id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Gent Vonnis/arrest van 19 maart 2007 ECLI nr: ECLI:BE:HBGNT:2007:ARR.20070319.4 Rolnummer: 2006/AR/494 Rechtsgebied: Handelsrecht Invoerdatum: 2007-08-01 Raadplegingen: 99 - laatst gezien 2026-07-02 15:27 Fiche UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - HANDELSPRAKTIJKEN Vrije woorden: W.H.P.C - product niet beschermd als intellectuele eigendom - verwarring in de zin van W.H.P.C toch mogelijk - reclame maken met de afbeelding van een product van de concurrent, dat men zelf niet verkoopt, is in dit geval verwarrend en strijdig met artikel 23.8° W.H.P.C. Tekst van de beslissing in de zaak van : B.V.B.A. ACA PHARMA, met maatschappelijke zetel te 8790 Waregem, Textielstraat 24 en met ondernemingsnummer 0416 121 783, appellante, hebbende als raadsman mr. Mario Vandeghinste, advocaat met kantoor te 8020 Oostkamp, Kevergemdreef 3, tegen B.V.B.A. ALAN C. TRADING, met maatschappelijke zetel te 8790 Waregem, Kalkhoevestraat 1 en met ondernemingsnummer 0480 239 971, geïntimeerde, hebbende als raadsman mr. Dirk Fourneau, advocaat met kantoor te 8790 Waregem, F. Verhaeghestraat 46, velt het Hof volgend arrest : I. Bestreden beslissing - Rechtspleging in hoger beroep
- Bestreden beslissing: De beschikking van de Voorzitter van de rechtbank van koophandel te Kortrijk, die zitting had zoals in kort geding (05/1592/A) van 28 november
- Geïntimeerde was oorspronkelijk de eisende partij, appellante was in eerste aanleg de verwerende partij.
- Het hoger beroep is ingesteld bij verzoekschrift van 27 februari
- Het is tijdig en regelmatig naar de vorm. Een akte van betekening wordt niet voorgelegd. Het Hof heeft artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken in acht genomen. De procedure gebeurde op tegenspraak. II. Overblijvende betwisting - Feiten - Procedure in eerste aanleg
- De overblijvende betwisting in hoger beroep betreft de vraag of appellante bij het maken van publiciteit gebruik kan maken van de afbeeldingen van product(en) waarop het logo van Point Rouge voorkomt.
- Voor de uiteenzetting van de feiten verwijst het Hof naar de uiteenzetting van de eerste rechter, die het juist bevindt en bijtreedt. ¿Tussen dhr P.A en Omega Pharma kwam op 29 juli 1998 een overeenkomst tot stand waarbij dhrA zijn handelszaak overdroeg aan Omega Pharma voor de prijs van 1.000.000 Bef. Op dezelfde datum ontstond tussen voormelde partijen een samenwerkingsovereenkomst waarbij dhrA er zich toe verbond om Omega Pharma advies te verlenen op commercieel vlak en dit tegen de prijs van 150.000 Bef. per maand. Op 31 maart 2004 kwam tussen ACA Pharma BVBA, voorheen Omega Pharma NV en dhrA een dading tot stand waarbij aan dhrA een beëindigingvergoeding van euro 43.380 werd betaald en waarbij partijen afzagen van elke andere vordering die uit hoofde van de samenwerkingsovereenkomst kon ontstaan. Op 5 mei 2003 had dhrA samen met zijn echtgenote mw F.K de BVBA Alan C. Trading opgericht, waarin beide echtgenoten tot zaakvoerder werden benoemd. Op 29 september 2004 heeft dhrA zijn ontslag ingediend als zaakvoerder. Bij brief van 24 januari 2005 liet Alan C. Trading aan ACA Pharma weten dat zij sedert 1 januari 2005 exclusief invoerder was geworden van het merk Point Rouge en dat zij omwille van de zwakke verkoopsresultaten van ACA Pharma, het kopiëren van de producten, het verzieken van de markt wegens ongeoorloofde kortingen, het negativisme ten aanzien van Alan C. Trading en het gebruik van de merknaam van Point Rouge bij het voeren van publiciteit om dan andere producten te leveren, ACA Pharma niet langer als een bevoorrecht afnemer kunnen beschouwen zodat zij vanaf die datum nog uitsluitend tegen de normale tariefprijzen hun producten kunnen bekomen. Verder wordt verbod opgelegd nog langer de naam van Point Rouge te gebruiken. Bij brief van de raadsman van Alan C. Trading van 4 april 2005 wordt ACA Pharma in gebreke gesteld om alle afbeeldingen van de apothekerskruisen