← België

ECLI:BE:HBGNT:2008:ARR.20080919.6

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Gent Vonnis/arrest van 19 september 2008 ECLI nr: ECLI:BE:HBGNT:2008:ARR.20080919.6 Rolnummer: 2006/RK/276 Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2008-11-13 Raadplegingen: 81 - laatst gezien 2026-07-02 17:56 Fiche UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - GERECHTELIJK RECHT- ALGEMENE BEGINSELEN Vrije woorden: vervanging van deskundige Tekst van de beslissing Hof van beroep te Gent 11de ter Kamer ________ Buitengewone openbare terechtzitting van 19 september 2008 ________ na tussenarrest dd. 21 december 2007 ________ 2006/RK/276 - In de zaak van: N.R. appellante, die bij de behandeling van de zaak -in raadkamer van 18 september 2008- in persoon is verschenen, appellante van een beschikking op 28 april 2006 in kort geding verleend door de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg te Oudenaarde, appellante -wat o.m. de kosten voor deskundigenonderzoek betreft- toegelaten tot de kosteloze rechtsbijstand bij beschikking van 10 september 2008 van het bureau van rechtsbijstand in het hof van beroep te Gent (2008/PD/125), hebbende als raadsman mr. SAEYS Paul, advocaat te 9300 AALST, Zwarte Zustersstraat 13, tegen: M.M. geïntimeerde, die bij de behandeling van de zaak -in raadkamer van 18 september 2008- in persoon is verschenen, hebbende als raadsman mr. LAMPENS Peter, advocaat te 9700 OUDENAARDE, Burgschelde 25 bus 2, bij tussenarrest dd. 21 december 2007 aangestelde deskundige: DE MOOR Caroline, psychologe, gevestigd te 9000 GENT, Onderstraat 61, velt het hof het volgend arrest: Het hof heeft kennis genomen van het door dit hof, 16de kamer, gewezen tussenarrest van 21 december

  1. Het daarin behandeld principaal en incidenteel beroep behelzen de beschikking verleend op 28 april 2006 in kort geding door de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg te Oudenaarde statuerend over de gevorderde voorlopige maatregelen in het kader van een echtscheidingsprocedure. De partijen werden gehoord in raadkamer op 18 september 2008 bij monde van hun raadslieden. Zij verschenen alsdan tevens in persoon. De deskundige, alhoewel behoorlijk opgeroepen, verscheen niet ter terechtzitting en niemand voor haar. De zaak werd hernomen voor de huidige samenstelling van het hof. Substituut-procureur-generaal Chantal LANSSENS werd ter zelfde terechtzitting gehoord in haar, gelet op de omstandigheden van de zaak, mondeling uitgebracht advies. De partijen verklaarden af te zien van hun repliekrecht. De dossiers van de rechtspleging werden ingezien. de procedurevoorgaanden
  2. Het hof verwijst kortheidshalve naar het voormeld tussenarrest d.d. 21 december
  3. Daarin werden het beperkt principaal en incidenteel beroep ontvankelijk verklaard en werd als volgt beslist. De bestreden beschikking werd bevestigd in de mate als aanhangig met dien verstande dat toepassing werd gemaakt van een aantal in de overwegingen van het tussenarrest doorgevoerde wijzigingen en toevoegingen en dat tevens ‘arts, Caroline DE MOOR, Onderstraat 61, 9000 Gent', werd aangewezen als deskundige met nader omschreven opdracht. Ter uiteindelijke beoordeling van het hof blijft het recht op persoonlijk contact van de geïntimeerde met de twee kinderen van de partijen: - S., geboren op 23 juni 1993; - R., geboren op 17 maart
  4. Op 25 januari 2008 werden de partijen en de deskundige door het hof gehoord in raadkamer. Op zelfde datum werd door dit hof, 16de kamer, een beschikking verleend waarin in het bijzonder werd bepaald dat: - de plaats en datum van aanvang van de werkzaamheden zou gebeuren binnen de maand; - de deskundige een kostenraming van het deskundigen-onderzoek vooropstelde van 1.000 EUR, waarmede de raadslieden van de partijen akkoord gingen; - de deskundige een vrijgave vroeg van 970 EUR, waarmede de raadslieden van de partijen eveneens akkoord gingen; - de raadsman van de appellante verklaarde het voorschot van 1.000 EUR te zullen betalen; - wat het kalenderverloop betreft de partijen en de deskundige het ermee eens waren dat de partijen zouden beschikken over een termijn van 15 dagen om opmerkingen te formuleren op het voorverslag en dat de deskundige haar definitieve verslag zou neerleggen midden juni
  5. Bij brief d.d. 29 mei 2008 bracht de deskundige het hof ter kennis dat zij tot dan haar opdracht niet had kunnen aanvangen. Er werd haar geen voorschot overgemaakt en de nodige documenten ontbraken om de opdracht te kunnen aanvatten. Tot haar spijt stelde zij de opdracht terug te bezorgen, aangezien de verlenging van haar opdracht geen optie was. Als bijlage werd de brief van zelfde datum gevoegd aan de raadslieden van de partijen. Daaruit blijkt onder meer dat: - door de raadsman van de appellante nooit werd gereageerd op haar brieven d.d. 11 februari, 28 februari en 2 april 2008; - op 2 april 2008 telefonisch contact werd genomen met de raadsman van de appellante waarin onder andere werd gewezen op het belang van het voorschot; - door desbetreffende raadsman tijdens het hoger aangehaald telefonisch onderhoud werd medegedeeld dat om rechtsbijstand zou worden verzocht en dat de deskundige van deze ontwikkelingen zou op de hoogte worden gehouden; - de deskundige niet meer in de mogelijkheid was om haar opdracht tijdig te vervullen; - de deskundige zich de vraag stelde of ‘het belang van het kind' als prioriteit werd beschouwd dan wel er een loopje werd genomen met de tijd. Als bijlage bezorgde zij haar kostenstaat van in totaal 234,2 EUR (installatievergadering, opstarten dossier en contacteren raadslieden).
