id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Gent Vonnis/arrest van 24 november 2008 ECLI nr: ECLI:BE:HBGNT:2008:ARR.20081124.6 Rolnummer: 2008/AR/674 Rechtsgebied: Intellectuele eigendom Invoerdatum: 2009-01-30 Raadplegingen: 92 - laatst gezien 2026-07-02 18:23 Fiche UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - INTELLECTUELE RECHTEN - Verdragen inzake intellectuele eigendom - Andere Vrije woorden: Het gebruik van een automerknaam in combinatie met de naam van de garagehouder, waardoor de indruk wordt gewekt tot het reguliere dealer-netwerk te behoren, is misleidende en verwarring-stichtende reclame. De link met het officiële dealer-netwerk wordt aan de consument geïnsinueerd door het gebruik van een op het beschermd logo gelijkend teken. Tekst van de beslissing Hof van beroep te Gent 7de bis Kamer ________ Terechtzitting van 24 november 2008 ________ 2008/AR/674 - In de zaak van: CALLANT AUTOHANDEL B.V.B.A., met maatschappelijke zetel te 8800 ROESELARE, Ardooisesteenweg 410, met ondernemings-nummer 0426.324.995, appellante, hebbende als raadsman mr. WYBO Ignace, advocaat te 8800 ROESELARE, Karnemelkstraat 5, én mr. VUYLSTEKE Trees, advocaat te 8530 HARELBEKE, Kortrijksesteenweg 387, tegen:
- LAND ROVER UNLIMITED COMPANY, vennootschap naar Brits recht, met maatschappelijke zetel te GROOT-BRITTANIE / LIGHTHORNE WARWICKSHIRE CV35 ORG, Banbury Road, doch die woonplaats heeft gekozen op het kantoor van haar raadsman, hierna vermeld, eerste geïntimeerde,
- LAND ROVER BELUX N.V., met maatschappelijke zetel te 1082 BRUSSEL, Hunderenveldlaan 10, met ondernemings-nummer 444.831.508, tweede geïntimeerde, geïntimeerden hebbende als raadsman mr. VAN FRAEYENHOVEN Olivier, advocaat te 2600 BERCHEM, Roderveldlaan 3, velt het hof het volgend arrest: Partijen werden gehoord ter openbare terechtzitting in hun middelen en conclusies, alsook werden hun stukken ingezien.
- Bij verzoekschrift, neergelegd op 7 maart 2008, tekende appellante hoger beroep aan tegen het vonnis van 28 januari 2008 op tegenspraak gewezen door de Voorzitter van de rechtbank van koophandel te Kortrijk, zetelend zoals in kort geding (AR. 2228/07). Het vonnis a quo werd betekend op 8 februari
- Feiten en procedure in eerste aanleg
- De vennootschap naar Brits recht LAND ROVER UNLIMITED COMPANY en de NV LAND ROVER BELUX (hierna: "geïntimeerden") zijn actief in de productie en distributie van nieuwe voertuigen met de merknaam "Land Rover", alsook van hun vervangingsonderdelen en accessoires. Ze hebben inschrijvingen genomen in het Benelux Bureau voor Intellectuele Eigendom en in het Europees Harmonisatiekantoor voor het woord- en het beeldmerk. De NV LAND ROVER BELUX is de exclusieve invoerder in Bel-gië en Luxemburg van de nieuwe "Land Rover" voertuigen en organiseert de distributie ervan. Haar erkende concessiehouders en herstellers hebben het recht om de "Land Rover" merken te gebruiken bij hun activiteiten, mits hoge kwaliteitsnormen na te leven. De BVBA AUTOHANDEL CALLANT (hierna: "appellante") baat o.a. een garage uit te Ieper, die gespecialiseerd is in de verkoop en dienstverlening aan voertuigen "Land Rover", maar maakt geen deel uit van het officiële netwerk. Geïntimeerden stelden bij brief van 12 maart 2007 dat appellante zich naar het publiek toe presenteerde als een bedrijf verbonden met het officiële "Land Rover" netwerk en daarbij als onafhankelijke garagehouder op onrechtmatige wijze gebruik maakte van de beschermde merken. Ook stelden zij appellante in gebreke voor het gebruik van een ellipsvormig logo in groene kleur met daarin de letters "Callant" dat te grote overeenstemming zou hebben met het "Land Rover" logo.
