← België

ECLI:BE:HBGNT:2008:ARR.20081208.8

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Gent Vonnis/arrest van 08 december 2008 ECLI nr: ECLI:BE:HBGNT:2008:ARR.20081208.8 Rolnummer: 2007/AR/858 Rechtsgebied: Handelsrecht Invoerdatum: 2009-01-28 Raadplegingen: 255 - laatst gezien 2026-07-02 18:28 Fiche De passieve rechtspersoonlijkheid die een vennootschap bij de afsluiting van haar vereffening restte, verhindert dat zij nog de hoedanigheid heeft om een eis in vrijwaring te vervolgen. Ook de aandeelhouders kunnen de eis in vrijwaring niet hernemen. Een krachtige najaarsstorm eens om de vijf à tien jaar is geen overmacht. De vervangingswaarde en de gebruiksderving van een weggewaaid reclamebord worden bepaald. UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT Vrije woorden: Vennootschappen - vereffening - passieve rechtspersoonlijkheid - proceshoedanigheidStormschade -overmacht - schadeloosstelling Tekst van de beslissing Hof van beroep te Gent 7e Kamer ________ Terechtzitting van 08-12 2008 Nr. 2007/AR/858 ----------------------- in de zaak van :

  1. N.V. ETABLISSEMENTS FRANCOIS GOOSSAERT, voorheen met maatschappelijke zetel te 9000 Gent, Dendermondsesteenweg 74 en met ondernemingsnummer 0406.380.609, vervroegd ontbonden en vereffend zoals blijkt uit de bekendmaking in de bijlagen bij het Belgisch Staatsblad van 22 april 2004,
  2. N.V. LITHIUM, met vennootschapszetel te 9830 Sint-Martens-Latem, Eikeldreef 12 en met ondernemingsnummer 0455.459.441, 3a. A. C., bestuurder van vennootschappen, wonende te , en zijn echtgenote 3b. A.D.V., bestuurder van vennootschappen, wonende te , tweede en derde appellanten optredende in hun hoedanigheid van gewezen vennoten, bestuurders en vereffenaars van de N.V. Etablissements François Goossaert, voornoemd, appellanten, hebbende als raadsman mr. Filip Rogge, advocaat met kantoor te 9810 Nazareth, 's Gravenstraat 42, tegen
  3. N.V. TRIFERTO BELGIUM, met maatschappelijke zetel te 9000 Gent, Koopvaardijlaan 180-182 en met ondernemingsnummer 0405.608.765, geïntimeerde, hebbende als raadsman mr. Paul Lagae, advocaat met kantoor te 9000 Gent, Coupure 387,
  4. N.V. EDC-GENT, met maatschappelijke zetel te 9040 Gent (Sint-Amandsberg), Alfons Braeckmanlaan 245 en met ondernemingsnummer 0433.810.922, geïntimeerde, hebbende als raadsman mr. Mario Lippens, advocaat met kantoor te 9000 Gent, Twaalfkameren 17, velt het Hof volgend arrest :
  5. Gegevens van de zaak in beroep: 1.
  6. F. GOOSSAERT ETABLISSEMENTS NV, LITHIUM NV en A.C. & A.D.V. stelden op 28 maart 2007 hoger beroep in tegen het vonnis van 8 februari 2007 van de zesde kamer van de rechtbank van koophandel te Gent. TRIFERTO BELGIUM NV stelde in conclusie neergelegd op 29 mei 2007 incidenteel hoger beroep in. EDC-GENT NV vordert de afwijzing van de hogere beroepen en de bevestiging van het vonnis. Partijen werden gehoord in openbare terechtzitting van 26 mei 2008 en de stukken werden ingezien. 1.
  7. De blijvende betwisting gaat terug op de beschadiging op 27 oktober 2002 van een reclamebord van 3 meter op 6 meter, die TRIFERTO BELGIUM NV op 18 april 2002 bij F. GOOSSAERT ETABLISSEMENTS NV heeft besteld en die EDC-GENT NV in onderaanneming van F. GOOSSAERT ETABLISSEMENTS NV op de gevel van het bedrijfsgebouw van TRIFERTO BELGIUM NV heeft geïnstalleerd. De gerechtelijk deskundige die de eerste rechter bij tussenvonnis van 19 december 2003 heeft aangesteld, heeft de herstelschade van het reclamebord begroot op 2.327,35 EUR en liet de keuze open tussen de betaling hiervan of de volledige vervanging van het reclamebord. De partijen voeren voor het Hof nog volgende betwistingen: 1.2.