van haar website te halen vermits zij reclame maakt voor de verkoop van apotheekkruisen met de vermelding van de namen van het merk Point Rouge zoals Fine star, Full star, Nove, Moon, Multi, enz., hetgeen misleidend en verwarringstichtend zou zijn. Bij brief van 7 april 2005 bevestigt de raadsman van Alan C. Trading dat ACA Pharma haar website licht heeft aangepast zodat het logo van Point Rouge op de foto's niet meer zichtbaar is. Hij stelt echter dat zij verder de namen en de afbeeldingen van de kruisen van Point Rouge blijft gebruiken, zodat er nog steeds sprake is van misleidende en verwarringstichtende reclame en er sprake is van parasitaire mededinging. Hij sommeert ACA Pharma om alle afbeeldingen van de kruisen van de website te verwijderen. In de brief van de raadsman van ACA Pharma van 8 april 2005 wordt gesteld dat ACA Pharma geen gebruik maakt van het merk Point Rouge of voorhoudt kruisen van Point Rouge te verkopen. ACA Pharma koopt immers via een andere leverancier kruisen in, terwijl er van een inbreuk op enig patent geen sprake kan zijn. Verder wijst hij erop dat zijn cliënte wel degelijk nog kruisen van het merk Point Rouge kan verkopen via afname bij Alan C. Trading zodat zij nog reclame voor deze producten kan maken. Verder wordt ontkend dat er foto's uit de folder van Alan C. Trading werden overgenomen, doch dat veeleer het tegenovergestelde het geval is. Tot slot wordt erop gewezen dat de typenamen van de kruisen door geen enkel depot beschermd zijn zodat er geen rechtsbescherming kan worden ingeroepen. Bij brief van 14 april 2005 reageert de raadsman van Alan C. Trading door erop te wijzen dat zijn cliënte bij brief van 24 januari 2005 ACA Pharma verbod had opgelegd om nog reclame te maken voor kruisen van Point Rouge en dat Alan C. Trading zich steunt op de wet op de handelspraktijken, in het bijzonder art. 23 en
- Bij brief van 15 april 2005 bevestigt de raadsman van ACA Pharma dat er geen sprake kan zijn van een vordering op basis van art. 23 en 93 WHPC rekening houdend met de bepaling van artikel 96 WHPC. Bovendien bevestigt hij dat er geen gebruik wordt gemaakt van het merk Point Rouge, zij foto's van haar eigen realisaties mag blijven gebruiken, er geen inbreuk op een patent wordt aangetoond en er geen inbreuk is op art. 23 en 93 WHPC. Vermits geen regeling tussen partijen kon gevonden worden, liet Alan C. Trading bij exploot betekend op 25 april 2005 overgaan tot dagvaarding. Uit een offerte door ACA Pharma gericht aan apotheker Vermeulen uit Izegem blijkt dat er foto's zijn in opgenomen waarop onder meer het logo van Point Rouge te herkennen valt.¿
- De eerste rechter: - verklaarde de hoofdeis gedeeltelijk gegrond, de tegeneisen van huidige appellante ongegrond; - stelde een overtreding vast van artikel 23,3° en 8° en 93 WHPC; - beval huidige appellante ¿op te houden met elke verdere overtreding van ¿bovengenoemd artikel¿, meer bepaald, elke publicatie, onder welke vorm ook, die dient voor de verkoop van een product, inzonderheid publicitaire middelen voor de apotheker dat door haar of voor haar via een leverancier (andere dan Point Rouge) wordt gemaakt, waarbij ter illustratie van het door haar aangeboden product gebruik wordt gemaakt van een afbeelding van een product van het merk Point Rouge en legt verder verbod op de folder van oktober 2004 waarin voormelde techniek werd toegepast verder te verspreiden dit alles onder verbeurte van een dwangsom van 1.000,00 EUR per vastgestelde inbreuk per dag vanaf de betekening van het vonnis.¿. III. Grieven - Voorwerp van het hoger beroep
- Appellante werpt op dat: - het stakingsbevel strijdig is met de motivering van de eerste rechter met betrekking tot het toegelaten gebruik van de afbeeldingen van de modellen van apotheekkruisen van het merk Point Rouge, op zichzelf en in de totaalrealisaties van appellante; - haar twee tegeneisen ten onrechte verworpen werden. Zij herneemt de argumentatie die zij in eerste aanleg ontwikkelde.
