← België

ECLI:BE:HBGNT:2008:ARR.20081107.9

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Gent Vonnis/arrest van 07 november 2008 ECLI nr: ECLI:BE:HBGNT:2008:ARR.20081107.9 Rolnummer: 2005/AR/2526 Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2009-05-27 Raadplegingen: 107 - laatst gezien 2026-07-02 18:16 Fiche Het bestreden vonnis wordt hervormd in die zin dat de aannemingsovereenkomst van gemengde aard is, en dat aan de deskundige de opdracht wordt gegeven om het project van afrekening te maken rekening houdende met de bepalingen van het bestek en van de meetstaat. UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - BIJZONDERE OVEREENKOMSTEN - Bouwrecht - Aanneming - Algemeen Vrije woorden: Aannemingsovereenkomst - Gerechtsdeskundige Tekst van de beslissing Hof van beroep te Gent 9e kamer ________ terechtzitting van 07-11-2008 art. 1068 Ger.W. tussenarrest heromschrijving opdracht deskundige art. 972 §1 Ger.W. (installatievergadering) 19.12.2008 12.10 uur art. 973 Ger.W. (toelichting) 26.06.2009 10.00 uur 2005/AR/2526 in de zaak van: BRUGSE VAART N.V., naamloze vennootschap naar Nederlands recht, met maatschappelijke zetel te 4501 NE Oostburg (Nederland) Brugse Vaart 10, ingeschreven in het handelsregister van de kamer van koophandel van Zeeland onder het nr. 21014530, appellante, hebbende als raadsman mr. DEFREYNE Geert, advocaat te 9000 GENT, Kortrijksesteenweg 361 tegen:

  1. D. B. G., ,
  2. V.D. S. K., ,
  3. C. R., handelend in hun hoedanigheid van curatoren over het faillissement N.V. BOUCON WEST, daartoe aangesteld bij vonnis van de rechtbank van koophandel te Oudenaarde d.d. 05.09.2002, geïntimeerden q.q. , velt het Hof het volgend arrest: Het Hof heeft de partijen gehoord in openbare terechtzitting in het Nederlands in hun middelen en conclusies en heeft de stukken ingezien.
  4. De appellante heeft tijdig en op regelmatige wijze hoger beroep ingesteld tegen het tussenvonnis dat op 4 mei 2005 op tegenspraak werd uitgesproken door de tijdelijke eerste kamer bis van de rechtbank van koophandel te Brugge, afdeling Brugge. Hierin werden de hoofdeis van de n.v. Boucon West, vertegenwoordigd door haar faillissementscuratoren, en de tegenvordering van de appellante ontvankelijk verklaard en werd alvorens recht te doen deskundige Th. Inghelram aangesteld als deskundige. De eerste rechter besliste evenwel ook dat de aannemingovereenkomst tussen de n.v. Boucon West en de appellante werd gesloten tegen eenheidsprijzen. De opdracht aan deskundige Inghelram gegeven hield hier rekening mee. Met haar hoger beroep vordert de appellante dat de aan de deskundige te geven opdracht wordt aangepast er rekening mee houdend dat de overeenkomst tussen de partijen een gemengde overeenkomst was, zodat er post per post moet worden nagegaan of deze werd aangegaan tegen forfaitaire prijzen, dan wel tegen vermoedelijke hoeveelheden; verder vordert zij dat tevens moet worden nagegaan of er meerwerken werden besteld en uitgevoerd en al of niet mogen worden gefactureerd. Aldus vordert zij dat de aan de deskundige te geven opdracht wordt heromschreven als volgt: Met in acht name van de wettelijke pleegvormen en rekening houdend met de stukken en de toelichting van de partijen; Advies te verlenen over de afwerkingswerken die nog werden uitgevoerd vóór 22 maart 2001 en meer in het bijzonder over de waarde ervan; Advies te verlenen of en in welke mate, naar zijn inzicht en rekening houdend met de contractuele bepalingen, de werken vertraging opliepen en wie hiervoor technisch aansprakelijk is, de omvang van de vertraging te ramen en de schade die verweerster als gevolg hiervan zou hebben geleden; Advies te verlenen over de eindafrekening tussen partijen mbt de door de nv Boucon West uitgevoerde werken te 4501 NE Oostburg, Brugse Vaart 10, Bij het advies over de eindafrekening, zal, naast de besluiten ivm de afwerkingswerken en zijn besluiten ivm de vertraging en de hierdoor geleden