← België

ECLI:BE:HBGNT:2007:ARR.20070305.6

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Gent Vonnis/arrest van 05 maart 2007 ECLI nr: ECLI:BE:HBGNT:2007:ARR.20070305.6 Rolnummer: 2005/AR/2648 Rechtsgebied: Insolventierecht Invoerdatum: 2007-08-01 Raadplegingen: 105 - laatst gezien 2026-07-02 15:25 Fiche UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - INSOLVENTIE - Faillissement Vrije woorden: Faillissement - artikel 16 van Faillissementwet - tegenstelbaarheid van handelingen die de gefailleerde stelde aan de boedel en samenlopende tekortkomingen van de curator - rechten van derden ter goeder trouw - geen hypothecaire inschrijving in het voordeel van de boedel gevolgd door inbreng, en later verloop van de onroerende goederen door de gefailleerde. Wettelijke bepalingen: Wet - 08-08-1997 - 16 Tekst van de beslissing N.V. KREDIETMAATSCHAPPIJ VOOR BEDRIJFSEXPANSIE (KREVOBEX), met maatschappelijke zetel te 9100 Sint-Niklaas, Knaptandstraat 75 en met ondernemingsnummer 0406.341.710, appellante, hebbende als raadsman mr. Rik Torrekens, advocaat met kantoor te 9000 Gent, Savaanstraat 72, tegen Mr. Lieven D'HOOGHE, advocaat, met kantoor te 9100 Sint-Niklaas, Vijfstraten 57, optredende in zijn hoedanigheid van curator over het faillissement van F.S, wonende te Y, ingeschreven in het handelsregister te Z onder nr. ¿, in staat van faillissement verklaard bij vonnis van de rechtbank van koophandel te Dendermonde, afdeling Sint-Niklaas, van 21 augustus 1973, geïntimeerde q.q., ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. Pieter Wauman, advocaat met kantoor te 9100 Sint-Niklaas, Vijfstraten 57, en mede inzake : 1. F.E.S. IMMO S.A., vennootschap naar Luxemburgs recht, met maatschappelijke zetel in het Groot Hertogdom Luxemburg te 9515 Wiltz, Rue G.-D. Charlotte 59 en ingeschreven in het handelsregister te Luxemburg onder nr. B/41.271, voorheen tweede verweerster, welke niet verschijnt ter terechtzitting, noch iemand voor haar, 2. N.V. CENTEA, met maatschappelijke zetel te 2018 Antwerpen, Mechelsesteenweg 180 en met ondernemingsnummer 0404.477.528, voorheen derde verweerster, hebbende als raadsman mr. Bart Jacqmain, advocaat met kantoor te 2018 Antwerpen, Mechelsesteenweg 27, 3. M.H, wonende te A, voorheen vierde verweerster, hebbende als raadsman mr. Koenraad Maris, advocaat met kantoor te 9140 Temse, Stationsstraat 12, 4. N.V. FORTIS BANK, met maatschappelijke zetel te 1000 Brussel, Warandeberg 3, ingeschreven in het handelsregister te Brussel onder nr. 76.034 en met ondernemingsnummer 0403.199.702, voorheen vijfde verweerster, hebbende als raadsman mr. Patrick Van Lembergen, advocaat met kantoor te 9200 Dendermonde, Gentsesteenweg 2, II. In de zaak nr. 2005/AR/2656 van : --------------------------------------------- M.H, wonende te A, appellante, hebbende als raadsman mr. Koenraad Maris, advocaat met kantoor te 9140 Temse, Stationsstraat 12, tegen 1. Mr Lieven D'HOOGHE, advocaat met kantoor te 9100 Sint-Niklaas, Vijfstraten 57, optredende in zijn hoedanigheid van curator over het faillissement van F.S, wonende te Y, ingeschreven in het handelsregister te Z onder nr. ¿, in staat van faillissement verklaard bij vonnis van de rechtbank van koophandel te Dendermonde, afdeling Sint-Niklaas, van 21 augustus 1973, geïntimeerde q.q., ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. Pieter Wauman, advocaat met kantoor te 9100 Sint-Niklaas, Vijfstraten 57, 2. N.V. KREDIETMAATSCHAPPIJ VOOR BEDRIJFSEXPANSIE (KREVOBEX), met maatschappelijke zetel te 9100 Sint-Niklaas, Knaptandstraat 75 en met ondernemingsnummer 0406.341.710, geïntimeerde, hebbende als raadsman mr. Rik Torrekens, advocaat met kantoor te 9000 Gent, Savaanstraat 72, 3. F.E.S. IMMO S.A., vennootschap naar Luxemburgs recht, met maatschappelijke zetel in het Groot Hertogdom Luxemburg te 9515 Wiltz, Rue G.