← België

ECLI:BE:HBGNT:2008:ARR.20081117.10

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Gent Vonnis/arrest van 17 november 2008 ECLI nr: ECLI:BE:HBGNT:2008:ARR.20081117.10 Rolnummer: 2007/AR/610 Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2009-02-13 Raadplegingen: 87 - laatst gezien 2026-07-02 18:20 Fiche Artikel 1484 Ger. Wb. schrijft voor dat 'De partijen aanwezig of vertegenwoordigd [mogen] zijn bij de beschrijving indien zij daartoe bijzonder door de beslagrechter gemachtigd zijn'. Deze bepaling beschermt de beslagene. De beslagrechter kan en moet door de bijzondere machtiging een zekere controle uitoefenen over de personen die afstappen bij de beslagene en die het recht op privacy en eventueel op bedrijfsgeheimen waarover deze laatste beschikt zo niet schenden, dan toch in belangrijke mate verminderen en beperken. Naar aanleiding van een beschrijvend beslag inzake namaak kan de aanwezigheid van een werknemer van een concurrent leiden tot het ongeoorloofd kennis nemen van bedrijfsgeheimen van de beslagene in de mate dat in de marge van het beslag informatie verzameld wordt (door de concurrent of zelfs door de deskundige te goeder trouw), die niet of niet rechtstreeks relevant is voor het beslag, maar wel van commerciële waarde is tussen concurrenten. De rechterlijke controle op deze beperking van de privacy van de beslagene kan maar effectief gebeuren wanneer op voorhand geweten is welke persoon voor een partij aanwezig zal zijn. De persoon moet derhalve indien niet nominatim aangeduid, wat verkiesbaar is, dan toch identificeerbaar zijn (DIRIX, E. en BROECKX, K., Beslag in A.P.R.,, 2001, 497). UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - BESLAG EN EXECUTIE - Beslag inzake namaak GERECHTELIJK RECHT - TAALGEBRUIK GERECHTSZAKEN - Algemeen (taalgebruik in gerechtzaken) Vrije woorden: - artikel 8 van de wet op het taalgebruik in gerechtszaken - beslag inzake namaak: het deskundig verslag is in deze zaak geen rechtsgeldig bewijsmiddel - vaststellingen gebeurd in de aanwezigheid van een persoon waarop de beslagrechter op voorhand niet de minimale, wettelijke vereiste controle heeft uitgeoefend. Tekst van de beslissing Hof van beroep te Gent 7e Kamer ________ Terechtzitting van 17-11 2008 Nr. 2007/AR/610 ----------------------- in de zaak van :

  1. ARISTOCRAT TECHNOLOGIES AUSTRALIA PTY LTD, vennootschap naar het recht van Australië, met maatschappelijke zetel te Lane Cove, NSW 2066, Longueville Road 71, Australië,
  2. ARISTOCRAT INTERNATIONAL PTY LTD, vennootschap naar het recht van Australië, met maatschappelijke zetel te Lane Cove, NSW 2066, Longueville Road 74, Australië, aldaar ingeschreven in het register van ondernemingen onder nr. ABN 46 000 148 158,
  3. ARISTOCRAT TECHNOLOGIES EUROPE LTD, vennootschap naar Engels recht, met maatschappelijke zetel te 12 Plumtree Court, London, EC4A 4 HT, Verenigd Koninkrijk, aldaar ingeschreven in het register van ondernemingen onder nr. 03207287,
  4. ARISTOCRAT TECHNOLOGIES INC, vennootschap naar het recht van de staat Nevada, Verenigde Staten van Amerika, met maatschappelijke zetel te 502 East John Street, Carson City, Nevada 89706, Verenigde Staten van Amerika, aldaar ingeschreven in het register van ondernemingen onder nr. C 1884-1963,
