← België

ECLI:BE:HBGNT:2007:ARR.20071025.2

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Gent Vonnis/arrest van 25 oktober 2007 ECLI nr: ECLI:BE:

B.W. - Uitvoeringsmaatregelen UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - BEKWAAMHEID - Ouderlijk gezag - Gezag op de persoon - Bewaring en toezicht Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek -

Tekst van de beslissing 2007/EV/73 in de zaak van: DHL, arbeider, wonende te ... appellant - verzoeker op eenzijdig verzoekschrift, hebbende als raadsman mr. VAN RAEMDONCK Kris, advocaat te 9120 BEVEREN-WAAS, Grote Markt 9/3 wijst het hof het volgend arrest: Het vorenstaand verzoekschrift en de erbij overgelegde stukken werden ingezien. De rekwestrant, daartoe behoorlijk opgeroepen om te verschijnen in raadkamer op de terechtzitting van 4 oktober 2007, werd vertegenwoordigd door en gehoord bij monde van zijn advocaat. Advocaat-generaal Louis VANDENBERGHE heeft ter zelfde terechtzitting mondeling advies uitgebracht, waarop de rekwestrant onmiddellijk werd gehoord in zijn repliek. de relevante feiten en procedurevoorgaanden

  1. De rekwestrant is op ..... te .... gehuwd met LG. Uit dit huwelijk is één minderjarig kind geboren te ...op ....nl. J.
  2. De rekwestrant is in een echtscheidingsprocedure gewikkeld. Hij heeft op 27 januari 2003 LG gedagvaard in echtscheiding en tevens een aantal voorlopige maatregelen gevorderd in toepassing van art. 1280 Ger.W.. Bij beschikking op 25 februari 2004 gewezen door de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg te Dendermonde werd met betrekking tot J beslist tot een gezamenlijke uitoefening van het ouderlijk gezag en een hoofdverblijf met huisvesting bij de vader. Een welbepaald secundair verblijf bij de moeder werd uitgewerkt tijdens de weekends en de schoolvakanties. Bij beschikking op 28 juli 2006 gewezen door de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg te Dendermonde werd een maatschappelijk onderzoek bevolen. In afwachting van de resultaten daarvan werd voormelde regeling bestendigd, met dien verstande dat het kind te voorlopigen titel in de school te Stekene dient ingeschreven te blijven, met verbod aan de moeder dit op enigerlei wijze te beletten, met inbegrip van welkdanige inschrijving in een andere school waar dan ook.
  3. LG heeft hoger beroep ingesteld tegen deze laatste beschikking d.d. 28 juli
  4. Deze zaak is hangend onder A.R. nr. 2006/RK/312 en rechtsdag werd verleend op 15 november
  5. Op 6 september 2007 liet de rekwestrant voormelde beschikkingen betekenen aan LG, met bevel om J onmiddellijk aan de rekwestrant toe te vertrouwen teneinde de verblijfsregeling te respecteren.
  6. Met zijn eenzijdig verzoekschrift, neergelegd ter griffie op 18 september 2007, beoogt de rekwestrant: - de dienstige dwangmaatregelen ten laste van LG te bepalen; - LG te veroordelen tot het betalen van een dwangsom van 1.000,- EUR per dag dat zij nalaat om de bepalingen van de beroepen beschikking kort geding d.d. 28 juli 2006 na te leven teneinde (a) J terug zijn hoofdverblijf bij de rekwestrant te laten hebben en (b) J ingeschreven te laten blijven in de ....school te ..... en aldaar ook te laten schoollopen, onmiddellijk vanaf de betekening van de tussen te komen beslissing; - over de kosten te doen beslissen als naar recht. beoordeling 1.
  7. Het voorliggend verzoekschrift betreft de afzonderlijke procedure in geval van absolute noodzaak voorzien door art.

§ 3B.W., zoals ingevoegd bij art.

4 van de wet van 18 juli 2006 tot het bevoorrechten van een gelijkmatig verdeelde huisvesting van het kind van wie de ouders gescheiden zijn en tot regeling van de gedwongen tenuitvoerlegging inzake huisvesting van het kind (B.S. 4 september 2006, 43971). 1.2. Het toepassingsgebied van art.

B.W. is beperkt tot de gevallen waarin reeds een rechterlijke beslissing met betrekking tot het verblijf van het kind of het recht op persoonlijk contact werd geveld, waarna deze beslissing door één van de ouders niet wordt uitgevoerd. Art.

§ 1, 1ste lid B.W.

bepaalt dat ingeval één van de ouders weigert de rechterlijke beslissingen met betrekking tot de verblijfsregeling van het kind of het recht op persoonlijk contact uit te voeren, de zaak opnieuw voor de bevoegde rechter kan gebracht worden. Art.

