← België

ECLI:BE:HBGNT:2008:ARR.20081110.14

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Gent Vonnis/arrest van 10 november 2008 ECLI nr: ECLI:BE:HBGNT:2008:ARR.20081110.14 Rolnummer: 2007/AR/1032 Rechtsgebied: Burgerlijk recht - Intellectuele eigendom Invoerdatum: 2009-02-13 Raadplegingen: 103 - laatst gezien 2026-07-02 18:18 Fiche In het kader van fusiebesprekingen tussen verschillende Vlaamse huisartsenverenigingen waarbij hij actief betrokken was, had appellant kennis van de onderhandelingen die leidden tot fusieoperatie die resulteerde in een VZW Domus Medica, en was hij ook op de hoogte van het erder gebruik van het teken 'domus medica'. Wanneer appellant uit onvrede met een door de VZW Domus Medica genomen beslissing het teken 'domus medica' als merk deponeert met de enkele bedoeling om de VZW Domus Medica het verder gebruik van 'doums medica' te verhinderen, minstens ernstig te bemoeilijken, maakt dit een depot ter kwader trouw uit. UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - VERENIGINGEN - Belgische vzw HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - INTELLECTUELE RECHTEN - Merk - Beneluxmerk Vrije woorden:

  1. VZW - fusie - behoud rechtspersoonlijkheid overnemende VZW
  2. Benelux Merkenrecht - Depot ter kwader trouw - Art. 2.4.f BVIE (oud aret. 4, 6° BMW) - voorwarden - kennis van een eerder, zelfs niet algemeen bekend gebruik volstaat - nietigverklaring (art. 2.28,3,b BVIE) Tekst van de beslissing Hof van beroep te Gent 7e Kamer ________ Terechtzitting van 10-11 2008 Nr. 2007/AR/1032 ------------------------- Benelux Merkenwet in de zaak van : M.D.M., appellant, hebbende als raadsman mr. Filip Liebaut, advocaat met kantoor te 9160 Lokeren, Durmelaan 4 W 1, tegen V.Z.W. DOMUS MEDICA, met zetel te 2600 Berchem, Sint-Hubertusstraat 58 en met ondernemings-nummer 0410.872.303, geïntimeerde, hebbende als raadsman mr. Philippe Mulliez, advocaat met kantoor te 8500 Kortrijk, President Kennedypark 37, velt het Hof volgend arrest :
  3. Procedure in hoger beroep M. D. heeft op 16 april 2007 tijdig en regelmatig naar de vorm hoger beroep ingesteld tegen het op 2 maart 2007 door de vijfde kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Dendermonde op tegenspraak gewezen vonnis in de zaak A.R. 06/794/A. Een exploot van betekening wordt niet voorgelegd. Partijen werden in openbare terechtzitting gehoord in hun middelen en besluiten, alsook de stukken werden ingezien.
  4. Feiten en procedure in eerste aanleg 2.
  5. De eerste rechter zette de feitelijke gegevens die aan de grondslag liggen van het tussen partijen gerezen geschil als volgt uiteen : "In 1981 werd de Wetenschappelijke Vereniging van Vlaamse Huisartsen (WVVH) met ondernemingsnummer 0410872303 opgericht (stuk 1 bundel [VZW Domus Medicas]). Op 13 januari 2004 werd een "consensuswerktekst Domus Medica" opgesteld, zijnde de samenvatting van de voornaamste lijnen van een principeakkoord tussen de Vlaamse Huisartsenverenigingen in het overleg, met name: - Wetenschappelijke Vereniging van Vlaamse Huisartsen (WVVH), - Unie van Huisartsenkringen (UHAK), - Vereniging ter bevordering van het Vlaamse Huisartsen Parlement (VHP), - Syndicaat van Vlaamse Huisartsen (SVH), - Vlaams Huisartsen Navormings Instituut (VHNI), teneinde te komen tot een ééngemaakte vereniging van huisartsen (stuk 2 bundel [VZW Domus Medica]). Op 1 oktober 2005 werd de domeinnaam "domusmedica" geregistreerd (stuk 5 bundel [VZW Domus Medica]). Op 14 oktober 2005 was er een persmededeling van deze raamgroep, waarin onder meer te lezen staat (stuk 4 bundel[VZW Domus Medica]): "Op 12.10.2005 kwam de raamgroep (stuurgroep) opnieuw samen ter voorbereiding van de fusie. De bespreking van het fusievoorstel en de statuten van de Eenheidsvereniging werden voortgezet. Essentieel in de discussie waren twee vragen aan de verenigingen:
  6. Wil men de fusie ?
  7. Gaat men akkoord met de WVVH als fusievehikel? ... De discussie over de naam van de nieuwe vereniging bleek eenvoudiger : ... bleek uit de bevraging van de huisartsen dat er een belangrijke tendens blijft voor "Domus Medica". Bijkomende garanties van alle aanwezigen over het "copyright" van deze naam als exclusief voor de EV deed de aanwezigen van de raamgroep daarom besluiten om "Domus Medica" te aanvaarden als naam van de EV (unaniem op 3 onthoudingen na). De definitieve beslissing hierover moet er om juridische redenen zijn ten laatste op 11 november 2005, dag van de omvorming van de WVVH tot "overnemende vereniging", één van de belangrijke stappen ter voorbereiding van de fusie. ... " Op 20 oktober 2005 werd het fusievoorstel "Domus Medica" geredigeerd en ondertekend namens de gemandateerden van de betrokken vzw' s, zijnde VHN1, UHAK, WVVH, SVH en VHP, waarin werd gestipuleerd (stuk 6 bundel [VZW Domus Medica]): "Op heden heeft de raamakkoordgroep, bestaande uit de hiertoe aangestelde gevolmachtigden van de raden van bestuur van de hieronder vermelde verenigingen zonder winstoogmerk, in gemeen overleg een voorstel tot fusie opgesteld, waarvan hierna de tekst volgt: ... De aan de fusie deelnemende verenigingen zijn:

(1)Het Vlaams Huisartsen Navormings Instituut (VHNI) .. - Overgenomen Vzw A -
(2)Het Syndicaat van Vlaamse Huisartsen (SVH) ... - Overgenomen Vzw B-
(3)De Unie van Huisartsenkringen (UHAK) ... -Overgenomen Vzw C -
(4)De Vereniging ter bevordering van het Vlaams Huisartsen Parlement (VHP) ... -Overgenomen Vzw D -
