id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Gent Vonnis/arrest van 14 april 2008 ECLI nr: ECLI:BE:HBGNT:2008:ARR.20080414.1 Rolnummer: 2007/AR/3104 Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2008-04-17 Raadplegingen: 132 - laatst gezien 2026-07-02 17:19 Fiche UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - GERECHTELIJK RECHT- ALGEMENE BEGINSELEN GERECHTELIJK RECHT - GERECHTELIJK RECHT- ALGEMENE BEGINSELEN - Begrippen - Vordering (eis) - Algemeen GERECHTELIJK RECHT - GERECHTELIJK RECHT- ALGEMENE BEGINSELEN - Begrippen - Vonnis - arrest - Vonnis vooraleer recht doen GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Bewijs (gerechtelijk recht) - Overlegging stukken Vrije woorden: Een voorafgaande maatregel alvorens recht te doen, om een vordering te onderzoeken, op grond van artikel 19, lid 2 Gerechtelijk Wetboek moet beoordeeld worden binnen het juridische kader waarin hij gevorderd wordt. De overlegging van stukken om de contractuele schade te kunnen bewijzen of om de beïnvloeding van het bedrag van de schade te voorkomen kan niet bevolen worden, zolang de eisende partij niet voldoende aanvaardbaar makt dat een contractuele fout begaan werd en dat de schade het gevolg is van die fout. Tekst van de beslissing Nr. 2007/AR/3104 in de zaak van : B.V.B.A. TANGHE -WULBRECHT, appellante, hebbende als raadslieden mr. Michiel Battheu, advocaat met kantoor te 8560 Wevelgem, Lode de Boningestraat 26 en mr. Ignace Claeys, advocaat met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 99, tegen B.V.B.A. J.V.D., geïntimeerde, hebbende als raadslieden mr. Igor Rogiers, advocaat met kantoor te 9270 Kalken, Kalkendorp 17A en mr. Matthias Storme, advocaat met kantoor te 1000 Brussel, Verenigingstraat 28, velt het Hof volgend arrest : I. Bestreden beslissing - Rechtspleging in hoger beroep
- Bestreden beslissing: het vonnis van de eerste kamer van de rechtbank van koophandel te Kortrijk (07/214/A) van 6 september
- Het hoger beroep is ingesteld bij verzoekschrift van 28 december
- Het is tijdig en regelmatig naar de vorm. Een akte van betekening wordt niet voorgelegd, al zou het vonnis betekend zijn op 30 november
- Het Hof heeft artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken in acht genomen. De procedure gebeurde op tegenspraak. II. Toepassing van artikel 19, lid 2 Ger. Wb.
- De betwisting betreft of, voorafgaand aan de eigenlijke betwisting ten gronde, maatregelen alvorens recht te doen moeten opgelegd worden, op grond van artikel 19, lid 2 Ger. Wb.. De maatregel tot overlegging van stukken werd in eerste aanleg niet gevorderd, zodat de eerste rechter zich er ook niet over uitsprak. De B.V.B.A. Tanghe-Wilbrecht (hierna "TW") vordert de afgifte van een aantal stukken met een dubbel doel: 1) toelaten de zaak grondiger te onderzoeken. De B.V.B.A. J.V.D. (hierna "JVD") beschikt over een aantal stukken, waarover TW niet zou beschikken en die zij nodig heeft om de wanprestatie van JVD te kunnen bewijzen; 2) voorkomen dat JVD een aantal bewijsstukken met betrekking tot de schade manipuleert. Met name vreest TW dat JVD de kosten van het project artificieel zou opblazen en daardoor de winst en dus de schadevergoeding van TW onrechtmatig verkleinen.
