← België

ECLI:BE:HBGNT:2007:ARR.20070329.3

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Gent Vonnis/arrest van 29 maart 2007 ECLI nr: ECLI:BE:HB

§1B.W.

zij gerechtigd is om over te gaan tot omzetting van haar vruchtgebruik waarbij zij: ¿ in hoofdorde vraagt dat deze omzetting zou gebeuren tegen een geldsom, begroot op euro 18.065,63; ¿ in subsidiaire orde vraagt dat een notaris zou worden aangesteld teneinde de waarde van het vruchtgebruik op datum van de omzetting te bepalen en alsdan geïntimeerde te horen veroordelen tot betaling van de door de notaris vast te stellen geldsom, vermeerderd met de interesten vanaf de omzettingsdatum alsook tot de notariskosten. Tevens vraagt zij om geïntimeerde te horen veroordelen tot de kosten van beide instanties zoals door haar aan haar zijde nader begroot. Zij volhardt hierin in haar conclusie, met dien verstande dat zij vordert dat hoe dan ook een notaris zou worden aangesteld om de waarde van het vruchtgebruik op datum van omzetting te bepalen. 2.

  1. Geïntimeerde concludeert tot de ongegrondheid van het hoger beroep en verzoekt dat hof het bestreden vonnis volledig zou bevestigen. Tevens verzoekt zij dat het hof zou zeggen voor recht dat appellante tot de belegging van de gelden en de deponering van de effecten aan toonder dient over te gaan binnen de 5 dagen na betekening van het tussen te komen arrest, op straffe van een dwangsom van 100,00 euro per dag vertraging. Tenslotte vraagt geïntimeerde dat appellante zou worden veroordeeld tot de kosten van beide instanties, zoals door haar aan haar zijde nader begroot.
  2. middelen van partijen en beoordeling 3.
  3. Het bestreden vonnis werd ten verzoeke van geïntimeerde betekend aan appellante op 7 februari 2005 en door appellante werd tijdig en regelmatig hoger beroep ingesteld. 3.
  4. Appellante is zowel krachtens de contractuele erfstelling voorzien in de akte verleden door notaris Thevelin Joseph op 14 december 1972 als krachtens artikel 754 B.W. vruchtgebruikster van de nalatenschap van wijlen L.G, terwijl geïntimeerde de (enige) naakte eigenaar is van deze nalatenschap. Op grond van artikel 745 ter B.W. kan geïntimeerde als naakte eigenaar eisen dat er van de met vruchtgebruik belaste roerende goederen een boedelbeschrijving wordt opgemaakt, dat de geldsommen belegd worden en dat de effecten aan toonder, naar keuze van de langstlevende echtgenoot, worden omgezet in inschrijvingen op naam of gedeponeerd op een gemeenschappelijke bankrekening. Het feit dat geïntimeerde over dit vorderingsrecht beschikt staat buiten betwisting. Daarenboven betreft het hier een verplichting voor de naakte eigenaar die steeds kan worden afgedwongen, zonder dat de rechter terzake een beoordelingsvrijheid heeft. Door appellante wordt evenwel bij tegeneis onder

§1B.W.

