← België

ECLI:BE:HBGNT:2008:ARR.20080925.4

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Gent Vonnis/arrest van 25 september 2008 ECLI nr: ECLI:BE:HBGNT:2008:ARR.20080925.4 Rolnummer: 2007/AR/2116 Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2008-10-27 Raadplegingen: 77 - laatst gezien 2026-07-02 17:58 Fiche UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Uitgaven en kosten (gerechtelijk recht) - Rechtsplegingsvergoeding Vrije woorden: Rechtsplegingsvergoeding - in het ongelijk gestelde partij, begunstigde van de tweedelijns juridische bijstand - minimum bedrag Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 1022, vierde lid Tekst van de beslissing EINDARREST na tussenarrest 3-4-2008 Rechtsbijstand voor appellante - zie 2007/PD/95 dd. 25.7.2007 - In de zaak met het rolnummer 2007/AR/2116 van: VC wonende te ..... appellante tegen het vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Veurne, op tegenspraak gewezen door de zevende kamer dd. 27-6-2007, - toegelaten tot de rechtsbijstand bij arrest van het bureau voor rechtsbijstand bij het Hof van Beroep te Gent dd. 25-7-2007 (P.D. nr.: 2007/PD/95) - oorspronkelijk verweerster, hebbende als raadsman mr. VANDEWIELE Linneke, advocaat te 8600 Diksmuide, Vismarkt 1 tegen : DK arbeider, wonende te .... geïntimeerde, oorspronkelijk eiser, hebbende als raadsman mr. VERBEEST Nadine, advocaat te 9051 St.-Denijs-Westrem, Driekoningenstraat 3 velt het hof het volgend arrest. Dit Hof, zelfde kamer, heeft ingevolge het beroep tegen het vonnis dat de rechtbank van eerste aanleg te Veurne, zevende kamer, op 27 juni 2007 tussen partijen heeft gewezen, reeds op 3 april 2008 een arrest geveld. De vordering bleef enkel onbeslist in zover ze betrekking had op de schuld van de partijen aan de Federale Kas voor het Beroepskrediet. De vordering beliep in hoofdsom 596,98 EUR. Er werden geen aanvullende stukken neergelegd. Partijen gaven ook geen bruikbare bijkomende informatie. Het Hof dient in de gegeven omstandigheden op basis van de stukken, die reeds voorlagen te besluiten dat geïntimeerde als eiser niet heeft bewezen dat hij recht heeft op de betaling van het gevorderde bedrag omdat niet is aangetoond dat hij met de door hem gedane betaling van 1193,96 EUR meer heeft betaald dan hetgeen hij verschuldigd was uit hoofde van de akte E.O.T. Op basis van zijn stukken nam het Hof er akte van dat zijn betaling de helft uitmaakt van het bedrag van 96.311 oude BEF dat betaald is geworden aan FD&V en waarvan geen enkele partij ontkende dat dit een betaling was ten bate van de Federale Kas voor het Beroepskrediet. Voor de veroordeling door de eerste rechter ontbrak elke grond. Het beroep van appellante is op dat punt gegrond. Gelet op het feit dat appellante, geconfronteerd met een uitbreiding van de vordering, tot een hoger bedrag wordt veroordeeld dan in het bestreden vonnis, wordt zij als de in het ongelijk gestelde partij beschouwd en is zij als begunstigde van de tweedelijns juridische bijstand krachtens artikel 1122, vierde lid Ger.W. wat betreft de rechtsplegingsvergoeding van de aanleg in beroep, enkel gehouden gehouden tot het minimum. Het gaat hier niet om een geval van een kennelijk onredelijke situatie. Het toepasselijk minimum beloopt 375 EUR. OP DIE GRONDEN, HET HOF, recht doende op tegenspraak, gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechts¬zaken; in voortzetting van het arrest van 3 april 2008 Verklaart het hoger beroep in beperkte mate gegrond en de vordering van geïntimeerde zoals door hem uitgebreid in beroep, gegrond zoals hierna gezegd. Hervormt het bestreden vonnis waar het de hoofdsom waartoe appellante werd veroordeeld, bepaalde op 2.235,58 EUR en zegt dat dit bedrag wordt vervangen door de hoofdsom van 2.642,82 EUR; Bevestigt het vonnis voor het overige binnen de perken van het hoger beroep; Verwijst appellante tot de kosten van de aanleg in hoger beroep en begroot deze kosten op 186 EUR uit hoofde van het rolrecht (in debet) en op 375 EUR uit hoofde van de rechtsplegingsvergoeding. Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van het Hof van Beroep te Gent, ELFDE BIS-KAMER, zetelend in burgerlijke zaken, op heden 25-9-2008. Aanwezig: - P. De Buck, voorzitter; - B. De Wilde, griffier. Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.