  5. ARISTOCRAT TECHNOLOGIES AFRIKA (PTY) LTD, vennoot-schap naar het recht van Zuid-Afrika, met maatschappelijke zetel te 40 Galaxy Avenue, Linbro Business Park, Linbro Park, Zuid-Afrika, aldaar ingeschreven in het register van ondernemingen onder nr. 1996 018269/07, appellanten, hebbende als raadslieden mr. Koen De Winter en mr. Bart Van Oudenhove, advocaten met kantoor te 2000 Antwerpen, Meir 24, alwaar zij woonstkeuze doen, tegen N.V. ATMO, handel drijvende onder de banming BELGIAN GAMING TECHNOLOGY, met maatschappelijke zetel te 9000 Gent, Koopvaardijlaan 28 en met ondernemingsnummer 0447.514.646, geïntimeerde, hebbende als raadsman mr. Stephane Criel, advocaat met kantoor te 9000 Gent, Zuidstationstraat 34-36, velt het Hof volgend arrest : I. Bestreden beslissing - Rechtspleging in hoger beroep
  6. Bestreden beslissing: het vonnis van de eerste kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Gent (05/2985/A) van 15 januari
  7. Het hoger beroep is ingesteld bij verzoekschrift van 2 maart
  8. Het is tijdig en regelmatig naar de vorm. Een akte van betekening wordt niet voorgelegd. Het Hof heeft artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken in acht genomen. De procedure gebeurde op tegenspraak. II. Overblijvende betwisting - Feiten - Procedure in eerste aanleg
  9. De overblijvende betwisting betreft de vragen: 1) of bij beschrijvend beslag wegens namaak op grond van het inmiddels afgeschafte artikel 1484 Ger. Wb. de personen die de verrichtingen mogen bijwonen door de beslagrechter op identificeerbare wijze moeten worden aangewezen; 2) of appellanten of één van hen misbruik gemaakt heeft van de informatie die bij het beschrijvend beslag verzameld werd; 3) wat de waarde is van het deskundig verslag in geval geoordeeld wordt dat in de beschikking tot toelating van beschrijvend beslag wegens namaak de personen die mogen aanwezig zijn niet op wettige wijze gemachtigd zijn; 4) of geïntimeerde een inbreuk maakt op de intellectuele eigendomsrechten van appellanten of van één van hen; 5) of de neergelegde affidavits al dan niet moeten vertaald worden.
  10. Terecht omschreef de eerste rechter de feiten als volgt: "Aristocrat ontwikkelt en produceert elektronische speelmachines met bijbehorende spelen waaronder "Queen of the Nile", "Penguin Pays" en "Dolphin Treasure". Atmo is gespecialiseerd in de aan- en verkoop van tweedehands elektronische jackpottoestellen. Zij herstel de defecte toestellen die zij vervolgens opnieuw verkoopt. Bij beschikking van de beslagrechter te Gent van 28 december 2004 werd Aristrocrat gemachtigd over te gaan tot beslag inzake namaak bij Atmo en werd Paul De Vocht als deskundige aangewezen teneinde over te gaan tot de beschrijving van de beweerde inbreukmakende producten en aanverwante stukken. De gevorderde maatregelen inzake beslag op de van namaak betichte goederen werden eveneens ingewilligd. Het verslag van de deskundige dateert van 7 juli
  11. In Australië voerde Aristocrat reeds een procedure tegen Vidtech Gaming Services PTY Ltd., wat uitmondde in een vonnis van de Federal Court of Australia van 22 maart 2006 met veroordeling van Vidtech.". Het Hof treedt deze samenvatting, die het juist bevindt, bij.