- De B.V.B.A. Alan C. Trading vordert het hoger beroep ongegrond te verklaren en het bestreden vonnis integraal te bevestigen. Ter zitting bevestigt zij nogmaals het gedeelte van het vonnis waarin haar een deel van haar vordering verworpen is, niet te bestrijden. Zij vraagt het vonnis integraal te bevestigen. IV. Beoordeling De oorspronkelijke hoofdvordering
- De eerste rechter heeft de vordering met betrekking tot de publiciteit op grond van de volgende relevante overwegingen terecht gegrond verklaard. ¿
- De vordering in de mate dat ertoe strekt verbod op te leggen de afbeelding van de modellen van de apotheekkruisen van Noveclair - Point Rouge te tonen 3.l . Het verbod op de afbeelding van de modellen van Point Rouge In de mate dat de vordering er op zou gericht zijn een verbod op te leggen om de modellen van apothekerskruisen nog langer af te beelden, dient opgemerkt dat de modellen die door Point Rouge worden aangemaakt geen enkele vorm van bescherming genieten en in principe dus vrij kunnen nagemaakt worden. Dit gegeven wordt overigens door Alan C. Trading niet betwist, nu, los van de vraag of zij hiertoe belang zou hebben, geen vordering instelt om de namaak van de modellen te horen verbieden. Rekening houdend met het feit dat omtrent dit punt geen betwisting wordt gevoerd, dient het ACA Pharma toegelaten te worden om eveneens deze modellen af te beelden teneinde haar waren aan de consument aan te bieden. De vordering in de mate dat ze erop gericht is om een algemeen verbod op te leggen om de modellen af te beelden is dan ook ongegrond. 3.
- Het verbod afbeeldingen te publiceren van een product waarop het logo van Point Rouge staat Tot slot stelt Alan C. Trading dat ACA Pharma foto's van producten toont met het logo van Point Rouge op waardoor zij de indruk wekt dat zij dergelijke producten verdeelt hetgeen niet het geval is, hetgeen misleidende en verwarringstichtende reclame zou uitmaken. Zij verwijst hiervoor naar de brochure van ACA Pharma en de offerte van 3 juni
- Zij doelt hierbij op de door haar aangehaalde wetsbepaling van art. 23,1°, 3°, 8° en 9° WHPC die bepalen dat "dat onverminderd andere wettelijke of reglementaire bepalingen, elke reclame verboden is: 1° die beweringen, gegevens of voorstellingen bevat die kunnen misleiden omtrent de identiteit, de aard, de samenstelling, de oorsprong, de hoeveelheid, de beschikbaarheid, de wijze en de datum van vervaardiging, of de kenmerken van een produkt of de gevolgen voor het leefmilieu; onder kenmerken dient te worden verslaan de voordelen van een produkt, onder meer vanuit het oogpunt van zijn eigenschappen, van zijn gebruiks-mogelijkheden, van de resultaten die van het gebruik ervan kunnen worden verwacht, (van de voorwaarden waaronder het kan worden verkregen, onder meer de prijs of de wijze van vaststelling daarvan, alsmede de wezenlijke kenmerken van de tests of controles die op het product werden verricht en van de diensten die ermee gepaard gaan); 3° die beweringen, gegevens of voorstellingen bevat die kunnen misleiden omtrent de identiteit of de kwaliteiten van de verkoper van een produkt of dienst; 8° die (onverminderd de bepalingen voorzien in artikel 23bis) gegevens bevat waardoor verwarring kan ontstaan met een andere verkoper, zijn produkten, zijn diensten of zijn activiteit; 9° die betrekking heeft op een aanbod van produkten of diensten, als de verkoper niet over een toereikende voorraad beschikt of niet werkelijk de diensten kan verlenen die, gelet op de omvang van de reclame, normalerwijze moeten voorzien zijn; " 3.2.