de omzetting van het vruchtgebruik gevraagd. In die omstandigheden is het duidelijk dat indien deze gevraagde omzetting van het vruchtgebruik door appellante gegrond zou worden verklaard de vordering van geïntimeerde zonder voorwerp zal zijn. 3.3. Krachtens artikel 745 quater §1 B.W. kan wanneer de blote eigendom behoort aan de afstammelingen van de vooroverleden echtgenoot, aan zijn geadopteerde kinderen of aan de afstammelingen van dezen, de langstlevende echtgenoot of een van de blote eigenaars vorderen dat het vruchtgebruik geheel of ten dele wordt omgezet, hetzij in volle eigendom hetzij in een geldsom, hetzij in een geïndexeerde rente. Het staat buiten betwisting dat appellante overeenkomstig deze wetsbepaling de omzetting van het vruchtgebruik kan vorderen. Evenwel is, wanneer zoals in casu de vordering uitgaat van de langstlevende en deze in samenloop komt met afstammelingen, de rechter niet verplicht om de omzetting toe te staan. Terzake dient onderzocht te worden of de vordering in omzetting kan worden gegrond verklaard, rekening houdende met de billijkheid en de belangen van alle in de zaak betrokken partijen. Zo mag de omzetting er niet toe strekken aan één partij een onverantwoord voordeel toe te kennen noch haar tot nadeel strekken. De belangen van de partijen moeten in de mate van het mogelijke naar objectieve maatstaven worden afgewogen. Het standpunt van appellante dat de rechter de omzetting van het vruchtgebruik niet kan weigeren om billijkheidsredenen en hij dit enkel kan weigeren wanneer zulks de belangen van een onderneming of van beroepsarbeid ernstig zou schaden kan dus niet worden onderschreven. Immers, enkel wanneer de langstlevende echtgenoot in samenloop komt met andere personen dan afstammelingen van de vooroverleden echtgenoot beschikt de rechter overeenkomstig artikel 745 quater §2 B.W. over een minder uitgebreide beoordelingsmacht m.n.: - moet hij in de regel de omzetting toestaan als de langstlevende deze binnen de 5 jaar eist tegen andere blote eigenaars dan afstammelingen (artikel 745 quater §2, alinea 2 B.W.), waarbij laatstgenoemden dan enkel als verweer kunnen inroepen dat de omzetting de belangen van een onderneming of van een beroepsarbeid ernstig zou schaden (artikel 745 quater §2, alinea 3 B.W.); - kan hij, indien hij het billijk acht wegens omstandigheden die eigen zijn aan de zaak, de vordering tot omzetting toewijzen, die is ingesteld: ¿ hetzij door een andere blote eigenaar dan de afstammelingen bedoeld in artikel 745 quater § 1 B.W.. ¿ hetzij door de langstlevende na de termijn van 5 jaar; en dit conform het bepaalde in artikel 745 quater §2 alinea 4 B.W.. Deze hypothese doet zich in casu evenwel niet voor nu appellante als langstlevende echtgenoot in samenloop komt met een afstammeling van haar vooroverleden echtgenoot en derhalve artikel 745 quater §1 B.W. van toepassing is. Deze bepaling spreekt overigens van het feit dat de langstlevende echtgenoot of een van de blote eigenaars de omzetting kan ¿vorderen¿ terwijl artikel 745 quater §2 alinea 2 B.W. bepaalt dat in deze hypothese de langstlevende echtgenoot de omzetting kan ¿eisen¿. In tegenstelling tot hetgeen de eerste rechter aannam is het hof, alle omstandigheden in acht genomen, evenwel van oordeel dat er geen redenen zijn om de vraag van appellante tot omzetting van het vruchtgebruik te weigeren. Weliswaar werd door appellante de omzetting van het vruchtgebruik van de goederen afhangende van de nalatenschap van haar overleden echtgenoot pas effectief in rechte gevorderd nadat zij zelf was gedagvaard door haar dochter om toepassing te maken van artikel 745 ter B.W., doch terzake: - dient vastgesteld te worden dat in het proces-verbaal van sluiting d.d. 7 oktober 2002 van de boedelbeschrijving die werd opgesteld door notaris Vandenberghe Bruno voornoemd appellante reeds verklaarde dat zij zich het recht voorbehield om de omzetting van het vruchtgebruik met betrekking tot de gelden te vragen.; - heeft het feit dat geïntimeerde quasi onmiddellijk na het afsluiten van de boedelbeschrijving, met name op 13 november 2002, als eerste overging tot het inleiden van onderhavige procedure voor de eerste rechter teneinde de toepassing van artikel 745 ter B.W. te vorderen, geen relevantie voor de beoordeling van de vraag tot omzetting die alsdan door appellante werd geformuleerd. Tevens dient gesteld dat de ratio legis van het omzettingsrecht niet enkel gelegen is in het ondervangen van de (soms) zware economische nadelen die kunnen verbonden zijn aan het vruchtgebruik omdat met vruchtgebruik bezwaarde goederen geïmmobiliseerd zijn, doch ook in het ondervangen van de spanningen tussen vruchtgebruiker en naakte eigenaars o.m. wat betreft de bijdragen in de kosten van met vruchtgebruik belaste goederen. Rekening houdende met: - het feit dat er duidelijk een grote onenigheid bestaat tussen appellante en haar enige dochter; - de leeftijd van appellante die met zich meebrengt dat de waarde van het vruchtgebruik van de goederen afhangende van de nalatenschap van wijlen haar echtgenoot eerder gering is opzichtens de waarde van de naakte eigendom (zoals ten andere blijkt uit de berekening van notaris Himpe Eric d.d. 25 november 2002 - enig stuk appellante); - de beperkte opbrengst van de gelden die aanwezig waren in de nalatenschap en het feit dat appellante, mede in acht genomen haar leeftijd, in staat moet zijn over de nodige financiën te beschikken voor haar verzorging en onderhoud; is het hof van oordeel dat op het verzoek van appellante tot omzetting van het vruchtgebruik kan worden ingegaan. Artikel 745 quater §1 B.W. vermeldt drie mogelijke wijzen van omzetting van het vruchtgebruik m.n.: - in volle eigendom van met vruchtgebruik belaste goederen; - in een geldsom; - in een geïndexeerde en gewaarborgde rente. Deze door de wetgever vermelde opsomming is - in tegenstelling tot hetgeen geïntimeerde vooropstelt ¿ niet bindend voor de rechter die bij de omzetting een andere modaliteit kan aanwijzen die hem in het specifiek geval als beter passend voorkomt. Waar: - appellante in conclusies aanbood om een bedrag van 18.065,63 euro te betalen aan geïntimeerde; - uit het schrijven van notaris Himpe Eric d.d. 25 november 2002 blijkt dat dit bedrag zou overeenstemmen met de waarde van de blote eigendom waarop geïntimeerde gerechtigd is; is zulks niet als een omzetting van het vruchtgebruik in een som geld te beschouwen, gezien bij deze modaliteit van omzetting de langstlevende echtgenoot afstand doet van zijn rechten in vruchtgebruik in ruil voor een som geld te betalen door de naakte eigenaar(