  12. De eerste rechter verwierp de vordering tot vaststelling van inbreuken op de intellectuele eigendomsrechten en de eraan gekoppelde vordering tot staking, tot schadevergoeding en tot aanstelling van een deskundige. Zij verklaarde de tegenvordering, tot schadevergoeding wegens onrechtmatig gebruik van gegevens, die bij het beschrijvend beslag wegens namaak aan het licht gekomen zijn, gegrond en veroordeelde Aristocrat Technologies Australia PTY Ltd tot betaling aan de N.V. Atmo van euro 1,00 provisioneel. III. Grieven - Voorwerp van het hoger beroep
  13. Aristocrat Technologies Australia PTY Ltd, Aristocrat International PTY Ltd, Aristocrat Technologies Europe PTY Ltd, Aristocrat Technologies Inc en Aristocrat Technologies Africa (PTY) Ltd (hierna samen aangeduid als "Aristocrat") komen in hoger beroep met vier grieven: 1) ten onrechte heeft de eerste rechter geoordeeld dat de beschikking van de beslagrechter te Gent van 28 december 2004 behept was met een onregelmatigheid en in strijd is met het inmiddels afgeschafte artikel 1484 Ger. Wb. door de personen die de verrichtingen van beschrijvend beslag wegens namaak mogen bijwonen niet nominatim in de beschikking aan te duiden. De eerste rechter beschikte niet over de vereiste rechtsmacht om een beschikking van de beslagrechter te beoordelen. Bovendien vereist het genoemde artikel niet dat de gemachtigde personen met naam genoemd worden in de beschikking van de beslagrechter; 2) ten onrechte heeft de eerste rechter geoordeeld dat Aristocrat Technologies Australia PTY Ltd misbruik gemaakt heeft van de informatie die bij het beschrijvend beslag verzameld werd door een handelspartner van Atmo te benaderen en de commerciële relatie tussen Atmo en deze handelspartner te verstoren. Het bestreden vonnis bevat twee feitelijke en één juridische onjuistheid met betrekking tot dit onderdeel; 3) ten onrechte besliste de eerste rechter dat de verrichtingen inzake beschrijvend beslag wegens namaak van geen waarde zijn en dat met het deskundig verslag geen rekening kan gehouden worden nu in de beschikking tot toelating van beschrijvend beslag wegens namaak de personen die mogen aanwezig zijn niet op wettige wijze gemachtigd zijn; 4) ten onrechte heeft de eerste rechter geoordeeld dat Aristocrat zonder de gegevens van het deskundigenverslag niet bewijst dat Atmo een inbreuk maakt op de intellectuele eigendomsrechten van appellanten of van één van hen. Zij wijzen op vier andere feitelijke bewijzen die zij hebben bijgebracht.
  14. Atmo vraagt het bestreden vonnis integraal te bevestigen "met dien verstande dat de door Atmo bewezen schade op heden een ex aequo et bono begroting verantwoordt die naar oordeel van Atmo euro 150.000 dient te bedragen.". Verder is haar incidenteel hoger beroep gericht tegen de toepassing die de eerste rechter maakte van artikel 8 van de wet op het taalgebruik in gerechtszaken. Zij vraagt tenslotte Aristocrat te veroordelen wegens tergend en roekeloos hoger beroep tot betaling van een schadevergoeding van euro 5.000,
  15. IV. Beoordeling Het taalgebruik in gerechtszaken
  16. Op de volgende gronden, die het Hof juist bevindt, wees de eerste rechter het verzoek tot vertaling van de Engelstalige stukken af. "2.
  17. Atmo verzoekt om de vertaling van de door Aristocrat voorgelegde Engelstalige stukken. Volgens Aristocrat is dit verzoek manifest ongegrond nu uit de stukken blijkt dat Atmo de Engelse taal perfect machtig is. 2.
  18. Artikel 8 van de wet op het taalgebruik in gerechtszaken bepaalt dat de rechter, indien de stukken of documenten, in een geding overgelegd, in een andere taal dan die van de rechtspleging gesteld zijn, op verzoek van de partij tegen wie die stukken of documenten ingeroepen worden, hiervan de overzetting in de taal der rechtspleging kan bevelen bij een met redenen omklede beslissing. Atmo drijft internationale handel en gebruikt in dit kader voornamelijk de Engelse taal zoals blijkt uit de briefwisseling. Haar website is zelfs niet in het Nederlands beschikbaar. Uit haar argumentatie ten gronde blijkt bovendien dat zij de inhoud van de anderstalige stukken ten volle begrijpt en hiervan in haar conclusies zelf de vertaling voorbrengt. Een vertaling van de stukken dringt zich dan ook niet op.".