- Reclame In eerste instantie dient nagegaan te worden in welke mate de door Alan C. Trading aangehaalde publicaties als reclame dienen te worden beschouwd in de zin van de wet op de handelspraktijken. Art. 22 WHPC bepaalt in dit verband dat "voor de toepassing van deze wet wordt als reclame beschouwd elke mededeling die rechtstreeks of onrechtstreeks ten doel heeft de verkoop van produkten of diensten te bevorderen, met inbegrip van onroerende goederen, rechten en verplichtingen, ongeacht de plaats of de aangewende communicatiemiddelen. " De vermeldingen in een brochure en op een offerte hebben beide tot doel de verkoop van een product te bevorderen, zodat zij beide dienen gezien te worden als reclame in de zin van de wet op de handelspraktijken. 3.2.
- Inbreuk op art. 23 WHPC 3.2.2.
- De brochure ACA Pharma stelt dat deze brochure is gedateerd van oktober 2004, hetzij voor de datum waarop Alan C. Trading exclusief invoerder van Point Rouge werd, en allen betrekking hebben op realisaties die zij heeft verricht gedurende de tijd dat zij kruisen van het merk Point Rouge verdeelde. Zij stelt dat zij elk jaar in oktober haar brochure verandert, waaruit dient afgeleid te worden dat zij deze brochure gedurende een volledig jaar gebruikt om het geïnteresseerd cliëntèle op de hoogte te brengen van haar producten. Nazicht van de brochure leert dat deze inderdaad gedateerd is ¿oktober 2004', zodat het ACA Pharma bezwaarlijk kwalijk kan genomen worden dat zij alsdan foto's opnam van door haar geplaatste kruisen waarop duidelijk het merk `Point Rouge' kan gezien worden. Op dat ogenblik leverde zij immers nog steeds dergelijke kruisen. Inmiddels is de situatie derwijze veranderd in die zin dat uit de conclusies van beide partijen blijkt dat ACA Pharma op geen enkele wijze nog kruisen van het merk Point Rouge aan haar cliëntèle verkoopt doch deze laat maken door een andere leverancier, zodat de vraag rijst of ACA Pharma nog deze brochure kan gebruiken om ze toe te sturen aan potentiële klanten. ACA Pharma is van oordeel dat dit geen enkel probleem kan vormen vermits de foto's allen betrekking hebben op realisaties die zij heeft verricht en zij op die wijze aan het geïnteresseerd publiek kan aantonen wat de mogelijkheden zijn. Het gebruik van dergelijke foto's zou haar niet kunnen verboden worden. Verder stelt zij dat er van verwarring geen sprake kan zijn vermits op elke bladzijde haar naam staat vermeld en er nergens sprake is van Point Rouge. Wat de realisaties betreft, zijn Wij van oordeel dat in dit geval een onderscheid dient gemaakt te worden tussen leveringen die, door ACA Pharma zijn verricht binnen het kader van een totaal concept waarbij het gebruikte product slechts een onderdeel vormt. Zo is de Totem Inox constructie op pagina 14 van de folder een totaal concept waarbij het geplaatste kruis (dat bij nader inzicht een kruis van het merk Point Rouge blijkt te zijn) eerder van ondergeschikt belang is. De nadruk van de foto ligt duidelijk op de totemconstructie. Dergelijke afbeeldingen zou ACA Pharma nog in haar brochures kunnen aanwenden teneinde haar mogelijkheden aan te prijzen. Deze redenering geldt echter niet voor het gros van de gebruikte afbeeldingen waarbij de realisaties niets meer blijken te zijn dan het bevestigen van een bij Point Rouge aangekocht product, waarbij de foto alsdan niet de mogelijkheden van ACA Pharma gaat aanduiden in het kader van een totaal concept doch uitsluitend wordt aangewend als voorbeeld van het te plaatsen product. Wij zijn van oordeel dat in hoofde van een toekomstige klant op die wijze verwarring kan ontstaan nopens de herkomst van de geleverde producten. Het feit dat op de brochure uitsluitend het woord Aca Pharma staat en er geen gebruik wordt gemaakt van het merk Point Rouge is niet afdoend om deze verwarring te verhinderen. De brochure maakt immers geen gewag van het feit dat de geleverde kruisen geproduceerd worden door Aca Pharma of een leverancier van haar, hetgeen overigens normaal voorkomt nu in de periode dat de brochure werd gedrukt Aca Pharma nog de mogelijkheid had om kruisen van Point Rouge te verdelen. Nu vaststaat dat zij dergelijke kruisen niet meer verdeelt, doch wel quasi identieke kruisen van een andere leverancier, dient aangenomen te worden dat verdere verspreiding van de brochure verwarring kan doen ontstaan in hoofde van de klanten nopens de geleverde producten, waardoor ACA Pharma zich schuldig maakt op een inbreuk op art. 23, 3° en 8° WHPC. 3.2.2.
