← België

ECLI:BE:HBGNT:2008:ARR.20081015.3

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Gent Vonnis/arrest van 15 oktober 2008 ECLI nr: ECLI:BE:HBGNT:2008:ARR.20081015.3 Rolnummer: 2007/AR/740 Rechtsgebied: Handelsrecht Invoerdatum: 2008-11-19 Raadplegingen: 102 - laatst gezien 2026-07-02 18:07 Fiche UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - FACTUUR - BESTELBON - Bewijs Vrije woorden: Bewijswaarde van een factuur Tekst van de beslissing Nr. 2007/AR/740 ---------------------- in de zaak van S.V., appellant, hebbende als raadsman nu. Marc Decramer, advocaat met kantoor te 8940 Wervik, Nieuwstraat 23, tegen N.V. GARAGE VEREECKE, geintimeerde, hebbende als raadsman mr. Pol Cambien, advocaat met kantoor te 8500 Kortrijk, President Kennedypark 9c, velt het Hof volgend arrest Partijen werden gehoord in hun middelen en conclusies in openbare terechtzitting. De stukken werden ingezien.

  1. Met dagvaarding betekend op 05.02.2002 vordert de nv Garage Vereecke de betaling van haar factuur dd. 09.01.2001 ad 3.351,20 euro ten laste van de heer S.V. (stuk nr. 1 geïntimeerde), vermeerderd met 12% rente, 12% forfaitaire schadevergoeding en de gedingkosten. Op verzoek van de heer V. - die ondertussen de nv Power Oil, als leverancier van de brandstof, tot tussenkomst had gedwongen - stelt het tussenvonnis dd. 18.03.2003 een gerechtsdeskundige aan, om de breuk aan zijn wagen (defecte injectoren) te onderzoeken en de oorzaak ervan te bepalen. Deze gerechtsdeskundige besloot zijn eindverslag op 24.11.2003 als volgt: "Drie jaar na de , feiten, beschikken wij thans over onvoldoende materiële aanwijzingen om met objectieve zekerheid de concrete oorzaak te bepalen en daarmee de feitelijke en technische aansprakelijkheid voor de motorproblemen waarmee de Citroen Xsara van partij V. werd geplaagd ". Het eindvonnis dd. 26.12.2006 op tegenspraak gewezen door de tweede kamer van de rechtbank van koophandel te Kortrijk ziet zich aldus genoodzaakt "de gewone principes" toe te passen en stelt vast dat de heer V. de factuur van de nv Garage Vereecke heeft aanvaard, zodat eerstgenoemde wordt veroordeeld tot betaling van het gevorderde, met dien verstande dat de rente wordt teruggebracht naar 10%, wijl zijn vordering ten aanzien van de nv Power Oil als ongegrond wordt afgewezen. Met verzoekschrift neergelegd ter griffie van dit Hof op 15.03.2007 stelt de heer V. tijdig en regelmatig naar de vorm hoger beroep in tegen dit eindvonnis met de nv Garage Vereecke als enige geïntimeerde; hij zet opnieuw uiteen onder welke omstandigheden zijn nieuw voertuig, aangekocht bij de nv Garage Vereecke, omstreeks eind september 2000 tot tweemaal toe defecten vertoonde aan de injectoren, waardoor de motor uitviel; hij is gegriefd waar de eerste rechter zich beperkte tot de vaststelling dat hij de factuur die hij daarvoor ontving op 09.01.2001 zou hebben aanvaard, terwijl de gebreken zich pas voor het eerst voordeden tijdens de garantie-periode en de verkoper aldus gehouden is hem hiervoor te vrijwaren. De nv Garage Vereecke verwerpt dit hoger beroep als ongegrond.
