id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Gent Vonnis/arrest van 13 september 2007 ECLI nr: ECLI:BE:HBGNT:2007:ARR.20070913.6 Rolnummer: 2005/RK/370 Rechtsgebied: Familierecht Invoerdatum: 2007-11-28 Raadplegingen: 104 - laatst gezien 2026-07-02 15:59 Fiche UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - BEKWAAMHEID - Ouderlijk gezag - Gezag op de persoon - Bewaring en toezicht Vrije woorden: Voorlopige maatregelen - Art. 387ter B.W. - uitvoeringsmaatregelen - bevoegdheid hof van beroep Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 387ter Nota: zie ook het tussenarrest in deze zaak van 29 augustus 2007 - opgenomen onder N-20070829-1 Tekst van de beslissing - In de zaak met het rolnummer 2005/RK/370 van: BN, wonende te appellante tegen de beschikking in kort geding, op tegenspraak gewezen door de Voorzitter der Rechtbank van Eerste Aanleg te Brugge dd. 16-11-2005, oorspronkelijk verweerster, hebbende als raadsman mr. LOUWET Greet, advocaat te 3500 Hasselt, Willekensmolenstraat 72/1-2 tegen : SL, bediende, wonende te ...... geïntimeerde, oorspronkelijk eiser, hebbende als raadsman mr. COUCKE Luc, advocaat te 8000 Brugge, Cordoeaniersstraat 17 velt het hof het volgend arrest.
- De vakantiekamer van dit Hof, heeft op 29 augustus 2007 een arrest geveld ingevolge de op 7 augustus 2007 door appellante neergelegde conclusies waarbij ze in toepassing van artikel 387ter § 1 B.W. een uitspraak vorderde waarmee kon verholpen worden aan problemen van uitvoering van de rechterlijke beslissing met betrekking tot het recht op persoonlijk contact, genomen door de Voorzitter van de Rechtbank van Eerste Aanleg bij beschikking van 16.11.
- De vakantiekamer dient in afwachting van de uitspraak na behandeling van het principaal beroep van appellante en het incidenteel beroep van geïntimeerde door de zestiende kamer van dit Hof op de zitting van 21 maart 2008 - vastgesteld bij beschikking van deze kamer op 30 maart 2007 - het geschil nopens de uitvoering te beslechten. Gelet op artikel 387ter § 1 eerste lid in fine B.W. is het Hof van Beroep, bij wie de zaak betreffende de huisvesting van de kinderen en het recht op persoonlijk contact momenteel aanhangig is, bevoegd om in dat geschil uitspraak te doen. Artikel 387ter § 1 B.W. maakt het mogelijk om het geschil nopens de uitvoering te beslechten door nieuwe beslissingen te nemen. Nadat beroep is aangetekend tegen de rechterlijke beslissing waaromtrent uitvoeringsproblemen zijn gerezen en tot wanneer over dat beroep is gestatueerd, kan alleen nog de rechter in beroep deze bevoegdheid uitoefenen zoniet wordt het beginsel van de devolutieve werking van het beroep geschonden. Ingevolge de heropening der debatten heeft het Hof kennis kunnen nemen van de beschikking die de Voorzitter van de Rechtbank van Eerste aanleg te Brugge -zetelend in kort geding- heeft genomen op 25 april
- De zaak van de dringende en voorlopige maatregelen betreffende de kinderen D en K (geboren respectievelijk op .... en .....) werd voor de Voorzitter opnieuw behandeld op 11 april 2007 nadat het verslag van het maatschappelijk onderzoek en de conclusies van de partijen dienaangaande waren neergelegd. De neerlegging van genoemd verslag gebeurde op 11 september
- In de beschikking van 25 april 2007 zegde de Voorzitter dat de devolutieve werking van het hoger beroep diende geëerbiedigd te worden. De vorderingen werden gelet op deze devolutieve werking onontvankelijk verklaard.
- De reden om een vordering te stellen krachtens artikel 387ter § 1 B.W. is te vinden in de weigering van geïntimeerde om de verblijfsregeling, die in de beschikking van 16.11.2005 werd opgelegd, na te leven. Het omgangsrecht dat aan appellante werd toegekend, nl. buiten de schoolvakanties om de 14 dagen, nl. elk weekend van de pare weken van de vrijdagvond om 19.00 uur tot de zondagavond om 19.00 uur en in de schoolvakanties de helft ervan volgens de uitgewerkte regeling blijft dode letter. Dat gegeven is geen afdoende reden om nu in te grijpen op dergelijke wijze dat de verblijfsregeling wat betreft D wordt omgekeerd en dat er voor D en voor K een omgangsrecht wordt gegeven aan de ouders derwijze dat de kinderen buiten de schoolvakanties de weekends (van vrijdagavond 17 uur tot zondagavond 18 uur) en de schoolvakanties samen zouden doorbrengen, afwisselend bij hun vader en bij hun moeder. Over de vordering van geïntimeerde om het omgangsrecht te wijzigen zoals gevorderd bij incidenteel beroep, nl. te zeggen voor recht dat het verblijf bij appellante in onderling overleg met de kinderen zal geregeld worden zonder verplichting voor hen om bij appellante te overnachten, kan ook niet geoordeeld worden aangezien de behandeling van de zaak door de zestiende kamer van het Hof op 21 maart 2008 een uitspraak zal meebrengen zowel over het incidenteel beroep als over het principaal beroep.