  19. Het Hof voegt nog het volgende toe. De partijen mogen zich in de loop van het debat beroepen op welk stuk ook waarvan het gebruik rechtmatig is, zich daarover uitlaten, het al dan niet vertalen als het in een andere taal van de rechtspleging is opgemaakt, onder voorbehoud van het recht van de tegenpartij om de gemaakte vertaling te betwisten, eventueel een officiële vertaling aan te vragen en onverminderd het recht van de rechter om ambtshalve de vertaling ervan te bevelen, mocht dat nodig zijn (Cass., 8 september 1988, Arr. Cass., 1988-89, 25). Artikel 8 van de wet op het taalgebruik in gerechtszaken biedt de rechter de mogelijkheid de vertaling te bevelen. Er is geen wettelijke verplichting. Gelet op de kennis van het Engels van Atmo is het niet opportuun een vertaling van de Engelstalige stukken te bevelen (zie hiervoor). Ook ambtshalve dient de vertaling niet bevolen te worden. Atmo werpt bezwaren op tegen de affidavits van Vidtech in het kader van de Australische procedure van Aristocrat tegen dat bedrijf. Voor zover het een probleem van vertaling betreft, verwijst het Hof naar het bovenstaande. Voor zover het gebruik van affidavits als bewijsmiddel betwist is, wijst het Hof erop dat dit geen middel inzake taalgebruik betreft. Er is geen verband tussen dit middel en de vertaling die Aristocrat bijbrengt en die volgens Atmo onjuist zou zijn. Tot slot wijst het Hof op de laatste zin van artikel 8 van de genoemde wet, waarin bepaald is dat de beslissing van de rechter voor verzet, noch beroep vatbaar is. Dit onderdeel van het incidenteel hoger beroep wordt verworpen. De schending van de rechten van verdediging van Atmo
  20. Een affidavit is als zodanig niet gekend in het Belgische procedurerecht. Atmo brengt geen precieze middelen of argumenten bij die ertoe kunnen leiden dat de affidavits uit de debatten zouden moeten geweerd worden. Het volstaat niet op te werpen "Het is al uiterst betwistbaar of en waarom de bewuste zaakvoerder spontaan verklaringen zou afleggen tegenover de advocaat van de tegenpartij?" (p. 15 van de syntheseconclusie van Atmo) opdat deze affidavits en het gebruik van de inhoud ervan niet meer als bewijsmiddel zouden kunnen gelden. Of de affidavits effectief de vordering van Aristocrat bewijzen, wordt hierna beoordeeld. In de mate de "exhibits" (bewijsstukken) niet worden bijgebracht kunnen er bewijsstukken ontbreken om tot een gefundeerd oordeel te komen. Het Hof zal dit desgevallend beoordelen bij de grond van de zaak. De rechtsmacht van de eerste rechter en van dit Hof
  21. In tegenstelling tot wat Aristocrat opwerpt, wordt in deze zaak de geldigheid van de beschikking van de beslagrechter als zodanig niet aan het oordeel van de rechtbank en het Hof onderworpen. De enige vraag die zich thans stelt is of het deskundigenverslag, dat opgesteld is in het kader van de procedure van beschrijvend beslag inzake namaak, rechtsgeldig als bewijsmiddel kan aangewend worden bij de vordering tot vaststelling van de inbreuken op het auteursrecht, tot staking van deze beweerde inbreuken en tot schadevergoeding ervan. Dit behoort tot de rechtsmacht van de eerste rechter en van het Hof. Uit wat hierna volgt zal blijken dat het Hof de vraagstelling als zodanig die Aristocrat weergeeft, niet aanvaardt. De relevante vraag is of de bevindingen van de deskundige als bewijsmiddel kunnen gebruikt worden. Het Hof antwoordt om die reden verder niet uitdrukkelijk op de onderscheiden vragen die Aristocrat opwerpt. Het deskundigenverslag van de heer De Vocht is in deze zaak geen rechtsgeldig bewijsmiddel