schade, ook rekening moeten worden gehouden met: - de verschillende vaststellingen in het raam van de minnelijke expertise; - de vaststelling dat de aanneming gebeurde tegen totaalprijzen die zijn vastgelegd in de prijsofferte - of in ondergeschikte orde dan: de vaststelling dat het een gemengde aanneming betreft (posten met vermoedelijke hoeveelheden die te verrekenen zijn en posten met vaste hoeveelheden die niet te verrekenen zijn) - de vaststelling welke werken als meerwerken kunnen worden beschouwd (en dus kunnen worden gefactureerd); Tevens zal bij het advies omtrent de eindafrekening moeten worden gevoegd wie technisch verantwoordelijk is voor het feit dat de ingestoken prijzen kennelijk helemaal niet voldoende waren om de aannemingswerken integraal te betalen, en dit in het kader van de informatieplicht tussen bouwheer en aannemer; Te antwoorden op alle nuttige vragen die hem door partijen mochten worden gesteld; Te pogen een minnelijke regeling tussen partijen uit te werken en, bij gebreke hieraan, van zijn bevindingen een beredeneerd verslag op te stellen, voorzien van de eedformule, dat zal worden neergelegd ter griffie binnen de 4 maanden na de aanvaarding van zijn opdracht; De geïntimeerden q.q. concluderen tot de afwijzing van het hoger beroep als ongegrond. Op incidenteel beroep vorderen zij dat hun tegeneis ontvankelijk en gegrond wordt verklaard en dat de appellante wordt veroordeeld om hen (in hun voormelde hoedanigheid) te betalen het bedrag van 338.191,00 euro, meer de som van 34.000,00 euro, bedragen te vermeerderen met de verwijlintresten vanaf 1 juli 2002, met de gerechtelijke intresten vanaf 19 augustus 2002 en met de gedingkosten. Verder vorderen zij dat in toepassing van artikel 1154 B.W. de intresten die vervallen zijn sedert de dagvaarding worden gekapitaliseerd vanaf 20 augustus 2003 en vervolgens op 20 maart van ieder jaar.
  5. De eerste rechter heeft bondig de betwistingen, de onderscheiden vorderingen en de voor hem ingeroepen middelen correct en volledig uiteengezet. In de mate dat zij voor de beslechting ervan alhier van belang en relevant zijn wordt deze uiteenzetting - die door geen der partijen wordt betwist - door het hof tot de zijne gemaakt teneinde nutteloze herhaling te vermijden.
  6. De aanhoudende betwisting tussen de partijen betreft de afrekening die tussen de partijen moet worden opgesteld met betrekking tot de door de (thans gefailleerde) aannemer de n.v. Boucon West en de bouwheer, de n.v. Brugse Vaart gesloten aannemingovereenkomst (in de mate dat deze werd uitgevoerd). Bij het stopzetten van de werken door de aannemer kwam er tussen de partijen een overeenkomst tot stand waarbij aan architect Thierry Inghelram opdracht werd gegeven de staat van de werken op het ogenblik van de stopzetting vast te stellen, advies te geven of de werken werden uitgevoerd volgens de regels van de kunst en de eventueel gebrekkige werken te beschrijven, de prijs te begroten voor de herstelling van de gebreken, de eventuele minderwaarden te ramen en een ontwerp van afrekening tussen de partijen op te stellen. Architect Inghelram heeft de hem door de partijen toevertrouwde opdracht vervuld, evenwel met uitzondering van het opstellen van een (project van) afrekening tussen de partijen. Het is precies met betrekking tot die afrekening dat de partijen in onenigheid blijven. Zo blijven zij meer in het bijzonder twisten over de wijze waarop die afrekening moet worden opgesteld. De appellante stelt dat er met de contractuele documenten rekening moet worden gehouden, hoewel die door de partijen niet werden ondertekend. Aldus is zij van oordeel dat dient rekening gehouden te worden met de totaalprijzen die vervat liggen in de door de n.v Boucon West aan haar overgemaakte prijsofferte. Minstens is er volgens haar sprake van een gemengde aanneming. De eerste rechter was evenwel van oordeel dat de aannemingovereenkomst werd gesloten tegen eenheidsprijzen. Het