← België

ECLI:BE:HBGNT:2008:ARR.20081006.6

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Gent Vonnis/arrest van 06 oktober 2008 ECLI nr: ECLI:BE:HBGNT:2008:ARR.20081006.6 Rolnummer: 2007/AR/529 Rechtsgebied: Intellectuele eigendom Invoerdatum: 2009-02-06 Raadplegingen: 98 - laatst gezien 2026-07-02 18:02 Fiche Het lang stilzitten (in casu 6 jaar) om op te treden tegen namaak zorgde voor twijfel en onduidelijkheid over de precieze omvang en draagwijdte van het intellectuele eigendomsrecht, en is relevant om te bepalen of er al dan niet kwade trouw was. De schending van het auteursrecht kan een fout uitmaken in de zin van art. 1382 Burg. Wetb. Het oorzakelijk verband is echter verbroken gedurende de periode van de heersende onduidelijkheid die mee veroorzaakt is door de houder van het eigendomsrecht. Voor de periode erna is het oorzakelijk verband wel aangetoond. Het Hof bepaalt een aantal criteria voor de schadebegroting, kent een provisie toe, en heropent de debatten om de partijen toe te laten de schadevergoeding te berekenen. UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - INTELLECTUELE RECHTEN - Auteursrecht en Naburige rechten - Auteursrecht - Algemeen Vrije woorden: Intellectuele eigendom - auteursrecht - namaak - kwade trouw - schadeloosstelling - aquiliaanse fout - doorbreking oorzakelijk verband - omvang schade - heropening debatten. Tekst van de beslissing Hof van beroep te Gent 7de Kamer ________ Terechtzitting van 06-10 2008 AUTEURSRECHTEN Nr. 2007/AR/529 ---------------------- TUSSENARREST : heropening der debatten op 15.12.2008 om 16 uur in de zaak van :

  1. STOKKE AS (voorheen Stokke Gruppen AS), vennootschap naar Noors recht met maatschappelijke zetel te Hahjem, 6260 Skodje (Noorwegen),
  2. P. O., designer,
  3. N.V. STOKKE BELGIUM, met maatschappelijke zetel te 1780 Wemmel, Kaasmarkt 151 en met ondernemingsnummer 0432.027.211, appellanten, hebbende als raadsman mr. Pieter Van Den Broecke, advocaat met kantoor te 1000 Brussel, Brederodestraat 13, tegen B.V.B.A. NEW VALMAR, met maatschappelijke zetel te 9030 Gent (Mariakerke), Mispelbilk 30 en met ondernemingsnummer 0447.933.429, geïntimeerde, hebbende als raadslieden mr. Filip Van Elsen en mr. Stijn Debaene, advocaten met kantoor te 2600 Antwerpen, Uitbreidingstraat 80, velt het Hof volgend arrest : I. Bestreden beslissing - Rechtspleging in hoger beroep
  4. Bestreden beslissing: het vonnis van de eerste kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Gent (04/3194/A) van 10 januari
  5. Het hoger beroep is ingesteld bij verzoekschrift van 22 februari
  6. Het is tijdig en regelmatig naar de vorm. Een akte van betekening wordt niet voorgelegd. Het Hof heeft artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken in acht genomen. De procedure gebeurde op tegenspraak. II. Overblijvende betwisting - Feiten - Procedure in eerste aanleg
  7. De overblijvende betwisting betreft de vraag of de B.V.B.A. New Valmar (hierna "New Valmar") een vergoeding verschuldigd is aan Stokke A/S en/of P. O. en/of Stokke Belgium N.V. (hierna samen genoemd "Stokke") op grond van artikel 87, §2 van de wet van 30 juni 1994 betreffende het auteursrecht en de naburige rechten
  8. De eerste rechter zette de feiten correct uiteen, zodat het Hof daarnaar verwijst.
  9. De eerste rechter kende de volgende vergoedingen toe: - aan Stokke A/S: euro 161.656,50, te vermeerderen met de gerechtelijke intrest vanaf 17 november 1999 aan de wettelijke rentevoet; - aan Stokke Belgium N.V.: euro 194.756,25, te vermeerderen met de gerechtelijke intrest vanaf 17 november 1999 aan de wettelijke rentevoet; - aan P. O.: euro 1,00 en wees het meer gevorderde af. III. Grieven - Voorwerp van het hoger beroep
  10. Stokke werpt de volgende grieven op: 1) ten onrechte heeft de eerste rechter geoordeeld dat New Valmar niet te kwader trouw was; 2) ten onrechte heeft de eerste rechter bij de schadebegroting enkel met de helft van de inbreukmakende massa rekening gehouden; 3) ten onrechte heeft de eerste rechter geen deskundige aangesteld.