- De offerte In de offerte die ACA Pharma heeft opgesteld op 3 juni 2005 geeft zij prijs voor een toestel NOVE waarbij zij twee foto's van het product toont (bevestiging muur en bevestiging paal) en een foto waarbij de totemconstructie wordt getoond. De foto waarbij het kruis op de muur is bevestigd toont onloochenbaar het logo van Point Rouge, terwijl er nergens in de offerte staat vermeld dat het geleverde kruis hetzij een eigen makelij is, hetzij een makelij van een derde. Dergelijke wijze van opstellen van offertes schept verwarring in hoofde van de klant, die mag verwachten dat hij liet afgebeeld product (m.a.w. een kruis van Point Rouge) zal verkrijgen. Ook deze wijze van handelen houdt een inbreuk in op de voormelde leden van art. 23 WHPC. Het komt derhalve aangewezen voor om overeenkomstig art 95 WHPC een stakingsverbod uit te vaardigen met betrekking tot de door Aca Pharma gevoerde publiciteit zoals in het dispositief van dit vonnis bepaald. Om te voorkomen dat het bevel tot staken dode letter blijft, past het om, zoals door eiseres gevraagd, overeenkomstig artikel 1385 bis en ter Ger.W., een dwangsom op te leggen. De dwangsom moet als afschrikking dienen voor verweerster en vermijden dat zij het opgelegde verbod negeert. Aan de voormelde doelstelling wordt in het voorliggend geval voldaan door een dwangsom van 1.000,00 EUR op te leggen per vastgestelde inbreuk per dag vanaf de betekening van het vonnis.¿
- Het volgende wordt nog toegevoegd. Het is niet omdat de producten die geïntimeerde verdeelt niet beschermd zijn en niet kunnen beschermd worden door het recht inzake intellectuele eigendom, dat appellante niet toch dermate gebruik kan maken van het logo van geïntimeerde in de publiciteit van appellante dat de consument in verwarring gebracht wordt. In de mate appellante reclame maakt met een product van geïntimeerde, terwijl zijzelf een ander product verkoopt, kan appellante geen gebruik maken van de afbeeldingen van de producten van geïntimeerde. Verwarrend of mogelijks verwarrend is de suggestie in de reclame van appellante dat appellante apotheekkruisen van het merk Point Rouge verkoopt en levert, terwijl zij in werkelijkheid aan haar klanten een ander product levert, dat enkel gelijkaardig oogt, maar niet afkomstig is van de leverancier van de Point Rouge kruisen. Dit is des te meer het geval, nu uit de feiten van de zaak blijkt dat appellante geen Point Rouge kruisen (meer) aankoopt bij geïntimeerde (nu zij enkel nog kan aankopen bij geïntimeerde zonder extra gunstige voorwaarden, maar aan de gewone prijs zonder korting en tegen contante betaling) en nu zij niet geslaagd is in haar poging om deze rechtstreeks bij de Franse verkoper aan te kopen. Appellante verkoopt de kruisen van Point Rouge derhalve niet meer. Zij kan er dan ook geen gebruik van maken in haar publiciteit en aanbiedingen. Waar het middel van appellante op een eerste gezicht dan ook terecht leek, dat een tegenstrijdigheid aanwezig was tussen de motivering van het bestreden vonnis en het dispositief ervan, meer bepaald het stakingsbevel, blijkt uit de feiten en met name uit het feit dat appellante geen kruisen van Régénéon met de rode bol van Point Rouge verkoopt, ook niet in de constructies die zij creëert, zij geen reclame kan maken met producten met het logo van Point Rouge. De overweging die appellante op p 8 van haar syntheseconclusie citeert en waaruit zij de strijdigheid tussen overweging en dispositief afleidt, heeft trouwens betrekking op de Totem Inox en is niet te veralgemenen. Het bestreden vonnis bevat ook geen tegen-strijdigheid tussen de punten 3.
