id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Gent Vonnis/arrest van 06 november 2008 ECLI nr: ECLI:BE:HBGNT:2008:ARR.20081106.14 Rolnummer: 2004/AR/829 Rechtsgebied: Familierecht Invoerdatum: 2009-01-02 Raadplegingen: 108 - laatst gezien 2026-07-02 18:15 Fiche UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - SAMENWONEN Vrije woorden: vereffening en verdeling tussen ex-samenwonenden - onverdeeldheid woonhuis Tekst van de beslissing Hof van beroep te Gent 11b Kamer ________ Terechtzitting van 06 november 2008 EINDARREST - In de zaak met het rolnummer 2004/AR/829 van: V.D.E.S., appellant tegen het vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Dendermonde, op tegenspraak gewezen door de derde kamer dd. 9-10-2003, oorspronkelijk verweerder, hebbende als raadsman mr. VERMASSEN Jef, advocaat te 9340 Lede, Kasteeldreef 48 tegen : O.A., geïntimeerde, oorspronkelijk eiseres, hebbende als raadsman mr. RASSCHAERT Christian, advocaat te 9230 Wetteren, Begijneweidestraat 17 velt het hof het volgend arrest.
- 1.
- Bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van dit Hof op 24 maart 2004, heeft appellant tijdig en regelmatig naar de vorm hoger beroep ingesteld tegen een vonnis dat op 9 oktober 2003 werd uitgesproken door de rechtbank van eerste aanleg te Dendermonde, derde kamer, en waarbij de bevolen werd: - dat er door het ambt van notaris Daelman I. en van notaris Danckaert G. zal worden overgegaan tot de verrichtingen van vereffening en verdeling van de tussen de ex-samenwonenden bestaande onverdeeldheid met betrekking tot een woonhuis met medegaande grond gelegen te ... ; - dat er voorafgaandelijk door het ambt van voormelde notarissen zal worden overgegaan tot de openbare verkoop van genoemd onroerend goed. 1.
- Naar aanleiding van het door partijen op 10.10.2007 ingediend verzoek om een pleitdatum te bepalen, werden bij beschikking van 15.11.2007 conclusietermijnen en een rechtsdag bepaald. Overeenkomstig artikel 748 bis Ger. W. hebben de laatste conclusies van elke partij de vorm van syntheseconclusies en vervangen deze syntheseconclusies voor de toepassing van artikel 780 eerste lid, 3° Ger.W. de vorige conclusies genomen door de partijen, en de inleidende beroepsakte. De conclusies neergelegd door appellant op 14 mei 2008 en door geïntimeerde op 28 mei 2008 worden gezien als syntheseconclusies, die voor de toepassing van artikel 780, eerste lid, 3° Ger.W. de gedinginleidende akte (artikel 748 bis Ger.W.) en vorige conclusies vervangen. 1.
- Het beroep strekt ertoe het vonnis a quo teniet te doen en opnieuw recht doende (zoals de eerste rechter had moeten doen): - te zeggen voor recht dat appellant gemachtigd wordt het onroerend goed, gelegen te ..., gekend ten kadaster onder sectie B nr 752/I met een oppervlakte van 3 a 42 ca in te kopen tegen schattingsprijs waarbij voorafgaandelijk rekening wordt gehouden met het werkelijk betaalde aandeel van de beide partijen in de aankoop van het betrokken onroerend goed; - hiertoe notarissen Daelman en Danckaert aan te duiden met het oog op de verrichting van vereffening en verdeling van de onverdeeldheid; - in ondergeschikte orde - voor zover het Hof van mening is dat alsnog voorafgaandelijk de openbare verkoop dient bevolen te worden - te zeggen voor recht dat de opbrengst van de openbare verkoop geblokkeerd wordt in handen van de aangestelde notarissen tot na de vereffening en verdeling van de onverdeeldheid.
- Partijen die een gemeenschappelijk kind hebben dat geboren is in 1999, zijn de onverdeelde eigenaars van het genoemd onroerend goed. In de akte van aankoop d.d. 29 mei 2000, waaruit blijkt dat de aankoopprijs 4.000.000 oude BEF beliep, hebben partijen verklaard het onroerend goed elk voor de helft aan te kopen. In de akte werd een beding van aanwas in vruchtgebruik opgenomen. De mogelijkheid was voorzien om na verloop van drie jaar, de overeenkomst omtrent de modaliteiten van het beding van aanwas op te zeggen bij aangetekend schrijven, minstens drie maanden vóór het einde van de lopende driejaarlijkse periode. Door geïntimeerde is de opzeg gedaan bij aangetekend schrijven van 14 oktober
- Appellant heeft geen verweer gevoerd tegen de vordering hetgeen blijkt uit het feit dat hij zijn advocaat geen conclusies heeft laten nemen. De zaak werd behandeld door de derde kamer op 11.09.2003; dit is op de dag dat de zaak werd ingeleid voor de eerste kamer, die de zaak verwees naar de derde kamer. De eerste rechter maakte volgende overweging: "Uit de stukken die worden voorgebracht blijkt dat partijen effectief slechts in onverdeeldheid zijn met betrekking tot een onroerend goed gelegen te ..., goed dat zij beiden gezamenlijk hebben aangekocht en waarvan zij uitdrukkelijk bedongen hebben dit elk voor de helft in onverdeeldheid te bezitten. Het staat eveneens genoegzaam vast dat de mogelijkheid tot uit onverdeeldheidtreding contractueel bedongen was in die zin dat zij slechts werd aangegaan telkens voor verlengbare periodes van drie jaar maar met de mogelijkheid deze voortijdig te beëindigen door een opzeg minstens drie maanden voor het einde van de lopende driejaarlijkse periode. Nu eiseres een dergelijke wilsuiting te kennen gaf bij aangetekend schrijven d.d. 15 oktober 2002 en dit tegen de vooropgestelde datum van 29 mei 2003, heeft