-D. Charlotte 59 en ingeschreven in het handelsregister te Luxemburg onder nr. B/41.271, geïntimeerde, welke niet verschijnt ter terechtzitting, noch iemand voor haar, 4. N.V. CENTEA, met maatschappelijke zetel te 2018 Antwerpen, Mechelsesteenweg 180 en met ondernemingsnummer 0404.477.528, geïntimeerde, hebbende als raadsman mr. Bart Jacqmain, advocaat met kantoor te 2018 Antwerpen, Mechelsesteenweg 27, III. In de zaak nr. 2005/AR/2662 van : --------------------------------------------- F.E.S. IMMO S.A., vennootschap naar Luxemburgs recht, met maatschappelijke zetel in het Groot Hertogdom Luxemburg te 9515 Wiltz, Rue G.-D. Charlotte 59 en ingeschreven in het handelsregister te Luxemburg onder nr. B/41.271, appellante, welke niet verschijnt ter terechtzitting, noch iemand voor haar, tegen 1. Mr. Lieven D'HOOGHE, advocaat met kantoor te 9100 Sint-Niklaas, Vijfstraten 57, optredende in zijn hoedanigheid van curator over het faillissement van F.S, wonende te Y, ingeschreven in het handelsregister te Z onder nr. ¿, in staat van faillissement verklaard bij vonnis van de rechtbank van koophandel te Dendermonde, afdeling Sint-Niklaas, van 21 augustus 1973, geïntimeerde q.q., ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. Pieter Wauman, advocaat met kantoor te 9100 Sint-Niklaas, Vijfstraten 57, 2. N.V. KREDIETMAATSCHAPPIJ VOOR BEDRIJFSEXPANSIE (KREVOBEX), met maatschappelijke zetel te 9100 Sint-Niklaas, Knaptandstraat 75 en met ondernemingsnummer 0406.341.710, geïntimeerde, hebbende als raadsman mr. Rik Torrekens, advocaat met kantoor te 9000 Gent, Savaanstraat 72, 3. N.V. CENTEA, met maatschappelijke zetel te 2018 Antwerpen, Mechelsesteenweg 180 en met ondernemingsnummer 0404.477.528, geïntimeerde, hebbende als raadsman mr. Bart Jacqmain, advocaat met kantoor te 2018 Antwerpen, Mechelsesteenweg 27, 4. M.H, wonende te A, geïntimeerde, hebbende als raadsman mr. Koenraad Maris, advocaat met kantoor te 9140 Temse, Stationsstraat 12, 5. N.V. FORTIS BANK, met maatschappelijke zetel te 1000 Brussel, Warandeberg 3, ingeschreven in het handelsregister te Brussel onder nr. 76.034 en met ondernemingsnummer 0403.199.702, geïntimeerde, hebbende als raadsman mr. Patrick Van Lembergen, advocaat met kantoor te 9200 Dendermonde, Gentsesteenweg 2, IV. In de zaak nr. 2005/AR/2696 van : --------------------------------------------- N.V. FORTIS BANK, met maatschappelijke zetel te 1000 Brussel, Warandeberg 3, ingeschreven in het handelsregister te Brussel onder nr. 76.034 en met ondernemingsnummer 0403.199.702, appellante, hebbende als raadsman mr. Patrick Van Lembergen, advocaat met kantoor te 9200 Dendermonde, Gentsesteenweg 2, tegen 1. Mr. Lieven D'HOOGHE, advocaat met kantoor te 9100 Sint-Niklaas, Vijfstraten 57, optredende in zijn hoedanigheid van curator over het faillissement van F.S, wonende te Y, ingeschreven in het handelsregister te Z onder nr. ¿, in staat van faillissement verklaard bij vonnis van de rechtbank van koophandel te Dendermonde, afdeling Sint-Niklaas, van 21 augustus 1973, geïntimeerde q.q., ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. Pieter Wauman, advocaat met kantoor te 9100 Sint-Niklaas, Vijfstraten 57, 2. N.V. KREDIETMAATSCHAPPIJ VOOR BEDRIJFSEXPANSIE (KREVOBEX), met maatschappelijke zetel te 9100 Sint-Niklaas, Knaptandstraat 75 en met ondernemingsnummer 0406.341.710, geïntimeerde, hebbende als raadsman mr. Rik Torrekens, advocaat met kantoor te 9000 Gent, Savaanstraat 72, 3. F.E.S. IMMO S.A., vennootschap naar Luxemburgs recht, met maatschappelijke zetel in het Groot Hertogdom Luxemburg te 9515 Wiltz, Rue G.