← België

ECLI:BE:HBGNT:2007:ARR.20070305.5

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Gent Vonnis/arrest van 05 maart 2007 ECLI nr: ECLI:BE:HBGNT:2007:ARR.20070305.5 Rolnummer: 2006/AR/319 Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2007-07-26 Raadplegingen: 96 - laatst gezien 2026-07-02 15:24 Fiche UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - BEVOEGDHEID - Materiële bevoegdheid - Rechtbank van koophandel - Algemene bevoegdheid rechtbank van koophandel Tekst van de beslissing in de zaak van : B.V.B.A. BUILT-2-WALK, met maatschappelijke zetel te 9800 Deinze, Gentstraat 37 en met ondernemingsnummer 0866.481.303, appellante, hebbende als raadsman mr. Jan Leysen, advocaat met kantoor te 8500 Kortrijk, Koning Albertstraat 24 bus 1, tegen B.R, wonende te X, geïntimeerde, hebbende als raadsman mr. Norbert Dumoulein, advocaat met kantoor te 8900 Ieper, R. Kiplinglaan 13, velt het Hof volgend arrest :

  1. Gegevens van de zaak in beroep: 1.
  2. Built-2-Walk bvba stelde op 9 februari 2006 hoger beroep in tegen het vonnis van 21 november 2005 van de rechtbank van koophandel te Ieper. Partijen werden gehoord in openbare terechtzitting van 4 december
  3. De stukken werden ingezien. B.R vordert de afwijzing van het hoger beroep als niet ontvankelijk, minstens de bevestiging van het betreden vonnis met de verwijzing van de zaak naar de arbeidsrechtbank te Ieper en in uiterst ondergeschikte orde voorbehoud om verder ten gronde te besluiten. 1.
  4. De blijvende betwistingen betreffen de uitvoering van de ¿overeenkomst zelfstandig contractant Leolino' die Built-2-Walk bvba met B.R op 20 juli 2004 afsloot en die B.R de uitbating van een kinder- en jeugdschoenenwinkel toevertrouwde. B.R heeft deze overeenkomst bij brief van 30/12/2004 verbroken. Built-2-Walk bvba blijft betaling vorderen: - van de éénmalige instaprechten van 37.500 EUR waarin artikel 4 van de overeenkomst voorziet, vermeerderd met 21% aan BTW en de verwijlintresten aan een overeengekomen intrestvoet van 12% en een overeengekomen schadevergoeding herleid tot 2.000 EUR. - van een verbrekingsvergoeding van 75.000 EUR; ondergeschikt de betaling van een provisie van 15.000 EUR met de aanstelling van een gerechtelijk deskundige om de schade te begroten. B.R blijft bij haar betwisting die zij ¿ten gronde' voor de eerste rechter voerde en waarin zij stelde, dat de ¿overeenkomst zelfstandig contractant Leolino' in wezen een arbeidscontract is. Zij analyseerde hiertoe de verhouding tussen partijen en concludeerde tot het bestaan van een gezagsverhouding op de overwegingen,

(1)dat het beslissingsrecht over de aankoop van de goederen, over de facturatie, over de verkoopprijzen en over de aankoop van rand-producten bij Built-2-Walk bvba ligt, zowel als het eigendomsrecht hiervan bij Built-2-Walk bvba ligt,
(2)de handelsnaam, het concept, de winkelinrichting, de geldsommen die uit de verkoop volgen de eigendom zijn en blijven van Built-2-Walk bvba,
(3)die ook haar exclusieve leverancier is. Waar zij haar betoog besloot met de vaststelling dat de eis niet grondde op een ¿overeenkomst zelfstandig contractant Leolino', maar op een ¿arbeidsovereenkomst', droeg zij de arbeidsrechtbank voor als bevoegde rechtbank. In ondergeschikte orde blijft zij Built-2-Walk bvba verantwoordelijk houden voor de verbreking van de overeenkomst. 1.