(5)De Wetenschappelijke Vereniging van Vlaamse Huisartsen (WVVH) ... - Overnemende Vzw - ... Onderhavig fusievoorstel is de resultante van de onderhandelingen en besprekingen tussen de Vlaamse huisartsenverenigingen (de Overgenomen Vzw's en de Overnemende Vzw) die in juni 2002 te Aalst zijn gestart met het oog op het bundelen van de krachten van de vijf Vlaamse huisartsenverenigingen. Op 31 maart 2004 ondertekenden de vijf voorzitters van de Vlaamse huisartsenverenigingen een 'raamakkoord' waarin zij formeel bevestigden tot een fusie van de vijf Vzw's te komen. ... Aldus wordt voorgesteld dat de fusie doorgang te laten vinden door middel van een fusie door overname, waarbij de Overnemende Vzw als fusievehikel zal worden gebruikt. De Overnemende Vzw zal worden omgevormd tot een eenheidsvereniging die de doelstellingen van de verschillende Vzw's zal bundelen... ... Daarna wordt ingegaan op het ontwerp van statutenwijziging die dient te worden doorgevoerd binnen de Overnemende Vzw die als eenheidsvereniging zal dienen. ... Vooreerst moet de Overnemende Vzw worden hervormd, zodat zij als een eenheidsvereniging kan fungeren. Daartoe dienen de statuten te worden gewijzigd, waaronder ook de naam en het doel van de Overnemende Vzw. ... De overgenomen Vzw's moeten worden ontbonden en vereffend. De Algemene Vergaderingen van de betrokken Overgenomen Vzw's dienen tot de ontbinding van de Vzw's te besluiten, waarna deze worden vereffend, met bestemming van het gehele vermogen ten gunste van de Overnemende Vzw. ... Tot aan de in 2006 te organiseren verkiezingen van de nieuwe werkende leden (zie infra), zal een Interim Raad van Bestuur worden aangesteld door de op datum van fusie bestaande Algemene Vergadering van de Overnemende Vzw. ... Zoals voormeld, moeten de statuten van de Overnemende Vzw worden gewijzigd opdat de Overnemende Vzw als eenheidsvereniging zou kunnen fungeren. Deze statutenwijziging houdt een wijziging in van: . de naam van de Overnemende Vzw . het doel van de Overnemende Vzw . de overige bepalingen van de statuten. Op 3 december 2005 werd de buitengewone algemene vergadering van de vzw Wetenschappelijke Vereniging van Vlaamse Huisartsen genotuleerd als volgt (stuk 7 bundel [VZW Domus Medica]): "... beraadslagen en beslissen over de volgende agenda: . Coöptatie leden Algemene Vergadering · Goedkeuring van de fusieoperatie . Aanstelling leden Interim Algemene Vergadering en Interim Raad van Bestuur van de fusievereniging . Wijziging van de statuten, met inbegrip van de wijziging van de maatschappelijke benaming en het maatschappelijk doel . Inspraakforum ... ... beslist de algemene vergadering... tot goedkeuring van de fusieoperatie, zoals beschreven in het fusievoorstel. ... De algemene vergadering beslist ... tot wijziging van de statuten, conform bovenvermelde ontwerpstatuten. De statutenwijziging binnen de vereniging vindt plaats onder de opschortende voorwaarden van de beslissing tot statutenwijziging van de Wetenschappelijke Vereniging van Vlaamse Huisartsen alsook de ontbinding van minstens één van de volgende verenigingen (
  1. i)de vzw Syndicaat van Vlaamse Huisartsen, (
  2. ii)de vzw Vereniging ter bevordering van het Vlaams Huisartsen Parlement en (iii) de beslissing tot ontbinding van de vzw Unie van Huisartsenkringen. ..." In de nieuwe statuten van de vereniging staat te lezen (bijlage stuk 7 bundel [VZW Domus Medica]): "DOMUS MEDICA Vereniging zonder winstoogmerk 2600 Berchem, Sint-Hubertusstraat 58 K.O. 0410 872 303 ... De vereniging zonder winstoogmerk draagt de naam Domus Medica. ... De Vereniging ressorteert onder het gerechtelijk arrondissement Antwerpen. Alle stukken voorgeschreven door de vzw-wet worden neergelegd in het dossier bijgehouden op de griffie van de Rechtbank van Koophandel van het voornoemde gerechtelijke arrondissement. ..." De akte van de buitengewone algemene vergadering van 3 december 2005 waarbij de statuten van de Wetenschappelijke Vereniging van Vlaamse Huisartsen, vzw, met zetel te Sint-Hubertusstraat 58, 2600 Berchem en ondernemingsnummer 0410.872.303, integraal werden gewijzigd, werd neergelegd ter griffie van de Rechtbank van Koophandel te Antwerpen op 24 februari 2006 en bekendgemaakt in de bijlagen van het Belgisch Staatsblad van 8 maart 2006, waarbij voorafgaandelijk werd vermeld: "Uit de notulen van de buitengewone algemene vergadering dd. 3 december 2005 van de vereniging blijkt dat de statuten van de vereniging integraal werden gewijzigd, doch onder opschortende voorwaarde. De opschortende voorwaarde heeft zich vervuld op 14 januari 2006. Dienvolgens luiden de statuten van de vereniging met ingang van 14 januari 2006 als volgt ... " (stuk 8 bundel [VZW Domus Medica]). De gewijzigde statuten op zich werden neergelegd ter griffie van de Rechtbank van Koophandel te Antwerpen op 21 maart 2006 (stuk 2 bundel [M.D.M.). De lijst met bestuurders werd neergelegd op 7 april 2006, met publicatie in het Belgisch Staatsblad op 19 april 2006 (stuk 3 bundel [M.D.M.]). Bij algemene vergadering van 14 januari 2006 van de vzw Unie van Vlaamse Huisartsenkringen werd onder meer beslist tot ontbinding van de vereniging en tot inbreng van het gehele vermogen van de vereniging in de vzw Domus Medica (voorheen vzw Wetenschappelijke Vereniging van Vlaamse Huisartsen) (cfr. stuk 8 bundel [VZW Domus Medica]). In de pers werd over de fusie geschreven (cfr. Stuk 9 en 10 bundel [VZW Domus Medica]). [M.D.M.] heeft op 8 februari 2006 een depotaanvraag ingediend voor het woordmerk "Domus Medica" bij het Benelux-Merkenbureau (depotnummer 1103522) voor waren en diensten in de klassen 35, 41 en 42. Het depot werd gepubliceerd op 16 februari 2006. Het merk werd ingeschreven onder het nummer 0793648 met als datum en publicatie van inschrijving 5 mei 2006 (stuk 13 bundel [VZW Domus Medica]). .... Bij aangetekend schrijven van de raadslieden van [VZW Domus Medica] d.d. 22 februari 2006 werd [M.D.M.] in gebreke gesteld in de volgende bewoordingen (stuk 14 bundel [VZW Domus Medica]): " ...Tot grote verwondering van onze cliënte moest zij vaststellen dat u heel recent, met name op 8 februari 2006, een depotaanvraag heeft gedaan voor het woordmerk "Domus Medica" bij het Benelux Merken Bureau (depotnummer 1103522) en dit voor de klassen 35, 41 en 42. De diensten waarvoor het merk "Domus Medica" door u werden gedeponeerd zijn identiek aan het doel en de activiteiten van onze cliënte onder dezelfde naam. Een dergelijk depot is manifest nietig aangezien het volledig te kwader trouw is gebeurd. Het is duidelijk dat u gelet op uw functie als bestuurder van de vzw Syndicaat van Vlaamse Huisartsen, op de hoogte was van het bestaan en het gebruik van de benaming "Domus Medica" als maatschappelijke benaming en handelsnaam. De vzw Syndicaat van Vlaamse Huisartsen voert immers verregaande onderhandelingen met onze cliënte. Bovendien kreeg de benaming "Domus Medica" ook uitgebreide persaandacht, zowel in huisartsenkringen als in de dagelijkse media. Uit het voorgaande volgt onmiskenbaar dat uw depot van het teken "'Domus Medica" op