← België

ECLI:BE:HBGNT:2008:ARR.20081106.15

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Gent Vonnis/arrest van 06 november 2008 ECLI nr: ECLI:BE:HBGNT:2008:ARR.20081106.15 Rolnummer: 2007/AR/2824 Rechtsgebied: Familierecht Invoerdatum: 2009-01-02 Raadplegingen: 106 - laatst gezien 2026-07-02 18:15 Fiche UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - SAMENWONEN Vrije woorden: uit onverdeeldheidtreding mobilhome (tussenarrest) Tekst van de beslissing Hof van beroep te Gent 11b Kamer ________ Terechtzitting van 06 november 2008 TUSSENARREST heropening der debattendd. 7-5-2009 om 10.40 h. - In de zaak met het rolnummer 2007/AR/2824 van: M.P., appellant tegen het vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Dendermonde, op tegenspraak gewezen door de derde kamer dd. 8-11-2007, oorspronkelijk verweerder, hebbende als raadsman mr. GOESSENS Marc, advocaat te 9400 Ninove, Centrumlaan 175 tegen : D.B.M., geïntimeerde, oorspronkelijk eiseres, hebbende als raadsman mr. FERMON Peter, advocaat te 9550 Herzele, Borsbekestraat 126 velt het hof het volgend arrest.

