id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Gent Vonnis/arrest van 08 september 2008 ECLI nr: ECLI:BE:HBGNT:2008:ARR.20080908.4 Rolnummer: 2007/JR/191 Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2009-01-07 Raadplegingen: 93 - laatst gezien 2026-07-02 17:53 Fiche II toelaatbaarheid Het hoger beroep is tijdig en regelmatig naar de vorm ingesteld. Geïntimeerde voert aan dat het hoger beroep laattijdig is want werd aangetekend meer dan 30 dagen na de kennisgeving bij gerechtsbrief. Geïntimeerde meent dat die kennisgeving geschiedde overeenkomstig art. 792 Ger.W. Er wordt een bewijs van kennisgeving per gerechtsbrief overgelegd door appellant (stuk 9 uit zijn dossier). Dat stuk 9 heeft echter betrekking op het vonnis van 26 juni
- Aangenomen dat er tóch een kennisgeving per gerechtsbrief was van het thans bestreden vonnis, dan nog is het hoger beroep niet laattijdig als ingesteld meer dan een maand na die gerechtsbrief. Nergens staat dat in civiele jeugdzaken de beroepstermijn begint te lopen vanaf de kennisgeving. Art. 792 Ger.W. verwijst alleen naar zaken opgesomd in art. 704, 1e alinea Ger.W. De civiele jeugdzaken staan daar niet bij. Ook art. 58 Jb. verwijst nergens naar de kennisgeving bij gerechtsbrief als aanvang van de beroepstermijn. Er moet met andere woorden van uitgegaan worden dat de voorgehouden kennisgeving per gerechtsbrief louter vrijblijvend is geschied door de griffie van de jeugdrechtbank. Dergelijke vrijblijvende kennisgeving laat de beroepstermijn niet ingaan (Cass. 16 december 1999, Arr.Cass. 1999, 1629). Als de wetgever de beroepstermijn als algemene regel laat aanvangen bij de betekening, dan is dat omdat er bedoeld werd om het begin van die termijn geheel over te laten aan de inzichten van partijen die in civiele zaken domini litis, meesters van het geding zijn. Het is de toepassing van het beginsel pari sunt non esse et non significari). Een vrijblijvende gerechtsbrief van de griffie kan daaraan geen afbreuk doen. UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - JEUGDRECHT BURGERLIJK RECHT - JEUGDRECHT - Algemeen (jeugdrecht) Vrije woorden: Jeugdrechtbank - civiele jeugdzaken - beroepstermijn - aanvang - artikel 58 Jb Tekst van de beslissing Hof van beroep te Gent JKe kamer ________ terechtzitting van 08-09-2008 tussenarrest (verdere beh. 02.02.2009 9u20) 2007/JR/191 in de zaak van: V. D. E. W., wonende te appellant, hebbende als raadsman mr. RIEDER Hans, advocaat te 9000 GENT, Recollettenlei 39-40 tegen: L. T., wonende te geïntimeerde, hebbende als raadsman mr. VAN HECKE Georges O., advocaat te 9940 SLEIDINGE, Hooiwege 22A velt het Hof het volgend arrest: I procesgang Bij verzoekschrift ter griffie neergelegd op 5 november 2007 heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van 21 mei 2007 van de Jeugdrechtbank van Gent 25e Kamer. Geïntimeerde werd gehoord in persoon. De raadslieden van partijen hebben de zaak uiteengezet. Er werd kennis genomen van het advies van Substituut-Procureur-Generaal Inge T'Hooft. Gezien de omstandigheden van de zaak werd dit advies mondeling voorgebracht ter zitting van 3 september
- Partijen hebben mondeling gereageerd op het advies van het openbaar ministerie. De neergelegde conclusies en de overgelegde stukken werden ingezien. Art. 24 Wet 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werd in acht genomen. Niet alle partijen waren in persoon aanwezig. Daarom kon niet overeenkomstig art. 387, bis B.W. gepoogd worden hen te verzoenen. Noch konden alle nuttige inlichtingen verstrekt worden over de rechtspleging en in het bijzonder over het nut een beroep te doen op de in het zevende deel van het Gerechtelijk Wetboek bepaalde bemiddeling. Dit alles geschiedde in openbare terechtzitting. Ter terechtzitting van 3 september 2008 werd het debat beperkt tot de tijdigheid van het hoger beroep. II toelaatbaarheid Het hoger beroep is tijdig en regelmatig naar de vorm ingesteld. Geïntimeerde voert aan dat het hoger beroep laattijdig is want werd aangetekend meer dan 30 dagen na de kennisgeving bij gerechtsbrief. Geïntimeerde meent dat die kennisgeving geschiedde overeenkomstig art. 792 Ger.W. Er wordt een bewijs van kennisgeving per gerechtsbrief overgelegd door appellant (stuk 9 uit zijn dossier). Dat stuk 9 heeft echter betrekking op het vonnis van 26 juni