grond van artikel 14,B,2 juncto artikel 4,6 van de Benelux Merken Wet, nietig is wegens kwade trouw. Bij deze stellen wij u dan ook in gebreke om ... te bevestigen dat u de naam "Domus Medica" of enige overeenstemmende naam in het handelsverkeer niet gebruikt of niet zult gebruiken. Voorts stellen wij u in gebreke om de Benelux merkaanvraag "Domus Medica" met aanvraagnummer 1103522 onmiddellijk in te trekken en ons het bewijs van het verzoek tot doorhaling van de merkaanvraag bij het Benelux Merken Bureau over te maken ... " Bij schrijven d.d. 26 februari 2006, gericht aan de raadslieden van [VZW Domus Medica], erkent [M.D.M.] zijn functie als bestuurder van het SVH (stuk 15 bundel [VZW Domus Medica]). Op 1 maart 2006 diende [VZW Domus Medica] bij het Benelux-Merkenbureau een depotaanvraag in voor het woordmerk "Domus Medica" onder het depotnummer 1105523, voor de afbeelding van het beeldmerk "Domus Medica" onder het depotnummer 1105518 en voor de afbeelding van het beeldmerk "Domus Medica vereniging van huisartsen" onder het depotnummer 1105519, telkens onder meer voor de klassen 35, 41 en 42. Deze depots werden gepubliceerd op 13 april 2006 (stuk 12 bundel [VZW Domus Medica]). Deze merken werden respectievelijk onder het nummer 0799265, 0799262 en 0799263 ingeschreven met telkens als datum van inschrijving en publicatie 6 juli 2006." Het Hof verwijst partijen naar deze omstandige uiteenzetting die het bijtreedt en die geen verdere aanvulling of aanpassing behoeft temeer partijen de inhoud daarvan op geen enkele wijze in vraag stellen. 2.2. Voor de eerste rechter vorderde VZW Domus Medica de toekenning van haar oorspronkelijke eis die ertoe strekte : - het Benelux-depot van het merk "Domus Medica", ingeschreven in het Benelux Merkenregister onder inschrijvingsnummer 793648 voor de klassen 35, 41 en 42 nietig te horen verklaren en daarvan ambtshalve de doorhaling te horen bevelen voor alle klassen waarvoor het merk is ingeschreven; - M.D.M. het verbod te horen opleggen om de naam "Domus Medica" te gebruiken, of enige andere daarmee overeenstemmende naam of logo (waaronder ook de naam "domusbeweging"), voor diensten en waren die gelijk of soortgelijk zijn met de waren en diensten waarvoor zij haar woord- en beeldmerken "Domus Medica" (Benelux inschrijvingsnummers 799265, 799262 en 799263) heeft gedeponeerd, en in het bijzonder op de websites www.domusbeweging.be en www.domus-medica.be. onder verbeurte van een dwangsom van 2.500,00 euro per dag vertraging en per inbreuk vanaf de vijfde dag na de betekening van de uitspraak; - M.D.M. te horen veroordelen om elke inbreuk op de auteursrechten van eiseres op de naam "Domus Medica" en in het bijzonder elke ongeoorloofde reproductie van de term "Domus Medica", met onmiddellijke ingang te beëindigen, onder verbeurte van een dwangsom van 2.500,00 euro per dag vertraging en per inbreuk vanaf de vijfde dag na de betekening van de uitspraak; - M.D.M. te horen veroordelen om elke inbreuk op de rechten op de maatschappelijke benaming en de handelsnaam "Domus Medica" van VZW Domus Medica, en in het bijzonder elke verwarringstichting met de term "Domus Medica", met onmiddellijke ingang te beëindigen, onder verbeurte van een dwangsom van 2.500,00 euro per dag vertraging en per inbreuk vanaf de vijfde dag na de betekening van de uitspraak; - de overdracht naar VZW Domus Medica te horen bevelen van de domeinnaam www.domus-medica.be, onder verbeurte van een dwangsom van 2.500,00 euro per dag vertraging en per inbreuk vanaf de vijfde dag na de betekening van de uitspraak; - M.D.M. te horen veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding, begroot op 25.000,00euro; - M.D.M. te horen veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding wegens tergend en roekeloos verweer, begroot op 5.000,00 euro; - M.D.M. te horen veroordelen tot alle kosten van het geding en het tussen te komen vonnis uitvoerbaar bij voorraad te horen verklaren. M.D.M. vorderde dat voormelde vordering als niet toelaatbaar, onontvankelijk en ongegrond zou worden afgewezen. 2.3. In het niet uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis van 2 maart 2007 verklaarde de eerste rechter de vordering van VZW Domus Medica ontvankelijk en gedeeltelijk gegrond. Hij verklaarde het depot van M.D.M. van het merk "Domus Medica", ingeschreven in het Benelux Merkenregister onder inschrijvings-nummer 793648 voor de klassen 35, 41 en 42 nietig en beval ambtshalve de doorhaling voor alle klassen waarvoor het merk is ingeschreven. Hij legde M.D.M. tevens verbod op om de naam "Domus Medica" te gebruiken of te reproduceren, of enige andere daarmee overeenstemmende naam of logo, waaronder ook de naam "domusbeweging", voor diensten of waren die gelijk of soortgelijk zijn met de waren en diensten waarvoor VZW Domus Medica het woordmerk "Domus Medica" en het beeldmaerk "Domus Medica Vereniging van Huisartsen" heeft gedeponeerd bij het Benelux-Merkenbureau, thans Benelux-Bureau voor de Intellectuele Eigendom, en in het bijzonder op de websites www.domusbeweging.be en www.domus-medica.be, onder verbeurte van een dwangsom van 250,00 euro per kalenderdag vertraging en per inbreuk vanaf de vijfde dag na de betekening van de uitspraak, met dien verstande dat geen dwangsom meer zal worden verbeurd boven het bedrag van 12.500,00 euro. De eerste rechter beval tevens de overdracht van de domeinnaam www.domus-medica.be naar de VZW Domus Medica. Verder veroordeelde de eerste rechter M.D.M. tot betaling van een provisioneel op 1,00 euro begrote schadevergoeding en werd de zaak voor verdere afhandeling van de omvang van de schadevergoeding naar de bijzondere rol verzonden. De door VZW Domus Medica nog gevorderde schadevergoeding wegens tergend en roekeloos verweer werd tenslotte ontvankelijk maar niet gegrond bevonden, en de beslissing omtrent de intresten en de kosten werd aangehouden. 