-D. Charlotte 59 en ingeschreven in het handelsregister te Luxemburg onder nr. B/41.271, geïntimeerde, welke niet verschijnt ter terechtzitting, noch iemand voor haar, 4. N.V. CENTEA, met maatschappelijke zetel te 2018 Antwerpen, Mechelsesteenweg 180 en met ondernemingsnummer 0404.477.528, geïntimeerde, hebbende als raadsman mr. Bart Jacqmain, advocaat met kantoor te 2018 Antwerpen, Mechelsesteenweg 27, 5. M.H, wonende te A, geïntimeerde, hebbende als raadsman mr. Koenraad Maris, advocaat met kantoor te 9140 Temse, Stationsstraat 12, velt het Hof volgend arrest : 1. Gegevens van de zaak in beroep: 1.1. Krevobex nv stelde tegenover de curator van het faillissement F.S op 31 oktober 2005 hoger beroep in tegen het vonnis van 3 augustus 2005 van de zevende kamer van de rechtbank van koophandel te Dendermonde (de zaak 2005-AR-2648). M.H stelde tegenover de curator van het faillissement F.S op dezelfde datum tegen hetzelfde vonnis hoger beroep in en betrok ook Krevobex nv, FES Immo sa en Centea nv bij het hoger beroep (de zaak 2005-AR-2656). FES Immo sa en Fortis Bank nv stelden op respectievelijk 2 november 2005 en 7 november 2005 eveneens hoger beroep in (de zaken 2005-AR-2662 en 2005-AR-2696). Alle zaken worden gevoegd en de dossiers van partijen werden ingezien. Partijen - op FES Immo sa na, die verstek maakte - werden gehoord op de zitting van 11 september 2006, nadat zij onderling op 19 december 2005 dwingende conclusietermijnen hadden afgesproken en nadat de zaken voor behandeling tegenover alle partijen tegensprekelijk op de vorige zitting van 19 juni 2006 naar 11 september 2006 werd verdaagd. Het Hof stelt dan ook vast, dat de rechtspleging op tegenspraak gevoerd werd tegenover FES Immo sa, waar zij als appellante een gemotiveerd verzoekschrift heeft neergelegd en geen verdere conclusies heeft genomen zoals vastgesteld in het akkoord van dwingende termijnregeling. 1.2. De blijvende betwisting betreft de eis van de curator van het faillissement F.S om: 1.2.1. voor recht te zeggen dat de inbreng - die op 1 oktober 1990 voor notaris Leemans te Mechelen werd verleden - van het woonhuis met werkplaats gelegen te Y door de gefailleerde F.S en zijn echtgenote M.H in Krevobex nv - die als vergoeding elk 500 aandelen werden toebedeeld - nietig en zonder rechtsgevolg is, aangezien deze inbreng gebeurde door F.S die op 21 augustus 1973 failliet werd verklaard en het onroerend goed deel uitmaakte van de boedel van het faillissement. 1.2.2. voor recht te zeggen dat de verkoop van dit onroerend goed door Krevobex nv aan FES Immo sa - die op 22 september 1995 voor notaris Bohyn te Haasdonk en notaris Verlinden te Sint-Niklaas werd verleden - niet aan de boedel van het faillissement F.S kan worden tegengeworpen. De curator van het faillissement F.S stelt, dat FES Immo sa de vennootschap van de zoon van de gefailleerde F.S is en er ook tegenover haar ernstige en met elkaar overeenstemmende vermoedens van de kwade trouw bestaan. 