- Reeds geruime tijd is er geen contact meer tussen de moeder en haar kinderen. Een oorzaak daarvan is de onwil van geïntimeerde om de beschikking van 16.11.2005 na te leven maar dat is kennelijk niet de enige oorzaak. Het kan niet toegelaten worden dat geïntimeerde bijdraagt tot het feit dat het contact tussen moeder en kinderen volledig verloren gaat. In afwachting van de uitspraak na behandeling van de zaak op 21 maart 2008 dient, zolang de kinderen niet meerderjarig zijn geworden, door het opleggen van een dwangsom een minimaal contact gewaarborgd te worden tussen appellante en haar kinderen. Deze dwangsom kan opgelegd worden zonder dat de kinderen vooraf gehoord worden. Nadat onderhavige uitspraak zal betekend zijn aan geïntimeerde wordt een dwangsom van 250 EUR verbeurd verklaard voor elke keer dat een kind geen dag bij zijn moeder verbleef van 09.30 uur tot 18.00 uur per weekend waarin de kinderen volgens de beschikking van 16.11.2005 zouden moeten verblijven bij hun moeder. Hetzelfde geldt voor elke keer dat een kind geen drie opeenvolgende dagen (de eerste dag beginnend om 09.30 uur en de laatste dag eindigend om 18 uur) bij zijn moeder verbleef per korte schoolvakantie waarin de kinderen volgens de beschikking van 16.11.2005 zouden moeten verblijven bij hun moeder. Met betrekking tot de grote vakantie wordt geen dergelijke maatregel genomen omdat mag verondersteld worden dat er voor de volgende grote vakantie uitspraak zal gedaan zijn nopens het principaal en het incidenteel beroep. Aan geïntimeerde wordt de verplichting opgelegd om drie dagen vóór de aankomst van de kinderen appellante te verwittigen van deze aankomst en dit bij gewoon schrijven dat drie dagen vóór de aankomst bij appellante en haar raadsman dient aan te komen. Het feit van de afwezigheid van een document waaruit blijkt dat de kinderen tijdig zijn aangekomen of het feit van de aanwezigheid van een document waaruit blijkt dat de kinderen niet tijdig zijn aangekomen, zal kunnen volstaan als bewijs dat het voormeld minimale contact niet heeft plaats gegrepen. OP DIE GRONDEN, HET HOF recht doende op tegenspraak en met voorrang boven alle andere zaken, Gelet op het artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechts¬zaken; Gehoord het advies van de heer Christian Maes, eerste advocaat-generaal ; In voortzetting van het arrest van 29 augustus 2007; Beslist in afwachting van de uitspraak na behandeling van het principaal en incidenteel beroep : - dat na betekening van onderhavige uitspraak een verbeurdverklaring gebeurt van 250 EUR elke keer dat een kind geen dag bij zijn moeder verblijft van 09.30 uur tot 18.00 uur per weekend waarin de kinderen volgens de beschikking van 16.11.2005 zouden moeten verblijven bij hun moeder alsook elke keer dat een kind geen drie opeenvolgende dagen (de eerste dag beginnend om 09.30 uur en de laatste dag eindigend om 18 uur) bij zijn moeder verblijft per korte schoolvakantie waarin de kinderen volgens de beschikking van 16.11.2005 zouden moeten verblijven bij hun moeder; - dat aan geïntimeerde de verplichting wordt opgelegd om drie dagen vóór de aankomst van de kinderen appellante te verwittigen van deze aankomst en dit bij gewoon schrijven dat drie dagen vóór de aankomst bij appellante en haar raadsman dient aan te komen; - dat het feit van de afwezigheid van een document waaruit blijkt dat de kinderen tijdig zijn aangekomen of het feit van de aanwezigheid van een document waaruit blijkt dat de kinderen niet tijdig zijn aangekomen, zal kunnen volstaan als bewijs dat het voormeld minimale contact niet heeft plaats gegrepen; Zegt dat de kosten dezer zullen beoordeeld worden bij de uitspraak na de behandeling door de zestiende kamer van het principaal en incidenteel beroep op 21 maart
- Aldus gewezen en uitgesproken in buitengewone openbare terechtzitting van het Hof van Beroep te Gent, de vakantiekamer, zetelend in burgerlijke zaken, op heden 13-9-
- Aanwezig: - P. De Buck, voorzitter; - L. Vandenberghe, advocaat-generaal; - B. De Wilde, griffier. Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div