  2. Naar luid van art. 25 W.Kh. kan de koop-verkoop (en bij uitbreiding elke overeenkomst waarvoor handelaars gewoonlijk een factuur uitschrijven) bewezen worden door middel van een aanvaarde factuur, onverminderd de andere bewijsmiddelen die door de wetten op de koophandel zijn toegelaten. Blijkbaar is de nv Garage Vereecke de mening toegedaan dat de heer V. haar factuur heeft aanvaard, zodat deze kan warden aangewend ter staving van haar vordering. Nu voorziet 1331 B.W. dat een geschrift geen bewijs kan opleveren ten voordele van degene die dit geschreven heeft. In wezen kan een factuur op zich, slechts worden aangezien als een geschrift dat eenzijdig werd opgemaakt door de schuldeiser. Het vereiste van een ‘vlot handelsverkeer' kan niet verantwoorden dat dergelijk eenzijdig geschrift op zich zou volstaan als bewijs ten nadele van de schuldenaar. Vooreerst is het niet alleen het handelsverkeer dat vlot moet verlopen. Vervolgens beoogt dit vereiste enkel om tegemoet te komen aan de feitelijke vaststelling dat de handelaar omwille van omstandigheden niet steeds bij machte is om de volledige overeenkomst of een specifieke verbintenis op schrift te stellen. Tenslotte kan dit ‘vlot handelsverkeer' op zich, niet verantwoorden dat de bestemmeling na verloop van een zekere termijn elk recht van verweer zou worden ontzegd. Als een onregelmatige factuur niet in het minst nog kan overtuigen, zou ook vruchteloos worden aangevoerd dat een factuur in de boeken van de handelaar wordt ingeschreven om daaruit of te leiden dat een dergelijke, regelmatige en ingeschreven factuur een ontegensprekelijk bewijs aanbrengt, nu art. 1330 B.W. uitdrukkelijk bepaalt dat boeken van kooplieden bewijs opleveren tegen hen. Het is duidelijk dat de factuur op zichzelf geen bewijs kan aanbrengen, noch een bron van verbintenissen kan zijn. Het is enkel de 'aanvaarding' die toelaat aan het eenzijdige geschrift dat de factuur is, enige bewijswaarde te verlenen. Voor zover deze aanvaarding samenvalt met een bekentenis zoals bedoeld in art. 1354-1356 B.W. (en dat art. 25 W.Kh. uitbreidt tot elke 'eis') - hetgeen de bedoeling impliceert om ten aanzien van een betwisting een 'bewijs' te leveren ten voordele van de tegenpartij - kan de schuldenaar evident hierop niet meer terugkomen. Evenwel hanteert art. 25 W.Kh. niet het begrip 'bekentenis' doch de ruimere term 'aanvaarding'. Hoewel het stilzwijgen in beginsel dubbelzinnig is, kunnen omstandigheden die dubbelzinnigheid opheffen dermate dat hieruit redelijkerwijze enkel nog een aanvaarding kan worden afgeleid. Het onbeantwoord laten van een factuur moet nochtans niet noodzakelijk als een aanvaarding worden aangezien: ook ten aanzien van handelaars vormt het stilzwijgen op zich nog steeds geen bron van verbintenissen. Het is enkel het omstandig stilzwijgen gedurende een onredelijk lange termijn, dat een aanvaarding van een aanspraakbevestiging kan opleveren. De mogelijke bewijswaarde van een factuur ('kan', niet 'moet' in art. 25 W.Kh.) is echter onlosmakelijk verbonden met de aanvaarding van de factuur door haar bestemmeling-handelaar - reden waarom de afzender vooreerst zal aantonen dat de factuur haar bestemmeling heeft bereikt op, of omstreeks haar datum. Te dezen staat evenwel vast dat partijen niet meteen uitsluitsel hadden omtrent de oorzaak van het vastgestelde euvel en zélf reeds een onderzoek hadden opgestart (cft. infra); zelfs voerde de fabrikant ook controletesten uit op de dieselbrandstof. Bovendien moet blijken dat de factuur van de nv Garage Vereecke dd. 09112001 voor de prestaties van 27.09.2000 en 12.10.2000 (stuk nr. 4 appellant) niet eens regelmatig werd uitgeschreven binnen de vijf werkdagen volgend op de maand van de prestatie (cfr. artt. 1, §l, P en 4, Koninklijk besluit nr. 1 dd. 29/12/1992), en dat de nv Garage Vereecke ook al niet aantoont dat deze de heer V. zou hebben bereikt op of omstreeks haar uitgifte datum (vgl. inleidend verzoekschrift, p. 6 in fine, sub III 'Beroepsgrieven', a.3: "De kwestieuze factuur werd daarenboven veel later overgemaakt aan [de heer V.) dan dat de .factuurdatum doet vermoeden. Tekenend is tevens dat pas in mei 2004 door de NV Garage Vereecke een eerste rappelbrief wordt over geinaakt.. "). Deze vaststellingen - en het gebrek aan andersluidende stukken of vermoedens -- laten niet toe eenvoudig aan te nemen dat de heer V. zou hebben ingestemd om de kosten voor herstel voor zijn rekening te nemen.
  3. Naar luid van de "Algemene verkoopsvoorwaarden van de COOK Belux S.A. - N.V." op de rugzijde van de bestelbon die de nv Garage Vereecke samen met de heer V. ondertekende (stuk nr. 1 appellant), is het verkochte voertuig onder meer gewaarborgd als volgt (cfr. art. 10.3): "De verborgen gebreken worden gedekt door de waarborg gedurende een periode van één jaar vanaf de levering. Ze moeten aan de Verkoper gemeld worden binnen de kortste termijn en, indien. nodig, per aangetekend schrijven binnen een termijn van maximum 30 kalenderdagen vanaf het ogenblik waarop de koper ze vaststelt of ze normaal had moeten vaststellen ". De wagen werd geleverd, aangerekend en betaald per 30.03.2000 (stuk nr. 2 appellante). Eerst op 27.09.2000 en nadien nogmaals op 12.10.2000 viel de motor uit; het euvel werd verholpen door het vervangen van de injectoren en uiteindelijk ook het reinigen van de brandstoftank en - leidingen, zoals de nv Garage Vereecke dit aanrekende met haar factuur van 09.01.
