id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Gent Vonnis/arrest van 20 september 2007 ECLI nr: ECLI:BE:HBGNT:2007:ARR.20070920.3 Rolnummer: 2006/AR/2742 Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2008-01-10 Raadplegingen: 91 - laatst gezien 2026-07-02 16:02 Fiche UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - BIJZONDERE RECHTSPLEGINGEN (BURGERLIJKE ZAKEN) - Echtscheiding (rechtspleging) - Andere Vrije woorden: Vereffening en verdeling na echtscheiding - proces-verbaal van zwarigheden -- opdracht van de notaris, die de niet-verschijnende partij vertegenwoordigt -- vermelding dat partijen de staat niet goedkeuren en dat er zwarigheden werden medegedeeld bij schrijven van de raadsman van de niet-verschijnende partij, ontvankelijkheid van deze zwarigheden Tekst van de beslissing - In de zaak met het rolnummer 2006/AR/2742 van: D.P., appellant tegen het vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Veurne, op tegenspraak gewezen door de zevende kamer dd. 6-9-2006, oorspronkelijk eiser, hebbende als raadsman mr. BAILLEUL Thomas, advocaat te 8630 Veurne, Zuidstraat 39 bus 8 tegen : D.M., geïntimeerde, oorspronkelijk verweerster, hebbende als raadsman mr. COULIER Alain, advocaat te 8620 Nieuwpoort, Oostendestraat 20 ; velt het hof het volgend arrest.
- 1.
- Bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van dit Hof op 2 november 2006, heeft appellant tijdig en regelmatig naar de vorm hoger beroep ingesteld tegen een vonnis dat op 6 september 2006 werd uitgesproken door de rechtbank van eerste aanleg te Veurne, zevende kamer, waarbij geoordeeld werd over de zwarigheden op de staat van vereffening en verdeling die werd opgemaakt door Marc Swennen naar aanleiding van de ontbinding van het huwelijksstelsel tengevolge van een echtscheidingsvonnis van 28 november 2002, bevestigd in beroep door het arrest van dit Hof, elfde kamer, 15 april
- Appellant, heeft zijn middelen uiteengezet in een beroepsakte en in conclusies van 11 april
- Hij heeft geen stukken neergelegd. Het beroep strekt ertoe de zwarigheden van appellant te doen gegrond verklaren. 1.
- Geïntimeerde die een dossier neerlegde met stukken genummerd van 1 tot en met 18 b, heeft haar middelen uiteengezet in haar syntheseconclusies die een herneming zijn van haar conclusies van 8 januari 2007 met toevoeging van enkele zinnen. Zij vraagt dat het hoger beroep zou worden afgewezen als onontvankelijk. Ze zegt niet op grond van welke wetsbepaling zij dat vraagt. Ambtshalve gronden van niet-ontvankelijkheid blijken niet uit de elementen van het rechtsplegingsdossier. De exceptie mist grond. Minstens vraagt zij dat het beroep zou worden ongegrond verklaard. De gegrondheid wordt hierna onderzocht. Geïntimeerde is ook niet akkoord met het bestreden vonnis aangezien zij vraagt te zeggen voor recht dat de staat van vereffening en verdeling definitief is bij toepassing van artikel 1219 par 1 eerste Lid Ger. Wb. en dat appellant niet gerechtigd was om nog zwarigheden te formuleren.
- 2.
- Vóór alles gaat de aandacht van het Hof naar de rechtspleging. Het proces-verbaal van opening van werkzaamheden werd opgesteld op 10.12.