3. Grieven/voorwerp van het hoger beroep 3.1. Na een voorafgaandelijke historiek van de naam "Domus Medica" houdt M.D.M. ook in hoger beroep staande dat het de VZW Domus Medica bij gebrek aan rechtspersoonlijkheid bij het instellen van de vordering niet over een reeds verkregen en dadelijk belang beschikte. Naar het oordeel van M.D.M. beschikte de VZW Domus Medica pas vanaf 19 april 2006 - datum van publicatie van de lijst van bestuurders en gemandateerde vertegenwoordigers in het Belgisch Staatsblad - over hoedanigheid en belang om eventueel op te komen voor wat haar doel is. Om diezelfde reden betwist M.D.M. ook de regelmatigheid van de door VZW Domus-Medica op 1 maart 2006 ingediende depotaanvraag. Ten gronde betwist M.D.M. dat hij zich schuldig zou hebben gemaakt aan een depot te kwader trouw. Onder verwijzing naar de vaststelling dat hij niet alleen de bedenker maar ook de voor-voorgebruiker van het woordmerk "Domus-Medica" was, wijst M.D.M. erop dat integendeel VZW Domus Medica zich schuldig heeft gemaakt aan een depot te kwader trouw. M.D.M. vordert dan ook de hervorming van het bestreden vonnis en de afwijzing van de oorspronkelijke vordering van de VZW Domus Medica. Ondergeschikt betwist M.D.M. nog de door VZW Domus Medica gevorderde schadevergoeding waarvan naar zijn mening geen enkel bewijs voorligt. 3.2. VZW Domus Medica argumenteert dat zij wel degelijk over de rechtspersoonlijkheid beschikte op het ogenblik van het instellen van haar oorspronkelijke vordering, en daartoe tevens over de vereiste hoedanigheid en belang beschikte. VZW Domus Medica blijft verder van oordeel dat het merkdepot van M.D.M. nietig moet worden verklaard nu dit ongetwijfeld als een depot te kwader trouw moet worden aanzien vermits M.D.M. kennis had van het voorgebruik van het merk door VZW Domus Medica. Haar belang om de nietigheid van het merkdepot van M.D.M. te vorderen grondt de VZW Domus Medica op dit voorgebruik, alsook op het auteursrecht en op het exclusieve recht op maatschappelijke naam. VZW Domus Medica betwist verder de stelling van M.D.M. waarbij hij voorhoudt dat hij niet alleen de bedenker maar ook de voor-voorgebruiker van het woordmerk "Domus-Medica" was. VZW Domus Medica is van oordeel dat M.D.M. geen enkel stuk voorlegt dat het ingeroepen voorgebruik van "Domus Medica" als merk kan staven. Waar VZW Domus Medica aldus de integrale bevestiging van het bestreden vonnis nastreeft vordert zij in haar beroepsconclusies niettemin de toekenning van een op 30.000,00 EUR begrote schadevergoeding. Tevens vordert zij de toekenning van een op 5.000,00 EUR begrote schadevergoeding wegens tergend en roekeloos hoger beroep. 4. Beoordeling 4.1. Op volgende relevante overwegingen oordeelde de eerste rechter dat de VZW Domus Medica bij het instellen van de vordering op 16 maart 2006 wel degelijk over de vereiste rechtspersoonlijkheid en over de vereiste hoedanigheid en belang beschikte : " [M.D.M.] betwist dat terzake in hoofde van [VZW Domus Medica] zou zijn voldaan aan de toelaatbaarheidvoorwaarden van de rechtsvordering bedoeld bij de art. 17 en 18 Ger. W.. [VZW Domus Medica] zou noch het vereiste belang hebben, noch de vereiste hoedanigheid bezitten om de vorderingen, voorwerp van het terzake bedoelde geschil, te stellen, nu zij noch bij de depotaanvraag (zie supra) nog bij het initiëren van de vordering door betekening der dagvaarding (reeds) over rechtspersoonlijk-heid beschikte. [M.D.M.] argumenteert dat pas op 24 februari 2006 de wijziging van de benaming "Wetenschappelijke Vereniging van Vlaamse Huisartsen" naar de naam "Domus Medica" werd neergelegd ter griffie van de Rechtbank van Koophandel te Antwerpen en dat pas op 21 maart 2006 de statuten van de vzw Domus Medica aldaar werden neergelegd. De lijst met bestuurders werd nog later neergelegd, zijnde op 7 april 2006, met publicatie in het Belgisch Staatsblad op 19 april 2006. Dus volgens [M.D.M.] bestond [VZW Domus Medica] als rechtspersoon pas met ingang van 19 april 2006 en kon zij voordien, zijnde op 1 maart 2006, geen depotaanvraag doen en op 16 maart 2006 geen dagvaarding laten betekenen, bij gebreke aan rechtspersoonlijkheid. [VZW Domus Medica] werpt daartegen in dat zij reeds ettelijke jaren voor de fusie bestond en dat op 14 januari 2006 slechts een statutenwijziging, inclusief naamswijziging plaatsvond, zodat van de oprichting van een nieuwe vereniging zonder winstoogmerk geen sprake is. Het wordt niet betwist dat de Wetenschappelijke Vereniging van Vlaamse Huisartsen (WVVH), zijnde een huisartsenkring, in 1981 werd opgericht, hebbende als ondernemingsnummer 0410872303 (stuk 1 bundel [VZW Domus Medica]). Artikel 4,§2 van het Ministerieel besluit tot vaststelling van de voorwaarden tot het verkrijgen van de erkenning van huisartsenkringen stelt: "De huisartsenkring neemt de juridische vorm aan van een vereniging zonder winstgevend doel, zoals bepaald in de wet van 27 juni 1921, waarbij aan de verenigingen zonder winstgevend doel en aan de instellingen van openbaar nut rechtspersoonlijkheid wordt verleend" In de wet van 27 juni 1921 - zoals gewijzigd bij wet van 2 mei 2002, met inwerkingtreding op 1 juli 2003 - betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen (de vzw.-wet) is onder meer bepaald: "Art. 1 De vereniging geniet rechtspersoonlijkheid onder de voorwaarden omschreven in dit hoofdstuk. ... Art. 3 §1. De vereniging bezit rechtspersoonlijkheid vanaf de dag dat haar statuten, de akten betreffende de benoeming van de bestuurders en in voorkomend geval van de personen gemachtigd om de vereniging overeenkomstig artikel 13, vierde lid, te vertegenwoordigen, worden neergelegd overeenkomstig artikel 26 novies, §1. ... Art. 26 novies §1. Op de griffie van de rechtbank van koophandel wordt een dossier gehouden voor iedere Belgische vereniging zonder winstoogmerk, in dit hoofdstuk "vereniging" genoemd, die haar zetel heeft in het arrondissement. Dit dossier bevat 1° de statuten van de vereniging. 2° de akten betreffende de benoeming ... van de bestuurders,... §2. De akten, stukken en beslissingen bedoeld in §l, tweede lid, 1°,2° en 4°, bekendgemaakt in de bijlagen tot het Belgisch Staatsblad. §3. De akten, de stukken en de beslissing die krachtens deze titel moeten worden neergelegd, kunnen aan derden slechts worden tegengeworpen vanaf de dag van neerlegging ervan of.., van bekendmaking ervan ... behalve indien de vereniging aantoont dat die derden reeds kennis ervan hadden ... " Deze voorwaarden gesteld in de vzw.