← België

ECLI:BE:HBGNT:2007:ARR.20070219.2

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Gent Vonnis/arrest van 19 februari 2007 ECLI nr: ECLI:BE:HBGNT:2007:ARR.20070219.2 Rolnummer: 2006/AR/277 Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2007-07-25 Raadplegingen: 81 - laatst gezien 2026-07-02 15:22 Fiche UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - TAALGEBRUIK GERECHTSZAKEN - Algemeen (taalgebruik in gerechtzaken) Vrije woorden: Citaten in vreemde taal- In dagvaarding- Dagvaarding niet nietig indien citaten alleen illustratie zijn Wettelijke bepalingen: Wet - 15-06-1935 Tekst van de beslissing in de zaak van : M.S, wonende te X, appellant, hebbende als raadsman mr. Diederik Beels, advocaat met kantoor te 2018 Antwerpen, Stefaniestraat 52, tegen

  1. B.V.B.A. MOGUL, met maatschappelijke zetel te 9000 Gent, Lange Violettenstraat 78-80 en met ondernemingsnummer 0866.973.132, eerste geïntimeerde, welke niet verschijnt ter terechtzitting van 22.01.2007, noch iemand voor haar,
  2. LASU INTERNATIONAL B.V. vennootschap naar Nederlands recht gevestigd te Leiden (Nederland), kantoorhoudende te 2716 AP Zoetermeer, Oostergo 29 en ingeschreven in het handelsregister te 's Gravenhage onder nr. 104.787, tweede geïntimeerde, hebbende als raadsman mr. Diederik Beels, voornoemd, velt het Hof volgend arrest : I. Bestreden beslissing - Rechtspleging in hoger beroep.
  3. Bestreden beslissing: het vonnis van de eerste kamer van de rechtbank van koophandel te Gent (05/2023/A) van 18 november
  4. Appellant was oorspronkelijk de eisende partij, geïntimeerden waren in eerste aanleg de verwerende partij.
  5. Het hoger beroep is ingesteld bij verzoekschrift van 3 februari
  6. Het is tijdig en regelmatig naar de vorm. Een akte van betekening wordt niet voorgelegd. Het Hof heeft artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken in acht genomen. De procedure gebeurde op tegenspraak. II. Overblijvende betwisting - Feiten - Procedure in eerste aanleg.
  7. Ter zitting werd het geschil in dit stadium beperkt tot de vraag of het gebruik op twee plaatsen in de dagvaarding van citaten van respectievelijk een overeenkomst en een ingebrekestelling deze dagvaarding nietig maken. Voor alle overige elementen werd de verzending naar de rol gevraagd.
  8. De dagvaarding is vrij uitvoerig en bevat verschillende citaten van de briefwisseling tussen partijen en hun directeuren. Op pagina 3-4 van de dagvaarding is het volgende te lezen: ¿Dat hierna gedaagde zich verantwoordde, zie brief van haar raadsman: ¿¿ Ik bezorg U als bijlage een overeenkomst die op 01/07/2004 werd gesloten en waarbij aan de Heer S.S of een door hem op te richten vennootschap de exclusieve rechten werden toebedeeld voor productie - distributie en verpakking van producten onder het MOGUL BRAND' op het Belgisch territorium. Het is in uitvoering van deze overeenkomst dat mijn cliënt momenteel op de Belgische markt actief is.¿ Dat de overeenkomst, opgesteld in de Engelse taal, bepaalt: ¿ To whom it may concern This is to state that, effective as of today. Lasu b.v authorises Mr. S. S holder of U.K. Passport ¿ Date of birth ¿ or any of his Companies. To have the sole and exclusive agency. This incorporating. Production, Distribution and packing rights for Belgium. For ¿MOGUL BRAND¿ as set out under: Benelux-merkenbureau registration no. ¿license no. ¿ An original certificate of the above mentioned License was given today to Mr. S.S along with this agreement. A sum of Euros 25.000= (twenty five thousand) has been paid to acquire the sole rights for Belgium to M&N.F. S-A whom according to the Dutch Chamber of Commerce File No. ¿ is a legal and authorised Director of Lasu b.v. Transacted in Den Haag. On 01¿ of July 2004 N.F. S-A S. S¿ Aangezien het er dus op neerkomt dat de hierna gedaagde beweert gerechtigd te zijn tot het exclusieve gebruik van het merk, ingevolge een in naam en voor rekening van LASU (LASU) afgesloten overeenkomst, die de hierna gedaagde (MOGUL) tot dat voordeel strekt, mits betaling van een zeer matige vergoeding, -die overigens nooit aan LASU werd betaald!;¿ Verder op pagina 4-5 van de dagvaarding is te lezen: ¿Aangezien verzoeker, daarbij mede optredende voor LASU, van de ene verbazing in de andere viel en dan ook prompt haar raadsman de opdracht gaf mevrouw N.A in gebreke te stellen en haar verantwoording te vragen voor deze beslissing: ¿I have been sollicited by Lasu International to react against various acts of plagiarism on a big scale¿¿ Daarna volgen twee paragrafen in het Engels waarbij Mevrouw S-A in gebreke gesteld wordt voor de overdracht van het merk Mogul.
  9. De eerste rechter verklaarde de vordering ontoelaatbaar omdat de dagvaarding essentiële vermeldingen bevat in een andere taal dan het Nederlands, wat de dagvaarding nietig maakt. III. Grieven - Voorwerp van het hoger beroep.