  8. De vraag of het schadegeval moet toegeschreven worden aan overmacht gelegen in het stormweer van 27 oktober 2002 (zoals F. GOOSSAERT ETABLISSEMENTS NV en EDC-GENT NV voorstaan) of aan een gebrekkige bevestiging van het reclamebord (zoals TRIFERTO BELGIUM NV voorstaat). En de vraag of de waarborg van 10 jaar waarin de prijsoffertes van EDC-GENT NV tegenover F. GOOSSAERT ETABLISSEMENTS NV en van F. GOOSSAERT ETABLISSEMENTS NV tegenover TRIFERTO BELGIUM NV voorzien, door een van de partijen kan worden ingeroepen. 1.2.
  9. Zo de aansprakelijkheid van F. GOOSSAERT ETABLISSEMENTS NV zou weerhouden worden, blijft de vraag of de passieve rechts-persoonlijkheid die F. GOOSSAERT ETABLISSEMENTS NV nog restte na het afsluiten van haar vereffening, haar nog toelaat om een eis in vrijwaring tegenover EDC-GENT NV verder te zetten. - F. GOOSSAERT ETABLISSEMENTS NV werd in vereffening gesteld met het gelijktijdig afsluiten van de vereffeningsverrichtingen op 31 maart
  10. - Op dat ogenblik had TRIFERTO BELGIUM NV deze procedure al ingeleid voor de rechtbank van koophandel te Gent bij dagvaarding van 3 november 2003 en had F. GOOSSAERT ETABLISSEMENTS NV bij dagvaarding van 10 december 2003 EDC-GENT NV al gedagvaard in haar vrijwaring. - De passieve rechtspersoonlijkheid zou het verder zetten van de eis in vrijwaring beletten. Ondergeschikt zo de passieve rechtspersoonlijkheid het instellen of verderzetten van een vrijwaringsvordering door F. GOOSSAERT ETABLISSEMENTS NV zou verhinderen, blijft de vraag of haar aandeelhouders/bestuurders (LITHIUM NV; A.C. & A.D.V.) deze vordering kunnen hernemen. - LITHIUM NV, A.C. & A.D.V. stellen dat de bepaling uit de gepubliceerde notariële akte van 31 maart 2004 een overdracht van schuldvordering inhoudt, die EDC-GENT NV tegenstelbaar is overeenkomstig artikel 1690 van het burgerlijk wetboek. - In de notariële akte verklaren zij alle activa van de vennootschap in hun respectievelijk vermogen op te nemen (dit alles in verhouding tot ieders aandelenbezit), gezien zij alle rechten kunnen uitoefenen welke verbonden zijn aan de eigendom van de hen respectievelijk toebehorende aandelen der vennootschap (...)". 1.2.
  11. Tot slot blijft de vraag of TRIFERTO BELGIUM NV tegenover de vereffende vennootschap F. GOOSSAERT ETABLISSEMENTS NV en/of haar gewezen vennoten/bestuurders/vereffenaars (LITHIUM NV, A.C. & A.D.V.) eventueel aanspraak kan maken op: -

(1)de door de gerechtelijk deskundige begrote herstelkosten van 2.327,35 EUR (exclusief B.T.W.) dan wel op de vervangingskosten die TRIFERTO BELGIUM NV opvordert en begroot op 3.012,89 EUR (exclusief B.T.W.), vermeerderd met de vergoedende intresten aan de wettelijke intrestvoet vanaf 27 oktober 2002 tot aan de dagvaarding en vanaf dan gevolgd door de gerechtelijke intresten; -
(2)een gebruiksderving van 25 EUR/maand over de periode vanaf oktober 2002 tot 30 juni 2007, zij 1.425 EUR vermeerderd met de gerechtelijke intresten vanaf het neerleggen van de syntheseconclusie op 31 oktober 2007, zoals door TRIFERTO BELGIUM NV gevorderd; -
(3)op een vergoeding voor de erelonen en advocatenkosten, provisioneel begroot op 1.040 EUR, zoals door TRIFERTO BELGIUM NV gevorderd. 1.3. Het vonnis van de eerste rechter: 1.3.1. Op volgende relevante overwegingen weerhield de eerste rechter de verantwoordelijkheid van F. GOOSSAERT ETABLISSEMENTS NV voor het schadegeval: ‘In de door TRIFERTO aanvaarde offerte dd. 16.4.2002 gaf GOOSSAERT een waarborg van 10 jaar voor de beide panelen waarop de offerte betrekking had. Door de aanvaarding van de offerte door TRIFERTO is GOOSSAERT contractueel gehouden door de waarborgverbintenis gedurende 10 jaar. Een algemene waarborg vertegenwoordigt een resultaatsverbintenis in hoofde van diegene die waarborgt betreffende de kwaliteit van het gewaarborgde goed, i.c. van de door GOSSAERT aan TRIFERTO geleverde en geplaatste panelen. Aangezien de offerte voorziet in een algemene waarborg (...) en geen