-wet, van toepassing op huisartsenkringen volgens het genoemde artikel 4 van het Ministerieel besluit tot vaststelling van de voorwaarden tot het verkrijgen van de erkenning van huisartsenkringen, zijn echter maar aan de orde bij de beoordeling van de rechtspersoonlijkheid van een nieuw opgerichte vereniging. Dat de WVVH voor de bedoelde fusie over de vereiste rechtspersoonlijkheid beschikte, staat buiten discussie. Terecht stelt [VZW Domus Medica] dat met de genoemde fusie met statutenwijziging en naamswijziging tot gevolg, geen nieuwe vereniging zonder winstoogmerk is opgericht. Dit blijkt meer dan afdoende uit de voorliggende documenten (zie supra). Bij deze fusie fungeerde de WVVH als overnemende vzw; de andere huisartsenverenigingen werden als overgenomen vzw's ontbonden en vereffend. De algemene vergadering van deze respectievelijke vzw's diende tot deze ontbinding te besluiten. Het gehele vermogen van deze vzw's werd bestemd ten gunste van de overnemende vzw, de WVVH (zie o.m. stuk 13 bundel [VZW Domus Medica]). De WVVH diende weliswaar te worden hervormd, wat een integrale statutenwijziging met zich meebracht, waaronder ook een naamswijziging van WVVH naar "Domus Medica". Doch deze vzw (WVVH) werd geenszins ontbonden en vereffend maar bleef verder bestaan, weliswaar met nieuwe statuten en een nieuwe naam. Van een nieuw opgerichte vzw is echter geen sprake. Per analogiam kan worden verwezen naar artikel 26 bis van de vzw.-wet waarin is bepaald dat de omzetting van een vereniging in één van de rechtsvormen genoemd in artikel 2 van de wet op de handelsvennootschappen, de rechtspersoonlijkheid van de vereniging, die blijft voortbestaan in de nieuwe vorm, onverlet laat. De verworven rechtspersoonlijkheid - voorwaarde om in rechte te kunnen optreden - bleef zonder onderbreking behouden; door de hervorming van de vzw, de fusie door overname van andere vzw' s, de statutenwijziging met naamswijziging kwam de continuïteit van de kwestieuze vzw niet in het gedrang. Dit blijkt zoveel als nodig ook uit het ondernemingsnummer dat nooit is gewijzigd, maar steeds hetzelfde is gebleven, met name 0410.872.303. Evenmin kwam de continuïteit van het bestuur in het gedrang. Tot aan de in 2006 georganiseerde verkiezingen van de nieuwe werkende leden, werd een Interim Raad aangesteld en werd de continuïteit van het bestuur verzekerd door de in functie zijnde bestuurders van de vereniging (zie stuk 7 en 8 bundel [VZW Domus Medica]). Tenslotte is aangetoond dat [M.D.M.], gelet op zijn niet betwiste functie als bestuurder van de bij de fusie betrokken vereniging SVH, als derde voor de neerlegging van de bedoelde stukken en akten ter griffie en voor de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad, reeds kennis had (cfr. Artikel 26 novies, §3 in fine vzw.-wet). In de gegeven omstandigheden beschikte [VZW Domus Medica] bij het instellen van de vordering, bij dagvaarding d.d. 16 maart 2006, wel degelijk over de vereiste rechtspersoonlijkheid en bijgevolg over hoedanigheid en belang om over te gaan tot dagvaarding." Het Hof verwijst partijen naar deze omstandige overwegingen die het tot de hare maakt en volledig bijtreedt. Vermits M.D.M. er zich in graad van beroep toe beperkt zijn voor de eerste ontwikkelde argumentatie nagenoeg volledig te hernemen, behoeven voormelde overwegingen eigenlijk geen verdere toevoeging. Het Hof laat aanvullend alleen nog het volgende gelden. De opmerkingen van M.D.M. dat niemand, welke vordering hij ook stelt, in rechte bescherming kan inroepen voor een merk, als hij dat niet regelmatig heeft gedeponeerd, raakt de grond van de betwisting en komt in de discussie omtrent de ontvankelijkheid van de vordering dan ook niet relevant voor. Opdat een vordering toelaatbaar of ontvankelijk zou zijn is vereist dat de eisende partij niet enkel procesbekwaam is, maar dat zij bovendien hoedanigheid en belang heeft om ze in te stellen (art. 17 en 18 van het Gerechtelijk Wetboek; cfr. Fettweis, A., "Manuel de procédure civile", p. 36 e.v., nr. 26 e.v.; Vanlersberghe, P., Gerechtelijk Recht, "Artikelsgewijze commentaar met overzicht van rechtspraak en rechtsleer", Ger.W. art. 17). VZW Domus Medica is een vereniging met rechtspersoonlijkheid en is procesbekwaam. De hoedanigheid is de band tussen de procespartij en het subjectieve recht waaromtrent zij in rechte treedt (Van Orshoven, P., "Niet-ontvankelijkheid, nietigheid, verval en andere wolfijzers en schietgeweren van het burgerlijk procesrecht", Themis 2000-2001, I, Gerechtelijk Privaatrecht, nr. 19, p. 35). De loutere bewering door de eisende partij dat zij titularis is van een subjectief recht, verschaft haar de hoedanigheid om op grond daarvan een vordering in te stellen. In de mate dat VZW Domus Medica, met verwijzing naar het subjectieve recht dat artikel 2. 28, 3,
  3. b)BVIE ( voorheen artikel 14, B, 2 BMW) haar toekent, de nietigverklaring van het merkdepot van M.D.M. nastreeft en tevens aanspraak maakt op de toekenning van een schadevergoeding, beschikt zij over de vereiste hoedanigheid. Onder belang in de zin van de artikelen 17 en 18 van het Gerechtelijk Wetboek wordt begrepen: elk daadwerkelijk materieel of moreel voordeel dat de eiser kan putten uit zijn vordering op het ogenblik dat hij ze instelt (Verslag Van Reepinghen, 320; Rouard, P., "Traité élémentaire de droit judiciaire privé", Tome Préliminaire, Vol. I, nr. 103, p. 131; Van Gompernolle, J. en Closset- Marchal, G., «Examen de Jurisprudence", Droit Judiciaire Privé (1985-1996), R.G.J.B., 1997, nr. 25; Fettweis, A., a.w., nr. 27, p. 37). VZW Domus Medica heeft een wettig, reeds verkregen, dadelijk, persoonlijk en rechtstreeks belang om de nietigheid van het merkdepot alsook schadevergoeding te vorderen. De vraag of het merkdepot van M.D.M. al dan niet nietig voorkomt en of hij al dan niet tot betaling van de gevorderde schadevergoeding gehouden is, houdt geen verband met de toelaatbaarheid of ontvankelijkheid, maar betreft de gegrondheid van de vordering. Voor de toelaatbaarheid van de vordering is het immers noodzakelijk, maar voldoende dat de eisende partij de feiten aanvoert, waarop haar eis steunt, doch niet dat zij het bestaan van het materieel recht bewijst (De Corte, R., "Hoe autonoom is het procesrecht ?", T.P.R., 1980, p. 8)." 