1.2.3. voor recht te zeggen dat de hypothecaire inschrijvingen op dit onroerend goed, die Centea nv bij akte van 22 september 1995 voor notaris Verlinden te Sint-Niklaas heeft verleden en Fortis Bank nv bij akte van 23 juni 2000 voor notaris Neirinckx te Temse heeft verleden en die respectievelijk op 4 oktober 1995 en 4 juli 2000 werden overgeschreven in de boeken van de Hypotheekbewaarder te Dendermonde, eveneens niet aan de boedel van het faillissement F. S kunnen worden tegengeworpen. 1.2.4. in onderschikte orde - zo het Hof zou aannemen dat de verkoop op 22 september 1995 van dit onroerend goed door Krevobex nv aan FES Immo sa wel aan de boedel van het faillissement F.S kan worden tegengeworpen - Krevobex nv te veroordelen tot de betaling van de tegenwaarde van 123.946,76 EUR, die het onroerend goed op datum van de inbreng had, vermeerderd met de intresten vanaf de inbreng, zij vanaf 1 oktober 1990. 1.3. Centea nv liet voor de eerste rechter al gelden dat de eis van de curator van het faillissement F.S wat haar betreft zonder voorwerp is, aangezien de hypothecaire inschrijving die bij akte van 22 september 1995 voor notaris Verlinden te Sint-Niklaas werd verleden, haar schuldvordering op FES Immo sa waarborgde, die deze schuldvordering op 6 juni 2000 volledig heeft aangezuiverd. 1.4. Krevobex nv, M.H, FES Immo sa en Fortis Bank nv betwisten de hoofdeis die de curator van het faillissement F.S stelt. Zij houden hun goede trouw voor en stellen dat de curator(

  1. en)van het faillissement F.S en (eventueel de instrumenterende notaris) voor alle verwikkelingen aansprakelijk zijn. - Deze aansprakelijkheid zou niet goedgemaakt kunnen worden door de verrichtingen die op de tekortkomingen volgden nietig of niet tegenstelbaar aan de boedel van het faillissement van F.S te verklaren. Zij wijzen er meer in het bijzonder op: ¿ dat de curatoren G. Van Hulse en S. Muller nalieten, om vanaf hun ambtsaanvaarding die op het vonnis van faillietverklaring van F.S in 1973 volgde, overeenkomstig artikel 487, alinea 3 van de faillissementswet van 18 april 1851 voor de gezamenlijke schuldeisers inschrijving te nemen op de onroerende goederen van de gefailleerde waarvan het bestaan hen bekend was; ¿ dat de curatoren G. Van Hulse en S. Muller verder met miskenning van artikel 528 van de faillissementswet van 18 april 1851 nalieten om de onroerende goederen te verkopen; ¿ dat de huidige curator van het faillissement F.S op 7 november 1995 als bijkomend curator werd aangesteld en curator G. Van Hulse bij vonnis van 1 juni 1999 als curator werd ontzet. ¿ dat Krevobex nv 17 jaar na de faillietverklaring van F.S op 1 oktober 1990 haar maatschappelijk kapitaal rimpelloos heeft verhoogd door de inbreng van het woonhuis met werkplaats gelegen te Y door de echtgenoten F.S en M.H. ¿ dat Krevobex nv 22 jaar na de faillietverklaring van F.S op 22 september 1995 dit onroerend goed samen met een tweede onroerend goed rimpelloos heeft verkocht aan de vennootschap naar Luxemburgs recht FES Immo sa voor 271.948,62 EUR (10.970.380 BEF), waarvan 178.198,26 EUR (7.188.500 BEF) betrekking had op het woonhuis met werkplaats gelegen te Y, waarbij Centea nv probleemloos een hypothecaire inschrijving nam op dit onroerend goed voor haar schuldvordering op FES Immo sa. ¿ dat Fortis Bank nv 28 jaar na de faillietverklaring van F.S op 4 april 2000 aan FES Immo sa een kredietopening van 495.787,05 EUR (20.000.000 BEF) toestond, waarvoor FES Immo sa haar op 31 mei 2000 een hypotheekverlening toestond die op 4 juli 2000 in eerste rang op het woonhuis met werkplaats gelegen te Y werd ingeschreven. - En waar zij de vorige curatoren van het faillissement F.S aansprakelijk houden voor de schade die de faillissementsboedel leed, vorderen Krevobex nv en Fortis Bank nv dat de huidige curator van het faillissement F.S bij toepassing van artikel 877 van het gerechtelijk wetboek vooraf het bevel zou gegeven worden, om alle relevante stukken over te leggen betreffende de aansprakelijkheidvordering die hij tegenover de vorige curator Van Hulse heeft ingesteld. 