  1. s)die gelijk is aan de waarde van het afgestane vruchtgebruik. De wijze van omzetting in volle eigendom van met vruchtgebruik bezwaarde goederen onderstelt dat aan de vruchtgebruiker enerzijds en aan de naakte eigenaar anderzijds bepaalde goederen, met vruchtgebruik bezwaard, geheel of ten dele in volle eigendom ter voldoening van hun onderscheiden rechten worden toebedeeld. Daarbij zal desgevallend aanleiding zijn tot opleg zoals dit het geval is bij de verdeling. Nochtans dient bij de omzetting geen toepassing gemaakt te worden van de zeer strikte regels van de verdeling, die in principe een verdeling in natura eisen met toebedeling aan elk van de deelgenoten van evenveel goederen van dezelfde aard. Het gaat in casu immers om een omzetting en niet om een verdeling ook al worden de partijen (vruchtgebruiker en blote eigenaar) in hun rechten voldaan bij middel van goederen uit het erfelijk vermogen. Het aandeel van de gerechtigden (in casu geïntimeerde), in volle eigendom omgezet, zal immers praktisch nooit een gevoeglijke verdeling in natura toelaten. Er dienen dus geen kavels te worden gevormd die nadien bij lottrekking moeten worden toebedeeld, doch het is de rechter die, op soevereine wijze en rekening houdende met de respectieve belangen van de partijen, bepaalt welke goederen in het deel van de vruchtgebruiker en welke in het deel van de naakte eigenaar(
  2. s)worden gelegd. Waar appellante dus de betaling voorstelt van een bedrag aan geïntimeerde is zulks wel degelijk als een omzetting in volle eigendom van met vruchtgebruik bezwaarde goederen te beschouwen gezien aldus: - zij volle eigenaar zou worden van de lichamelijke roerende goederen afhangende van de nalatenschap van wijlen haar echtgenoot en een (beperkt) deel van de onlichamelijke roerende goederen, zijnde de gelden; - geïntimeerde eveneens volle eigenaar zou worden van het grootste deel van de onlichamelijke roerende goederen, met name de gelden. Het hof is dan ook van oordeel dat, rekening houdende met de wederzijdse belangen van partijen, op de aldus door appellante gevraagde omzetting kan worden ingegaan en voor de waardebepaling van het vruchtgebruik overeenkomstig art. 745 sexies § 2 in fine B.W. een notaris dient te worden aangesteld nu de waarde van het vruchtgebruik dient bepaald te worden op het ogenblik van de omzetting en hiervoor niet kan teruggegrepen worden naar de begroting door notaris Himpe Eric die niet alleen éénzijdig is doch eveneens reeds 4 jaar oud. Wat de kosten van deze notaris betreft dienen deze ten laste te komen van beide partijen en dit in verhouding tot de respectieve waarde van de naakte eigendom en van het vruchtgebruik. 3.4. Gelet op hetgeen voorafgaat is de vordering van geïntimeerde om overeenkomstig artikel 745 ter B.W. de geldsommen afhangende van de nalatenschap van wijlen L.G te beleggen en de effecten aan toonder van deze nalatenschap te deponeren op een gemeenschappelijke rekening op naam van beide partijen, zonder voorwerp. Wat betreft de betaling van de kosten van de notariële boedelbeschrijving die overeenkomstig artikel 745 ter B.W. werd opgemaakt door notaris Vandenberghe Bruno is wettelijk geen regeling voorzien. Waar artikel 745 ter B.W. voorziet dat de naakte eigenaar een boedelbeschrijving kan eisen, kan mede gelet op de regeling voorzien in artikel 600 B.W. het standpunt van de eerste rechter bijgetreden worden dat de kosten van deze boedelbeschrijving ten laste vallen van appellante. 3.5. Aangaande de gedingkosten van beide instanties is het hof van oordeel dat deze, gelet op de hoedanigheid van partijen, dienen omgeslagen te worden tussen beide partijen. OP DIE GRONDEN, HET HOF, recht doende op tegenspraak, gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechts¬zaken; Verklaart het hoger beroep ontvankelijk en voor het merendeel gegrond. Doet het bestreden vonnis teniet, behoudens waar het appellante veroordeelde tot de kosten van de notariële boedelbeschrijving overeenkomstig artikel 745 ter B.W. opgemaakt door notaris Vandenberghe Bruno, met standplaats te Doornik, zijnde de som van 492 euro, meer de gerechtelijke interesten aan de wettelijke interestvoet vanaf datum vonnis tot de dag der algehele betaling. Opnieuw wijzende: - zegt voor recht dat de vordering van geïntimeerde om overeenkomstig artikel 745 ter B.W. de geldsommen afhangende van de nalatenschap van wijlen L.G te beleggen en de effecten aan toonder van deze nalatenschap te deponeren op een gemeenschappelijke rekening op naam van beide partijen, zonder voorwerp is, ingevolge de gegrondheid van de tegeneis van appellante; - verklaart de vordering van appellante ontvankelijk en in de navolgende mate gegrond: ¿ zegt voor recht dat appellante in