- De vordering om de stukken over te leggen die TW toelaten de schade te bewijzen (de maatregel van zogenaamd bewarende aard), kan thans niet op grond van artikel 19, lid 2 Ger. Wb. gegrond verklaard worden. Een voorafgaande maatregel alvorens recht te doen op grond van artikel 19, lid 2 Ger. Wb. om de vordering te onderzoeken, moet beoordeeld worden binnen het juridische kader waarin hij gevorderd wordt. De overlegging van stukken om de contractuele schade te kunnen bewijzen of om de beïnvloeding van het bedrag van de schade te voorkomen kan niet bevolen worden, zolang de eisende partij niet voldoende aanvaardbaar maakt dat een contractuele fout begaan werd en dat de schade het gevolg is van die fout. Hoe dan ook gaan de gevorderde maatregelen te ver. Het belang dat TW daarbij heeft, weegt niet op tegen de nadelige gevolgen voor JVD. Ondergeschikt wijst het Hof er nog op dat indien de kosten artificieel verhoogd zouden worden, dit in beginsel nog in een later stadium van de procedure kan aangetoond worden, desnoods door een deskundigenonderzoek. Minstens toont TW niet aan dat dit niet langer achteraf zou kunnen aangetoond worden.
- De eerste rechter oordeelde dat TW er niet in slaagde een contractuele wanprestatie aan te tonen in hoofde van JVD, terwijl TW vanaf een bepaald ogenblik in de uitvoering van het project afgehaakt heeft en geen verdere prestaties meer geleverd heeft. JVD was dan genoodzaakt alleen verder te werken, nu de grondplaat van het appartementsgebouw gegoten was. De vraag of JVD de overeenkomst om een gemeenschappelijke rekening te openen al dan niet nagekomen is, is een element dat van belang zou kunnen zijn in de beoordeling van de contractuele wanprestatie, zodat de overlegging van de stukken met betrekking tot deze afzonderlijke rekening (uittreksels en afschriften) bevolen wordt. Alle uittreksels tot de dag van de beëindiging van de overeenkomst moeten worden overgelegd. Dit moet gebeuren binnen de 14 dagen na de betekening van dit tussenarrest. De vraag of alle appartementen verkocht zijn op vandaag is een vraag die verband houdt met de schade. Het is aan TW te bewijzen dat zij haar verbintenis tot het verkopen van de appartementen correct is nagekomen. Prima facie is het bewijs van de latere verkoop (of het onverkocht blijven) van de appartementen niet van doorslaggevende aard om de overlegging van deze gegevens bij wijze van voorlopige maatregel alvorens recht te doen te bevelen. Voor het overige is de vordering van TW te ruim om bij wijze van een voorlopige voorafgaande maatregel te kunnen toegewezen worden. Zo toont zij bij wijze van voorbeeld onvoldoende aan waarom JVD "een kopie van alle overeenkomsten van het project" zou moeten bijbrengen en op welke wijze deze stukken zouden kunnen bijdragen tot het bewijs van een contractuele fout in hoofde van JVD. Al het voorgaande geldt mutatis mutandis ook voor de vordering om toekomstige stukken over te leggen.
- In het kader van deze zaak is het gepast een dwangsom van euro 250 per dag vertraging op te leggen, met een maximum van euro 5.
- De beslissing met betrekking tot de kosten wordt aangehouden. III. Beslissing Het Hof - beveelt de overlegging van de uittreksels en afschriften van de afzonderlijke rekening of rekeningen die geïntimeerde geopend heeft in het kader van de bouw van het appartementsgebouw Residentie Bristol, ... tot aan de datum van de beëindiging van de overeenkomst, uiterlijk de 14de dag na de betekening van dit tussenarrest en dit onder verbeurte van een dwangsom van euro 250 per dag vertraging, met een maximum van euro 5.000; - heropent de debatten op de terechtzitting van 15 februari 2010 om 09.30 uur; - zegt dat geïntimeerde haar syntheseconclusie zal neerleggen uiterlijk op 28.11.2008, appellante uiterlijk op 30.06.2009 en geïntimeerde uiterlijk op 31.12.2009; - houdt de beslissing met betrekking tot de kosten aan. Aldus gewezen door de zevende kamer van het Hof van beroep te Gent, zetelende in burgerlijke zaken samengesteld uit H. Debucquoy, kamervoorzitter, G. Vanderstichele, raadsheer, G. De la Ruelle, raadsheer, bijgestaan door A. Ferdinande, griffier en uitgesproken door de kamer-voorzitter in openbare terechtzitting op veertien april tweeduizend en acht. Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div