  6. Bij brief d.d. 3 juni 2008 verzocht de raadsman van de geïntimeerde het hof de deskundige te willen uitnodigen in raadkamer ter bespreking van de problematiek. De zaak werd bij beschikking van de Eerste Voorzitter van het hof d.d. 3 juni 2008 onttrokken aan de 16de kamer en hertoebedeeld aan de 11de ter kamer. De partijen, hun raadslieden en de deskundige werden overeenkomstig art. 973 § 2 Ger.W. bij (gerechts)brief d.d. 10 juni 2008 verzocht om te verschijnen in raadkamer van de 11de ter kamer op 18 september 2008 om 14.00 uur. Bij brief d.d. 16 juni 2008 liet de deskundige het hof weten, wegens bevallingsverlof, onmogelijk op 18 september 2008 te kunnen aanwezig zijn. beoordeling
  7. Hoofdprobleem betreft het (dringend) aanvatten van de deskundige verrichtingen waartoe werd beslist in het hoger aangehaald tussenarrest d.d 21 december
  8. Dit is des te meer zo nu uit het verslag van het CAW Zuid-Oost-Vlaanderen blijkt dat deze ontmoetingsruimte, die de omgangsregeling met de vader begeleidt sedert mei 2006, overweegt om tegen einde 2008 haar tussenkomst te beëindigen. Beide partijen lieten hun voorkeur blijken voor een deskundigenonderzoek. Naar aanleiding van de behandeling van het verzoek voor het hof waren de beide partijen het er daarenboven over eens dat de deskundige Caroline DE MOOR zou worden vervangen door een deskundige psychiater. De appellante stelde de kosten te zullen voorschieten en verwees daarbij naar het arrest van het bureau voor rechtsbijstand van 10 september 2008 waarin haar de kosteloze rechtsbijstand onder meer voor de kosten van het deskundigenonderzoek werd verleend. Omtrent de persoon van de deskundige is er geen overeenkomst tussen partijen, zodat het hof dienaangaande ambtshalve beslist, zoals hierna bepaald. Wel deden de partijen afstand van de installatievergadering en de pleegvormen ter zake.