  11. New Valmar stelt beperkt hoger incidenteel beroep in. Zij vraagt het oordeel te bevestigen dat zij niet te kwader trouw handelde en voor het overige de vorderingen van Stokke ongegrond te verklaren. IV. Beoordeling
  12. Tussen partijen blijkt geen discussie te bestaan met betrekking tot het feit dat de wijzigingsbepalingen van de wet van 9 mei 2007 niet van toepassing zijn op deze zaak. De beweerde kwade trouw in hoofde van New Valmar in de zin van artikel 87, §2 van de auteurswet
  13. Terecht heeft de eerste rechter het volgende geoordeeld over het begrip "kwade trouw" in het auteursrecht. "2.1.
  14. Artikel 87 §2 van de Auteurswet bepaalt het volgende: "De overhandiging van de nagemaakte voorwerpen en platen, vormen, matrijzen of andere gereedschappen die rechtstreeks gediend hebben tot het plegen van de namaking en die nog in het bezit van de verweerder zijn, kan worden bevolen in mindering van de aan de eiser verschuldigde schadevergoeding. De verweerder die te kwader trouw is, wordt veroordeeld tot verbeurdverklaring van de nagemaakte voorwerpen en van de platen, vormen en matrijzen of andere gereedschappen die rechtstreeks gediend hebben tot het plegen van de namaking of, in voorkomend geval, tot de betaling van een som gelijk aan de prijs van deze voorwerpen of andere reeds overgedragen goederen." 2.1.
  15. De Auteurswet bevat geen omschrijving van het begrip "kwade trouw" vermeld in artikel 87 §2 alinea
  16. De partijen zijn het er evenwel over eens dat het begrip naar analogie met het octrooi geïnterpreteerd mag worden. De inbreukmaker handelt derhalve te kwader trouw wanneer hij met volle kennis van het bestaan, het van kracht zijn, de omvang en de draagwijdte van het auteursrecht, namaak pleegt. Het wordt door de partijen niet betwist dat "de omvang en de draagwijdte" van een auteursrecht moeilijker in te schatten is dan van een octrooirecht, nu er voor het auteursrecht geen inschrijving noodzakelijk is. Terecht merkt New Valmar op dat overeenkomstig artikel 2268 B.W. de goede trouw steeds vermoed wordt en dat hij die zich op kwade trouw beroept, die moet bewijzen.".
  17. 10.
  18. Het Hof voegt hieraan toe dat het niet relevant is of "de omvang en de draagwijdte" in het octrooirecht minder belangrijk is dan in het auteursrecht. Opdat er kwade trouw bewezen zou zijn, moet er evenzeer in het auteursrecht duidelijkheid zijn over het precieze bestaan en de inhoud van het auteursrecht. Het feit dat Stokke in België bijna 6 jaar wachtte om op te treden tegen de verkoop van de alpha en beta stoelen en New Valmar dus al die tijd ongehinderd de stoelen kon verkopen, is een doorslaggevend element dat ervoor gezorgd heeft dat New Valmar als invoerder en verdeler voor dit land kon twijfelen aan de precieze omvang en de draagwijdte van het intellectuele eigendomsrecht van Stokke. In de voorliggende zaak is dit element voldoende om alle andere feiten en argumenten die Stokke opwerpt om de kwade trouw aan te tonen, te ontkrachten. Dit geldt voor de verregaande gelijkenis tussen de stoelen, het verschil in kwaliteit tussen de stoelen, het gebruik van de bewoordingen "Trip Trap" (zonder dubbele p) en de nadruk op het meegroeikarakter van de stoel. Daar waar het lange stilzitten van Stokke er niet toe geleid heeft dat het auteursrecht op de Tripp Trapp stoel op enige wijze verviel, is dit lange stilzitten wel relevant voor het bepalen of er al dan niet kwade trouw was in hoofde van New Valmar. 10.
  19. De ingebrekestelling van 1999 is nodig geweest om de aanspraken te vestigen van Stokke, maar is, gelet op de lange periode die eraan voorafging, niet voldoende om te besluiten dat vanaf dan New Valmar te kwader trouw handelde in de zin van artikel 87§2 van de Auteurswet. 10.