  4. Het staat dan ook vast dat zowel de breuken als de herstelling ervan (grondslag van de vordering van de nv Garage Vereecke) plaats grepen binnen het jaar na de levering. Evenmin wordt betwist dat de heer V. deze gebreken - die pas bij het gebruik van de wagen aan het licht konden komen en aldus ten tijde van de levering verborgen waren - tijdig ter kennis bracht van de nv Garage Vereecke. Blijkbaar ter voldoening van de vraag van de heer V. in deze zin, is de nv Garage Vereecke meteen overgegaan tot herstel (zodat de heer V. vanaf dan zelfs niets meer te vorderen had). Het is uiteindelijk pas geruime tijd na de herstellingen dat de nv Garage Vereecke voor het eerst de betaling vordert door de heer V.; gelet op de concrete omstandigheden, de onderzoeken en de onderhandelingen tussen partijen, kan er niet worden aangenomen dat de aanspraken van de beer V. niet tijdig zouden zijn.
  5. Indien een verkoper de garantie geeft dat er geen verborgen gebreken zijn (minstens dat hij deze 'dekt' - wat op hetzelfde neerkort), terwijl bij het gebruik blijkt dat de wagen wél behept is met een gebrek, kan niet verlangd worden dat de koper nogmaals het bewijs levert dat de verkoper hiervoor moet instaan: zulks zou de garantie-clausule volkomen uithollen. Zo de gegarandeerde eigenschap van de geleverde zaak (te dezen: afwezigheid van verborgen gebreken) er niet is, moet de verkoper in beginsel instaan voor de aanspraken van de koper op dit punt, tenzij hij aantoont dat het gebrek aan de koper te wijten is. Hiervóór is vast komen te staan dat de wagen van de heer V. blijkbaar de ingebrachte brandstof niet naar behoren kon verwerken, terwijl niet wordt aangetoond dat die brandstof (die de heer V. ook voor andere wagens courant gebruikt - stuk nr. 3 appellant), niet normaal zou geweest zijn; ook de aangestelde gerechtsdeskundige kon niet aantonen dat de dieselbrandstof "al dan niet van slechte kwaliteit was". Blijkbaar was de nv Garage Vereecke zich bewust dat zij diende in te staan voor het uitvallen van de motor, nu zij zelf een onderzoek naar de brandstof heeft aangevat (stukken nrs. 5 en 6 appellant) - welk onderzoek de gerechtsdeskundige heeft afgedaan als ondeugdelijk en onbetrouwbaar (cfr. deskundigeneindverslag, sub 4, p. 18-19). Aldus wordt niet aangetoond waarin deze brandstof - die allicht ook door meerdere afnemers wordt gebruikt -- niet zou voldoen voor het normale gebruik dat ervan mag worden verwacht. Ook anderszins brengt de nv Garage Vereecke geen grond aan, die kan toelaten haar te bevrijden van haar garantieverplichting, zodat haar vordering in betaling van de herstelfactuur dan ook de noodzakelijke grondslag mist. Om deze redenen, Het Hof, rechtdoende op tegenspraak; met toepassing van art. 24 van de wet van 15.06.1935 op het taalgebruik in gerechtszaken; verklaart het principaal hoger beroep toelaatbaar en gegrond; vernietigt het aangevochten vonnis en opnieuw wijzende; verklaart de vordering van de nv Garage Vereecke ontvankelijk doch wijst deze of als ongegrond; veroordeelt de nv Garage Vereecke in de kosten van beide instanties, aan de zijde van de heer V. op heden begroot op: 334,66 euro rechtsplegingsvergoeding eerste aanleg, 186,00 euro rolrecht, 60,73 uitgavenvergoeding verzoekschrift en 650,00 euro rechtsplegingsvergoeding hoger beroep; Aldus gewezen door de twaalfde bis kamer van het Hof van beroep to Gent, zetelende in burgerlijke zaken samengesteld uit Joseph Baudrez, alleenrechtsprekend raadsheer bijgestaan door Achiel Ferdinande, griffier en uitgesproken door de alleenrechtsprekend raadsheer in openbare terechtzitting op vijftien oktober tweeduizend en acht. A. Ferdinande J. Baudrez Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.