§1B.W.

gerechtigd is over te gaan tot de omzetting van haar vruchtgebruik op de nalatenschap van wijlen L.G en dit door betaling van de waarde van de naakte eigendom aan geïntimeerde; ¿ stelt notaris Allaer Ann, met standplaats te Ieper, aan teneinde de waarde van het vruchtgebruik op datum van de omzetting te bepalen en te handelen conform art. 745 sexies § 2 tweede lid in fine B.W.; ¿ stelt overeenkomstig artikel 1209 Ger.W. notaris Platteau Jan, met standplaats te Ieper, aan teneinde de niet verschijnende of weigerende partijen te vertegenwoordigen; ¿ zegt voor recht dat de kosten van de notarissen en de vereffeningsverrichtingen ten laste komen van beide partijen en dit in verhouding tot de respectieve waarde van de naakte eigendom wat betreft geïntimeerde en van het vruchtgebruik wat betreft appellante. Slaat de kosten om tussen partijen, deze kosten derhalve niet nuttig te begroten zijnde. Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van het hof van beroep te Gent, ELFDE KAMER, zetelende in burgerlijke zaken, op NEGENENTWINTIG MAART TWEEDUIZEND EN ZEVEN. aanwezig: S. DE BAUW, raadsheer M. RYDE, raadsheer A. COLPAERT, raadsheer D. VAN DEN DRIESSCHE, griffier Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.