- Bij dagvaarding, betekend op 3 september 2007, vorderden geintimeerden: - te horen zeggen voor recht dat appellante zich schuldig maakt aan een inbreuk op de artikelen 2.20.1a) en 2.20.1b)c) en d) van het Benelux Verdrag inzake Intellectuele Eigendom (hierna: "BVIE") van 25 februari 2005 en op de artikelen 94/2, 1°-4°, 94/3, 94/8, 13° van de Wet op de Handelspraktijken (hierna: "WHPC"); - de staking te bevelen van het gebruik van de "Land Rover" merken en/of eender welk overeenstemmend teken op/voor diens gebouwen, identificatiepaneel, publiciteit of andere communicatie van appellante of op eender welke wijze i.v.m. haar onderneming, onder verbeurte van een dwangsom van 2.500,00 EUR per dag; - te zeggen voor recht dat alle verwijzingen naar het woord "Land Rover" door appellante enkel toegelaten zijn wanneer dit strikt noodzakelijk is voor het voortzetten van haar activiteiten en op voorwaarde dat steeds op even duidelijke wijze wordt verwezen naar het statuut van onafhankelijke garage en zonder vermelding van de "Land Rover" beeldmerken of gelijkaardige tekens; - appellante te veroordelen tot betaling van 5.000,00 EUR provisioneel; - de publicatie te bevelen van een samenvatting van het tussen te komen vonnis op de internetsite van appellante gedurende drie maanden vanaf de betekening, alsook in verschillende kranten en tijdschriften naar keuze voor een bedrag van 75.000,00 EUR (BTW excl.) op kosten van appellante in een lettertype ge-lijk aan minimum "Times New Roman 30". Bij het vonnis a quo van 28 januari 2008 oordeelde de eerste rechter:
(1)verklaart zich onbevoegd m.b.t. de vordering tot betaling van schadevergoeding;
(2)verklaart de vordering ontvankelijk en als volgt gegrond: - stelt lastens appellante een inbreuk vast op de artikelen 2.20.1a) en 2.20.1b) BVIE en op de artikelen 94/2, 1°-4°, 94/3, 94/8, 13° WHPC wat het gebruik betreft van het beeld- en het woordmerk "Land Rover"; - beveelt appellante op te houden met elke verdere overtreding van deze artikelen, meer bepaald elk gebruik in het economisch verkeer van het beeldmerk "Land Rover"; - beveelt appellante op te houden met het gebruik in het economisch verkeer van het woordmerk "Land Rover", tenzij dit gebruik gepaard gaat met toevoeging van de vermelding "onafhankelijk" gevolgd door de hoedanigheid zoals o.a. "verkoper", "hersteller", e.d.m. en dit in letters die qua grootte en stijl identiek zijn, met dien verstande dat de letters die (alhoewel in iets kleiner for-maat) thans zijn aangebracht op de vensters van de showroom tot hun vernieuwing kunnen gedoogd worden; - beveelt appellante op te houden met het gebruik van het teken "Callant" in dubbele ellipsvorm met groene achtergrond en witte of gele letters, met dien verstande dat dit gebruik gedoogd blijft in de mate dat het is aangebracht op reclamedragers die werden verspreid voor dit vonnis en in de mate dat deze reclamedragers in handen zijn van derden derwijze dat appellante er geen zeggenschap meer over kan uitoefenen; - zegt voor recht dat deze bevelen gebeuren onder verbeurte van een dwangsom van 2.500,00 EUR per vastgestelde inbreuk en per dag vanaf de betekening van dit vonnis, met een maximum van 125.000,00 EUR, met dien verstande dat aan appellante één maand wordt gegeven om de reeds gemaakte inbreuken ongedaan te maken, m.n. de vermelding op het identificatiepaneel; - wijst al het méérgevorderde af als ongegrond; - verwijst appellante in de gedingkosten. Procedure in hoger beroep
- Een beperkt hoger beroep werd ingesteld door de oorspronkelijke verweerster, nl. enkel inzake haar logo. Appellante vordert om het vonnis a quo teniet te doen in zoverre het een wettelijke inbreuk vaststelt door het gebruik van het logo "Callant" en hiertoe verbod oplegt om dit logo verder te gebruiken. Volgens appellante is er geen enkele verwarring mogelijk met het logo "Land Rover". Geïntimeerden vragen bevestiging van het vonnis a quo. Voor de gedetailleerde uiteenzetting van de grieven en de middelen van partijen, kan verwezen worden naar de beroepsakte en hun conclusies. Beoordeling
