← België

ECLI:BE:HBGNT:2008:ARR.20081006.7

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Gent Vonnis/arrest van 06 oktober 2008 ECLI nr: ECLI:BE:HBGNT:2008:ARR.20081006.7 Rolnummer: 2007/AR/173 Rechtsgebied: Overige - Handelsrecht Invoerdatum: 2009-02-10 Raadplegingen: 105 - laatst gezien 2026-07-02 18:02 Fiche Een naderlandstalige beroepsakte is niet nietig wanneer zij een franstalig citaat bevat, dat geen middel betreft maar slechts een onderdeel is van een argument. De vordering van de (voormalige) vennote van een NV tot aanzuivering van de rekening-courant, is niet toelaatbaar, minstens ongegrond, omdat zij geen hoedanigheid van aandeelhouder meer bezit, nadat de feitelijke gemeenschap tussen de vennoten, die ongehuwd hadden samengewoond, was vereffend en verdeeld en de vennote daarbij haar aandelen aan de vennoot had overgedragen. Met de inbreng van eigen gelden werd minstens impliciet rekening gehouden bij de waardebepaling van de aandelen, en de verrekening is geschied bij de verdeling. UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - TAALGEBRUIK GERECHTSZAKEN - Taalgebruik in hoger beroep HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - VENNOOTSCHAPPEN - Naamloze vennootschap - Algemeen Vrije woorden: Beroepsakte - taalgebruik - nietigheid. Vennootschap - rekening-courant - overdracht aandelen - vereffening en verdeling feitelijke gemeenschap - gevolgen. Tekst van de beslissing Hof van beroep te Gent 7de Kamer ________ Terechtzitting van 06-10 2008 Nr. 2007/AR/173 ----------------------- in de zaak van : N.V. DEN DRUKKER, met maatschappelijke zetel te 9170 Sint-Gillis-Waas, Kronenhoekstraat 1 en met ondernemingsnummer 0456.358.373, appellante, hebbende als raadsman mr. Guy Van den Branden, advocaat met kantoor te 9100 Sint-Niklaas, Colmarstraat 2A, tegen

  1. R. H., bediende, wonende te eerste geïntimeerde, hebbende als raadsman mr. Martin Aps, advocaat met kantoor te 2018 Antwerpen, Harmoniestraat 38,
  2. A. V. B., wonende te tweede geïntimeerde, hebbende als raadsman mr. Luc De Block, advocaat met kantoor te 9160 Lokeren, Antwerpsesteenweg 20, velt het Hof volgend arrest : I . Bestreden beslissing - Rechtspleging in hoger beroep
  3. Bestreden beslissing: het vonnis van de derde kamer van de rechtbank van koophandel te Dendermonde (05/1519/A) van 26 september
  4. Het hoger beroep is ingesteld bij verzoekschrift van 18 januari
  5. Het is tijdig en regelmatig naar de vorm. Een akte van betekening wordt niet voorgelegd. Het Hof heeft artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken in acht genomen. De procedure gebeurde op tegenspraak. II. Overblijvende betwisting - Feiten - Procedure in eerste aanleg
  6. De overblijvende betwisting betreft de vragen of: 1) de beroepsakte nietig is wegens schending van de wetgeving op het taalgebruik in gerechtszaken; 2) Mevrouw R. H. de vereiste hoedanigheid van vennoot bezat om de uitbetaling van (een deel van) de rekening-courant te kunnen vorderen; 3) (ondergeschikt) de rechtbank van koophandel bevoegd is om de rekening-courant te verdelen volgens de regels van de vereffening en verdeling tussen ongehuwd samenwonende personen; 4) (ondergeschikt) artikel 30 Wb. Venn. van toepassing is bij de terugname van de inbreng in een vennootschap.