  20. Enkel voor de Alpha en Beta stoelen die nog verkocht werden na de betekening van het arrest van dit Hof van 6 oktober 2003, ogenblik waarop het bestaan, het van kracht zijn, de omvang en de draagwijdte van het auteursrecht van Stokke op de Tripp Trapp stoel, die door de heer Opsvik ontworpen werd, kan de kwade trouw aanvaard worden. Elke stoel die daarna nog door New Valmar verkocht werd, werd wetens en willens met inbreuk van het auteursrecht van Stokke verkocht. In geval het arrest niet betekend werd, neemt het Hof 20 oktober 2003 als begindatum. 10.
  21. Het bestreden vonnis wordt in die zin hervormd. De beweerde fout van New Valmar in de zin van artikel 1382 B.W.
  22. Terecht werpt Stokke op dat de schending van het auteursrecht een fout kan uitmaken in de zin van artikel 1382 B.W.. Dit is in deze zaak het geval. Door het auteursrecht van Stokke te schenden heeft New Valmar zich foutief gedragen. Een normaal zorgvuldig persoon in dezelfde omstandigheden geplaatst, zou de Alpha en Beta stoelen niet op de markt gebracht hebben. Het oorzakelijk verband
  23. De omstandigheden van deze zaak zijn specifiek. Het is bijzonder dat Stokke lang gewacht heeft vooraleer op te treden tegen H. en de stoelen die deze maakte. Verschillende procedures zijn gedurende verschillende jaren in verschillende landen van Europa gevoerd. Ook in België duurde het bijna 6 jaar vooraleer Stokke New Valmar in gebreke stelde. Het heeft enige tijd geduurd vooraleer er duidelijk is komen vast te staan dat de alpha en beta stoelen van New Valmar (H.) een inbreuk maakten op de Tripp Trapp stoel van Stokke. Wat betreft België heeft deze overgangsperiode, waarin nogal wat onduidelijkheid bestond, geduurd tot het arrest van dit hof van beroep van 6 oktober
  24. De onduidelijkheid gedurende een aantal jaren, ook de jaren tussen de ingebrekestelling van 1999 en het arrest van 2003, is mee veroorzaakt door de houding van Stokke zelf. Het feit dat zij nog niet voldoende georganiseerd was om adequaat en consequent te kunnen optreden tegen namaak en zich gedurende een aantal jaren vooral geconcentreerd heeft op de uitbouw van het eigen bedrijf, kan niet toegeschreven worden aan New Valmar. Zelfs als de fout in de zin van artikel 1382 B.W. voor de schending van het auteursrecht van Stokke vaststaat, ook voor de periode die aan het arrest van dit Hof van 6 oktober 2003 voorafgaat, dan nog moet vastgesteld worden dat het oorzakelijk verband doorbroken is.
  25. Voor de hierboven vastgestelde periode (vanaf de betekening of vanaf 20 oktober 2003) staat wel vast dat de fout van New Valmar de schade van Stokke veroorzaakte. Zonder de kwade trouw en zonder de fout zou de schade niet zijn opgetreden, zodat het oorzakelijk verband is aangetoond. De schadevergoeding
  26. Omdat de feitelijke situatie met betrekking tot eventuele inbreuken op het auteursrecht na de betekening of na 20 oktober 2003 niet duidelijk is, heropent het Hof de debatten vooraleer een deskundige aan te stellen. Het wordt Stokke toegelaten: 1) aan te tonen, minstens een begin van bewijs te leveren, of er al dan niet nog alpha en beta stoelen verkocht werden na de betekening van het arrest of na 20 oktober 2003; 2) het (begin van) bewijs te leveren van de hiervoor opgesomde inbreuken. Het wordt partijen verder toegelaten desgevallend en zo mogelijk zelf de schadevergoeding te berekenen op basis van wat hierna bepaald werd.
  27. De materiële schade moet vergoed worden als volgt. Het aantal stoelen dat New Valmar verkocht na de betekening van het arrest van 6 oktober 2003 (desgevallend 20 oktober 2003, namelijk indien dit arrest niet zou betekend zijn) moet vermenigvuldigd worden met het verschil tussen het bedrag per stoel uit de inkomende ten opzichte van de uitgaande facturen van alpha en beta stoelen van New Valmar. Nu niet met voldoende zekerheid kan aangetoond worden dat elke koper van een H. stoel een Tripp Trapp zou gekocht hebben, mochten de inbreuk makende stoelen niet op de markt geweest zijn en nu niet aangetoond is dat Stokke tot een meerproductie in staat was, indien de H. stoelen niet te koop zouden geweest zijn, wordt de wijze van schade berekenen van Stokke, die erin bestaat het aantal verkochte stoelen door New Valmar te vermenigvuldigen met de winstmarge van Stokke, afgewezen.