  10. De eerste rechter maakte volgens appellante een verkeerde toepassing van de nietigheidssanctie. De Engelstalige passages vormen enkel een toelichting bij een grief of een middel en geen grief of middel zelf. Voor de elementen waaruit appellante een ¿dienend rechtsgevolg¿ wou afleiden, werd enkel de Nederlandse taal gebruikt. Ondergeschikt laat appellante gelden dat de nietigheid later gedekt werd. IV. Beoordeling.
  11. Artikel 2 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, zoals achteraf gewijzigd, bepaalt dat voor de burgerlijke rechtbanken en de rechtbanken van koophandel van eerste aanleg en de arbeidsrechtbanken die hun zetel hebben in de provincies Antwerpen, Oost-Vlaanderen, West-Vlaanderen en Limburg en in het arrondissement Leuven, de gehele rechtspleging in betwiste zaken in het Nederlands gevoerd wordt. Een akte van de rechtspleging moet geacht worden geheel in de taal van de rechtspleging gesteld te zijn wanneer alle vermeldingen vereist voor de regelmatigheid van de akte in die taal zijn geschreven. Op grond van artikel 702,3° Ger. Wb. bevat de dagvaarding het onderwerp en de korte samenvatting van de middelen van de vordering. Het criterium om te oordelen of de dagvaarding de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken al dan niet schendt door de aanwezigheid van twee passages in het Engels, terwijl in de onderhavige procedure het Nederlands moet gehanteerd worden, is of de Engelse tekst al dan niet een 'voorbeeldfunctie' heeft. Indien deze teksten louter illustratief zouden zijn en niet zouden behoren tot de argumentatie als een noodzakelijk element ter ondersteuning van deze laatste, dan leidt het gebruik van het Engels niet tot de nietigheid van de dagvaarding. In dat geval dient evenwel de zakelijke inhoud van het citaat aanwezig te zijn in de overige tekst, anders kan het illustratief karakter niet werken (Cass., 18 oktober 2004, www.cass.be, op datum. Dit arrest handelt over de taal in een verzoekschrift tot hoger beroep, maar is evenzeer van toepassing op de principes inzake de inleidende dagvaarding, mits toepassing van de betrokken rechtsregel).
  12. In deze zaak heeft appellante ervoor gekozen de dagvaarding zeer uitgebreid te maken en met name een uitgebreide uiteenzetting van de feiten te geven, wat toegelaten is. In de paragraaf voorafgaand aan het Engels citaat van de overeenkomst schrijft appellante: ¿Ik bezorg U als bijlage een overeenkomst ¿ waarbij aan de Heer S.S of een door hem op te richten vennootschap de exclusieve rechten werden toebedeeld voor productie - distributie en verpakking van producten onder het MOGUL BRAND' op het Belgisch territorium¿. Dit omvat de essentie van de overeenkomst en is de zakelijke weergave van wat volgt, zodat het Engelse citaat van de overeenkomst, dat erop volgt, een illustratie is van het voorgaande. De argumentatie van appellante is gelegen in de voorafgaande paragraaf en de Engelse tekst illustreert en ondersteunt. Ook de ingebrekestelling die in het Engels opgenomen is, vormt een illustratie van het eigenlijke argument dat eraan voorafgaat: ¿en dan ook prompt haar raadsman de opdracht gaf mevrouw N.A in gebreke te stellen en haar verantwoording te vragen voor deze beslissing¿. Anders gesteld: indien appellante de twee Engelse passages in hun geheel uit de dagvaarding zou weggelaten hebben, dan nog zouden de middelen, de argumenten en de redenering in de dagvaarding dezelfde gebleven zijn en zou de dagvaarding nog steeds beantwoorden aan het voorschrift van artikel 702,3° Ger. Wb.. De argumentatie van appellante is niet in de Engelse teksten gelegen. In tegenstelling tot wat appellante voorhoudt en tot wat de eerste rechter oordeelde, is de dagvaarding dan ook niet nietig en is de oorspronkelijke vordering toelaatbaar. Het bestreden vonnis wordt in die zin hervormd.
  13. Op verzoek (ter zitting) van partijen wordt het overige deel van de zaak naar de rol verzonden.
  14. De beslissing over de kosten wordt aangehouden. V. Beslissing. Het hoger principaal beroep is toelaatbaar en gegrond wat de grief inzake de nietigheid van de oorspronkelijke dagvaarding betreft. Het bestreden vonnis wordt op dit punt hervormd. Het Hof: - doet opnieuw recht; - verklaart de oorspronkelijke dagvaarding toelaatbaar; - verzendt de zaak voor het overige naar de rol; - houdt de beslissing over de kosten aan. Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van het Hof van beroep te Gent, zevende kamer, recht doende in burgerlijke zaken op negentien februari tweeduizend en zeven. Aanwezig : H. Debucquoy, kamervoorzitter, G. Vanderstichele, raadsheer, G. De la Ruelle, raadsheer, A. Ferdinande, griffier. Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.