  7. R. H. en A. V. B. richten bij akte van 2 november 1995 de N.V. Den Drukker op. Ze zijn ieder vennoot voor de helft van de aandelen. Beide woonden ook samen sedert
  8. Beide vennoten stelden gelden ter beschikking van de vennootschap vanuit hun gemeenschappelijke huishoudgelden. Deze worden geboekt onder "rekening-courant vennoten". Begin 1999 eindigt de persoonlijke relatie tussen R. H. en A. V. B. Bij de vereffening en de verdeling van de feitelijke gemeenschap verdelen de partners onder meer hun gemeenschappelijk onroerend goed te Frankrijk. Het komt in volle eigendom toe aan mevrouw R. H. De notariële akte van 12 augustus 1999 met betrekking tot de overdracht van de volle eigendom van dat onroerend goed vermeldt het volgende: "...modalités de paiement du prix: les parties demandent au notaire soussigné d'indiquer au présent acte que le prix est représenté par la cession que consent Mme H. à Monsieur V. B. de toutes les actions qu'elle possède dans la SA dénommée "Den Drukker" dont le siège social est à 9170 Sint-Gillis-Waas (Belgique), Kronenhoekstraat 1; Ces actions ayant une même valeur de soixante mille Francs..." ("... betalingsmodaliteiten: de partijen vragen ondergetekende notaris aan te geven in de huidige akte dat de prijs vertegenwoordigd is door de overdracht waarin mevrouw H.toestemt aan de heer V. B. die zij bezit in de N.V. genaamd "Den Drukker", waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is ...; deze aandelen hebben dezelfde waarde van 60.000 Francs -eigen vrij letterlijke vertaling van het Hof) (stuk 3 van het dossier van appellante). Uit de bijlagen bij het Belgisch Staatsblad van 4 december 1999 kan afgeleid worden dat R. H. geen aandeelhouder meer is. Per brief van 7 mei 2002 stelt R. H. Den Drukker in gebreke om de rekening-courant aan te zuiveren (stuk 5 van het dossier van appellante). Deze laatste betwist de vordering op 21 mei 2002 en vraagt om eventuele bewijsstukken over te maken, indien mevrouw H. volhardt (stuk 6 van het dossier van appellante). Op 21 maart 2005 dagvaardt mevrouw H. tot betaling van het eerder gevorderde bedrag.
  9. De eerste rechter veroordeelde de N.V. Den Drukker om de som van euro 42.258,41 te betalen aan mevrouw H., te vermeerderen met de nalatigheidsintresten en de gerechtelijke intresten aan de wettelijke rentevoet vanaf 7 mei 2002 tot aan de algehele betaling, als terugbetaling van haar aandeel in de rekening-courant. III. Grieven - Voorwerp van het hoger beroep
  10. De N.V. Den Drukker grondt haar verzoekschrift in hoger beroep op de volgende grieven: 1) de eerste rechter beging een vergissing in feite, waar hij oordeelde dat het onroerend goed in Frankrijk bij de vereffening-verdeling toebedeeld werd aan de heer V. B. 2) de eerste rechter beantwoordde haar voornaamste verweermiddel niet. Het bestond erin dat Mevrouw H. geen vennoot meer is en derhalve niet langer gerechtigd is (een deel van) de rekening-courant te vorderen. 3) de rechtbank van koophandel heeft haar bevoegdheid overschreden door de rekening-courant te verdelen volgens de regels van de vereffening en verdeling tussen ongehuwd samenwonende personen. 4) artikel 30 Wb. Venn. is niet van toepassing bij de terugname van de inbreng in een vennootschap. Zij vordert het vonnis te hervormen en de oorspronkelijke vordering ongegrond te verklaren. Zij vordert verder het incidenteel hoger beroep ongegrond te verklaren.
  11. Mevrouw H. vordert in haar conclusie: 1) de beroepsakte nietig te verklaren; 2) het hoofdberoep ongegrond te verklaren; 3) het incidenteel beroep gegrond te verklaren en derhalve - voor recht te zeggen dat de in rekening-courant geboekte gelden volledig en uitsluitend aan mevrouw H. toebehoren; - Den Drukker te veroordelen om de som van euro 47.843,45 te betalen, te vermeerderen met de verwijlintresten, minstens de vergoedende intresten vanaf 21 december 2001, minstens vanaf 7 mei 2002 en met de gerechtelijke inresten; Ondergeschikt Den Drukker te veroordelen tot de betaling van het bedrag van euro 42.258,84; - het arrest gemeen te verklaren ten opzichte van de heer A. V.B. IV. Beoordeling De rechtsgeldigheid van de beroepsakte