1.5. Fortis Bank nv en FES Immo sa - hierin bijgetreden door Krevobex nv - beroepen zich verder op artikel 16 van de faillissementswet van 8 augustus 1997, die op 1 januari 1998 in werking trad en het verder beroep op artikel 444 van de faillissementswet 18 april 1851 zou uitsluiten. Artikel 444 loopt met artikel 16 gelijk op de bepaling na, dat het de verrichtingen ¿rechtens nietig' hield, waar artikel 16 de verrichtingen ¿niet aan de boedel tegenstelbaar' houdt. Zij stellen dat alle betalingen, verrichtingen en handelingen van de gefailleerde en alle betalingen aan de gefailleerde, gedaan na het vonnis van faillietverklaring, bij toepassing van artikel 16 van de faillissementswet van 8 augustus 1997 weliswaar niet aan de boedel kunnen worden tegengeworpen, maar dat deze bepaling niet van toepassing is op de rechtsverhouding van Fortis Bank nv met FES Immo sa en evenmin op de rechtsverhouding van FES Immo sa met Krevobex nv, waar geen van beiden met de gefailleerde F.S heeft gehandeld. Fortis Bank nv stelt dat de verkoop aan FES Immo sa van het woonhuis met werkplaats gelegen te Y bij toepassing van artikel 1 van de hypotheekwet aan de curator(
  2. en)van het faillissement F.S kan worden tegengeworpen, aangezien FES Immo sa te goeder trouw het onroerend goed van Krevobex nv heeft aangekocht en de verkoopakte werd overgeschreven op het hypotheekkantoor. Ook de kredietopening met de bijhorende hypotheekvestiging die zij op 4 juli 2000 liet inschrijven in de boeken van de hypotheekbewaarder te Dendermonde zou geldig tot stand gekomen zijn en aan de curator van het faillissement F.S kunnen tegengeworpen worden. 1.6. Krevobex nv betwist tenslotte ook de eis die de curator van het faillissement F.S in onderschikte orde tegenover haar stelt in betaling van een schadevergoeding van 123.946,76 EUR. - Zij beroept zich op haar goede trouw en stelt dat het onbewezen blijft dat zij wist of moest weten, dat de echtgenoten F.S-M.H hun onroerend goed inbrachten dat deel uitmaakte van de boedel van het faillissement van F.S.. - Zij betwist ook het gevorderd bedrag en stelt dat de schade, die de curator nu ondergaat door hij het onroerend goed nu niet kan verkopen in het voordeel van de faillissementsboedel, allerminst gelijk is aan de prijs waarvoor het onroerend goed destijds op 1 oktober 1990 werd ingebracht. Zij wijst op een ernstige problematiek van bodemverontreiniging van het onroerend goed, dat als benzinestation werd uitgebaat. - In onderschikte orde vordert zij ook voorbehoud voor de dagvaarding van de Belgische Staat in terugbetaling van alle sommen waartoe zij zou kunnen veroordeeld worden wegens de tekortkomingen van de opeenvolgende rechters-commissarissen van het faillissement van F.S in de uitoefening van controle op de curatoren. 