- Dat proces-verbaal werd niet voorgelegd aan het Hof. Het is evenwel gebleken dat beide partijen ervoor kozen om geen inventaris te doen opmaken. Op 10.12.2004 bereikten partijen een akkoord over de verdeling waarbij zij de verdeling doorvoerden van de roerende goederen en meubilair. In de staat van vereffening en verdeling wordt hoofdzakelijk gewag gemaakt van schulden die betaald zijn geworden en wordt gewag gemaakt van een actief van 0 EUR en van een passief van 117.367,72 EUR. Bij aangetekend schrijven van 26 april 2005 werden partijen door de boedelnotaris aangemaand om kennis te nemen van de staat van vereffening en verdeling en aanwezig te zijn op het kantoor op 10 mei
- In deze aanmaning werd er op gewezen dat er tot verdere verrichtingen zou worden overgegaan zowel in aanwezigheid van de partijen als bij hun afwezigheid. Geïntimeerde is verschenen. Appellant is niet verschenen in persoon: er is ook geen advocaat voor hem verschenen. In het proces-verbaal van beweringen en zwarigheden werd gezegd dat notaris Jo Vileyn, aangesteld bij vonnis van 28 november 2002 om de niet verschijnende of weigerende partij te vertegenwoordigen, appellant heeft vertegenwoordigd. In het proces-verbaal werd verder het volgende gezegd: "Na voorlezing dezer staat van vereffening hebben de partijen, handelend als gezegd, verklaard: Dat zij deze voormelde staat van vereffening en verdeling niet goedkeuren en dienaangaande volgende opmerkingen maken: De heer D.P., voornoemd, overhandigt mij, langs zijn raadsman om, Meester Thomas Balleul, een schrijven daterend drie mei tweeduizend en vijf, inhoudende zijn opmerkingen nopens deze vereffening en verdeling. Welk schrijven aan deze zal aangehecht worden. Mevrouw D.M. overhandigt mij, langs haar raadsman om, Meester Alain Coulier, een schrijven daterend zes mei tweeduizend en vijf, inhoudende zijn tegenopmerkingen nopens hogervermeld schrijven van Meester Balleul. Mevrouw D.M. merkt tenslotte nog op dat de lopende schulden exclusief door haar worden afbetaald. Daarbij stelt zij dat de heer D.P.nog een vergoeding aan de onverdeeldheid verschuldigd is wat betreft een Citroën Evasion Monovolume ter waarde van twintigduizend euro nul cent (20.000,00 EUR), wegens meegenomen bij zijn vertrek. Mevrouw D.M. zal het aandeel van de heer D.P.voorschieten gelet op diens onwillige houding en vereffenen uiterlijk bij de verkoop van haar onroerend goed. Zij zal het aandeel van de notariskosten wat betreft zijn aandeel betalen en van hem terugvorderen. Dat deze staat van vereffening en verdeling zal dienen gehomologeerd te worden door de Rechtbank van Eerste aanleg te Veurne. Van welke gezegden en opmerkingen de ondergetekende notaris akte heeft gegeven aan partijen Betreffende de betwiste punten zal de werkende notaris zijn persoonlijk oordeel geven op een afzonderlijke nota welke door hem ondertekend aan deze zal aangehecht blijven, om samen met deze één geheel uit te maken en er mede geregistreerd te worden. Binnen de maand te rekenen van heden, zal de werkende notaris in toepassing van artikel 1219 van het gerechtelijk wetboek, een afschrift van huidig proces-verbaal en van de staat van vereffening neerleggen ter griffie der Rechtbank van Eerste aanleg te Veurne, waardoor deze zaak aanhangig wordt bij de gezegde rechtbank." De brief van Mr Balleul d.d. 3 mei 2005 werd aan het proces-verbaal aangehecht. 2.
- In zijn conclusies vóór de eerste rechter stelde geïntimeerde dat de staat moest worden aangezien als zijnde definitief omdat er voor appellant geen zwarigheden kunnen zijn als hij niet is verschenen en ook niet door zijn advocaat is verschenen. De eerste rechter oordeelde dat de zwarigheden van appellant ontvankelijk waren maar ongegrond. 2.
