van 5 juli 2004 tot de dag van de volledige betaling.
- De oorspronkelijk door SPA GREEN SPORT geformuleerde tegen-vordering werd in het bestreden vonnis gedeeltelijk gegrond verklaard en N.V. CALLAERT werd veroordeeld tot betaling van een bedrag van 21.446,19 EUR meer de gerechtelijke intresten vanaf 24 november 2004 tot de dag der volledige betaling. N.V. CALLAERT betwist deze tegenvordering om de hiervoor onder punt 5.
- aangehaalde redenen. Samen met de eerste rechter is het Hof van oordeel, dat de gedetailleerde klantenrekening die SPA GREEN SPORT op 3 mei 2004 aan N.V. CALLAERT toestuurde, en die een saldo van 21.446,19 EUR in het voordeel van SPA GREEN SPORT vertoonde, wel degelijk een controle toeliet. Op deze klantenrekening worden zowel de uitstaande facturen als de daarop uitgeschreven creditnota's vermeld, zodat N.V. CALLAERT zowel aan de hand van de tussen partijen gevoerde briefwisseling als van haar eigen boekhouding deze klantenrekening kon nakijken en gebeurlijk inhoudelijke en/of cijfermatige opmerkingen kon formuleren. De vordering van N.V. CALLAERT tot voorlegging van alle facturen en creditnota's kan dan ook niet worden ingewilligd, temeer SPA GREEN SPORT als haar stuk 2 alle facturen voorlegt die op de klantenrekening voorkomen. In antwoord op de haar op 8 maart 2004 door SPA GREEN SPORT toegestuurde klantenrekening, merkte N.V. CALLAERT bij aangetekend schrijven van 9 maart 2004 reeds op dat geen rekening was gehouden met de factuur nr. 444 die zij op 20 januari 2004 voor een totaal bedrag van 3.347,40 EUR aan SPA GREEN SPORT had overgemaakt. Het Hof stelt vast dat deze opmerking en deze factuur, die blijkens de stukken in samenspraak met SPA GREEN SPORT werd opgesteld, op geen enkele wijze of op enig ogenblik door SPA GREEN SPORT werden betwist. (vergelijk stukken 3.7, 3.8 en 3.10 - N.V. CALLAERT) Nu uit niets blijkt dat deze aldus aanvaarde factuur in de voorliggende klantenrekening voorkomt en/of werd verrekend, en SPA GREEN SPORT evenmin aantoont dat zij deze factuur inmiddels betaalde, komt de door N.V. CALLAERT geformuleerde betwisting gegrond voor en kan de oorspronkelijke tegenvordering slechts voor een bedrag van (21.446,19 EUR - 3.347,40 EUR) 18.098,79 EUR in hoofdsom worden toegekend. Gelet op hetgeen hiervoor onder punt 11 werd geoordeeld, komt de verdere opmerking van N.V. CALLAERT dat geen rekening is gehouden met de facturen die zij bij wijze van terugfacturering van geweigerde goederen, collecties en stalen aan SPA GREEN SPORT toestuurde, niet langer relevant over. N.V. CALLAERT kan tenslotte niet worden bijgetreden waar zij van oordeel is dat zij zich op de niet-uitvoeringsexceptie kon beroepen. De door SPA GREEN SPORT uitgestuurde aanmaning tot betaling van de facturen dateert immers van 8 maart 2004, en de ingebrekestelling van N.V. CALLAERT, zo met betrekking tot de beëindiging van de commerciële relatie als de laattijdige leveringen, dateren van nadien. Zoals N.V. CALLAERT zelf in besluiten benadrukt kan een partij die zelf in gebreke werd gesteld zich niet op de exceptio non adimpleti contractus beroepen.(stuk 13 gerechtsdossier - p.16, laatste paragraaf) De in uiterst ondergeschikte orde door N.V. CALLAERT geformuleerde opmerking met betrekking tot de conventionele rente en boeteclausule is zonder voorwerp nu SPA GREEN SPORT de bevestiging van het bestreden vonnis vordert waar - bij gebrek aan voorlegging van algemene verkoopsvoorwaarden - enkel de gerechtelijke intresten werden toegekend. OM DEZE REDENEN, HET HOF, In acht genomen artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, Rechtdoende op tegenspraak, Voegt de hogere beroepen 2005/AR/2928 en 2006/AR/76 samen, Verklaart deze ontvankelijk en als volgt gegrond, Bevestigt het bestreden vonnis waar het - de vordering van N.V. CALLAERT ontvankelijk verklaart en de geformuleerde aanspraak op de door de artikelen 2 en 3 van de wet van 27 juli 1961 voorziene vergoedingen als ongegrond afwijst, - de tegenvordering van SPA GREEN SPORT MONTE BIANCO ontvankelijk verklaart. Doet het bestreden vonnis voor het overige teniet en opnieuw wijzende, Verklaart de hoofdvordering van N.V. CALLAERT als volgt gegrond, Veroordeelt SPA GREEN SPORT MONTE BIANCO om aan N.V. CALLAERT te betalen : - de som van 9.293,00 EUR, te vermeerderen met de moratoire intresten aan de wettelijke rentevoet vanaf 26 maart 2004 , - de som van 5.886,00 EUR, te vermeerderen met de gerechtelijke intresten aan de wettelijke rentevoet vanaf 5 juli 2004 tot de dag van de volledige betaling, Verklaart de tegenvordering van SPA GREEN SPORT MONTE BIANCO als volgt gegrond, Veroordeelt N.V. CALLAERT om aan SPA GREEN SPORT MONTE BIANCO te betalen de som van 18.098,79 EUR, te vermeerderen met de gerechtelijke intresten aan de wettelijke rentevoet vanaf 24 november 2004 tot de dag van de volledige betaling, Staat de gerechtelijke compensatie toe. Legt de kosten van het bij verzoekschrift van 2 december 2005 ingestelde hoger beroep (2005/AR/2928) ten laste van N.V. CALLAERT, Verwijst N.V. CALLAERT in twee derden en SPA GREEN SPORT MONTE BIANCO in één derde van de overige gedingkosten, die het aan de zijde van N.V. CALLAERT in hun geheel begroot op 805,70 EUR als dagvaardingskosten, 356,97 EUR als rechtsplegingsvergoeding eerste aanleg, 186,00 EUR als rolrecht hoger beroep (2006/AR/76) en 485,87 EUR als rechtsplegingsvergoeding hoger beroep, en aan de zijde van SPA GREEN SPORT MONTE BIANCO in hun geheel op 356,97 EUR als rechtsplegingsvergoeding eerste aanleg en 485,87 EUR als rechtsplegingsvergoeding hoger beroep, Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van het Hof van beroep te Gent, zevende kamer, recht doende in burgerlijke zaken op vijf februari tweeduizend en zeven. Aanwezig : H. Debucquoy, kamervoorzitter, F. Deschoolmeester, raadsheer, G. De la Ruelle, raadsheer, A. Ferdinande, griffier. Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div