1.7. De eerste rechter verklaarde op volgende relevante overwegingen de hoofdeis van de curator van het faillissement F.S tegenover Krevobex nv, M.H, FES Immo sa, Centea nv en Fortis Bank nv gegrond: ¿Het wordt niet betwist dat de inbreng van 1 oktober 1990 is gebeurd door het echtpaar H en niet door de curatoren. De inbreng is om die reden nietig (zie A. Cloquet, Les Novelles, Droit commercial, t. IV, Les concordats et la faillite, Brussel, Larcier, 1985, nummers 1311, 1315, 1319, 1447 e.v.). ¿Het feit dat de curatoren hebben nagelaten om een inschrijving te nemen zoals voorzien door artikel 487 van de Faillissementswet doet daar geen afbreuk aan. De eventuele goede trouw van de verkrijgers en de nalatigheid van de toenmalige curatoren zijn op dat punt irrelevant. ¿Ook de artikelen 1 en volgende van de Hypotheekwet zijn hier niet van belang. Een overschrijving is wat het is, namelijk een kopij van een akte. Een overschrijving heeft niet voor gevolg dat de gebreken van die akte verdwijnen. De overdrager kan alleen maar de rechten overdragen die hij bezit (zie H. De Page en R. Dekkers, Traîté élémentaire de droit civil, t. VII, Brussel, Bruylant, 1957, nr. 1055 en E. Genin, Répertoire notarial, t. X, Traîté des hypothèques et de la transcription, Brussel, Larcier, 1988, p. 225, nr. 354). Dat geldt ook voor de SA Fes Immo, die het goed heeft verkregen van de NV Krevobex (zie E. Genin, o.c., p. 229, nr. 362). (¿) ¿Met betrekking tot de hypotheken die door de NV Centea en de NV Fortis Bank werden genomen geldt dat die verdwijnen aangezien de nietigheid van de inbreng van 1990 en de verkoop van 1995 terugwerkende kracht heeft (zie H. De Page en R. Dekkers, o.c., nrs. 472 en 480).' 2. Beoordeling 2.1. Artikel 16 van de faillissementswet van 8 augustus 1997, dat artikel 444 uit de vorige faillissementswetgeving in die zin nader preciseerde ¿dat alle verrichtingen en handelingen van de gefailleerde en alle betalingen aan de gefailleerde, gedaan na het vonnis van faillietverklaring niet aan de boedel kunnen worden tegengeworpen', houdt niet in dat de verrichtingen en handelingen van de curator(
  3. en)van het faillissement F.S - of tekortkomingen in de verrichtingen die zij voor de boedel moesten stellen - niet aan de boedel zouden kunnen tegengeworpen worden. - De curatoren treden juist op voor de boedel, zodat hun daden van beheer (zowel de geslaagde, als minder geslaagde) meteen toerekenbaar zijn aan de boedel, waarvan zij het beheer waarnemen. - De huidige curator volgt alleen de vorige curatoren in het beheer van het faillissement van F.S op. Hij kan tegenover derden te goeder trouw geen rechten uitoefenen in tegenspraak met de voordien al aan de boedel toegerekende beheersdaden of tekortkomingen in het beheer. - Het beheer van het faillissement kan zijn eigen aansprakelijkheid voor bepaalde nalatigheden tegenover derden te goeder trouw dan ook niet goedgemaakt door de verrichtingen, die op tekort-komingen in het eigen beheer volgden en die zonder deze tekortkomingen niet zouden gesteld zijn, nietig te houden of - zoals artikel 16 van de faillissementswet van 8 augustus 1997 verduidelijkt - niet tegenstelbaar te houden aan de boedel, waarvan zij het beheer waarnemen. 2.2. Fortis Bank nv kan haar hypothecaire zekerheid voor de kredieten die zij FES Immo sa heeft toegestaan, aan faillissementsboedel tegenwerpen. - De curator van het faillissement F.S kan niet betwisten dat Fortis Bank nv hier te goeder trouw en rechtgeldig op 4 april 2000 een kredietopening van 495.787,05 EUR (20.000.000 BEF) aan FES Immo sa heeft toegestaan, waarvoor zij op 4 juli 2000 op het hypotheekkantoor te Dendermonde een geldige hypothecaire inschrijving in eerste orde tot zekerheid van de terugbetaling van 272.682,88 EUR (11.000.000 BEF) in hoofdsom, vermeerderd met 3 jaar intresten, heeft genomen op het woonhuis met werkplaats gelegen te Y. - Fortis Bank