4.2. Op volgende relevante overwegingen verklaarde de eerste rechter de vordering tot nietigverklaring van het merkdepot van M.D.M. gegrond : "Het staat buiten kijf en buiten discussie dat M.D.M. en VZW Domus Medica voor hetzelfde woordmerk, zijnde "domus medica" depot hebben verricht ... Evenzeer staat vast dat het depot door M.D.M. het depot door VZW Domus Medica vooraf is gegaan. De hoofdregel is dat een uitsluitend recht op een merk wordt verkregen door het eerste depot ... Teneinde echter misbruiken te voorkomen, is bepaald onder artikel 2.4. f BVIE (het vroegere artikel 4,6° BMW) "Er wordt geen recht op een merk verkregen door: ... f de inschrijving van een merk, waarvan het depot te kwader trouw is verricht, met name: 1. het depot dat wordt verricht terwijl de deposant weet of behoort te weten, dat een derde binnen de laatste drie jaren in het Benelux-gebied een overeenstemmend merk voor soortgelijke waren of diensten te goeder trouw en op normale wijze heeft gebruikt, en die derde zijn toestemming niet heeft verleend; 2. het depot dat wordt verricht terwijl de deposant op grond van zijn rechtstreekse betrekking tot een derde weet, dat die derde binnen de laatste drie jaren buiten het Benelux-gebied een overeenstemmend merk ... " Overeenkomstig artikel 2.28,3,
  4. b)BVIE (het oud artikel 14,B, 2 BMW) kan, wanneer de houder van de eerdere inschrijving of de in artikel 2.4, sub d, e en f bedoelde derde aan het geding deelneemt, iedere belanghebbende de nietigheid inroepen: "b. van de inschrijving van het merk waarvoor krachtens artikel 2.4., sub ..f geen merkrecht wordt verkregen; ... de nietigheid op grond van artikel 2.4., sub e en f moet worden ingeroepen binnen een termijn van vijf jaren, te rekenen van de datum van inschrijving ..." Aldus wordt de voorgebruiker ten opzichte van de eerste deposant beschermd tegen diens misbruik van wetenschap in de in dit artikel 2.4.f BVIE (artikel 4,6° BMW) genoemde omstandigheden, in welke gevallen het depot als te kwader trouw verricht, wordt aangemerkt. Het Benelux-Gerechtshof heeft beslist dat artikel 4, onder 6, BMW (nu artikel 2.4.f BVIE) berust op de gedachte dat 'een stelsel waarin het recht op een merk wordt verkregen door het eerste depot, correctie behoeft ten gunste van degenen die eerder te goeder trouwen op normale wijze het merk voor soortgelijke waren gebruikten en ten nadele van degenen die (in de zin van artikel 4 onder 6 BMW) te kwader trouw hebben gedeponeerd (vgl. Benelux-Gerechtshof, 25 mei 1979, nr. A 78/1, N.l., 1981, 192). Terecht merkt VZW Domus Medica op dat M.D.M. verkeerdelijk voorhoudt dat een depot te kwade trouw enkel kan worden vastgesteld in de twee door artikel 2.4.f BVIE (voordien artikel 4.60 BMW) genoemde gevallen. De toepassing van het zesde lid van artikel 4 is niet beperkt tot de daarin onder a. en b. genoemde gevallen, zoals volgt uit de in die bepaling gebezigde woorden "onder andere" en uit de vermeldingen omtrent genoemde bepaling in het Gemeenschappelijk commentaar op de BMW (vgl. Benelux-Gerechtshof, 25 juni 2004, R.W., 2006-07, 644; Brussel, 21 juni 2002, Ing.-Cons., 2004, 11). Deze stelling dat genoemde gevallen niet limitatief op te vatten zijn, is onder het BVIE niet veranderd, zoveel blijkt uit de Toelichting van het Benelux-Bureau en trouwens uit de bewoordingen zelf ("met name'') van deze bepaling. De beoordeling van de kwade trouw van een deposant is in ieder afzonderlijk geval noodzakelijk, waarbij rekening dient te worden gehouden met alle aan het geval eigen omstandigheden. Deze eigen omstandigheden zijn evenzeer van belang ter beoordeling van de goede trouw van de "voorgebruiker". De gestelde eis van "goede trouw" in hoofde van deze eerdere gebruiker strekt ertoe bescherming te onthouden aan een voorgebruik dat met het oog op de in aanmerking te nemen belangen van de deposant of diens rechtsvoorganger als onbehoorlijk moet worden aangemerkt (vgl. Benelux-Gerechtshof, 21 november 1983, nr. A 82/6, N.J.,1985, 333). De vraag stelt zich of in casu is aangetoond dat [M.D.M.] te kwader trouw depot heeft verricht van het woordmerk "Domus Medica" waarbij eiseres, om in haar vordering tot nietigheid van dit depot te slagen, moet bewijzen: - dat zij het merk als overeenstemmend merk voor soortgelijke waren gebruikt(e), - dat dit gebruik normaal en te goeder trouw was; - dat zij haar merk binnen de drie laatste jaren voorafgaand aan het bestreden depot heeft gebruikt; - dat [M.D.M.] als deposant kennis had of behoorde te hebben van het eerder gebruik door [VZW Domus Medica]. ... Het argument van [M.D.M.] dat [VZW Domus Medica] nog niet bestond als te individualiseren rechtspersoon, is (alleen
  5. al)omwille van wat hierboven is geoordeeld, niet te weerhouden. Dat hij, gelet op zijn niet-betwiste functie van bestuurder van de bij de fusie betrokken vzw SVH, kennis had van de bij deze fusie besproken nieuwe naam van de "nieuwe" vereniging, kan [M.D.M.] bezwaarlijk tegenspreken. De opmerking van [M.D.M.] dat het woordteken niet bij de overgrote meerderheid van het publiek algemeen bekend was, kan hem geen soelaas bieden. De wetenschap, indien bewezen, van een eerder gebruik, kan in aanmerking worden genomen, zelfs indien dit niet algemeen bekend is. (cfr. Conclusie Langemeijer F.F. bij Benelux-Gerechtshof, 25 juni 2004, RW., 2006-07, 636). Het feit dat één en ander pas nadien is gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad, waaruit dan wel een algemeen bekend zijn kan voortvloeien, is derhalve niet doorslaggevend. [VZW Domus Medica] dient verder te bewijzen dat zij dit door [M.D.M.] gedeponeerde woordmerk "Domus Medica" binnen de drie laatste jaren voorafgaand aan het bestreden depot normaal gebruikte. Er moet dus "normaal voorgebruik" worden aangetoond. Om de vereiste van de anterioriteit te beoordelen, is het tijdstip van depot door [M.D.M.] van de aanvraag om inschrijving van belang. Het gebruik door [VZW Domus Medica] voor dit tijdstip dient in acht te worden genomen. [M.D.M.'s] aanvraag dateert van 8 februari 2006. Voor die datum waren er reeds: - de besprekingen omtrent de fusie tussen de genoemde huisartsenverenigingen waarbij "Domus Medica" als naam naar voor werd geschoven, zo onder meer reeds in de consensuswerktekst van 13 januari 2004; - de registratie van de domeinnaam "domusmedica" op 1 oktober 2005; - de