  22. De vraag rijst hoe de partijen, die bijzonder gemachtigd worden door de beslagrechter om aanwezig of vertegenwoordigd te zijn bij de beschrijving, moeten aangeduid worden. Op de volgende gronden oordeelt het Hof dat de beslissing van de eerste rechter om het deskundigenverslag wegens onregelmatigheden van geen waarde te verklaren, gegrond is. Artikel 1484 Ger. Wb. schrijft voor dat "De partijen aanwezig of vertegenwoordigd [mogen] zijn bij de beschrijving indien zij daartoe bijzonder door de beslagrechter gemachtigd zijn". Deze bepaling beschermt de beslagene. De beslagrechter kan en moet door de bijzondere machtiging een zekere controle uitoefenen over de personen die afstappen bij de beslagene en die het recht op privacy en eventueel op bedrijfsgeheimen waarover deze laatste beschikt zo niet schenden, dan toch in belangrijke mate verminderen en beperken. Naar aanleiding van een beschrijvend beslag inzake namaak kan de aanwezigheid van een werknemer van een concurrent leiden tot het ongeoorloofd kennis nemen van bedrijfsgeheimen van de beslagene in de mate dat in de marge van het beslag informatie verzameld wordt (door de concurrent of zelfs door de deskundige te goeder trouw), die niet of niet rechtstreeks relevant is voor het beslag, maar wel van commerciële waarde is tussen concurrenten. De rechterlijke controle op deze beperking van de privacy van de beslagene kan maar effectief gebeuren wanneer op voorhand geweten is welke persoon voor een partij aanwezig zal zijn. De persoon moet derhalve indien niet nominatim aangeduid, wat verkiesbaar is, dan toch identificeerbaar zijn (DIRIX, E. en BROECKX, K., Beslag in A.P.R.,, 2001, 497). Het argument van Aristocrat dat zij ontwikkelt onder randnummer 35bis van haar syntheseconclusie ontkracht het voorgaande niet, maar bevestigt het integendeel. De octrooihouder en de auteur onder de wet van 1886 waren persoonlijk gekend, zodat een bijzondere machtiging wel nodig was, maar niet op naam moest toegekend worden. Het vroegere artikel 1481 Ger. Wb. laat heel wat meer intellectueelrechtelijke eigenaars toe om beslag inzake namaak te leggen dan enkel de octrooigemachtigde en de auteur uit de oorspronkelijke wetgeving ter zake. Bovendien is met name het auteursrecht sedert 1886 aanzienlijk geëvolueerd. Thans kan ook een rechtspersoon auteursrechthebbende zijn. De band met de individuele persoon-beslaglegger, die er voorheen zonder meer bestond, is in de huidige wetgeving en in de wetgeving die op het ogenblik van de feiten bestond, niet meer automatisch en vanzelfsprekend. Om de beoogde rechtsbescherming te bieden, moet de aanwezige persoon dan ook identificeerbaar zijn in de beschikking van de beslagrechter. De rechtspraak die Aristocrat aanhaalt dateert van voor de auteurswet van 30 juni
  23. Door de evolutie in de auteursrechtelijke bescherming kan die rechtspraak niet zonder meer als voorbeeld van de stelling van Aristocrat aangebracht worden. Bovendien kunnen de feiten verschillen van deze in de voorliggende zaak. Artikel 1484 Ger. Wb. is ten slotte niet van openbare orde, zodat het niet ambtshalve moet opgeworpen worden. In de mate de beslagene in de zaken die Aristocrat aanhaalt geen middel of argument uit artikel 1484 Ger. Wb. geput heeft, is dit ook niet weerspiegeld in de geciteerde rechtspraak. Het Hof houdt dan ook geen rekening met de uitspraken die Aristocrat bijbrengt ter ondersteuning van haar middel en argumenten.