- Dat geïntimeerden de merkhouders zijn van het woord- en beeldmerk "Land Rover" met inschrijvingen in het Benelux Bu-reau voor Intellectuele Eigendom en in het Europees Harmonisa-tiekantoor (stukken 1 tot 7 geïntimeerden), wordt niet betwist. Volgens art. 2.20.1°b) BVIE geeft het ingeschreven merk de houder een uitsluitend recht en kan de merkhouder op grond van zijn uitsluitend recht iedere derde die niet zijn toestemming hier-toe heeft verkregen, het gebruik van een teken verbieden: "b) wanneer dat teken gelijk is aan of overeenstemt met het merk en in het economisch verkeer gebruikt wordt voor dezelfde of soortgelijke waren of diensten, indien daardoor bij het publiek verwarring kan ontstaan, inhoudende het gevaar van associatie met het merk". Bij de beoordeling van dergelijke merkinbreuk, moeten 3 vaststellingen gebeuren:
(1)de vaststelling van gelijkenis tussen merk en teken op audi-tief, visueel of begripsmatig vlak. Deze gelijkenis moet berusten op een totaalindruk die door merk en teken worden opgeroepen, waarbij o.a. rekening moet gehouden worden met de onderscheidende bestanddelen van het ouder merk;
(2)de vaststelling van het gebruik van een teken voor waren of diensten waarvoor het merk is ingeschreven of voor soortgelijke waren of diensten;
(3)de vaststelling dat de gelijkenis zodanig is dat er bij de gemiddelde consument van de betrokken soort waren of diensten verwarring kan ontstaan, met gevaar van associatie. 5.1. Vooreerst kan vastgesteld worden dat er voldoende gelijkenis is tussen het door appellante gebruikte teken "Callant" en het officiële logo van "Land Rover". Het Hof van Justitie oordeelde dat het de "globale" indruk is die telt, aangezien de consument normaliter een merk in zijn geheel bekijkt en niet ieder detail op zich (H.v.J., 11 november 1997, (Puma/Sabel), zaak C-251/91, Jur..1997, I-6191, § 22 en 23). De vraag is of de nagelaten totaalindruk door het ene merk bij de gemiddelde consument herinnert aan de indruk nagelaten door het andere merk, op dergelijke wijze dat verwarring kan ontstaan tussen beide merken (Gent, 22 november 2004, I.R.D.I. 2005, 182). Bovendien moet méér belang worden gehecht aan de gelijkenissen dan aan de verschillen. Wanneer men de lay-out en typografische tekens van de twee betrokken logo's bekijkt, valt het op dat in beide gevallen:
(1)de typische groene kleur wordt gebruikt;
(2)een identiek groen ovaal met dubbele rand wordt gebruikt;
(3)de woorden in hoofdletters en schuin gedrukt worden. Er zijn visuele gelijkenissen en de totaalindruk roept voor de consument manifest een gelijkenis op. Het argument van appellante dat enkel het woordelement "Land Rover" dominant is, kan niet worden gevolgd vermits geïntimeerden het specifieke logo als beeldmerk hebben gedeponeerd, juist om een ruimere bescherming te genieten dan louter het woord welk reeds door het woordmerk werd beschermd. Het is niet relevant dat de woorden verschillen, gezien de gelijkenis in het totaalbeeld verwarring oproept (vgl. Brussel, 27 mei 1993, IER (Ned) 1993, 112). Dat de groene kleur niet werd gedeponeerd door geïntimeerden, is niet relevant omdat ook niet-gedeponeerde elementen van een merk in acht mogen genomen worden bij de beoordeling van het verwarringsgevaar (Cass., 3 november 2006, I.R.D.I.. 2007, 51; Cass., 6 juni 2005, J.T. 2005, 580). De groene kleur, samen met het ovaal en de typische kalligrafie zijn onderscheidend. Ook de ellipsvorm is door inburgering een sterk onderscheidend element geworden van het "Land Rover" logo. Appellante benadert ten onrechte op analytische wijze de ellipsvorm als onderdeel van andere automerken (haar stukken 13-14), om het totaalbeeld te negeren. De ellips is géén louter versieringselement. 5.
- Om de mate van overeenstemming te beoordelen, dient eveneens de aard van de betrokken waren en diensten in aanmerking te worden genomen, alsook de omstandigheden waarin ze in het economisch verkeer worden gebracht (Cass., 21 januari 1988, R.W. 1988-1989, 120; Gent, 20 juni 2005, NjW 2006, 567). In casu staat het vast dat appellante voertuigen van het merk "Land Rover" verkoopt en herstelt en het betrokken teken ge-bruikt voor de waren en diensten waarvoor de merken "Land Rover" zijn ingeschreven. 5.