persmededeling van deze raamgroep op 14 oktober 2005 waarbij werd vermeld dat de nieuwe naam "Domus Medica" aanvaard was als naam van de eenheidsvereniging, en waarbij uitdrukkelijk werd verwezen naar het "copyright"(auteursrecht) van deze naam als exclusief voor de vereniging; - de ondertekening van het fusievoorstel door de betrokken vijf huisartsenkringen; - de wijziging van de statuten inhoudende de naamswijziging naar "Domus Medica" bij buitengewone algemene vergadering van 3 december 2005; - de berichten in de pers in januari 2006, zoals onder meer in De Standaard d.d. 17.01.2006. Het "normaal gebruik" dient te worden beoordeeld in het licht van alle aan het geval eigen feiten en omstandigheden, zoals onder meer de aard van de waar, de aard en de omvang van de onderneming en de betreffende sector in het economisch verkeer. Uit de voorliggende stukken blijkt dat het merkteken "domus medica" door [VZW Domus Medica], rekening houdende met de aard van de waar, de aard van de vereniging en de sector, voor het depot van verweerder, op een normale wijze werd gebruikt. Het gebruik van de naam "domus medica" beperkte zich geenszins tot louter interne documenten. Er waren de verscheidene persartikelen waarin telkens duidelijk sprake was van "Domus Medica" als verenigingsnaam van [VZW Domus Medica] en aanduiding voor de waren en diensten waarmee zij zich profileert. Bovendien werd sedert 1 oktober 2005, door de registratie van de domeinnaam "domusmedica", het relevante grote publiek bereikt via het internetmedium. Daarbij is het belangrijkste kenmerk van een domeinnaam- een letterwoord dat verbonden is met een internetadres dat louter bestaat uit cijfers en punten - haar uniek karakter. In casu stemt de domeinnaam van eiseres daarenboven overeen met de term die zij gebruikt als naam van haar vereniging en om haar waren en diensten te onderscheiden, zodat de domeinnaam bijdraagt tot het gebruik van het merkteken. Het gebruik van het merk in de domeinnaam draagt namelijk bij tot het vinden en behouden van een afzet ten opzichte van waren of diensten van andere ondernemingen of verenigingen. Het gebruik van zulke domeinnaam wordt door het publiek opgevat als het gebruik van een handelsnaam. De integratie van een handelsnaam (of verenigingsnaam) in een domeinnaam en de reservering van die domeinnaam komt neer op het "gebruik" van de bewuste handels (of verenigingsnaam) (vgl. Antwerpen, 9 oktober 2000, R.W. 2000-2001, 1093; Voorz. Kh. Brussel 24 december 2001, Jaarboek Handelspraktijken 2001, 708). Een depot van een woordmerk kan te kwader trouw worden beschouwd als de deposant op de hoogte is van het voorgebruik van dit woordteken als verenigingsnaam door een derde (vgl. Pres.Rb.'s Gravenhage, 6 juni 1990, T.P.R., 2002, 92). Vgl. "De eerste gebruiker van de handelsbenaming "Curadent" kan bogen op de rechtsbescherming die haar door artikel 8 van het Unieverdrag van Parijs wordt geboden. Het gebruik van het woord "Curadent" als vennootschapsbenaming (waaraan bekendheid was gegeven door de publicatie in het Belgisch Staatsblad is derhalve tegenwerpbaar" (Brussel, 11 februari 2003, I.R.D.I., 2003, 161). Tenslotte toont verweerder niet aan welk belang hij had bij het depot in februari 2006 van "Domus Medica" als merk, temeer daar hij zelf stelt dit woordmerk "Domus Medica" nog nooit publiekelijk te hebben gebruikt. Kwade trouw bij het depot wordt aanwezig geacht wanneer wordt vastgesteld dat het depot geen andere strekking had dan aan een derde het feitelijk gebruik van het beweerdelijk inbreuk makend teken te verhinderen (vgl. Hof 's Hertogenbosch (Ned)., 19 november 1990, IER, 1991,35). De vraag kan gesteld worden of verweerder een ander oogmerk had dan een welbewuste aantasting van het belang van eiseres bij het gebruik van het woordteken "Domus Medica" (vgl. Rb. 's-Gravenhage (Ned), 20 september 1995, Ing.-Cons, 1996, 75)." Het Hof verwijst partijen naar voormelde overwegingen die het juist bevindt en bijtreedt. Voor zover de voormelde overwegingen nog geen antwoord mochten verstrekken op de door M.D.M. in graad van beroep ontwikkelde argumentatie, laat het Hof aanvullend nog het volgende gelden. 4.2.1. M.D.M. beweert maar bewijst niet dat hij de uitvinder en promotor was van het teken "domus medica". Ook beweert maar bewijst M.D.M. niet dat hij persoonlijk de voor-voorgebruiker, minstens de voorgebruiker was van dit teken waarvoor hij op 8 februari 2006 de depotaanvraag indiende. Uit het door VZW Domus Medica voorgelegd stuk 20 blijkt overigens dat de naam "domus medica" reeds in 1997 binnen het Vlaams Huisartsenparlement (VHP) gebruikt werd, hetzij meer dan geruime tijd voor de oprichting van de domusgroep/domusbeweging (2002-2003) waarvan M.D.M. deel uitmaakte 4.2.2. Uit de hiervoor vermelde overwegingen van de eerste rechter blijkt op zich reeds dat M.D.M. eveneens ten onrechte voorhoudt dat niet hij, maar integendeel de VZW Domus Medica zich schuldig zou hebben gemaakt aan een depot te kwader trouw. Waar M.D.M. de voorgehouden kwade trouw van de VZW Domus Medica grondt op de bewering dat hij de bedenker en de voorgebruiker was van de naam "domus medica", kan dit gelet op wat voorafgaat niet in aanmerking worden genomen. M.D.M. bewijst dan ook niet dat de VZW Domus Medica zich aan een depot te kwader schuldig zou hebben gemaakt. 4.2.3. De in zijn beroepsbesluiten vermelde reden waarom M.D.M. tot het gewraakte depot is overgegaan, alsook de inhoud van de open brief van M.D.M. die in de Artsenkrant nr. 1730 van 3 februari 2006 werd gepubliceerd, geven tenslotte ontegensprekelijk blijk van de ingesteldheid en de bedoeling waarmee M.D.M. op 8 februari 2006 de depotaanvraag van Domus Medica heeft ingediend. Eén en ander staat overigens in schril contrast met de inhoud van het door M.D.M. zelf voorgelegde stuk 32, namelijk het door M.D.M. aan een collega op 15 januari 2006 toegestuurde e-mailbericht waarin hij zich nog lovend uitlaat over de gerealiseerde eenheidsvereniging. M.D.M. die onmiskenbaar op de hoogte was van het eerder gebruik van het teken "domus medica" door de VZW Domus Medica, actief betrokken was bij, minstens kennis had van de onderhandelingen die leidden tot de fusieoperatie die uiteindelijk resulteerde in de VZW Domus Medica, in zijn beroepsconclusies zelf benadrukt dat hij in de stuurgroep die een naam moest kiezen voor de eenheidsvereniging, de naam "domus medica" heeft kunnen doordrukken, heeft het depot van 8 februari 2006 kennelijk verricht uit onvrede met een door de algemene vergadering van de VZW Domus Medica genomen beslissing en met de enkele bedoeling om de VZW Domus Medica het verder gebruik van "domus medica" te verhinderen, minstens ernstig te bemoeilijken. Dergelijke handelwijze leidt tot de vaststelling dat het depot te kwader trouw werd verricht en de door VZW Domus Medica op grond van artikel 2.28,3,