  1. De eerste rechter verklaarde zich - na volgende relevante overwegingen - ¿ratione materiae' onbevoegd en verwees de zaak naar de arbeidsrechtbank te Ieper: ¿De exceptie van onbevoegdheid werd (¿) voor ieder ander verweer geformuleerd en is daarom toelaatbaar. Gezien [Built-2-Walk bvba] geen verwijzing vordert naar de Arrondissementsrechtbank, moet de Rechtbank van Koophandel zelf zich uitspreken over de toelaatbaar verklaarde exceptie van onbevoegdheid en mag de rechtbank niet zelf ambtshalve de betwisting voorleggen aan de Arrondissements-rechtbank (J. Laenens, Overzicht van rechtspraak der bevoegdheid, Tijdsdrift voor Privaatrecht, 2002-3,162). Of de rechtbank van koophandel dan wel de arbeidsrechtbank bevoegd is, hangt af van de overeenkomst, die partijen hebben afgesloten. De kwalificatie, die partijen aan de overeenkomst hebben gegeven, is volgens de meest recente cassatierechtspraak (Hof van Cassatie, 23 december 2002) weliswaar zeer belangrijk, maar niet het enige criterium waarmee rekening moet gehouden worden. De rechter mag op zoek gaan naar de werkelijke wil van de partijen (J. Stevens, De uitoefening van het beroep van advocaat in dienstverband, Rechtkundig weekblad 2005-2006, 9). [B.R] wijst op een aantal volgens haar objectieve elementen, die de rechtbank zouden moeten doen besluiten dat er tussen partijen eerder een gezagsverhouding bestond, dan dat er sprake zou zijn geweest van een commerciële overeenkomst. [Built-2-Walk bvba] betwist deze argumentatie en verwijst naar de kwalificatie, die duidelijk het commerciële karakter van de overeenkomst benadrukt. Volgens haar gaat het om een gemengde overeenkomst van commissie en concessie, zoals dit gebruikelijk is in dergelijke soort zaken. Op dit vlak stelt de rechtbank vast: - [B.R] had geen vrije keuze bij de aankoop van de koopwaar en kon zich met uitzondering van enkele randproducten enkel bevoorraden bij [Built-2-Walk bvba] en bij niemand anders. - Ook voor de randproducten en onderhoudsproducten had [Built-2-Walk bvba] medebeslissingsrecht, gezien zij ook daarvoor haar toelating moest verlenen. - Het handelsfonds was en bleef eigendom van [Built-2-Walk bvba], hoewel er een instaprecht diende betaald door [B.R], die volgens artikel 8 enkel een ¿voorrecht tot aankoop' had op dit handelsfonds. - Het was [B.R] verboden de uitbating over te dragen aan een derde. - Er werd verbod opgelegd de winkel te sluiten wegens jaarlijkse vakantie. - Er moest worden samengewerkt met de andere uitbatingen van [Built-2-Walk bvba]. - Er mocht niets gewijzigd worden aan de huisstijl van [Built-2-Walk bvba]. - [B.R] moest kopen tegen de prijzen, éénzijdig vastgelegd door [Built-2-Walk bvba] en [B.R] mocht niet afprijzen, zoals zij dit wilde. - Dit gold ook voor de verkoopprijzen, waarover enkel en alleen [Built-2-Walk bvba] beslissingsmacht had. - De ontvangsten werden enkel ¿toevertrouwd' aan [B.R], maar bleven contractueel eigendom van [Built-2-Walk bvba]. - Artikel 9 voorzag dat [Built-2-Walk bvba] steeds toegang mocht hebben tot de winkel om deze te controleren en te bezichtigen en wordt niet tegengesproken in de klacht van de uitbaatster dat [Built-2-Walk bvba] zich zelf na sluitingstijd en op zondag en zonder dat B.R aanwezig was, nog toegang verschafte tot de winkel, om schoenen te halen of te1everen. - [B.R] kon geen rechten putten uit de handelshuur, gezien deze door [Built-2-Walk bvba] was aangegaan met de eigenaar en deze laatste niet ingelicht was van de overdracht van de huur. De samenlezing van al deze objectieve gegevens doet de rechtbank besluiten dat het niet de werkelijke wil van de partijen was, om een commerciële overeenkomst af te sluiten, waarbij [B.R] in a1le vrijheid en onder welke vorm ook zou kunnen handel drijven. Het element gezag was hier te nadrukkelijk aanwezig en de vrijheid van [B.R] omzeggens onbestaande. De overeenkomst kan daarom ook niet gekwalificeerd worden als een combinatie van een commissie met een concessieovereenkomst. Alles wijst er integendeel op, dat het element gezag doorslaggevend was. De Rechtbank van koophandel moet zich dan ook onbevoegd verklaren ratione materiae (¿).'