- Om vast te stellen dat de gelijkenis tussen beide logo's zodanig is dat er bij de gemiddelde consument verwarring kan ontstaan, inhoudende het gevaar van associatie, moet rekening worden gehouden met een wisselwerking van diverse elementen die bij-dragen tot het gevaar voor verwarring: de mate van o.a. de soortgelijkheid van de waren, de gelijkenissen, de bekendheid en onderscheidende kracht van het merk. Merken hebben door hun grotere bekendheid op de markt een sterkere onderscheidingskracht, wat een groter risico op verwarring met zich meebrengt (H.v.J., 29 september 1998, (Canon/Metro-Goldwyn-Mayer), zaak C-39/97, Jur..1998, I-5537). Als wereldwijd bekend beeldmerk gedurende reeds ruim 50 jaar, heeft "Land Rover" een zeer sterk onderscheidend vermogen (het publiek associeert dit onmiddellijk met een terreinwagen) en daardoor is het risico op verwarring des te groter. Inzake de soortgelijkheid van de waren, betreft het identieke goederen en diensten. Men dient in aanmerking te nemen dat appellante reeds sinds 1985 nieuwe en tweedehandse wagens van het merk "Land Rover" verkoopt en herstelt. Zij is zelfs in dit merk gespecialiseerd. Appellante is niet gerechtigd om als wederverkoper, zonder toe-stemming van de merkhouder, de indruk te geven dat er een commerciële band bestaat tussen zijn onderneming en de merk-houder, nl. dat zijn onderneming tot het distributienetwerk zou behoren (Gent, 7 juni 2004, I.R.D.I. 2004, afl. 4, 413). Bij het aanschouwen van het logo "Callant" kan de gemiddelde consument op de automobielmarkt, die het logo "Callant" ziet op bv. de nummerplaat van een voertuig "Land Rover", door de gelijkenissen van het totaalbeeld, in verwarring gebracht worden en denken dat de in "Land Rover" gespecialiseerde garage "Callant" deel uitmaakt van het officiële netwerk van geïntimeerden. Er is wel degelijk gevaar voor verwarring bij het publiek, hetgeen verder gaat dan een risico op associatie tussen merk en teken (Cass., 5 april 2001, A&M 2001, 400).
- Het Hof is dan ook van oordeel dat de eerste rechter terecht de inbreuk door appellante op art. 2.20.1.b) BVIE heeft weerhou-den inzake het logo "Callant". Het logo "Callant" gelijkt te sterk op het beschermde logo "Land Rover", zodat het risico op verwar-ring en associatie bij het publiek tussen het teken "Callant" en het merk "Land Rover" is aangetoond (vgl. stukken 6 en 7 appellante). Terecht heeft de eerste rechter ook geoordeeld dat het inbreukmakend teken van appellante tevens een daad uitmaakt, in strijd met de artikelen 94/2, 1°- 4°, 94/3 en 94/8, 13° WHPC. Het gebruik van een merknaam in combinatie met de naam van de garagehouder, waardoor de indruk wordt gewekt tot het regu-liere dealer-netwerk te behoren, is misleidende en verwarringstichtende reclame (Gent, 7 juni 2004, I.R.D.I. 2004, afl. 4, 413; Antwerpen, 22 juni 1998, I.R.D.I. 1999, 49; Antwerpen, 16 september 1996, I.R.D.I. 1997, 55; Brussel, 13 oktober 1995, J.T. 1996, 27-29). De link met het officieel netwerk van geïntimeerden (met kwali-teitslabels, waarvoor de erkende concessiehouders strenge normen moeten naleven inzake showroom, opleiding personeel, controle, garanties, investeringen, enz. ...) wordt aan de consument geïnsinueerd door het gebruik van een (op het beschermd logo "Land Rover" gelijkend) teken "Callant". Appellante handelt ook in strijd met art. 94/3 WHPC (risico op schade beroepsbelangen andere verkopers) en art. 94/8, 13° WHPC (verkeerde indruk geven afkomst van een product). Ook de dwangsom welke de eerste rechter oplegde om de toe-passing van het stakingsbevel te verzekeren, kan worden beves-tigd. Het hoger beroep is ongegrond. OM DEZE REDENEN, HET HOF, recht doende op tegenspraak; gelet op artikel 24 van de Wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken; verklaart het hoger beroep ontvankelijk, doch ongegrond; bevestigt het bestreden vonnis; veroordeelt appellante tot de gedingkosten van de beroepsinstantie, vereffend in hoofde van geïntimeerde op 1.200,00 EUR rechtsplegingsvergoeding hoger beroep (K.B. 26 oktober 2007). Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van het Hof van beroep te Gent, kamer zeven bis, op vierentwintig november tweeduizend en acht. Aanwezig: de heer Frank Deschoolmeester raadsheer, wn. kamervoorzitter; de heer Lodewijk Langelet griffier. Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div