- Aangenomen dat er tóch een kennisgeving per gerechtsbrief was van het thans bestreden vonnis, dan nog is het hoger beroep niet laattijdig als ingesteld meer dan een maand na die gerechtsbrief. Nergens staat dat in civiele jeugdzaken de beroepstermijn begint te lopen vanaf de kennisgeving. Art. 792 Ger.W. verwijst alleen naar zaken opgesomd in art. 704, 1e alinea Ger.W. De civiele jeugdzaken staan daar niet bij. Ook art. 58 Jb. verwijst nergens naar de kennisgeving bij gerechtsbrief als aanvang van de beroepstermijn. Er moet met andere woorden van uitgegaan worden dat de voorgehouden kennisgeving per gerechtsbrief louter vrijblijvend is geschied door de griffie van de jeugdrechtbank. Dergelijke vrijblijvende kennisgeving laat de beroepstermijn niet ingaan (Cass. 16 december 1999, Arr.Cass. 1999, 1629). Als de wetgever de beroepstermijn als algemene regel laat aanvangen bij de betekening, dan is dat omdat er bedoeld werd om het begin van die termijn geheel over te laten aan de inzichten van partijen die in civiele zaken domini litis, meesters van het geding zijn. Het is de toepassing van het beginsel pari sunt non esse et non significari). Een vrijblijvende gerechtsbrief van de griffie kan daaraan geen afbreuk doen. III retroacta en omschrijving van de vordering Partijen zijn de uit de echt gescheiden ouders van D. geboren op Op 12 februari 2004 besliste de kort gedingrechter dat D. hoofdverblijf zou hebben bij vader. In het inleidend verzoekschrift vroeg moeder het hoofdverblijf van D.. Zij vroeg tevens dat vader veroordeeld zou worden om haar voor het kind per maand een alimentatie te betalen van euro 250 geïndexeerd meer de helft van de buitengewone kosten. Bij tussenvonnis van 27 juni 2005 werd een bepaald akkoord tussen partijen bekrachtigd. Bij tegeneis vroeg vader een bepaald recht op persoonlijk contact. Hij vroeg de kinderbijslag. Bij tussenvonnis van 6 februari 2006 werd een maatschappelijk onderzoek bevolen. Het verslag van dit maatschappelijk onderzoek werd ter griffie neergelegd op 15 juni
- Bij tussenvonnis van 26 juni 2006 werd een nieuw akkoord tussen partijen bekrachtigd. Bij tussenvonnis van 26 februari 2007 werd het debat heropend vooraleer te oordelen over de alimentatie voor D.. In het thans bestreden vonnis werd vader veroordeeld om aan moeder voor D. per maand euro 200 te betalen voor de periode van 1 december 2004 tot en met december
- Vanaf 1 mei 2006 werd dit euro 225 euro per maand geïndexeerd meer de helft van de buitengewone kosten. Er werd uitspraak gedaan over de kinderbijslag. In graad van beroep is het voorwerp van de vordering: de alimentatie. Vader vraagt om de alimentatie te bepalen op euro 175 per maand vanaf 1 juni 2006 met elk de helft van de buitengewone kosten. Hij wil horen zeggen dat voor de periode vóór 1 juni 2006 er geen alimentatie meer te verrekenen valt. Hij wil het terugbetalen door moeder van de helft van de ten onrechte ontvangen kinderbijslag. Hij vraagt hetzelfde voor de buitengewone kosten van mei 2003 tot en met juni
- De oorzaak van de vordering nopens de alimentatie is de afstamming en de daaruit voortvloeiende plicht om aan de kinderen huisvesting, levensonderhoud, opvoeding en opleiding te verschaffen De rechtsgrond van deze vordering is art. 203 B.W. OM DEZE REDENEN HET HOF, op tegenspraak, Ontvangt het hoger beroep. Stelt de zaak voor verdere behandeling ten gronde uit op de zitting van maandag 2 februari 2009 om 9u20 met een gezamenlijke pleitduur van 20 minuten. Houdt de uitspraak over de kosten aan. Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van het Hof van beroep te Gent, VIJFTIENDE KAMER, zitting houdende in jeugdzaken van ACHT SEPTEMBER TWEEDUIZEND EN ACHT. Aanwezig: Stefaan Oplinus, Kamervoorzitter, Jeugdrechter in hoger beroep; Inge T'Hooft, Substituut-procureur-generaal; Jenny Dammekens, Griffier. Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.