zij voldaan aan de aldus contractueel bedongen voorwaarde in het beding van aanwas. In acht genomen het beginsel vervat in artikel 815 lid 1 B.W. dat niemand kan gedwongen worden in onverdeeldheid te blijven, en blijkbaar de minnelijke verdeling uitgesloten is, dringt een gerechtelijke verdeling zich op. Ook de vraag tot voorafgaande openbare verkoping van betreffend onroerend goed is gerechtvaardigd nu ook verweerder zich hiertegen niet verzet maar enkel de aanstelling van notaris Danckaert Guy vraagt." Deze overwegingen leggen uit waarom de vordering werd ingewilligd zoals gesteld in de dagvaarding met dien verstande dat ook notaris Danckaert werd aangesteld. Die overwegingen laten niet toe om te oordelen dat appellant - zoals hij thans zegt - bij monde van zijn raadsman uitdrukkelijk heeft meegedeeld aan de rechter dat hij het onroerend goed wenst over te nemen op grond van de afspraken die tussen partijen in het verleden werden gemaakt. De beslissing van de eerste rechter dat er dient overgegaan te worden tot de vereffening en verdeling van de onverdeeldheid wordt in beroep niet aangevochten. Het beroep van appellant is bedoeld om de openbare verkoping van het onroerend goed dat hij is blijven bewonen, te vermijden en om de exclusieve eigenaar te worden van het onroerend goed door de overname van de rechten van geïntimeerde tegen de betaling van een bepaalde som. Deze som zou dan afhankelijk zijn van de schattings-prijs en van de bijdrage van geïntimeerde in de betaling van de aankoopprijs. Het beroep is in de grond ingegeven door een nieuwe vraag van appellant.
- De motivering voor de nieuwe vraag van appellant bestaat erin dat er tussen partijen afspraken zijn gemaakt geweest die moeten nageleefd worden. Deze motivering geeft aanleiding tot volgende overwegingen van het Hof. Een overname door de ene deelgenoot van de rechten van de andere deelgenoot is in casu alleen maar mogelijk op basis van een overeenkomst. Appellant beroept zich niet en kan zich niet beroepen op enige wettelijke bepaling om zijn vraag om door de rechter te worden gemachtigd tot een overname, te gronden. Blijft dus de vraag welke overeenkomst volgens appellant zou gemaakt zijn en hoe hij het bestaan van de ingeroepen overeenkomst bewijst. Enerzijds stelt appellant, die zegt dat hij voor meer dan 80 % heeft bijgedragen tot betaling van de prijs, dat geïntimeerde bij het opstellen van de aankoopakte uitdrukkelijk had beloofd in de toekomst de nodige fondsen ter beschikking te stellen teneinde een 50 - 50 % - verhouding te bereiken. Anderzijds zegt hij dat geïntimeerde beloofde dat ze hem zou toelaten een overname van het onroerend goed te doen waarbij hij enkel het deel zou moeten dat zij heeft bijgedragen in de aankoop. Uit een schrijven van notaris Luc Van Coppenolle d.d. 06.03.2002 blijkt dat geïntimeerde toen akkoord was haar aandeel over te laten tegen betaling van 2.500.000 oude BEF hetgeen ze volgens haar zeggen heeft bijgedragen in de aankoop van de woning. De beweerde afspraken of overeenkomsten zijn niet bewezen terwijl het bestaan van een overeenkomst over de overname en over de prijs zou moeten bewezen worden volgens de eisen van het burgerlijk wetboek. Het feit dat appellant zijn zienswijze geeft over de financiering van de aankoop en van de werken die naderhand aan de woning zouden gebeurd zijn belet niet dat de eerste rechter terecht is ingegaan op de vraag om de openbare verkoping te bevelen. Er was geen verzet. Er werd geen debat gehouden over de mogelijkheid dat er in natura zou verdeeld worden. Het Hof is van oordeel dat in het geval de onverdeeldheid bestaat uit één onroerend goed normaal mag verondersteld worden dat een gevoeglijke verdeling in natura niet mogelijk is, in welk geval artikel 827 B.W. de openbare verkoping mogelijk maakt (zie tevens artikel 1211 Ger.W.). In beroep werd ook geen debat gevoerd over de mogelijkheid dat er in natura zou verdeeld worden. In de gegeven omstandigheden dient het vonnis bevestigd te worden. Het is onnodig te bevelen dat de opbrengst van de verkoop moet geblokkeerd worden in handen van de aangestelde notarissen tot na de vereffening-verdeling van de onverdeeldheid. De werkzaamheden die de notarissen volgens de wet zullen verrichten, zullen bepalen wanneer ze kunnen overgaan tot de verdeling. In alle geval gaat aan de verdeling een vereffening vooraf. Tijdens de werkzaamheden van vereffening en verdeling zal blijken welke punten van betwisting eventueel nog moeten beslecht worden door de rechter die alsdan ook zal moeten kunnen kennis nemen van het advies dat de notarissen nopens de twistpunten zullen uitbrengen. OP DIE GRONDEN, HET HOF, recht doende op tegenspraak, gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken; Verklaart het hoger beroep ontvankelijk en ongegrond; Bevestigt het vonnis in de mate dat het is bestreden; Verwijst appellant in de kosten van het hoger beroep; Begroot de kosten van de aanleg in hoger beroep voor geïntimeerde op 1.200 EUR uit hoofde van rechtsplegingsvergoeding. Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van het Hof van Beroep te Gent, ELFDE BIS-KAMER, zetelend in burgerlijke zaken, op heden 6-11-
- Aanwezig: - P. De Buck, voorzitter; - B. De Wilde, griffier. Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div