  2. Beoordeling 2.
  3. Het hoger beroep is ontvankelijk. 2.1.
  4. De bevoegdheid wordt - overeenkomstig het artikel 9 van het gerechtelijk wetboek - bepaald naar het onderwerp van de vordering, en zoals het Hof van Cassatie preciseerde, naar het onderwerp van de vordering zoals die uit de dagvaarding blijkt (zie o.a. Cass.04.05.1981, RW. 1982/83, kol. 147). Het verweer betreffende de bevoegdheid moet ook voor ieder ander verweer geformuleerd worden, zodat ook het onderzoek naar de bevoegdheid het bodemonderzoek naar de vordering die eiser stelt, voorafgaat. 2.1.
  5. Het onderwerp van de vordering heeft in de dagvaarding als voorwerp ¿de betaling van een instaprecht en verbrekings-vergoeding, die B.R verschuldigd zou zijn¿ en als oorzaak ¿een gemeenrechtelijke commerciële overeenkomst, die partijen als ¿overeenkomst zelfstandig contractant Leolino' hebben benoemd¿. Built-2-Walk bvba beriep zich in de dagvaarding op deze gemeenrechtelijke commerciële overeenkomst en niet op een arbeidsovereenkomst. 2.1.
  6. De eerste rechter beperkt zich in zijn uitspraak niet tot de vraag, of hij - op grond van het onderwerp van de vordering zoals eiseres die in de dagvaarding aangaf - bevoegd was. Hij wijzigde vooraf de ¿oorzaak¿ van de vordering, en onderzocht ¿of Built-2-Walk bvba haar aanspraken wel op een gemeenrechtelijk commercieel contract kon gronden. Hij analyseerde de verhouding tussen partijen en besliste ¿dat het niet de wil was van de partijen, om een commerciële overeenkomst af te sluiten, waarbij B.R in alle vrijheid en onder welke vorm ook zou kunnen handel drijven' en dat ¿de overeenkomst niet als een combinatie van commissie met een concessieovereenkomst kon gekwalificeerd worden'. Aldus besloot hij impliciet, dat de eis van Built-2-Walk bvba die grondde op een commerciële overeenkomst, ongegrond was. Hij herkwalificeerde de eis die Built-2-Walk bvba heeft ingesteld tot een aanspraak, die gegrond was op een arbeidsovereenkomst en eerst hierna verwees hij de zaak naar de arbeidsrechtbank, die exclusief bevoegdheid is om zich uit te spreken over een eis die gegrond is op een arbeids-overeenkomst. 2.1.
  7. Tegen de uitspraak die niet beperkt blijft tot een uitspraak over de bevoegdheid voor de vordering die de eiser in zijn dagvaarding aanvoert, staat hoger beroep op. Bij toepassing van artikel 1068 van het gerechtelijk wetboek maakte het hoger beroep het geschil zelf aanhangig voor dit Hof. 2.
  8. Bij het verder onderzoek stelt het Hof vast, dat de eis die Built-2-Walk bvba instelt wel degelijk grondt op een gemeenrechtelijke commerciële overeenkomst. 2.2.
  9. Partijen hebben in klare bewoordingen, die geen verdere invulling vragen, hun intentie verwoordt om de uitbating van een kinder- en jeugdschoenenwinkel te Ieper onder elkaar te regelen door een commerciële samenwerkingsovereenkomst. Zij hebben deze overeenkomst ook ondertekend, nadat B.R is ingegaan op de advertentie die Built-2-Walk bvba heeft gevoerd voor het aantrekken van een gerante op zelfstandige basis en nadat Built-2-Walk bvba haar een uitgewerkte inkomstenberekening heeft overgelegd, waarin de sociale lasten die zij als zelfstandige verschuldigd zou worden, verrekend werden (zie stukken 1 tot 3 en 26 in de bundel van B.R) Hun intentie hebben zij ook herhaaldelijk verwoord in de overeenkomst: - zie de benoeming van de overeenkomst: ¿overeenkomst zelfstandig contractant Leolino'; - artikel 1 van de overeenkomst: ¿(...) vertrouwt eigenaar de uitbating van de winkel te Ieper toe aan contractant, die zal optreden als zelfstandig commissionair en die er zich toe verbindt de winkel persoonlijk te beheren (¿). Beide partijen bedingen uitdrukkelijk dat volgens hun weloverwegen en vrije wilsuit-drukking, deze overeenkomst een ondernemingscontract is dat contractant als zodanig de verantwoordelijkheid aanvaardt voor de uitslag van deze onderneming, die zij naar eigen goeddunken kan uitbaten. Contractant zal zich bijgevolg schikken naar de in voege zijnde wetten en reglementeringen die van toepassing zijn op zelfstandige handelaars, in het bijzonder wat betreft de fiscale en sociale wetgeving. (¿)' 2.2.
