← België

ECLI:BE:HBGNT:2007:ARR.20070911.11

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Gent Vonnis/arrest van 11 september 2007 ECLI nr: ECLI:BE:HBGNT:2007:ARR.20070911.11 Rolnummer: 2007/AR/2565 Rechtsgebied: Familierecht Invoerdatum: 2008-10-27 Raadplegingen: 148 - laatst gezien 2026-07-02 15:59 Fiche UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - SAMENWONEN - Feitelijk samenwonen Vrije woorden: Feitelijk samenwonen - einde - uitonverdeeldheidtreding - vordering nietigverklaring overeenkomst - gebrek aan geldige toestemming (morele dwang) en benadeling - overname onroerend goed - art. 577-2, §8 B.W. - mogelijke toepasselijkheid art. 887 e.v. B.W. o.a. art. 891 B.W. Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 577-2, §8 - 887 Tekst van de beslissing TUSSENARREST Heropening der debatten dd. 12-3-2009 om 10.30 h. - In de zaak met het rolnummer 2007/AR/2565 van : VDJP, arbeider, wonende te .... appellant tegen het vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Dendermonde, op tegenspraak gewezen door de derde kamer dd. 1-2-2007, oorspronkelijk eiser op hoofdeis en verweerder op tegeneis, hebbende als raadsman mr. D'HONDT Jeroen, advocaat te 9300 Aalst, Eikstraat 43 tegen : DVB arbeidster, wonende te .... geïntimeerde, oorspronkelijk verweerster op hoofdeis en eiseres op tegeneis, hebbende als raadsman mr. SUY Geert, advocaat te 9300 Aalst, Aelbrechtlaan 18 velt het hof het volgend arrest.

  1. 1.
  2. Bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van dit Hof op 19 oktober 2007, heeft appellant tijdig en regelmatig naar de vorm hoger beroep ingesteld tegen een op 21 september 2007 betekend vonnis dat op 1 februari 2007 werd uitgesproken door de rechtbank van eerste aanleg te Dendermonde, derde kamer, en waarbij geoordeeld werd over de hoofdvordering van appellant werd en de tegenvordering van geïntimeerde. De eerste rechter verklaarde de hoofdvordering ongegrond en de tegenvordering gegrond in de volgende mate. Hij zegde dat partijen gebonden zijn door de onderhandse afstandsovereenkomst d.d. 22 oktober 2004 zoals nadien gewijzigd in die zin dat geïntimeerde verder instaat voor de afbetaling van de hypothecaire lening. Hij zegde verder voor recht: - dat binnen de 10 dagen nadat het vonnis in kracht van gewijsde is getreden partijen gehouden zijn te verschijnen voor notaris S. Meert teneinde over te gaan tot het verlijden van de authentieke akte van bekrachtiging afstand; - bij voormelde authentieke akte wordt overgegaan tot de uitonverdeeldheidtreding van het woonhuis met aanhorigheden en grond gelegen te .....conform het ontwerp van akte ‘bekrachtiging afstand' zoals opgemaakt door notaris Meert op 2 november 2005 met dien verstande dat geïntimeerde gemachtigd wordt de woning zonder opleg over te nemen en dat ze verder de hypothecaire lening zal afbetalen en de aktekosten zal dragen. In beroep herneemt appellant zijn vordering zoals deze was gesteld voor de eerste rechter, maar vordert bijkomend "te zeggen voor recht dat de betalingen die verzoeker verrichtte voor de schulden, aangegaan tijdens de concubinaatsrelatie elk voor de helft zullen worden gedragen vanaf beëindiging van de concubinaatsrelatie" In zijn laatste conclusies voor de eerste rechter vorderde appellant naast het voornoemde het volgende: - te zeggen voor recht dat de op 22.10.2004 getekende overeenkomst tot vereffening en verdeling en de gevolgen van deze overeenkomst dient vernietigd te worden uit hoofde van een wilsgebrek en/of benadeling; - te zeggen voor recht dat er op vervolging van de meest gerede partij en in aanwezigheid van de andere partij of deze laatste behoorlijk opgeroepen en desnoods vertegenwoordigd door de daartoe aangestelde notaris zal worden overgegaan tot de vereffening en verdeling, in de vormen voorzien door de wet, van de concubinaatsrelatie van partijen; - de aan te stellen notaris te gelasten met een inventaris van alle roerende goederen met verplichte eedaflegging door alle partijen in het geding; - notaris Danièle Breckpot te Aalst te gelasten met de verrichtingen van inventaris, eedaflegging, rekening, vereffening en verdeling van alle roerende goederen; - een tweede notaris aan te stellen met de opdracht zoals vermeld in artikel 1209, tweede lid Ger.W.; Voor de toepassing van artikel 780, eerste lid, 3° (artikel 748 bis Ger.W. ) vervangen de syntheseconclusies, die op 2 juni 2008 werden neergelegd, de gedinginleidende akte en de eerder genomen conclusies. 1.