  24. In het verzoekschrift tot beslag inzake namaak werd aan de beslagrechter gevraagd toe te laten dat een vertegenwoordiger van Aristocrat alsook haar raadslieden de bewerkingen van het beslag bijwonen. De beslagbeschikking van 28 december 2004 laat toe dat "een vertegenwoordiger van verzoekster, alsook haar raadslieden de bewerkingen van het beslag bijwonen". Deze beschikking duidt dus niet met naam aan wie het beslag mag bijwonen. Het is ook niet identificeerbaar wie dit is; "een vertegenwoordiger" is te vaag. Uit het proces-verbaal van de gerechtsdeurwaarder van 12 januari 2005 blijkt dat deze werd bijgestaan door de gerechtsdeskundige, door Meester Bart Van Oudenhove en door de heer G. P., aangestelde van Aristocrat Technologies Australia PTY Ltd. De deskundige vermeldt in zijn verslag dat hij zich naar Atmo begeven heeft op 12 januari 2005 samen met de gerechtsdeurwaarder, een niet nader genoemde getuige, de niet nader genoemde raadsman van Aristocrat en de niet nader genoemde technische raadgever van Aristocrat (al het voorgaande is gebaseerd op de stukken C.b van het dossier van Aristocrat). De vaststellingen van de deskundige en van de deurwaarder zijn dus gebeurd in aanwezigheid van een persoon waarop de beslagrechter op voorhand niet de minimale, wettelijk vereiste controle heeft uitgeoefend.
  25. Eén en ander heeft voor gevolg dat de vaststellingen onregelmatig zijn en mogen dan ook niet gebruikt worden in het kader van de procedure ten gronde. Het bewarend beslag inzake namaak heeft tot doel het bewijs van een inbreuk op een aantal intellectuele rechten mogelijk te maken of te vergemakkelijken. Het is de rechter ten gronde die oordeelt over het verzamelde bewijsmateriaal en de rechtsgeldigheid ervan. Indien de rechter ten gronde oordeelt dat de rechten van verdediging geschonden zijn bij de tenuitvoerlegging van de beschikking tot beslag, dan kan het verkregen bewijsmateriaal niet rechtsgeldig dienen in de procedure ten gronde. Het Hof oordeelt niet of het beslag al dan niet onrechtmatig is, het stelt enkel vast dat in de voorliggende zaak het verkregen bewijsmateriaal, namelijk het deskundigenverslag, wegens de schending van de rechten van de verdediging geen rechtsgeldig bewijsmiddel vormt, nu er een aangestelde van Aristocrat international Australia PTY Ltd aanwezig was bij de verrichtingen van de deskundige, zonder dat die op voorhand identificeerbaar was. Hiermee wordt niet geraakt aan de beschikking zelf, die definitief geworden is. Of de beslaglegger al dan niet de beschikking tot beslag uitgevoerd heeft zoals deze gegeven werd, verandert niets aan de bevoegdheid en de plicht van de rechter ten gronde om het recht correct toe te passen. De beslagene moet in de voorliggende zaak niet aantonen dat hij schade geleden heeft om de rechter ten gronde toe te laten vast te stellen dat het bewijsmateriaal niet kan gebruikt worden. Dit argument van Aristocrat wordt verworpen, gelet op het voorgaande.