nv kon deze hypothecaire zekerheid in eerste rang in 2002 juist nog nemen, omdat de curatoren van het faillissement F.S tegenover de gezamenlijke schuldeisers van het faillissement tekort zijn gekomen aan de verplichting die artikel 487, alinea 3 van de faillissementswet van 18 april 1851 inhoudt (om bij het openvallen van het faillissement een hypothecaire inschrijving te nemen op de onroerende goederen van de gefailleerde) en omdat het onroerend goed ondertussen op het hypotheekkantoor ook op naam van FES Immo sa geboekt stond. 2.3. De overgelegde stukken laten het Hof voorlopig niet toe om in hoofde van Krevobex nv en/of FES Immo sa een samenlopende fout met de tekortkomingen van de curatoren van het faillissement F.S te onderkennen, die verantwoordelijk zou zijn voor de hypotheekstelling in eerste rang, die Fortis Bank nv in 2000 op het woonhuis met werkplaats gelegen te Y, kon nemen tot zekerheid van de terugbetaling van 272.682,88 EUR (11.000.000 BEF) in hoofdsom, vermeerderd met 3 jaar intresten, voor de kredieten die zij FES Immo sa heeft toegestaan. - De gefailleerde F.S en zijn echtgenote M.H kunnen de tekortkomingen van de curatoren van het faillissement F.S niet inroepen, om zich te onttrekken aan hun verantwoordelijkheid voor hun eigen bedrog. Beiden hadden zonder de minste twijfel weet van het faillissement en de vermogenstoedracht betreffende het woonhuis met werkplaats gelegen te Y, maar hebben het onroerend goed niettemin aan de boedel van het faillissement onttrokken. In de inventaris die bij het openvallen van het faillissement op 22 augustus 1973 werd opgesteld, werd de verklaring van de gefailleerde geacteerd, ¿eigenaar te zijn van het onroerend goed'. Bij toepassing van artikel 16 van de faillissementswet van 8 augustus 1997 kunnen hun rechts-handelingen dan ook niet tegengeworpen worden aan de boedel van het faillissement van F.S. - De stukken die voorlopig overliggen laten evenwel niet toe, om deze vaststellingen ook door te trekken naar Krevobex nv en/of FES Immo sa. ¿ Bij de inbreng van de onroerende goederen werd Krevobex nv vertegenwoordigd door G.B, A.V en R.W, die samen de Raad van bestuur van Krevobex nv vormden. De curator van het faillissement F.S legde vooralsnog geen stukken over waaruit zou kunnen volgen, dat deze bestuurders weet hadden van de juiste toedracht bij de inbreng van het woonhuis met werkplaats gelegen te Y tegen afgifte van telkens 500 aandelen aan F.S en M.H. ¿ Uit de al overgelegde stukken volgt evenmin, dat Krevobex nv en/of FES Immo sa zich bewust moesten zijn van de vermogenstoestand van het onroerend goed bij de latere verkoop op 21 september 1995 van de onroerende goederen. Krevobex nv werd er vertegenwoordigd door haar afgevaardigd bestuurder G.B en FES Immo sa door haar afgevaardigd bestuurder V.C. Een tussenkomst van de zoon van F.S en M.H volgt niet uit de overgelegde stukken. 2.4. Vooraleer te beslissen

(1)over de gevolgen in hoofde van Krevobex nv en/of FES Immo sa van de rechtshandelingen die de gefailleerde F.S en zijn echtgenote M.H betreffende het woonhuis met werkplaats gelegen te Y hebben gesteld en die de boedel van het faillissement F.S bij toepassing van artikel 16 van de faillissementswet van 8 augustus 1997 niet kunnen worden tegengeworpen en