  3. Geïntimeerde heeft haar middelen uiteengezet in haar syntheseconclusies, die neergelegd werden op 3 juni 2008 en die overeenkomstig artikel 748 bis van het Gerechtelijk Wetboek alle vorige conclusies vervangen. Zij vraagt dat het hoger beroep zou worden afgewezen als ongegrond en dat dienvolgens het vonnis zou bevestigd worden. Ze vraagt daarenboven dat appellant zou veroordeeld worden tot het betalen van een schadevergoeding van 1.500 EUR wegens tergend en roekeloos hoger beroep.
  4. 2.
  5. Partijen zijn in oktober 2004 uiteen gegaan nadat ze in hun jarenlange relatie van feitelijk samenwonenden drie kinderen hadden gekregen en samen een onroerend goed hadden aangekocht in december
  6. Appellant verliet zijn gezin waaronder een pas geboren kind - geboren op ...... - omwille van een nieuwe vriendin. Partijen ondertekende op 22 oktober 2004 hierna volgende overeenkomst: "BDV en PVDJ komen overeen dat de woning, ..... de volledige eigendom wordt van mij BDV en zij geen enkel bedrag daarvoor moet betalen aan de papa PVDJ. PVDJ zal verder alleen de lening voort betalen aan de bank (ING) zonder dat hij dat ooit zal terugvragen aan BDV en de papa PVDJ zal aan B voor de 3 kindjes samen een onderhoudsgeld betalen van 250 euro / maand. De kindjes zullen verder verblijven bij de mama B en zij zullen ook bij de papa op bezoek gaan, zoveel als ze zelf willen. Wij zullen daarin goed overeenkomen. Al wat in de woning staat blijft bij B." Geïntimeerde liet deze overeenkomst op 24 mei 2005 registreren nadat ze een bijkomende verklaring had opgeschreven waarbij ze het onroerend goed pro fisco schatte op 100.000 EUR Partijen deden elk beroep op een raadsman waardoor op 12 juli 2005 de notaris Meert is aangeschreven met de mededeling dat er tussen partijen een overeenkomst betreffende de overname van de woning was opgemaakt en dat deze overeenkomst werd gewijzigd in die zin dat geïntimeerde verder de afbetaling van de hypothecaire lening zal verrichten (terwijl ook de regeling met betrekking tot de kinderen een aanpassing heeft gekregen). Nadat de raadsman van geïntimeerde op 13.09.2005 had aangedrongen bij notaris Meert om werk te maken van de akte van overname werd een datum bepaald voor het verlijden van de akte nl. op 2 november
  7. In het op 17 oktober 2005 meegedeelde ontwerp van akte beging de notaris de vergissing te zeggen dat de hypothecaire lening verder zou betaald worden door appellant, die toen op een nieuwe raadsman beroep deed. Deze laatste vroeg toen een uitstel omdat zijn cliënt de overeenkomst zoals die toen voorlag, niet zou tekenen. Op 9 november 2005 kon de akte niet verleden worden wegens de afwezigheid van appellant. Appellant wijst erop dat er door hem betalingen zijn gedaan tot aflossing van de hypothecaire lening, o.a. via loonbeslag: volgens hem werd minstens 2.864,49 EUR betaald. Op zeker ogenblik zijn de maandelijkse aflossingen nog uitsluitend gedaan door geïntimeerde. Appellant beweert dat hij meer dan 16.000 EUR aan schulden betaalde en dat zich hieromtrent een regeling opdringt. 2.
  8. De eerste rechter stelde dat door appellant geen betwisting wordt gevoerd omtrent zijn akkoord met de wijzigingen aan de initiële overeenkomst. In beroep werd ook erkend dat er een gewijzigde overeenkomst tot stand kwam. Deze gewijzigde overeenkomst ziet hij als een gevolg van de initiële overeenkomst die ook bestreden wordt door de eis tot vernietiging.
  9. 3.
  10. Op 13 juli 2006 heeft appellant de geïntimeerde laten dagvaarden om uitspraak te horen doen over de rechtsgeldigheid van de overeenkomst van 22.10.