  10. De bepalingen van de overeenkomst zijn evenmin strijdig met een commerciële samenwerkingsovereenkomst. Artikel 3 voorzag in een verkoop van de goederen, voor rekening van Built-2-Walk bvba waarvoor B.R als tegenprestatie een commissie van 15% over het eerste jaar en 20% over het tweede jaar op de netto verkopen zou krijgen. Deze bepalingen corresponderen met de bepalingen die ook bij een zelfstandige handelsagentuur kunnen afgesproken worden. En het is evenmin tegenstrijdig met een commerciele samen-werkingsovereenkomst, om te voorzien in een exclusiviteit en een instaprecht voor een bestaande handel, die eigendom blijft van de persoon die de uitbating van zijn handel toevertrouwt (en dan ook verder de huisstijl van zijn handelszaak kan bepalen); evenmin strijdig om te voorzien dat de uitbating moet gebeuren door de gerant/agent in persoon, dat het aankoop/verkoopbeleid moet overlegd worden met de persoon die de uitbating van zijn handel toestaat, dat de medecontractant het prijsbeleid die deze persoon voert moet respecteren en de goederen in geen geval aan hogere prijzen kan aanbieden, dat summiere openingsuren worden afgesproken, ¿ 2.2.
  11. De eerste rechter besliste dan ook tegen de bewoordingen in - die duidelijk en herhaaldelijk de wil van partijen hebben verwoord - dat ¿het niet de wil was van de partijen, om een commerciële overeenkomst af te sluiten'. 2.
  12. Het Hof stelt de zaak in voortzetting, om partijen toe te laten de grond van de zaak nader te behandelen. De partijen hebben hier immers duidelijk de bedoeling gehad een wederkerige overeenkomst af te sluiten, waarbij de verbintenissen die de ene partij opnam, de oorzaak vormen van de verbintenissen die de andere partij opneemt. Partijen moesten elkaar dan ook duidelijk informeren over de verbintenissen die zij opnamen. Een verbintenis aangegaan zonder oorzaak of uit een valse oorzaak, kan bij toepassing van artikel 1131 van het burgerlijk wetboek immers geen gevolgen hebben. Aangezien het Hof met de eerste rechter vaststelt dat de commerciële samenwerkingsovereenkomst stringente verbintenissen voor B.R inhoudt en haar inkomen volledig afhankelijk stelt van Built-2-Walk bvba, draagt het Hof aan Built-2-Walk bvba meteen ook op, om nadere gegevens te verstrekken die haar toelieten om 100.000 BEF aan maandelijkse commissies voorop te stellen als tegen-prestatie voor de uitbating van haar al bestaande handel en op grond waarvan B.R zich heeft verbonden. De wet van 19 december 2005 betreffende de precontractuele informatie bij commerciële samenwerkingsovereenkomsten gaat de totstandkoming van hun overeenkomst weliswaar vooraf, zodat hun verhouding niet ten volle door deze wetgeving beheerst wordt. Dit neemt evenwel niet weg, dat de wetgever voor het vastleggen van meerdere criteria teruggreep naar criteria, die de rechtspraktijk al had aangevoerd bij de beoordeling van de precontractuele informatie die de partijen elkaar verschuldigd zijn bij het afsluiten van commerciële samenwerkingsovereenkomsten. BESLUITEN Het Hof verklaart - op tegenspraak en gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken - het hoger beroep ontvankelijk. Het houdt alle verdere beslissingen aan en stelt de zaak in voortzetting op de terechtzitting van 3 september 2007 om 09.30 uur, om B.R toe te laten nader te besluiten over de gegrondheid van de eisen van Built-2-Walk bvba. Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van het Hof van beroep te Gent, zevende kamer, recht doende in burgerlijke zaken op vijf maart tweeduizend en zeven. Aanwezig : H. Debucquoy, kamervoorzitter, F. Deschoolmeester, raadsheer, G. De la Ruelle, raadsheer A. Ferdinande, griffier. Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.