- en 3.2., noch tussen 3.
- en het stakingsverbod, nu de modellen van Régénéon als zodanig vrij te kopiëren zijn. Het oordeel van de eerste rechter is dan ook terecht. In de mate in het stakingsbevel verwezen wordt naar ¿het merk¿ Point Rouge en dit niet bestaat, dient het dispositief van het bestreden vonnis aangepast te worden en in de plaats van de zinsnede ¿van een product van het merk Point Rouge¿ moet gelezen worden ¿van een product met het logo van Point Rouge¿. Bovendien wordt de dwangsom beperkt tot een maximum van euro 50.000,
- Het bestreden vonnis wordt hervormd in die zin. Het feit dat de naam van de Franse leverancier niet wordt vermeld in de reclame van appellante verandert niets aan het voorgaande. De opmerkingen van appellante dat de kruisen dermate banaal zijn dat zij niet voor intellectueelrechtelijke bescherming in aanmerking komen, zijn niet relevant in het kader van het voorliggende geschil. De oorspronkelijke tegeneis: schending van artikel 23,8° en 93 WHPC
- Terecht verwierp de eerste rechter dit onderdeel van de tegeneis in de volgende relevante bewoordingen. ¿ACA Pharma is van oordeel dat Alan C. Trading een inbreuk pleegt op art. 23 WHPC door op de folder het bovenlichaam van dhrA af te beelden met de slogan ¿twintigjarige vertrouwensrelatie', daar waar Alan C. Trading pas sedert 1 januari 2005 licentiehouder is van Point Rouge. Alhoewel het correct is dat Alan C. Trading pas sedert 1 januari 2005 exclusief invoerder is van Point Rouge, is de rechtbank van oordeel dat geen inbreuk op art. 23 kan worden weerhouden. ACA Pharma betwist immers niet dat dhrA dergelijke langdurige ervaring heeft in de sector van de publiciteit bij apothekers, terwijl zij verder evenmin betwist dat dhrA in dienst is van Alan C. Trading. Er is dan ook geen reden voorhanden waarom Alan C. Trading in haar reclame geen melding zou mogen maken van de ervaring die bij haar in hoofde van dhrA aanwezig is en er geen verwarring kan ontstaan in hoofde van het cliëntèle. De tegeneis is dan ook ongegrond.
- Hieraan wordt nog toegevoegd dat uit niets blijkt dat geïntimeerde of de HeerA zou ¿geteerd¿ hebben op de prestaties van appellante en haar rechtsvoorganger. Uit de voorgelegde stukken van deze zaak wordt besloten dat de HeerA een relevante werkervaring opgebouwd heeft en dat niet aangetoond is dat hij of geïntimeerde het relevante publiek misleidt, er verwarring bij sticht of zich schuldig zou maken aan parasitaire mededinging. De oorspronkelijke tegeneis: de schadevergoeding wegens tergend en roekeloos geding en de vordering tot verhaalbaarheid van de kosten en erelonen van een raadsman.
- Gelet op het voorgaande is ook dit deel van het hoger beroep en van de oorspronkelijke vordering ongegrond. Conclusie
- Het hoger beroep is ongegrond. Het bestreden vonnis wordt bevestigd, behalve zoals hiervoor en hierna bepaald.
- Op grond van de artikelen 1042 en 1017 Ger. Wb. wordt appellante tot betaling van de kosten veroordeeld. De kleine aanpassingen aan het bestreden vonnis rechtvaardigen geen andere verdeling van de kosten. V. Beslissing Het hoger principaal beroep is toelaatbaar, maar ongegrond. Het bestreden vonnis wordt bevestigd, behalve: - waar in het dispositief ¿van het merk¿ staat; dit wordt vervangen door ¿met het logo van¿; - waar de dwangsom onbeperkt was; thans wordt een maximum van euro 50.000,00 opgelegd. Het Hof veroordeelt appellante tot betaling van de kosten, begroot als volgt: Geïntimeerde: rechtsplegingvergoeding hoger beroep: euro 242,94 Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van het Hof van beroep te Gent, zevende kamer, recht doende in burgerlijke zaken op negentien maart tweeduizend en zeven. Aanwezig : H. Debucquoy, kamervoorzitter, G. Vanderstichele, raadsheer, G. De la Ruelle, raadsheer, A. Ferdinande, griffier. Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div