B.W. is van toepassing op alle beslissingen inzake de verblijfsregeling en het omgangsrecht, ongeacht welke de rechtbank is wiens beslissing uitgevoerd moet worden. 1.3. Als beginsel wordt gesteld dat de rechter die de niet nageleefde beslissing heeft genomen, optreedt (art.

§ 1, 1ste lid B.W.).

Indien echter de zaak, nadat de eerste rechter uitspraak heeft gedaan en er uitvoeringsmoeilijkheden optreden, inmiddels bij een andere rechter aanhangig werd gemaakt, dan dient de vordering inzake tenuitvoerlegging voor deze laatste rechter gebracht te worden (art.

, §1, 1ste lid in fine B.W.). 1.

  1. De rekwestrant beoogt om uitvoeringsmaatregelen te verkrijgen wat betreft de bestreden beschikking d.d. 28 juli 2006, gewezen door voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg te Dendermonde en waartegen hoger beroep voor het hof hangend is, zodat het hof ter zake de bevoegde rechter is.
  2. De zoon van de partijen is na een vakantieverblijf bij zijn moeder niet teruggekeerd naar zijn vader. Op 21 augustus 2007 en 31 augustus 2007 heeft de raadsman van de rekwestrant de raadsman van de moeder dienaangaande in gebreke gesteld. Volgt dan het proces-verbaal van afhaling door de gerechtsdeurwaarder d.d. 6 september 2007, met negatief resultaat. J houdt op heden de facto hoofdverblijf bij zijn moeder en is ingeschreven en schoolgaand in een school te .... De rekwestrant heeft geen contact meer gehad met J sedert de vakantie. 3.
  3. De rekwestrant toont met dienstige stukken aan dat de weigerende partij daadwerkelijk werd aangemaand haar verplichtingen na te komen en dat zij zich heeft verzet tegen de tenuitvoerlegging van de beslissing. 3.
  4. Evenwel vormt de gevolgde procedure op éénzijdig verzoekschrift een uitzondering op het in beginsel tegensprekelijk karakter van de procedure. De rekwestrant dient ook aan te tonen dat er sprake is van absolute noodzaak derwijze dat de andere partij het recht op tegenspraak ontzegd wordt bij het opleggen van dwangmaatregelen. 3.
  5. De rekwestrant beweert dat J zou handelen onder druk van zijn moeder en dat zijn verder verblijf bij moeder zijn belang niet zou dienen. Hij voert aan dat wachten tot de afhandeling van de beroepsprocedure een wijziging van school zou bemoeilijken. Deze beweringen worden echter gerelativeerd door het maatschappelijk verslag d.d. 30 januari 2007, dat werd neergelegd in de procedure 2006/RK/312 en waarvan door de rekwestrant naar aanleiding van de behandeling ter terechtzitting in onderhavige verzoekschriftprocedure kopie werd overgelegd. Alsdan reeds maakte J aan de justitieassistent duidelijk dat hij bij zijn moeder wil wonen. Het gevolg dat hij alsdan zou dienen te veranderen van school vormde voor hem geen probleem. In het besluit van het verslag werd beklemtoond dat wanneer een tiener van 14 jaar zo expliciet zijn voorkeur uitspreekt de kans reëel is dat hij op een bepaald moment zelf beslist om achter te blijven in .... Zonder tegenspraak en eventuele onderzoeksmaatregelen kan het werkelijk belang van J door het hof vooralsnog niet afdoende worden afgewogen en gewaarborgd. De absolute noodzaak tot het nemen van dwangmaatregelen om het kind terug hoofdverblijf te laten houden bij de vader is in de gegeven omstandigheden niet bewezen, temeer de zaak op tegenspraak zal worden behandeld op de terechtzitting van 15 november
  6. Eén en ander staat los van de eigenrichting van LG, die evident niet wordt goedgekeurd. OP DIE GRONDEN, HET HOF, recht doende op tegenspraak, gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechts¬zaken; Verklaart het verzoek toelaatbaar, doch wijst het af als niet gegrond. Verwijst de rekwestrant in de kosten van onderhavige procedure. Verstaat dat deze niet nuttig te begroten zijn. Aldus gewezen door de ELFDE KAMER van het hof van beroep te Gent, zetelende in burgerlijke zaken, samengesteld uit: S. DE BAUW, raadsheer-wnd. voorzitter, A. COLPAERT, raadsheer, K. BROECKX, raadsheer, en uitgesproken door de raadsheer-wnd. voorzitter van de kamer in raadkamer op VIJFENTWINTIG OKTOBER TWEEDUIZEND EN ZEVEN, bijgestaan door D. VAN DEN DRIESSCHE, griffier. Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.