(2)over de vrijwaringsvordering die Krevobex nv voor de eerste rechter instelde, beveelt het Hof de overlegging van volgende stukken door Krevobex nv en FES Immo sa: - hun aandelenregister; - de verslagen van hun bestuurdersvergaderingen en de algemene vergaderingen vanaf januari 1990 tot december 1995, en wat Krevobex nv betreft in het bijzonder de verslagen die beslissingen betreffen van de inbreng van het woonhuis met werkplaats gelegen te Y en de uitgifte van 1.000 aandelen en wat Krevobex nv en FES Immo sa betreft in het bijzonder de verslagen die de beslissingen betreffen van de verkoop/aankoop van dit onroerend goed inbreng. 2.5. Het Hof draagt partijen en in het bijzonder de curatoren van het faillissement F.S op zo mogelijk al betrouwbare gegevens over te leggen over de gedwongen verkoopwaarde die het woonhuis met werkplaats gelegen te Y in 2000 had en over de gedwongen verkoopwaarde op datum van vandaag. Het Hof stelt immers vast, dar de curatoren van het faillissement F.S de verkoop van woonhuis met werkplaats gelegen te Y niet in 1990 hebben benaarstigd, maar eerst op 10 februari 2000 enige aanspraak op deze onroerende goederen lieten gelden. Het nadeel dat de boedel lijdt kan dan ook niet begroot worden aan de waarde die deze goederen hadden op het ogenblik van hun inbreng. Waar Krevobex nv stelt, dat de waarde anno 2000 bezwaard is door een bodemverontreiniging van de grond, zou zich bij gebrek aan betrouwbare gegevens nog een deskundigen-onderzoek kunnen opdringen, om het Hof te adviseren over de waarde van deze goederen. BESLUITEN Het Hof verklaart - op tegenspraak en gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken - de hogere beroepen ontvankelijk. Het Hof voegt de zaken 2005/AR/2648, 2005/AR/2656, 2005/AR/2662 en 2005/AR/2696 samen. Het vernietigt het bestreden vonnis. Het verklaart de oorspronkelijke vordering van de curator van het faillissement F.S ontvankelijk, maar in zover het tegenover Fortis Bank nv gericht is ongegrond en in zover het tegenover Centea nv gericht is zonder voorwerp. Het verwijst de curator van het faillissement F.S in de kosten van Fortis Bank nv en Centea nv, die het tegenover elk van hen telkens begroot op de rechtsplegingsvergoedingen in eerste aanleg van 159,89 EUR en in hoger beroep van 242,94 EUR (de vordering strekt niet tot de betaling van een geldsom van meer dan euro 2.500). Het beveelt vooraleer verder recht te spreken over de gegrondheid van de vorderingen die de curator van het faillissement F.S stelt de overlegging door Krevobex nv en FES Immo sa van: - hun aandelenregister; - de verslagen van hun bestuurdersvergaderingen en de algemene vergaderingen vanaf januari 1990 tot december 1995, en wat Krevobex nv betreft in het bijzonder de verslagen die beslissingen betreffen van de inbreng van het woonhuis met werkplaats gelegen te Y en de uitgifte van 1.000 aandelen en wat Krevobex nv en FES Immo sa betreft in het bijzonder de verslagen die de beslissingen betreffen van de verkoop/aankoop van dit onroerend goed inbreng. Het draagt partijen en in het bijzonder de curatoren van het faillissement F. S verder op, zo mogelijk, al betrouwbare gegevens over te leggen over de gedwongen verkoopwaarde die het woonhuis met werkplaats gelegen te Y in 2000 had en over de gedwongen verkoopwaarde op datum van vandaag. Het stelt de zaak voor haar verdere behandeling op de terechtzitting van 3 september 2007 om 10.00 uur. Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van het Hof van beroep te Gent, zevende kamer, recht doende in burgerlijke zaken op vijf maart tweeduizend en zeven. Aanwezig : H. Debucquoy, kamervoorzitter, G. Vanderstichele, raadsheer, G. De la Ruelle, raadsheer, A. Ferdinande, griffier. Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.