  1. 1.1.Bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van dit Hof op 23 november 2007, heeft appellant tijdig en regelmatig naar de vorm hoger beroep ingesteld tegen een (niet betekend) vonnis dat op 8 november 2007 werd uitgesproken door de rechtbank van eerste aanleg te Dendermonde, derde kamer, en waarbij de debatten werden heropend. De eerste rechter zegde reeds dat de mobilhome die in het geding ter sprake komt, in onverdeeldheid toebehoort aan partijen. Stellend dat er zich een regeling opdringt om uit onverdeeldheid te treden, besloot de eerste rechter dat partijen nog inlichtingen dienden te verschaffen in verband met de verkoopwaarde van de mobilhome. 1.
  2. Naar aanleiding van het door partijen op 19.12.2007 ingediend verzoek om een pleitdatum te bepalen werden bij beschikking van 20.12.2007 conclusietermijnen en een rechtsdag bepaald. Overeenkomstig artikel 748 bis Ger. W. nemen de laatste conclusies van elke partij de vorm van syntheseconclusies en vervangen deze syntheseconclusies voor de toepassing van artikel 780 eerste lid 3° Ger.W. de vorige conclusies, genomen door de partijen, en de inleidende beroepsakte. De conclusies, neergelegd door appellant op 4 juni 2008 en door geïntimeerde op 29 september 2008 worden gezien als syntheseconclusies, behorend tot het debat. Een verwijzing naar of verwijzing naar vorige conclusies, zoals de appellant heeft gedaan in zijn conclusies van 4 juni 2008 kan geen rechtsgevolg hebben, gelet op artikel 744 tweede lid Ger.W. 1.
  3. Het beroep strekt ertoe de vordering van geïntimeerde te doen afwijzen als ongegrond en geïntimeerde te veroordelen tot alle gedingskosten. 1.
  4. Geïntimeerde vraagt het hoger beroep af te wijzen als ongegrond. Ze vraagt ook de zaak terug te verwijzen naar de rechtbank van eerste aanleg te Dendermonde.
  5. De vordering, ingesteld door geïntimeerde bij dagvaarding van 12 september 2005, heeft betrekking op een factuur van 10 oktober 2002 waarbij Alpha Motorhomes aan ‘Monsieur - D.B.'de aankoop van een mobilhome Rimor Kayak type Ford voor een prijs van 16.000 EUR factureerde. Deze factuur is afgetekend voor voldaan. Op dat ogenblik waren partijen samenwonend op het adres vermeld op de factuur, nl. .... Aan de relatie tussen beiden kwam eind 2003 een einde. De oorspronkelijke vordering werd uitgebreid in conclusies, neergelegd op 29 november
  6. In de dagvaarding beroept geïntimeerde zich op artikel 815 B.W. dat zegt dat niemand kan genoodzaakt worden om in onverdeeldheid te blijven. Rekening houdend dat de mobilhome op 1 december 2003 een verkoopwaarde had van 14.000 EUR en dat het de wens zou zijn van appellant om de mobilhome te houden, vraagt geïntimeerde dat haar een betaling zou gedaan worden van 7.000 EUR omdat haar aandeel in de onverdeelde eigendom moet bepaald worden op de helft. Oorspronkelijk werd enkel de veroordeling gevorderd tot betaling van 7.000 EUR meer de gerechtelijke intresten vanaf de datum der dagvaarding tot de algehele betaling. Bijkomend vorderde geïntimeerde dat appellant zou veroordeeld worden tot betaling van 3.000 EUR meer de gerechtelijke intresten vanaf 27.11.2006 (datum conclusies) wegens het exclusieve genot dat appellant gedurende 3 jaar heeft gehad van de mobilhome.
  7. Appellant is niet akkoord met de uitspraak over het eigendomsrecht van de mobilhome door de eerste rechter, die de stelling van geïntimeerde heeft gevolgd op dat punt. Het gaat hier om een betwisting over een zakelijk recht. Bij de beoordeling van deze betwisting wordt nagegaan welke eigendomstitel voorhanden is. Er wordt niet betwist dat de factuur op naam van de beide partijen staat en dat die factuur - bij ontstentenis van andere elementen inzake het eigendomsrecht - een eigendomstitel uitmaakt. Het dient tot niets om nu te zeggen - zoals dit is gebeurd in de brief van Mr Goessens d.d. 9 april 2005 - dat de vermelding van de naam van beide partijen een vergissing is geweest van de verkoper. De factuur is ook door appellant aanvaard en was ook het enige bewijsstuk voor partijen in het geval ze zich niet konden beroepen op het bezit en ze dus genoodzaakt zouden zijn hun eigendomsrecht aan te tonen Appellant brengt de financiering van de aankoop ter sprake en zegt dat hij de aankoop alleen financierde. De discussie die daarover tussen partijen is ontstaan, belet niet uitspraak te doen over het eigendomsrecht. Nu uit hogerstaande overwegingen blijkt dat het Hof de zienswijze van de eerste rechter volgt waar hij oordeelde dat de mobilhome de onverdeelde eigendom is van partijen, moeten partijen duidelijk maken welke conclusies ze moeten trekken uit deze uitspraak over het in betwisting zijnde zakelijk recht. Geïntimeerde vraagt een verzending naar de eerste rechter. Ze heeft niet uitgelegd hoe dit in overeenstemming is te brengen met de devolutieve werking van het hoger beroep. Geïntimeerde vraagt een uitspraak over het zakenrechterlijk statuut van de mobilhome. Ze verklaart niet of niet afdoende waarom haar vordering niet strekt tot verdeling terwijl het artikel 815 B.W. waarop ze zich steunt, het eerste artikel is van de afdeling 1 van Hoofdstuk VI van het burgerlijk wetboek. Deze afdeling draagt de titel ‘De rechtsvordering tot verdeling en haar vorm'. In de plaats van deze zakenrechtelijke vordering stelt ze een persoonlijke vordering, nl. een vordering tot betaling van een geldsom. OP DIE GRONDEN, HET HOF, recht doende op tegenspraak, gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken; Verklaart het hoger beroep ontvankelijk en ongegrond waar het de beslissing over het eigendomsrecht tot voorwerp heeft. Bevestigt het vonnis waar het uitspraak deed over het eigendomsrecht. En alvorens verder te oordelen, heropent de debatten om geïntimeerde te laten zeggen wat haar standpunt is inzake de opmerkingen van het Hof in functie van de verderzetting van de zaak en om partijen daaromtrent verder te laten concluderen. Zegt dat partijen hun schriftelijke opmerkingen zullen laten kennen door middel van conclusies die ze ter griffie zullen neerleggen binnen volgende termijnen: - voor geïntimeerde : uiterlijk op 2 januari 2009; - voor appellant : uiterlijk op 13 februari 2009 ; - voor geïntimeerde : uiterlijk op 20 maart 2009 ; Stelt de zaak vast op de openbare terechtzitting van DONDERDAG 7 mei 2009 om 10.40 uur; Reserveert de uitspraak nopens de kosten. Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van het Hof van Beroep te Gent, ELFDE BIS-KAMER, zetelend in burgerlijke zaken, op heden 6-11-
  8. Aanwezig: - P. De Buck, voorzitter; - B. De Wilde, griffier. Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.