hof kan dit standpunt van de eerste rechter niet volgen en wel om de hiernavolgende redenen: - het is duidelijk dat de beide partijen kennis hebben genomen van de plannen en van de bestekken opgesteld door architect Slabbinck (Aalter); - het is even duidelijk dat de werken dienden te worden uitgevoerd conform deze goedgekeurde plannen en bestekken; - de aannemer heeft een prijsopgave gedaan rekening houdende met de bestekbepalingen en de door de architect opgestelde meetstaat; - er mag worden aangenomen dat de vorderingstaten van de aannemer werden opgesteld conform de bestekbepalingen en de gegevens van de meetstaat (en van de prijsofferte); de eerste vorderingstaten werden zonder enig protest aanvaard en het is pas wanneer er grote onenigheid tussen de partijen ontstond met betrekking tot de wijze waarop de werken werden uitgevoerd, dat er ook betwisting rees nopens de (eind)afrekening van de werken; - de tussen de partijen op 4 april 2001 gesloten overeenkomst waarbij architect Inghelram als deskundige werd aangesteld verwijst uitdrukkelijk naar de plannen, het bijzonder bestek en de meetstaat; wanneer de deskundige opdracht werd gegeven een afrekening op te maken, is het sowieso duidelijk dat hij daarbij rekening had moeten houden met de bepalingen van die documenten, die hem overigens ook ter hand werden gesteld bij de aanvang van zijn opdracht (deskundigenverslag nr. 1, p. 6); - in zijn eindverslag (deskundigenverslag nr. 3) heeft de deskundige de aangeklaagde gebreken beschreven en de kostprijs voor het herstel ervan en/of de minderwaarden geraamd; hij ging daarbij duidelijk uit van de "contractuele" documenten, hetgeen kennelijk door de partijen werd aanvaard; er is tussen de partijen blijkbaar geen betwisting (meer) met betrekking tot de door de deskundige geraamde herstellingen en minderwaarden (29.812,02 euro); - in de procedure voor de eerste rechter waren de beide partijen het erover eens dat de contractuele relatie tussen de partijen wordt beheerst door de schriftelijke (doch niet ondertekende) aannemingovereenkomst (conclusie Brugse Vaart 23.01.2003 p. 4; conclusie curatoren 24.07.2003 p.3 e.v.). Het administratieve deel van het bestek stelt uitdrukkelijk dat de aanneming het voorwerp uitmaakt van een gemengde overeenkomst (bestek p. 2 art. 5: aard van de aannemingovereenkomst - zie tekst aangehaald op de 5e p. van het bestreden vonnis - folio 1643). Ook de (niet ondertekende) aannemingsovereenkomst zelf bepaalt onder art. 3: "Prijsbepaling - prijsherziening: bedoelde aanneming is een overeenkomst type V.H.. De artikels met vermelding V.H. zijn voor verrekening vatbaar" Het hof is dan ook van oordeel dat de aannemingovereenkomst een overeenkomst is van het gemengde type. Het bestek en de meetstaat vermelden uitdrukkelijk welke posten als forfaitair moeten worden aangezien en welke posten worden uitgevoerd tegen vermoedelijke hoeveelheden (V.H.). Het zal de deskundige behoren met deze documenten rekening te houden bij het opstellen van de algehele afrekening tussen de partijen. Waar er tevens betwisting bestaat nopens uitgevoerde meer- of minderwerken dient de deskundige ook dienaangaande advies te geven en dit meer in het bijzonder aan de hand van de contractuele bepalingen tussen de partijen zoals opgenomen in het bestek alsook aan de hand van de werfverslagen (die thans aan het hof nog niet werden overgemaakt). Hij zal advies geven of de door de aannemer aangerekende meerwerken al dan niet kunnen aangerekend worden. Het bestreden vonnis dient dan ook uitsluitend te worden hervormd in die zin dat: - bepaald wordt dat de aannemingovereenkomst tussen de n.v. Boucon West en de n.v. Brugse Vaart een gemengde aannemingovereenkomst is; - aan de deskundige opdracht wordt gegeven het project van de afrekening te maken rekening houdende met de bepalingen van het bestek en van de meetstaat. Al het meer of anders gevorderde kan vooralsnog niet worden ingewilligd.