- Het Hof volgt de zienswijze van de rechtsleer dat het noodzakelijk is dat de partijen zelf aanwezig zijn of behoorlijk vertegenwoordigd, willen ze beweringen en zwarigheden tegen de staat laten opnemen in een proces-verbaal van zwarigheden. De aanwezigheid of vertegenwoordiging van partijen is nodig omdat de tegenspraak in elke stand van de procedure geëerbiedigd moet worden. Hierdoor blijft tevens de kans om via bemiddeling tot een akkoord te komen. De notaris kan bezwaren geformuleerd per gerechtsdeurwaardersexploot of brief dan ook niet aanvaarden (A. VAN DEN BOSSCHE "Proces-verbaal van beweringen en zwarigheden en afsluiting van de procedure" in Vereffening-verdeling p. 136 nr 9; I. VAN OPSTAL "De rol van de notaris bij gerechtelijke vereffening verdeling" in De notaris en de conflictenbeheersing, Nationaal Congres 1999 p. 347; LUYTEN Enkele bedenkingen bij de procedure van gerechtelijke verdeling Tijd. Not. 1995 p 400; CH. SLUYTS Notariële en procesrechtelijke aspecten van de vereffening-verdeling p. 189 nr 306 in Vereffening en verdeling van een huwelijksvermogen 1993; T. VAN SINAY in Commentaar op artikel 1219 Ger.W.). In het geval dat een partij niet verschijnt zal zij vertegenwoordigd worden door de notaris-vertegenwoordiger die zijn vertegenwoor-digingsbevoegdheid krijgt van de rechtbank en niet van een van de partijen. Men kan dus van een "gerechtelijk mandaat" gewagen. Zijn enige functie is de procedure sneller en zonder onredelijke hindernissen te laten verlopen. Daaruit volgt dat hij geen beweringen of zwarigheden mag voorbrengen tegen de staat van vereffening en verdeling. Hij mag wel zijn verzet laten akteren met opgave van de redenen indien er klaarblijkelijk grove benadeling is of procedurefouten zijn vastgesteld. In geen geval mag hij weigeren te tekenen. Dit is immers precies zijn wettelijke opdracht. Er kan moeilijk aan de notaris-vertegenwoordiger een omvangrijker taak opgelegd worden. Hij is immers niet aangesteld om over de belangen te waken van personen die niet optreden wanneer een probleem dat hen betreft wordt behandeld of die hun belangen niet laten behartigen door een advocaat. Mocht men aan de notaris-vertegenwoordiger een ruimere taak toebedelen, dan zouden de afwezige partijen een grotere bescherming krijgen dan de partijen die wél deelnemen aan de werkzaamheden en die dus zelf of via een door hen aangeduide raadsman hun belangen behartigen (zie : T. VAN SINAY Commentaar bij artikel 1209 Ger.W.; J. F TAYMANS Le notaire commis pour représenter les parties défaillantes ou récalcitrantes in Les incidents du partage Judiciaire p. 164 nr 24). Het Hof moet vaststellen dat er door de boedelnotaris geen afwijzing is gebeurd van de zwarigheden die Mr Balleul per brief had overgemaakt en dat een verklaring ontbreekt van notaris J. Vileyn dat hij krachtens zijn opdracht van vertegenwoordiging op basis van artikel 1209 laatste lid Gerechtelijk Wetboek geen opmerkingen had over de regelmatigheid van de procedure en over de naleving van de wet en derhalve de staat voor appellant zou tekenen voor akkoord. Waar vaststaat dat notaris Vileyn de staat niet getekend heeft voor akkoord komt het aan het Hof voor dat de reden daarvoor gelegen is in de brief van advokaat Bailleul en dat gelet op de handelwijze van de notarissen Marc Swennen en Vileyn de betwistingen, die blijken uit de genoemde brief en die ook ontmoet zijn geworden door de boedelnotaris in zijn advies d.d. 10 mei 2005 aanhangig zijn gemaakt bij de rechtbank en dat ze door de rechtbank ten gronde dienden beslecht te worden zoals ook is gebeurd.
- 3.