  28. Met betrekking tot de schending van de exclusiviteit, de verwarring die mogelijks bij een aantal consumenten zou kunnen ontstaan zijn, de lagere kwaliteit van de stoelen en de gevolgen ervan voor het marktimago van Stokke moet Stokke, gelet op al het voorgaande, aantonen dat deze ook na (6 of 20) oktober 2003 aanwezig waren. Hetzelfde geldt voor de eventuele bijzondere marketinginspanningen die Stokke na de betekening van het arrest of na 20 oktober 2003 zou hebben moeten leveren.
  29. Voor zover de vordering van Stokke gebaseerd is op het cassatie arrest van 2 september 2004 om een vergoeding te ontvangen voor de (advocaten)kosten die zij voor het vaststellen van het auteursrecht en het bekomen van een schadevergoeding gemaakt heeft, wordt verwezen naar de wet van 26 april 2007 en het uitvoeringsbesluit ervan dat de nieuwe bedragen van de rechtsplegingvergoeding heeft vastgesteld.
  30. Voor zover de vordering gebaseerd is op artikel 45 § 2 van de Overeenkomst inzake de Handelsaspecten van de Intellectuele Eigendom van 15 april 1994 (hierna het "TRIPs Verdrag" genoemd), oordeelt het Hof het volgende. Hoewel zij vrij lang gewacht heeft met op te treden, heeft Stokke uiteindelijk heel wat inspanningen moeten leveren, vooral langs juridische weg, om haar auteursrecht op de Tripp Trapp te laten erkennen en afdwingen. Het is aannemelijk dat dit heel wat aan honoraria en vergoedingen voor advocaten heeft meegebracht. New Valmar wordt veroordeeld om een provisie van euro 25.000,00 te betalen aan Stokke AS en een provisie van euro 800 aan Stokke Belgium N.V.. Stokke wordt gevraagd het precieze bewijs van deze honoraria en kosten te leveren.
  31. Voor de schending van zijn morele rechten als auteur wordt aan de heer O. euro 1 morele schadevergoeding toegekend. Kosten
  32. De beslissing omtrent de kosten wordt aangehouden. V. Beslissing Het hoger principaal en incidenteel beroep zijn toelaatbaar, maar enkel gegrond in de hierna volgende mate; Het Hof: - hervormt het bestreden vonnis, behalve in zoverre het de vordering toelaatbaar verklaarde; - verklaart de vordering van appellanten principieel gegrond voor zover het de verkoop van Alpha en Beta stoelen door geïntimeerde betreft voor de periode na de betekening van het arrest van dit Hof van 6 oktober 2003 of na 20 oktober 2003 voor het geval dit niet betekend zou zijn; - verklaart de vordering van appellanten tot vergoeding van de schade op grond van het TRIPs Verdrag principieel gegrond en veroordeelt geïntimeerde tot het betalen van een provisie van euro 25.000,00 aan Stokke AS en een provisie van euro 800 aan Stokke Belgium N.V.; - verklaart de vordering van de heer O. gegrond voor zover deze euro 1 als morele schadevergoeding vordert en veroordeelt geïntimeerde tot betaling van dit bedrag aan de heer O.; - alvorens verder recht te doen, heropent de debatten op de terechtzitting van 15 december 2008 om 16.00 uur, teneinde appellanten toe te laten aan te tonen of minstens het begin van bewijs bij te brengen dat 1) ook na de betekening van het meergenoemde arrest van 6 oktober 2003 of na 20 oktober 2003 New Valmar Alpha en Beta stoelen verkocht; 2) de schending van de exclusiviteit, de verwarring die mogelijks bij een aantal consumenten zou kunnen ontstaan zijn, de lagere kwaliteit van de stoelen, de gevolgen ervan voor het marktimago van Stokke en de eventuele bijzondere marketinginspanningen ook na de betekening van hetzelfde arrest of na 20 oktober 2003 aanwezig waren; - houdt de beslissing over de kosten aan. Aldus gewezen door de zevende kamer van het Hof van beroep te Gent, zetelende in burgerlijke zaken samengesteld uit H. Debucquoy, kamervoorzitter, G. Vanderstichele, raadsheer, G. De la Ruelle, raadsheer, bijgestaan door A. Ferdinande, griffier en uitgesproken door de kamer-voorzitter in openbare terechtzitting op zes oktober tweeduizend en acht. Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.