  7. Wanneer de appelrechter het vonnis tenietdoet, hervormt of wijzigt en een onderzoeksmaatregel beveelt - zelfs al wordt de door de eerste rechter bevolen onderzoeksmaatregel bevestigd - is het hof ertoe gehouden het gehele geschil te beoordelen, zodat de zaak niet kan worden teruggewezen naar de eerste rechter (Cass. 26 januari 2007, NJW, 2007, 701-702). OM DEZE REDENEN, HET HOF, recht doende op tegenspraak. Alle meeromvattende en/of andersluidende conclusies en/of grieven verwerpend als niet dienstig en/of ongegrond. In acht genomen artikel 24 van de wet van 15 juni
  8. Verklaart de hogere beroepen ontvankelijk, dat van de n.v. Brugse Vaart thans reeds in de hierna bepaalde mate gegrond. Bevestigt het bestreden vonnis behoudens waar het vaststelde dat de overeenkomst tussen de partijen werd gesloten tegen eenheidsprijzen en waar het aan de door het bestreden vonnis aangestelde deskundige - de heer Thierry Inghelram met woonplaats te 9000 Gent, Kortrijksesteenweg 238 - opdracht gaf, hiermee rekening houdend de afrekening tussen de partijen op te stellen. Doet enkel op die punten het bestreden vonnis teniet en opnieuw wijzend: Stelt vast dat de aannemingovereenkomst tussen n.v. Boucon West en n.v. Brugse Vaart een gemengde aannemingovereenkomst is en zegt voor recht dat de aangestelde deskundige: - de afrekening tussen de partijen dient op te maken conform de gegevens van het bestek en van de meetstaat; - daarbij advies dient te geven of er al dan niet meerwerken werden uitgevoerd en of deze als dusdanig kunnen worden aangerekend. Heromschrijft dientengevolge de door de eerste rechter geformuleerde opdracht aan de gerechtsdeskundige als volgt: - in toepassing van art. 962 e.v. Ger.W. en met respect voor de tegenspraak; - met inachtneming van de wettelijke pleegvormen en rekening houdend met de stukken en toelichting van partijen; - advies te verlenen over de afwerkingswerken die nog werden uitgevoerd vóór 22 maart 2001 en meer in het bijzonder over de waarde daarvan; - advies te verlenen of en in welke mate, naar zijn inzicht en rekening houdend met de contractuele bepalingen, de werken vertraging opliepen en wie hiervoor technisch aansprakelijk is, de omvang van de vertraging te ramen en de schade die verweerster als gevolg hiervan zou hebben geleden; - advies te geven of er verrekeningen zijn door te voeren met betrekking tot meer- of minderwerken, daarbij rekening houdend met de bepalingen van het bestek en met de werfverslagen van de architect; - advies te verlenen over de eindafrekening tussen partijen m.b.t. de door de n.v. Boucon West uitgevoerde werken te 4501 NE Oostburg, Brugse Vaart 10; - hierin rekening te houden met zijn vaststellingen in het raam van de minnelijke expertise, met de vaststelling van het hof dat de aanneming gebeurde tegen een gemengde aannemingovereenkomst en dat de afrekening zal opgesteld worden met inachtneming van de bepalingen van het bestek en van de meetstaat alsmede met zijn besluiten i.v.m. de afwerkingswerken en zijn besluiten i.v.m. de vertraging en de hierdoor geleden schade; - te antwoorden op alle nuttige vragen die hem door partijen mochten worden gesteld; - te pogen een minnelijke regeling tussen partijen uit te werken en, bij gebreke hieraan, van zijn bevindingen een beredeneerd verslag op te stellen, voorzien van de eedformule, dat zal worden neergelegd ter griffie binnen de zeven maanden na aanvaarding van zijn opdracht. Zegt voor recht dat - behoudens andersluidende schriftelijke overeenkomst tussen de partijen om daarvan af te zien, die alsdan ter kennis dient gebracht te worden aan het hof uiterlijk 14 dagen vóór de installatievergadering - de installatievergadering conform de bepalingen van artikel 972 §1 Ger.W. zal plaats vinden in de raadkamer van de 9° kamer van het hof van beroep, Justitiepaleis, lokaal 33, Koophandelsplein 23, 9000 Gent op vrijdag 19.12.2008 om 12.10 uur. Beveelt de deskundige en de partijen of hun raadslieden, in toepassing van artikel 973 § 1 Ger.W om op vrijdag 26 juni 2009 om 10.00 uur te verschijnen voor het hof zetelend in raadkamer teneinde het hof in te lichten over het verloop van de werkzaamheden van de deskundige. Verstaat evenwel dat deze verschijning vervalt indien het verslag vóór de gestelde datum ter griffie wordt neergelegd of indien alle partijen hun schriftelijk akkoord hebben gemeld met een verlenging van de toegestane termijn. Zegt dat de appellante als meest gerede partij de kosten en de erelonen van de deskundige zal voorschieten. Bepaalt het voorschot dat de appellante ter griffie van het hof zal consigneren binnen de 15 dagen na de kennisname van de aanvaarding van de deskundige op 3.000,- euro + 21 % BTW, samen 3.630,- euro. Bepaalt het redelijk deel van het voorschot dat aan de deskundige kan worden vrijgegeven teneinde de kosten van het onderzoek te kunnen dekken op 1.500,- euro + 21 % BTW, samen 1.815,- euro. Houdt de kosten van de zaak zelf aan en verwijst de zaak naar de bijzondere rol van deze kamer. Aldus gewezen door de negende kamer van het Hof van beroep te Gent, recht doende in burgerlijke zaken, samengesteld uit: De heer M. Hanssens Raadsheer, wn. voorzitter, Mevrouw M. Beerens Raadsheer, De heer A. Colpaert Raadsheer, en uitgesproken door de raadsheer wn. voorzitter van de kamer in openbare terechtzitting op zeven november tweeduizend en acht, bijgestaan door Mevrouw M. Vercruysse Griffier. M. Vercruysse A. Colpaert M. Beerens M. Hanssens Rep. nr.: 2008/ Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.