- Partijen huwden op 5 maart 1993 onder het wettelijk stelsel bij gebrek aan huwelijkscontract, welk stelsel naar hun verklaring nadien conventioneel niet werd gewijzigd. Wat betreft de goederen werd het huwelijk met terugwerkende kracht ontbonden op 12 juli
- Partijen bewoonden het woonhuis, gelegen te N... en toebehorend aan geïntimeerde. Deze laatste kocht de grond aan op 3 mei 1991, dus vóór het huwelijk. Op deze grond werd een woning opgericht waarvan de kosten voor een bedrag van 2.957.868 oude BEF werden gefinancierd door een lening bij het Vlaams Woningfonds hetgeen moet blijken uit een akte van 10.06.
- In zijn advies zegde notaris M. Swennen dat appellant die beweert dat het woonhuis zou toebehoren aan de huwgemeenschap geen notariële akte, overgeschreven op het hypotheekkantoor, voorlegt waarbij geïntimeerde afstand deed van het recht van natrekking. De eerste rechter oordeelde dat het onroerend goed dat inmiddels verkocht werd, louter de eigendom was van laatstgenoemde. Appellant heeft de zienswijze van de eerste rechter dat het onroerend goed exclusief de eigendom was van geïntimeerde, niet ontkracht of weerlegd. 3.
- De raadsman van appellant zegde in zijn brief van 3 mei 2005 sub 2 dat in de staat geen rekening is gehouden met de aflossingen die gebeurd zijn door de gemeenschap. Het Hof kan niet nagaan of er in het proces-verbaal van opening van werkzaamheden sprake is van dergelijke aflossingen. Het Hof stelt vast dat appellant nalaat om meer uitleg te geven over de aflossingen die zouden gebeurd zijn door de huwgemeenschap. De debatten worden heropend om appellant toe te laten: - dat proces-verbaal voor te leggen of voor te laten leggen; - een juist inzicht te geven in de door hem bedoelde aflossingen en in zijn stelling dat geïntimeerde niet alleen instond voor de financiering van de bouw; - te zeggen in welke mate hij aanspraak maakt op een vergoeding van de gemeenschap door geïntimeerde wegens de beweerde aflossingen; Het Hof verwacht dat appellant duidelijk maakt welke leningen betrekking hadden op de oprichting van de woning en eventuele latere verbouwingen/verbeteringen. 3.
- Appellant liet in de brief van zijn raadsman d.d. 3 mei 2005 opmerken dat geïntimeerde een woonstvergoeding verschuldigd is omdat de woning aan de gemeenschap toebehoorde. De boedelnotaris zegde in zijn advies dat daarvan geen sprake kon zijn omdat de woning tot het eigen vermogen van geïntimeerde behoorde. Door het feit dat de zienswijze van de eerste rechter aangaande het exclusieve eigendomsrecht van geïntimeerde wat betreft het onroerend goed, niet werd weerlegd, is er ook geen rechtsgrond om te zeggen dat er door geïntimeerde een woonstvergoeding verschuldigd is. 3.
- In zijn brief van 3 mei 2005 heeft de raadsman van appellant de vraag gesteld wat de post ‘huur en huurlasten' inhoudt en gezegd dat bij gebrek aan nadere informatie daaromtrent een bezwaar werd gemaakt. In zijn reactie daarop bij schrijven van 6 mei 2005 zegde de raadsman van geïntimeerde dat de huur en huurlasten betrekking hebben op de huuraflossingen voor het gemeenschappelijk handelshuurcontract van het C... te Oostende welke verlieslatend was, welk contract werd opgezegd teneinde verdere verliezen tegen te gaan. In zijn conclusies van 5.10.2005 werd door appellant alleen meegedeeld dat deze post betwist is. De eerste rechter verklaarde deze zwarigheid ongegrond. In beroep herhaalt appellant dat hij deze post betwist en merkt hij op dat het logisch is dat geïntimeerde instond voor de betaling van de huur omdat alle inkomsten na de refertedatum naar haar gingen. De post is in de staat vermeld als volgt: huur en huurlasten - gemeenschappelijk vermogen - 23.500 x 36 = 846.000 - betaald door geïntimeerde. Deze post vereist meer toelichting. Er rijzen immers meerdere vragen. Met betrekking tot welk jaar/periode is de huur berekend? Betreft dit een uitbating die los staat van de activiteit van de B.V.B.A. C... Kan geïntimeerde de bewering dat zij de huur betaalde en dat de inkomsten van de uitbating onvoldoende waren om alle kosten te dekken staven met bewijzen? Kan zij meer duidelijkheid geven over de kosten en de inkomsten in de periode waarover de huur gaat? De debatten worden ook heropend om geïntimeerde toe te laten meer duidelijkheid te scheppen over deze post. 3.