  9. De kostenstaat van de eerst aangestelde deskundige Caroline DE MOOR kwam niet aan bod. Mocht daarover betwisting zijn, dan houdt het hof de beslissing dienaangaande aan. OP DIE GRONDEN, HET HOF, recht doende op tegenspraak, gelet op artikel 24 van de Wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken; recht doende na tussenarrest van 21 december 2007 van dit hof, 16de kamer; verklaart het verzoek toelaatbaar en als volgt gegrond: ontheft deskundige Caroline DE MOOR van haar opdracht verleend in het tussenarrest van dit hof, 16de kamer, d.d. 21 december 2007; vervangt de bij dat tussenarrest aangestelde gerechtsdeskundige door: psychiater dokter Johan Baeke gevestigd te 8020 Hertsberge/Oostkamp Sterredreef 2 050/27 61 96 jbaeke@online.be gelast hem met dezelfde opdracht als deze vermeld in het tussenarrest van 27 mei 2004 met name: ‘de geïntimeerde en zijn beide kinderen, S. (° 7/3/98) en R. (° 23/6/93) te onderzoeken en advies te geven nopens het feit of een verder contact van de eerstgenoemde met de twee bedoelde kinderen van partijen, aangewezen blijft of tegenaanwijzingen oplevert en of een dergelijk contact een gevaar inhoudt voor de fysische of mentale integriteit van de bedoelde kinderen', en met dien verstande dat hij bij dit alles de bepalingen van art. 962 e.v. Ger.W. in acht neemt, en meer in het bijzonder: ▪ er kennis van te nemen dat, met instemming van partijen, geen installatievergadering is gehouden; ▪ partijen aangetekend en hun raadslieden bij gewone brief op de hoogte te brengen van plaats, dag en uur van het aanvangen van de deskundige werkzaamheden; ▪ het dossier van de rechtspleging te raadplegen; ▪ kennis te nemen van de stukken die partijen aan de deskundige zullen overhandigen; ▪ zich in voorkomend geval bij de onderzoekingen te laten bijstaan door de specialisten die nodig geacht worden en hun advies bij het verslag te voegen; ▪ te pogen partijen te verzoenen; ▪ alle nuttige vragen van partijen op gemotiveerde wijze te beantwoorden; ▪ het verslag in voorlezing aan partijen over te maken; ▪ een termijn van vijftien dagen te voorzien binnen dewelke partijen hun opmerkingen moeten overmaken; ▪ in het eindverslag deze opmerkingen te beantwoorden; ▪ in het eindverslag onder andere volgende vermeldingen neer te schrijven: de datum, de tegenwoordigheid van partijen bij de werkzaamheden, hun mondelinge verklaringen en hun vorderingen, een opgave van de stukken en nota's die partijen aan de deskundige hebben overhandigd; de tekst hiervan mag slechts overgenomen worden in zoverre dat nodig is voor de bespreking; ▪ het door de deskundige ondertekende eindverslag te voorzien van de wettelijke eedformule "Ik zweer dat ik mijn opdracht in eer en geweten, nauwgezet en eerlijk vervuld heb"; ▪ het eindverslag neer te leggen ter griffie van het hof van beroep te Gent tegen uiterlijk 18 december 2008; ▪ in de gedetailleerde staat van de deskundige vermelden: het uurloon, de verplaatsingskosten, de verblijfskosten, de algemene kosten, de bedragen die aan derden zijn betaald en in voorkomend geval het verrekenen van de vrijgegeven bedragen; raamt de totale kostprijs van het deskundigenonderzoek op 1.000 EUR; zegt dat die kosten van het deskundigenonderzoek door de appellante zullen voorgeschoten worden; verstaat dat aan de appellante desbetreffend bij beschikking van het bureau voor rechtsbijstand van dit Hof d.d. 10 september 2008 (2008/PD/125) kosteloze rechtsbijstand werd verleend; zegt dat ogenblikkelijk een voorschot van 750 EUR wordt vrijgegeven om de eerste kosten van de deskundige te dekken; zegt dat het de deskundige verboden is een rechtstreekse betaling van een partij in het geding te aanvaarden (artikel 509quater S.W.: ‘Met een gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden en met een geldboete van tweehonderd euro tot vijftienhonderd euro of met een van die straffen alleen wordt gestraft de deskundige die, wetende dat een rechtstreekse betaling niet toegelaten is, deze toch aanvaardt van een partij in het geding'.); zegt verder dat dit arrest door de griffier binnen de vijf dagen bij gerechtsbrief ter kennis zal worden gebracht aan de deskundigen -zowel deze die van zijn taak is ontheven als aan de nieuw aangestelde deskundige- en per gewone brief aan partijen en hun raadslieden; zegt dat de deskundige over een termijn van acht dagen na de kennisgeving van dit arrest zal beschikken om desgewenst de opdracht met behoorlijk omklede redenen te weigeren; verstaat dat de eventuele betwisting over de kostenstaat van deskundige Caroline DE MOOR wordt aangehouden; bepaalt, behoudens andersluidend akkoord tussen partijen, de termijn voor verzending aan de andere partij en neerlegging ter griffie voor eventuele syntheseconclusies: - door de appellante: uiterlijk op 08 januari 2009; - door de geïntimeerde: uiterlijk op 22 januari 2009; stelt de zaak in voortzetting en ter verdere behandeling op de terechtzitting van donderdag 29 januari 2009 om 10.30 uur (behandelingsduur van 30 minuten) Aldus gewezen en uitgesproken in buitengewone openbare terechtzitting van het Hof van beroep te Gent, elfde ter kamer, zetelende in burgerlijke zaken, op negentien september tweeduizend en acht. Aanwezig: mevrouw Sabine De Bauw raadsheer, wn. kamervoorzitter; de heer Lodewijk Langelet griffier. L. LANGELET S. DE BAUW Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.