  26. Dit onderdeel van het bestreden vonnis wordt bevestigd, zij het met een enigszins andere motivering. Ten gronde: schending van een aantal intellectuele eigendomsrechten van Aristocrat onvoldoende bewezen
  27. De stukken die overblijven na de verwijdering van het deskundigenverslag inzake namaak zijn op zichzelf onvoldoende om te besluiten tot de schending van het merkenrecht, het gemene auteursrecht en het auteursrecht op computerprogramma's van Aristocrat. Dit geldt ook voor de stukken uit de Australische procedure tegen Vidtech. De eerste rechter besloot dan ook terecht dat de vorderingen die verband houden met de beweerde inbreuken op de intellectuele eigendomsrechten van Aristocrat niet gegrond zijn wegens gebrek aan bewijs. Ook op dit punt wordt het bestreden vonnis bevestigd. De relatie tussen Atmo en Gaming Support
  28. Zelfs indien geoordeeld zou worden dat Aristocrat een fout gemaakt heeft door de informatie die zij bij het beslag inzake namaak verkregen heeft met betrekking tot een handelsrelatie tussen Atmo en Gaming Support, dan nog stelt het Hof vast dat het oorzakelijk verband tussen deze beweerde fout en de beweerde schade niet vaststaat. Uit niets blijkt dat de bestaande handelsrelatie tussen Atmo zou beëindigd zijn en / of dat dit het gevolg zou zijn van het gedrag van Aristocrat. De mail van Gaming Support van 10 augustus 2005 (stuk A.5 van het dossier van Atmo) toont enkel aan dat er met betrekking tot een bepaalde machine een probleem gerezen is en dat Gaming de handelsrelatie bevriest tot er opheldering is. Dit stuk bewijst niet dat de handelsrelatie verloren gegaan is en nog minder dat het eventuele verlies van de handelsrelatie het gevolg is van de tussenkomst van Aristocrat of van het gerezen probleem. Atmo bewijst geen schade uit het feit dat de handelsrelaties een tijd opgeschort werden. Het mogelijke ongemak dat Atmo door de opschorting zou kunnen geleden hebben, is in deze zaak onvoldoende om tot het bestaan van schade te besluiten. Zelfs het verlies van een kans is in deze niet aangetoond. De aantasting van de goede naam van Atmo is niet bewezen. Het loutere feit dat een onderzoeksbureau onderzocht heeft of er inbreuken zouden gepleegd zijn door Atmo is in deze zaak niet voldoende om te besluiten dat de naam van Atmo aangetast is.
  29. Het bestreden vonnis wordt hervormd en de oorspronkelijke tegenvordering van Atmo wordt afgewezen. De vordering tot schadevergoeding wegens tergend en roekeloos hoger beroep
  30. Uit het voorgaande blijkt dat het hoger beroep gedeeltelijk gegrond is. Alleen al om die reden is het hoger beroep niet tergend en roekeloos. Dit onderdeel van de vordering van Atmo wordt afgewezen. Kosten
  31. Op grond van de artikelen 1042, 1017 en 1022 Ger. Wb. wordt iedere partij tot het betalen van de eigen kosten veroordeeld en dit voor beide aanleggen. De kosten worden om die reden niet nader becijferd. V. Beslissing Het hoger principaal en incidenteel beroep zijn toelaatbaar, maar enkel het principaal beroep is gegrond in de hierna volgende mate; Het Hof: - bevestigt het bestreden vonnis, zij het met een enigszins andere motivering en behalve wat de oorspronkelijke tegenvordering en de tenlastelegging van de kosten betreft; - verklaart de oorspronkelijke tegenvordering toelaatbaar maar ongegrond; - verwerpt alle overige vorderingen, middelen en argumenten van partijen; - veroordeelt iedere partij tot betaling van de eigen kosten in beide aanleggen. Aldus gewezen door de zevende kamer van het Hof van beroep te Gent, zetelende in burgerlijke zaken samengesteld uit Pieter Vanherpe, raadsheer, waarnemend voorzitter, Geneviève Vanderstichele, raadsheer, Geert De la Ruelle, raadsheer, bijgestaan door Achiel Ferdinande, griffier en uitgesproken door de wn. voorzitter in openbare terechtzitting op zeventien november tweeduizend en acht. Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.