  12. Om de volgende redenen verwerpt het hof de exceptie van nietigheid van het verzoekschrift in hoger beroep. In de beroepsakte citeert "Den Drukker" de passage uit de Franse notariële akte, die hiervoor weergegeven werd. Zij geeft geen vertaling, maar voegt erna wel eraan toe "Sindsdien had geïntimeerde dus al haar aandelen en bijhorende vorderingen overgedragen aan A. V. B. en één en ander werd ook bevestigd in de bijlagen tot het Belgisch Staatsblad van 4 december 1999". Voor het overige is het verzoekschrift tot hoger beroep volledig in het Nederlands opgesteld. Het citaat betreft geen middel, maar bevat een onderdeel van de argumentatie. Bovendien is het argument dat eruit werd afgeleid en eraan werd toegevoegd wel in het Nederlands opgesteld. Als zodanig is het citaat een ondersteuning van de redenering die Den Drukker in het Nederlands ontwikkelt. Bijgevolg is de beroepsakte niet nietig. De bevoegdheid van de rechtbank van koophandel
  13. De vordering in de dagvaarding is gebaseerd op de hoedanigheid van mevrouw H. als voormalig vennoot en op de rekening-courant in de vennootschap. Overeenkomstig artikel 574 Ger. Wb. behoort deze materie tot de bevoegdheid van de rechtbank van koophandel. Het feit dat de vordering kan voortvloeien uit (de beëindiging van) een onverdeeldheid tussen twee samenwonenden ontneemt de rechtbank van koophandel niet haar bevoegdheid. Nu de zaak in beroep behandeld wordt, vervalt trouwens de relevantie van dit middel. De oorspronkelijke vordering
  14. Mevrouw H. vordert niet het volledige bedrag van de som die als rekening-courant vennoten in de boekhouding van "Den Drukker" werd opgenomen. Zij vordert ook niet de helft ervan, maar wel het bedrag waarvan zij aantoont dat deze uit haar eigen vermogen op de rekening-courant gestort werden, namelijk euro 47.846,
  15. De vraag rijst of de hiervoor geciteerde passage uit de notariële akte aantoont dat partijen bij het beëindigen van hun relatie en bij de vereffening en verdeling van de gemeenschappelijke boedel de bedoeling gehad hebben ook de vorderingen in en ten overstaan van de vennootschap "Den Drukker" te regelen. De aandelen van mevrouw H. in de vennootschap zijn gecompenseerd met het gedeelte van het onroerend goed in Frankrijk van de heer V.B.. Minstens heeft mevrouw H. het onroerend goed in Frankrijk in volle eigendom verworven en betaald door haar aandelen in de vennootschap over te dragen aan de heer V. B. Het is de vraag of deze betaling ook een afstand van of compensatie met haar aandeel in de rekening-courant op de vennootschap impliceerde.
  16. De rekening-courant is een overeenkomst, die niet wettelijk gereglementeerd is (Cass., 17 februari 1970, Arr. Cass., 1969-'70, 571, met referenties in de voetnoten 1 en 2; Cass., 20 februari 1970, Arr. Cass., 1969-'70, 584). De voorwaarden, modaliteiten en gevolgen worden vrij vastgesteld door de partijen. Bij gebrek aan vaststelling door de partijen worden deze door het gebruik bepaald (Cass., 17 februari 1970, Arr. Cass., 1969-'70, 575). De precieze vaststelling behoort tot de appreciatie van de feitenrechter (ibidem). De rechter moet, in toepassing van de bepalingen ter zake in het burgerlijk wetboek, de bedoeling van partijen nagaan. Rechtspraak en rechtsleer hebben verschillende theorieën ontwikkeld om een bepaalde rechtsgrond aan de praktijk van de rekening-courant te geven. Op grond daarvan kunnen dan voorwaarden, modaliteiten en gevolgen gemakkelijker en duidelijker vastgelegd worden. Hetzij wordt, volgens de oude theorie, de rekening-courant beschouwd als in essentie een overeenkomst, waarbij twee personen, die zakenrelaties onderhouden, beslissen de individualiteit van hun wederzijdse schuldvorderingen op te heffen en de wederzijdse vorderingen om te vormen tot debet- en creditposten, zodat het saldo pas opeisbaar wordt bij het sluiten van de rekening (FREDRICQ, L., Traité de droit commercial, T. IX, nr. 216, p. 209). Hetzij wordt de rekening-courant in essentie beschouwd als een overeenkomst, waarbij overeengekomen wordt opeenvolgende schuldvergelijkingen door te voeren (Ibidem). Dit is thans een meer gangbare analyse. Sommige rechtspraak en de fiscus, tenslotte, kwalificeren de rekening-courant als een lening (zie o.a. Antwerpen, 5 september 2000, Fisc. Koer., 2000, 508). In de mate mevrouw H. argumenteert dat zij een lening toestond aan de vennootschap, staat deze kwalificatie de kwalificatie van rekening-courant derhalve niet in de weg. Het feit dat niet alle bedragen in een rekening-courant zouden zijn opgenomen is onvoldoende om te besluiten dat er geen rekening-courant bestond tussen de vennootschap en mevrouw H.. De onvolledigheid van de rekeningen staat de kwalificatie van rekening-courant niet in de weg. Terecht werpt Den Drukker op dat een rekening-courant en de vorderingen die ermee verband houden uitsluitend aan de aandeelhouders van de vennootschap voorbehouden zijn. Wie de hoedanigheid van aandeelhouder niet bezit, kan niet op grond van de rekening-courant vorderen. De vordering van mevrouw H. is dus niet toelaatbaar, minstens ongegrond.