  11. Hij stelde immers dat er een geldige toestemming ontbreekt. Hij zou onder morele dwang hebben toegestemd. Daarnaast beroept hij zich op de benadeling (syntheseconclusies p. 3). Hij vermeldt als reden voor deze dagvaarding dat de pogingen om een vereffening en verdeling in der minne te laten gebeuren op niets uitdraaiden. De eerste rechter zegde dat enige morele dwang niet is bewezen. Dat is het eerste wat door appellant wordt betwist. Deze betwisting is volledig ten onrechte. Waar appellant in de dagvaarding voorhoudt dat geïntimeerde gedreigd heeft de kinderen ‘af te nemen' moet hij dit bewijzen, zo niet is er niet voldaan aan de eerste voorwaarde om te kunnen spreken van een wilsgebrek, geweld of dwang nl. de uitoefening van of dreiging met geweld of dwang. Appellant beweert dat de dwang kan afgeleid worden uit de inhoud van de overeenkomst. Hoe men die overeenkomst ook leest er kan nooit uit besloten worden dat geïntimeerde heeft gedreigd de kinderen af te nemen als hij niet instemde met de overname van de woning aan de aldaar bepaalde voorwaarden. De argumenten die hij aanvoert zijn allemaal bedoeld om het waarschijnlijk te maken dat geïntimeerde zo heeft gedreigd. Deze argumentatie vormt nog geen bewijs op grond van vermoedens. 3.
  12. De eerste rechter stelde dat appellant zijn vordering tot nietigverklaring van de overeenkomst ook steunt op de rechtsfiguur van de gekwalificeerde benadeling. Het is niet omdat appellant in conclusies hoofdzakelijk argumenteerde over gekwalificeerde benadeling dat de door appellant ingeroepen rechtsgrond niet verder gaat dan gekwalifi-ceerde benadeling. De vraag rijst welke wettelijke bepalingen in aanmerking komen bij het inroepen van benadeling. Appellant gewaagde van de benadeling bedoeld in artikel 1674 B.W. dat betrekking heeft op een benadeling van de verkoper in de verkoopprijs van een onroerend goed voor meer dan zeven twaalfden (zie syntheseconclusies p. 5). Volgens geïntimeerde is deze bepaling niet toepasselijk omdat het niet gaat om een verkoop maar om een uitonverdeeldheidtreding (syntheseconclusies p. 18). Deze bemerking brengt het Hof bij artikel 887 B.W. dat hier in beschouwing wordt genomen gelet op artikel 577-2 §8 B.W.. Uit eerbiediging van de rechten van verdediging moeten partijen gehoord worden over de mogelijke toepasselijkheid van artikel 887 en volgende van het Burgerlijk Wetboek, o.a. 891 B.W.. Op de argumentatie van de gekwalificeerde benadeling wordt vooralsnog niet ingegaan omdat het logisch voorkomt dat eerst wordt nagegaan of de specifieke bepalingen van benadeling bij een verdeling toepasselijk zijn of niet. De debatten worden heropend om partijen te horen over de mogelijke toepasselijkheid van de bepalingen 887 en volgende van het Burgerlijk Wetboek. Later gebeurde wel een wijziging van de overeenkomst van 22.10.2004 maar geen vervanging en bijgevolg kan de mogelijkheid om deze bepalingen in te roepen tegen deze overeenkomst momenteel niet uitgesloten worden. OP DIE GRONDEN, HET HOF, recht doende op tegenspraak, gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechts¬zaken; Verklaart het beroep ontvankelijk; Bevestigt het bestreden vonnis in de mate dat de eis van appellant gesteund op morele dwang wordt afgewezen; En alvorens verder te oordelen heropent de debatten om de partijen te horen over de mogelijke toepasselijkheid van artikel 887 en volgende van het Burgerlijk Wetboek o.a. 891 B.W.; Zegt dat partijen hun schriftelijke opmerkingen zullen laten kennen door middel van conclusies die ze zullen ter griffie neerleggen binnen volgende termijnen: - voor appellant : uiterlijk op 20.11.2008 - voor geïntimeerde : uiterlijk op 22.01.2009 - voor appellant : uiterlijk op 06.02.2009 Stelt de zaak vast voor verdere behandeling op de zitting van DONDERDAG 12 maart 2009 om 10.30 uur; Reserveert de uispraak over de kosten. Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van het Hof van Beroep te Gent, ELFDE BIS-KAMER, zetelend in burgerlijke zaken, op heden 11-9-
  13. Aanwezig: - P. De Buck, voorzitter; - B. De Wilde, griffier. Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.