- Tenslotte werd in de brief van 3 mei 2005 gezegd dat niet kon worden ingezien waarom de kliënt zou moeten bijdragen aan de onroerende voorheffing in de veronderstelling dat het huis exclusief zou toebehoren aan geïntimeerde. Daarop werd niet gereageerd door geïntimeerde. Ook in het advies van de boedelnotaris en in het bestreden vonnis komt deze betwisting niet meer afzonderlijk ter sprake. Ook deze post vereist meer toelichting omdat de voorlegging van de stukken 16 a 16 b en 16 c niet volstaat? Hoe is deze post vermeld in de staat en voor welk bedrag? Op welke jaren heeft de onroerende voorheffing betrekking, of anders gezegd, gaat het om de onroerende voorheffing voor de periode na de indiening van de eis tot echtscheiding toen geïntimeerde uitsluitend de woning bewoonde? De debatten worden ook heropend om partijen toe te laten meer duidelijkheid te scheppen over deze post.
- In zijn verzoekschrift in hoger beroep stelt appellant dat de post ‘onderhoudsgeld kinderen' moet weggelaten worden uit de staat omdat deze post vreemd is aan de vereffening en verdeling. Het gaat om een nieuwe zwarigheid. Voor andere zwarigheden dan deze vermeld in de brief van 3 mei 2005 geldt dat ze onontvankelijk zijn zoals volgt uit de rechtspraak van het Hof van Cassatie (CASS. 6 april 1990, en CASS. 9 mei 1997) die stelt dat de artikelen 1209 tot 1223 Gerechtelijk Wetboek aldus moeten gelezen worden dat slechts de betwistingen uitgedrukt in of voortvloeiend uit de beweringen en zwarigheden opgenomen in het proces-verbaal van de boedelnotaris, door de neerlegging ter griffie van de uitgifte van dit proces-verbaal bij de rechtbank aanhangig worden gemaakt. Geïntimeerde verzet zich tegen het aanvoeren van nieuwe betwistingen, verwijzende naar deze rechtspraak. OP DIE GRONDEN, HET HOF, recht doende op tegenspraak, gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken; Verklaart het principaal beroep en het incidenteel beroep ontvankelijk behalve in de mate dat er door dit beroep andere zwarigheden worden aangevoerd dan deze vermeld in de brief van de raadsman van appellant d.d. 3 mei 2005 ; Verklaart het incidenteel beroep ongegrond ; Verklaart het principaal beroep reeds ongegrond in zover het betrekking heeft op de zwarigheden sub 1 en sub 3 van de brief van de raadsman van appellant d.d. 3 mei 2005 ; Alvorens verder te oordelen heropent de debatten teneinde toe te laten het proces-verbaal van opening van werkzaamheden neer te leggen en duidelijkheid te verschaffen nopens de punten hierboven aangehaald ; Stelt de zaak te dien einde vast op de openbare terechtzitting van 29 november 2007 om 11 uur ; Zegt dat geïntimeerde conclusies kan nemen tot en met 18-10-2007; Zegt dat appellant conclusies kan nemen tot en met 5-11-2007; Zegt dat geïntimeerde conclusies kan nemen tot en met 15-11-2007; Verstaat dat de laatste conclusies van een partij als syntheseconclusies moeten gezien worden; Reserveert de uitspraak nopens de kosten. Aldus gewezen en uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Hof van Beroep te Gent, de 11e-b kamer, rechtdoende in burgerlijke zaken, op heden 20-9-
- Aanwezig: - P. De Buck, voorzitter ; - B. De Wilde, griffier. Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div