  17. Ten overvloede voegt het Hof nog het volgende toe. Bij de bepaling van de waarde van de aandelen wordt in beginsel rekening gehouden met het bestaan en de waarde van een rekening-courant, voor en tegen de vennootschap. Geen enkel element uit de dossiers laat toe te besluiten dat bij de waardebepaling niet minstens impliciet rekening gehouden is met het bestaan van de rekening-courant waarin mevrouw H. eigen gelden had ingebracht. Er moet dan ook besloten worden dat er minstens impliciet een verrekening gebeurde tussen de verschillende partijen en dat mevrouw H. sedert de notariële akte van overdracht van het onroerend goed in Frankrijk en sedert de overdracht van de aandelen niet meer over een vordering in rekening-courant op Den Drukker beschikt. Het is bij de bepaling van de prijs van de aandelen dat rekening gehouden had moeten worden met de vordering van mevrouw H. op de vennootschap. Zelfs als de notariële akte niet expliciet vermeldt dat de overdrachten van het onverdeeld aandeel in het huis en van de aandelen niet voor slot van alle rekeningen gebeurde, dan nog blijkt uit het geheel van het dossier en met name uit het feit dat partijen nooit een gemeenschappelijk vermogen opgebouwd hebben, zoals mevrouw H. zelf argumenteert, dat zij akkoord gegaan is met de waarde van de aandelen en de verrekening daarin van haar vordering op de vennootschap. De waardering van de aandelen werd nooit betwist door mevrouw H. Het feit dat de heer V. B. tijdens de duur van de relatie verregaand gebruik zou gemaakt hebben van de gelden van mevrouw H., zowel voor de betalingen voor het gemeenschappelijk huishouden, als via inbrengen in de vennootschap, kan dan al als schrijnend ervaren worden, de stukken van de dossiers en met name de regeling die partijen in 1999 uitgewerkt hebben, laat juridisch met betrekking tot de rekening-courant geen andere conclusie toe. In de mate zij er steeds van uit gegaan is dat zij eigen gelden in de vennootschap bracht, had zij dit moeten verrekenen bij de overdracht van de aandelen. Een aantal van de betalingen die mevrouw H. aanhaalt, hebben tenslotte niets te maken met de vennootschap, maar met het feitelijk gemeenschappelijk huishouden dat partijen vormden. Ook de kwalificatie in de jaarrekening als "overige schulden" in de balans van de vennootschap en niet als "rekening-courant", neemt niet weg dat de eventuele vordering van mevrouw H. mee verrekend werd in de bepaling van de prijs van de aandelen. De vordering is ook nooit geboekt onder "leningen". De kwalificatie van de rekening-courant als opeenvolgende schuldvergelijkingen verandert niets aan het voorgaande. Bij de prijsbepaling voor de aandelen werd minstens impliciet rekening gehouden met het bedrag dat ten gevolge van de schuldvergelijking nog openstond ten voordele van mevrouw H. De oorspronkelijke vordering en het incidenteel hoger beroep zijn ongegrond. Het bestreden vonnis wordt in die zin hervormd. Kosten
  18. Op grond van de artikelen 1042, 1017 en 1022 Ger. Wb. wordt mevrouw H. tot betaling van de kosten veroordeeld. Gelet op de bijzondere omstandigheden van de zaak, zoals hiervoor uiteengezet, komt het het Hof gerechtvaardigd voor de minimumvergoeding toe te kennen. Deze vergoeding bedraagt voor de oorspronkelijke hoofdvordering euro 1.
  19. V. Beslissing Het hoger principaal en incidenteel beroep zijn toelaatbaar, maar enkel het hoger principaal beroep is gegrond. Het Hof: - hervormt het bestreden vonnis; - verwerpt de oorspronkelijke vordering als ongegrond; - verwerpt alle middelen en argumenten die strijdig zijn met het voorgaande; - veroordeelt eerste geïntimeerde tot betaling van de kosten, bepaald als volgt: appellante: eerste aanleg: rechtsplegingvergoeding: euro 364,40 hoger beroep: rolrecht: euro 186,00 rechtsplegingvergoeding hoofdvordering: euro 1.000 Aldus gewezen door de zevende kamer van het Hof van beroep te Gent, zetelende in burgerlijke zaken samengesteld uit H. Debucquoy, eerste voorzitter, kamervoorzitter, G. Vanderstichele, raadsheer, G. De la Ruelle, raadsheer, bijgestaan door A. Ferdinande, griffier en uitgesproken door de kamervoorzitter in openbare terechtzitting op zes oktober tweeduizend en acht. Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.