id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Gent Vonnis/arrest van 05 december 2008 ECLI nr: ECLI:BE:HBGNT:2008:ARR.20081205.8 Rolnummer: 2005/AR/2673 Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2009-05-29 Raadplegingen: 81 - laatst gezien 2026-07-02 18:28 Fiche In een beroepsakte ontbreken een aantal vermeldingen die leiden tot de nietigheid. UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Excepties (Gerechtelijk Wetboek) - Nietigheid - Algemeen Vrije woorden: Akte hoger beroep - Nietigheid. Tekst van de beslissing Hof van beroep te Gent 9e kamer ________ terechtzitting van 05-12-2008 beperkt hoger beroep nietig hoger beroep 2005/AR/2673 in de zaak van:
- D. S. J.-P., wonende te en zijn echtgenote
- G. H., , wonende te appellanten, hebbende als raadsman mr. KERSTENS Guy, advocaat te 9620 ZOTTEGEM, Désiré V.D. Bosschestraat 3 tegen: LIEVENS BOUWBEDRIJF B.V.B.A., met maatschappelijke zetel te 9550 WOUBRECHTEGEM, Neerwegstraat 25, met ondernemingsnummer 0446.405.381, geïntimeerde, hebbende als raadsman mr. BOEYKENS Marc, advocaat te 9450 HAALTERT, Hoogstraat 64/1 velt het Hof het volgend arrest: Het Hof heeft de partijen gehoord in openbare terechtzitting in het Nederlands in hun middelen en conclusies en heeft de stukken ingezien.
- Met hun verzoekschrift, ter griffie van het hof neergelegd op 28 oktober 2005, hebben de appellanten tijdig hoger beroep ingesteld tegen het vonnis dat op tegenspraak werd uitgesproken door de 5° kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Oudenaarde d.d. 16 juni
- Hierin werd de hoofdeis van de geïntimeerde ontvankelijk en in die zin gegrond verklaard dat de appellanten werden veroordeeld om aan de geïntimeerde te betalen het bedrag van 12.588,11 euro, te vermeerderen met de verwijlintrest aan de wettelijke rentevoet vanaf 15 december 1997 en met de gerechtelijke intrest vanaf 13 oktober
- De tegeneis van de eerste appellant werd ontvankelijk verklaard, doch als ongegrond afgewezen, met uitzondering van de vordering met betrekking tot de teruggevorderde expertisekosten Devogeleer, welk onderdeel van de vordering onbepaald werd uitgesteld. De appellanten werden verwezen in één derde van de dagvaardingkosten. De geïntimeerde werd verwezen in de kosten van het kort geding hierin te verstaan de expertisekosten van gerechtsdeskundige Vandercammen (Gijzegem/Aalst). Het vonnis werd uitvoerbaar verklaard bij voorraad.
- Met hun beperkt hoger beroep vorderen de appellanten (zoals heromschreven in hun conclusies ter griffie van het hof neergelegd op 14 september 2007) dat: - wat betreft de opgelopen vertraging der werken de maandelijks gederfde huuropbrengst wordt gebracht op 1.251,86 euro gedurende een termijn van 12 maanden, zodat er een bedrag van 15.022,32 euro in mindering moet worden gebracht op de afrekening van de geïntimeerde in plaats van 5.949,44 euro; - de expertisekosten van deskundige Devogeleer in mindering worden gebracht van de afrekening van de geïntimeerde en ondergeschikt dat een onderzoeksmaatregel wordt bevolen en dat het bewijs van de betaling bij deze deskundige wordt opgevorderd. Zij vorderen verder de inwilliging van hun oorspronkelijke tegeneis. Aldus vorderen zij dat de geïntimeerde wordt veroordeeld om hen te betalen: - wegens de minderwaarde van de woning ingevolge afwerkingsgebreken: 1 euro provisioneel; - wegens inkomstenderving als tandarts: 1 euro provisioneel en de aanstelling van een gerechtsdeskundige om deze schade te berekenen; - wegens schade aan het patiëntenbestand / patiëntenverlies: 1 euro provisioneel en de aanstelling van een gerechtsdeskundige. Wat betreft het incidenteel beroep van de geïntimeerde vordert zij dat dit als ongegrond wordt afgewezen. De geïntimeerde vordert dat het hof: - het beroepsgrievenschrift van de appellanten nietig verklaart; - het hoger beroep onontvankelijk, minstens ongegrond verklaart; - op incidenteel beroep haar oorspronkelijke vordering inwilligt en dat dienvolgens: o de appellanten worden veroordeeld om haar te betalen het bedrag van 74.297,18 euro, te vermeerderen met de gerechtelijke intresten op 27.351,00 euro tot de dag der algehele betaling; o de appellanten worden veroordeeld om haar een schadevergoeding te betalen van 1.250,00 euro uit hoofde van tergend en roekeloos verweer, bedrag te vermeerderen met de gerechtelijke intresten; o voor recht wordt gezegd dat overeenkomstig artikel 1154 B.W. alle sedert de aanmaning d.d. 22.11.1996 vervallen intresten op hun beurt intresten opbrengen en dit onder voorbehoud van latere kapitalisaties; o de tegeneis als ongegrond wordt afgewezen; o de appellanten worden veroordeeld om haar te betalen het bedrag van 1.250,00 euro wegens tergend en roekeloos hoger beroep, bedrag te vermeerderen met de gerechtelijke intresten; o de appellanten worden verwezen in alle gedingkosten.