  6. b)BVIE ingestelde vordering tot nietigverklaring van het door M.D.M. op 8 februari 2006 verrichte merkdepot gegrond voorkomt. Het bestreden vonnis wordt op dit punt dan ook bevestigd. 4.3. In de voor M.D.M. neergelegde syntheseconclusies wordt blijkbaar enkel de door het bestreden vonnis principiëel toegekende en provisioneel op 1,00 EUR begrote schadevergoeding betwist. (zie hierna onder randnummer 4.4.) Het Hof kan dan ook enkel vaststellen dat M.D.M. geen grieven formuleert zo voor wat het door het bestreden vonnis opgelegde verbod tot gebruik van de naam "domus medica", als voor wat de bevolen overdracht van de domeinnaam www.domus-medica.be betreft. Bij gebreke hieraan en mede gelet op de bevestiging van het bestreden vonnis voor wat de gevorderde nietigverklaring van het door M.D.M. verrichte depot betreft, kan het Hof het bestreden vonnis terzake dan ook enkel bevestigen. 4.4. Zoals hiervoor vermeld en anders dan voor de eerste rechter, betwist M.D.M. in hoger beroep wel de door VZW Domus Medica geformuleerde aanspraak op schadevergoeding die in het bestreden vonnis principiëel en tot beloop van 1,00 EUR provisioneel gegrond werd verklaard. M.D.M. is van oordeel dat uit geen enkel objectief document of enig stavingsstuk blijkt dat aan de VZW Domus Medica enige schade werd berokkend, en vordert dan ook de afwijzing van deze vordering. Het Hof stelt verder vast ondanks de voormelde principiële toekenning, de VZW Domus Medica in haar beroepsbesluiten haar voor de eerste rechter ontwikkelde motieven herneemt en thans aanspraak maakt op de toekenning van een op 30.000,00 EUR begrote schadevergoeding. Deze aanspraak, alhoewel niet uitdrukkelijk als dusdanig omschreven, maakt naar het oordeel van het Hof een incidenteel hoger beroep uit. Alhoewel VZW Domus Medica de gevorderde schadevergoeding nog met 5.000,00 EUR optrekt, moet het Hof met M.D.M. vaststellen dat - zoals ook de eerste rechter overigens reeds opmerkte - tot op heden nog steeds geen enkel stavingsstuk wordt voorgelegd waaruit enige daadwerkelijk geleden schade blijkt. Nu sedert het bestreden vonnis inmiddels meer dan anderhalf jaar is verstreken, heeft VZW Domus Medica voldoende gelegenheid gehad om het bewijs van de door haar gevorderde en thans op niet minder dan 30.000,00 EUR begrote schadevergoeding bij te brengen. Bij gebreke daaraan komt het principaal hoger beroep gegrond en het incidenteel hoger beroep ontvankelijk maar niet gegrond voor. Het bestreden vonnis wordt teniet gedaan waar het M.D.M. tot betaling van een provisioneel op 1,00 EUR begrote schadevergoeding veroordeelde en de zaak voor verdere afhandeling naar de rol verzond, alsook de beslissing omtrent intresten en kosten aanhield. 4.5. De tenslotte door VZW Domus Medica nog ingestelde tussenvordering beoogt het bekomen van een op een bedrag van 5.000,00 EUR begrote schadevergoeding op grond van het beweerd tergend en roekeloos karakter van het ingesteld hoger beroep. Een vergoeding wegens tergend en roekeloos hoger beroep kan uitsluitend worden toegekend indien dit rechtsmiddel met een schuldige lichtzinnigheid of kennelijk te kwader trouw werd ingeleid. Het behoort aan de partij die zich daarop beroept om één en ander te bewijzen. Naar het oordeel van het Hof voldoet de VZW Domus Medica niet aan deze bewijslast zodat de gevorderde vergoeding wegens tergend en roekeloos hoger beroep niet kan worden ingewilligd. 4.6. Op grond van de artikel 1042,1017 en 1022 Ger.W., en rekening houdend met het wederzijds gedeeltelijk gelijk van partijen slaat het Hof de kosten van de beide aanleggen tussen partijen bij gelijke helften om. In tegenstelling tot wat VZW Domus Medica voorhoudt zijn er naar het oordeel van het Hof geen redenen die de toekenning van de maximum rechtsplegingsvergoeding kunnen verantwoorden. Enkel de basisvergoeding wordt in aanmerking genomen. OP DEZE GRONDEN, HET HOF, Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, Rechtdoende op tegenspraak, Verklaart het principaal hoger beroep ontvankelijk en enkel in de hiernabepaalde mate gegrond, Verklaart het incidenteel hoger beroep ontvankelijk maar niet gegrond, Doet het bestreden vonnis teniet waar dit M.D.M. veroordeelt om aan de VZW Domus Medica een provisionele schadevergoeding van 1,00 EUR te betalen, en de zaak in dit verband niet in staat van wijzen verklaart en voor verdere afhandeling naar de bijzondere rol verzendt alsook de beslissing omtrent de intresten en de kosten aanhoudt, En, opnieuw rechtdoende, Wijst de vordering van de VZW Domus Medica tot het bekomen van een thans op 30.000,00 EUR begrote schadevergoeding af als ontvankelijk maar niet gegrond, Bevestigt het bestreden vonnis voor het overige, Slaat de kosten van de beide aanleggen tussen partijen om en verwijst elk van hen in de helft van deze kosten, aan de zijde van VZW Domus Medica in hun geheel begroot op : - dagvaardingskosten : 417,13 EUR - rechtsplegingsvergoeding eerste aanleg : 356,97 EUR - rechtsplegingsvergoeding hoger beroep : 1.200,00 EUR aan de zijde van M.D.M. in hun geheel begroot op : - rechtsplegingsvergoeding eerste aanleg : 356,97 EUR - rolrecht hoger beroep : 186,00 EUR : - rechtsplegingsvergoeding hoger beroep : 1.200,00 EUR Aldus gewezen door de zevende kamer van het Hof van beroep te Gent, zetelende in burgerlijke zaken samengesteld uit Pieter Vanherpe, raadsheer, waarnemend voorzitter, Geneviève Vanderstichele, raadsheer, Geert De la Ruelle, raadsheer, bijgestaan door Achiel Ferdinande, griffier en uitgesproken door de wn. voorzitter in openbare terechtzitting op tien november tweeduizend en acht. Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.