← België

ECLI:BE:HBGNT:2007:ARR.20071008.7

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Gent Vonnis/arrest van 08 oktober 2007 ECLI nr: ECLI:BE:HBGNT:2007:ARR.20071008.7 Rolnummer: 2006/AR/1627 Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2007-12-19 Raadplegingen: 91 - laatst gezien 2026-07-02 16:06 Fiche UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - ZEKERHEDEN - Persoonlijke zekerheid - Borgtocht - Schuldenaar-borg Vrije woorden: Bevrijding van de borg -- bevrijding van de natuurlijke persoon schuldenaar, die hoofdelijke medekredietnemer samen met de vennootchap was Tekst van de beslissing Nr. 2006/AR/1627 ----------------------- verstek t.a.v. Het Participatiefonds in de zaak van : Y.R appellant, hebbende als raadsman mr. Johan Guns, advocaat met kantoor te 1790 Affligem, Kasteelstraat 58, tegen

  1. Het PARTICIPATIEFONDS, met zetel te 1000 Brussel, de Lignestraat 1, eerste geïntimeerde, voor wie niemand ter terechtziting van 30 april 2007 verschijnt,
  2. C.V.B.A. ONDERLING BEROEPSKREDIET, met vennootschapszetel te 9000 Gent, Graaf van Vlaanderenplein 19 en met ondernemingsnummer 0400.040.668, tweede geïntimeerde, hebbende als raadsman mr. Dirk Ruppel, advocaat met kantoor te 9000 Gent, Ganzendries 19, velt het Hof volgend arrest :
  3. Gegevens van de zaak in beroep: 1.
  4. Y.R. stelde op 23 juni 2006 hoger beroep in tegen het vonnis van 22 mei 2006 van de zesde kamer van de rechtbank van koophandel te Dendermonde. PARTICIPATIEFONDS en OBK-BANK vorderen de bevestiging van het vonnis en de ongegrondverklaring van dit hoger beroep. Partijen werden gehoord in openbare terechtzitting op het PARTICIPATIE-FONDS na, dat niet is verschenen en geen conclusies heeft neergelegd. De stukken werden ingezien. 1.
  5. De blijvende betwisting betreft de aanspraak van Y.R., om - bij toepassing van artikel 10, 4° van de wet van 20 juli 2005, dat artikel 80, alinea 3 van de faillissementswet van 8 augustus 1997 invoerde - als natuurlijke persoon die zich in het voordeel van HET PARTICIPATIEFONDS en OBK-BANK kosteloos persoonlijk zeker heeft gesteld voor de kredieten van Y.R.BVBA, die op 17 april 1998 failliet werd verklaard, bevrijd te worden. De feitelijke gegevens kunnen als volgt worden samengevat: - Y.R.BVBA werd opgericht op 9 januari 1996 met een maatschappelijk kapitaal van 18.592,01 EUR (750.000 BEF) tussen Y.R., kok die 9.915,74 EUR (400.000 BEF) heeft ingebracht, en zijn ex-echtgenote S.D.P., dienster die 8.676,27 EUR (350.000 BEF) heeft ingebracht. - De echtgenoten waren gehuwd onder het stelsel van zuivere scheiding van goederen. Beiden waren statutair zaakvoerder. - Y.R.BVBA (toen nog in oprichting), Y.R. en S.D.P. hebben samen als kredietnemers bij OBK-BANK een krediet aangevraagd, waarmee OBK-BANK op 27 december 1995 heeft ingestemd voor de sommen: × van 83.788,01 EUR (3.380.000 BEF) voor de aankoop van materieel, grote herstellings- en verbouwingswerken, andere opstartkosten en bedrijfskapitaal; × en van 99.157,41 EUR (4.000.000 BEF) voor de aankoop van het restaurant met privé-appartement, genoemd ‘XXX' te Aalst. - Zij verleende dit akkoord onder volgende waarborgen: × een hypothecaire inschrijving in eerste rang voor 182.945,42 EUR (7.380.000 BEF) op het goed ‘XXX' te Aalst, dat overeenkomstig de akte van kredietopening die op 17 april 1998 voor notaris D. Breckpot werd verleden, toebehoorde aan Y.R. en S.D.P., die het op 2 oktober 1995 na openbare verkoop hebben verworven; × een inpandgeving van het handelsfonds van Y.R.BVBA voor 182.945,42 EUR (7.380.000 BEF) in eerste rang; × een hypothecaire inschrijving in derde rang voor 182.945,42 EUR (7.380.000 BEF) op een appartement te Aalst, eigendom van Y.R.; × de tussenkomst van het WETTELIJK WAARBORGFONDS voor 40.282,70 EUR (1.625.000 BEF) op het krediet van 83.788,01 EUR (3.380.000 BEF) en voor 45.984,25 EUR (1.855.000 BEF) op het krediet van 99.157,41 EUR (4.000.000 BEF). - Y.R.BVBA werd failliet verklaard bij vonnis van 17 april 1998, waarop × OBK-BANK PARTICIPATIEFONDS een aangifte van schuldvordering heeft neergelegd, die strekte tot de opname van een nog verschuldigd saldo van 193.414,01 EUR (7.802.302 BEF), te verhogen met de lopende intresten en eventuele bijkomende kosten; × PARTICIPATIEFONDS een aangifte van schuldvordering heeft gedaan, die strekte tot de opname van een nog verschuldigd saldo van 15.652,67 EUR (631.427 BEF). - Het PARTICIPATIEFONDS legde op 27 oktober 2005 en 6 december 2005 een verklaring ter griffie van de rechtbank van koophandel te Dendermonde neer, waarin het overeenkomstig artikel 10, 1° van de wet van 20 juli 2005 tot wijziging van de faillissementswet, opgave deed van de hoofdelijke zekerheidstelling vanwege Y.R. en S.D.P. tot waarborg van de kredieten van Y.R.BVBA. OBK-BANK legde op 18 oktober 2005 eenzelfde verklaring ter griffie neer. - Y.R. heeft op 5 januari 2006 een verklaring op de griffie van de rechtbank van koophandel te Dendermonde neergelegd overeenkomstig artikel 10.3 van voornoemde overgangsbepalingen. Hij verklaart zich persoonlijk en kosteloos zeker te hebben gesteld voor Y.R.BVBA en vordert zijn bevrijding omdat zijn verbintenissen niet in verhouding zouden staan met zijn inkomsten en patrimonium. 1.
  6. OBK-BANK verzet zich tegen de gehele of gedeeltelijke bevrijding van de verbintenissen, die Y.R. heeft opgenomen. Zij wijst erop dat Y.R. medekredietnemer is naast Y.R.BVBA en de ontleende gelden niet alleen voor de handelsactiviteit van Y.R.BVBA bestemd waren, maar ook voor het privé gebruik van Y.R..
  7. Beoordeling Artikel 80, alinea 3 van de faillissementswet (dat ingevoegd werd bij artikel 7 van de wet van 20 juli 2005) voorziet in de gehele of gedeeltelijke bevrijding van elke natuurlijke persoon, die zich kosteloos persoonlijk zeker stelde voor de gefailleerde, wanneer zijn verbintenis niet in verhouding is met zijn inkomsten en met zijn patrimonium. Uit de verstrekte gegevens volgt dat Y.R. hier medekredietnemer was en het krediet - samen met zijn ex-echtgenote S.D.P. - heeft aangevraagd voor de aankoop van -, en grote herstellings- en verbouwingswerken aan het restaurant met privé-appartement, genoemd ‘XXX' te Aalst, dat hun eigendom was. Y.R. heeft zich hier dan ook niet kosteloos persoonlijk zeker gesteld voor de gefailleerde vennootschap Y.R.BVBA. BESLUITEN Het Hof verklaart - op tegenspraak tegenover Y.R. en OBK-BANK en op verstek tegenover het PARTICIPATIEFONDS en met naleving van artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken - het hoger beroep van Y.R. ontvankelijk, maar ongegrond. Het bevestigt het bestreden vonnis in zover het Y.R. de bevrijding als borg voor zijn schuld tegenover PARTICIPATIEFONDS en OBK-BANK heeft geweigerd. - Het verwijst Y.R. in de kosten van het hoger beroep, die het aan de zijde van OBK-BANK vaststelt op de rechtsplegingvergoeding van euro 242,94 (de vordering strekt niet tot de betaling van een geldsom). Aldus gewezen door de zevende kamer van het Hof van beroep te Gent, zetelende in burgerlijke zaken samengesteld uit H. Debucquoy, kamervoorzitter, G. Vanderstichele, raadsheer, G. De la Ruelle, raadsheer, en uitgesproken door de kamervoorzitter in openbare terechtzitting op acht oktober tweeduizend en zeven. Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.