- De geïntimeerde laat vóór ieder ander middel gelden dat de beroepsakte nietig is omdat de beroepsakte
(1)niet de datum, de dag en het uur van verschijning voor het hof van beroep bepaalt en
(2)geen uiteenzetting van de grieven bevat. 3.
- De beroepsakte, zoals aan de geïntimeerde middels gerechtsbrief ter kennis gebracht, vermeldt geen datum, noch de kamer van het hof waarop de geïntimeerde diende te verschijnen. Deze datum en de kamer van het hof werden wél vermeld op het exemplaar van de beroepsakte dat berust in het gerechtsdossier. Er is aldus een verschil vast te stellen tussen de beroepsakte berustend in het gerechtsdossier en het exemplaar dat werd toegestuurd aan de geïntimeerde. De geïntimeerde heeft aldus geen kennis kunnen nemen van de plaats, de dag en het uur van verschijning. Het is duidelijk dat de datum en de kamer alwaar de geïntimeerde diende te verschijnen op de beroepsakte wellicht ter gelegenheid van het neerleggen ervan ter griffie van het hof (met de pen) werd aangevuld, doch slechts op één enkel exemplaar en dus niet op het exemplaar dat ter kennis werd gebracht van de geïntimeerde. Het is de taak van de appellanten om ervoor te zorgen dat alle ter griffie van het hof neergelegde exemplaren van de beroepsakte identiek zijn. Het hof stelt vast dat de geïntimeerde op de datum van de inleiding van de zaak niet is verschenen, noch iemand voor haar (zie zittingsblad 24.11.2005). De zaak werd alsdan naar de bijzondere rol van de 9° kamer verzonden. De appellanten hebben vervolgens toepassing gemaakt van de artikelen 803 - 804 Ger.W. om de zaak op verstek te laten behandelen. In haar besluiten, ter griffie van het hof neergelegd op 8 maart 2006, heeft de geïntimeerde voor ieder ander rechtsmiddel de nietigheid van de beroepsakte opgeworpen. Artikel 1057, 8° Ger.W., dat op straffe van nietigheid de aanduiding voorschrijft van de plaats, datum en uur van de verschijning, moet worden samen gelezen met artikel 867 Ger.W. dat bepaalt dat de niet naleving van een op straffe van nietigheid voorgeschreven vorm niet tot nietigheid kan leiden wanneer uit de gedingstukken blijkt dat de handeling het doel heeft bereikt dat de wet ermee beoogt of dat de niet vermelde vorm werkelijk in acht werd genomen. Het beroepsverzoekschrift, zoals toegestuurd aan de geïntimeerde bevat niet de vermeldingen vermeld in artikel 1057,8° Ger.W.. Het normdoel werd niet bereikt, nu gebleken is dat de geïntimeerde op de inleidingzitting (waarvan de datum haar niet bekend was) niet is verschenen, noch iemand voor haar. Aldus werd het voor de geïntimeerde onmogelijk de zaak te laten weerhouden op de inleidingzitting of op korte termijn te laten uitstellen; het was haar evenmin mogelijk conclusietermijnen overeen te komen of een conclusiekalender te laten vaststellen met het oog op een diligente instaatstelling van de zaak. Aldus werden de belangen van de geïntimeerde geschaad. De kans werd haar ontnomen om de zaak op de inleidingzitting of op een nabije datum behandeld te zien. De appellanten hebben het proces niet op een behoorlijke wijze gevoerd. De omstandigheid dat de zaak vervolgens werd gefixeerd op grond van de artikelen 803 - 804 Ger.W. en de geïntimeerde alsnog conclusies kon neerleggen en meedelen, remedieert niet aan de nietigheid van de beroepsakte. De beroepsakte is nietig te verklaren. 3.
- De beroepsakte zou geen uiteenzetting van de grieven bevatten. Nu de beroepsakte reeds is nietig te verklaren omwille van de uiteengezette de motieven, is er geen reden om het tweede middel van de geïntimeerden te onderzoeken, nu dit niet tot een ruimere nietigheid van de beroepsakte kan leiden.
- Het incidenteel beroep kan niet worden toegelaten wanneer het hoofdberoep nietig wordt verklaard (art. 1054 Ger.W.). OM DEZE REDENEN, HET HOF, recht doende op tegenspraak. Alle meeromvattende en/of andersluidende conclusies en/of grieven verwerpend als niet dienstig en/of ongegrond. In acht genomen artikel 24 van de wet van 15 juni
- Stelt vast dat de beroepsakte neergelegd ter griffie van het hof op 28 oktober 2005 nietig is. Verklaart het incidenteel beroep niet toelaatbaar. Gelet op het wederzijds gelijk en ongelijk, verwijst elke partij in de eigen kosten van deze instantie. Aldus gewezen door de negende kamer van het Hof van beroep te Gent, recht doende in burgerlijke zaken, samengesteld uit: De heer M. Hanssens Raadsheer, wn. voorzitter, Mevrouw M. Beerens Raadsheer, De heer A. Colpaert Raadsheer, en uitgesproken door de raadsheer wn. voorzitter van de kamer in openbare terechtzitting op vijf december tweeduizend en acht, bijgestaan door Mevrouw M. Vercruysse Griffier. M. Vercruysse A. Colpaert M. Beerens M. Hanssens Rep. nr.: 2008/ Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div