uitzondering stipuleert (...) betreft de waarborgverbintenis zowel de levering als de plaatsing van de panelen. ‘Bij een resultaatsverbintenis is het feit zelf van de niet-nakoming van de verbintenis in de regel voldoende om de wanprestatie die leidt tot een contractuele aansprakelijkheid vast te stellen: (...) de in gebreke gebleven schuldenaar zal slechts aan zijn aansprakelijkheid ontsnappen indien hij erin slaagt een vreemde oorzaak te bewijzen die het bereiken van het resultaat onmogelijk maakte. ‘GOOSSAERT draagt de bewijslast omtrent de aard van het stormweer van 27.10.2002 als een vreemde oorzaak. GOOSSAERT verwijst o.m. naar de krantenartikelen (...) om te stellen dat er "sprake was van windsnelheden van 133 tot zelfs 148 km/u". Nochtans betreffen ongecontroleerde waarnemingen en krantenartikelen geen ernstige weerlegging van de door het KMI officieel gemeten windsnelheden, die volgens de verklaring van het KMI aan de deskundige in de Gentse regio 31 m/s bedroegen, hetzij ongeveer 112 km/u. Verder weerlegt GOOSSAERT de analyse van de gerechtsdeskundige (voorlopig deskundig verslag p. 5) niet dat windsnelheden met 112 km/u een herhalingsfrequentie vertonen van 7 jaar. Aldus staat vast dat de door GOOSSAERT geleverde en geplaatste panelen niet bestand waren tegen de windsnelheden waarvan aangenomen moest worden dat zij zich minstens 1 x gedurende de contractuele waarborgperiode zouden voordoen. De rechtbank weerhoudt derhalve de conclusie van de gerechtsdeskundige in dit verband, m.n. de door GOOSSAERT geleverde en geplaatste panelen [konden] "de maximaal vereiste kracht 750 N niet aan" (voorlopig deskundig verslag p. 7)'. 1.3.2. Op volgende relevante overwegingen verklaarde zij de vordering in tussenkomst en vrijwaring die F. GOOSSAERT ETABLISSEMENTS NV heeft ingesteld, ontvankelijk maar ongegrond - en - de gedinghervatting die LITHIUM NV en A.C. & A.D.V. als vrijwillig tussenkomende partijen hebben ingesteld, onontvankelijk en niet toelaatbaar: ‘In tegenstelling tot wat GOOSSAERT en de vrijwillig tussenkomende partijen [LITHIUM NV en A.C. & A.D.V.] voorhouden betreft een vordering in vrijwaring geen "verweer" doch wel een agressieve actie met het oog op het afwentelen van de gevolgen van een gebeurlijk opgelopen veroordeling op een derde die geen uitstaans heeft met de hoofdeis. De omstandigheid dat de aanleiding van de vordering in vrijwaring gelegen is in het verweer van GOOSSAERT tegen de tegen haar ingestelde hoofdeis, doet geen afbreuk aan de vaststelling dat de vordering in vrijwaring gericht is tegen een 'derde die niet van meetaf aan betrokken was in het kader van de hoofdeis. ‘De beslissing tot sluiting van de vereffening betekent het einde van de rechtspersoonlijkheid van de vennootschap (cfr. o.m. Gent 28 april 1995, T.R.V. 1995, 599, noot TAS, R., De rechtsbekwaamheid van een handelsvennootschap na de sluiting van haar vereffening, TRV 1995, p. 600, nr. 3-4 met de aldaar opgenomen verwijzingen naar cassatie-rechtspraak). Aangezien in de beslissing tot sluiting van de vereffening geen voorbehoud werd geformuleerd betreffende de nog lopende procedure tegen TRIFERTO, dient aangenomen te worden dat de beslissing om de vereffening te sluiten onmiddellijk haar effect sorteerde, zodat de sluiting van de vereffening ook een einde stelde aan elk mandaat (in hoofde van de vereffenaar) om de vennootschap in rechte te vertegenwoordigen (art. 2003 B.W.) (cfr. Tas, R., O.C., p. 600 nr. 6). (...) ‘In het kader van deze procedure betekent de sluiting van de vereffening van GOOSSAERT op 31.3.2004 derhalve dat de vennootschap na 31.3.2004 - omwille van de afwezigheid van rechtspersoonlijkheid - geen nieuwe rechtsvorderingen kon instellen: zoals bij de dood van een natuurlijk persoon die partij is in een procedure, kan men aannemen dat het sluiten van de vereffening in principe de onderbreking van het geding tot gevolg heeft (Tas. R., o.c. p. 602 p. 18). (...) ‘Met betrekking tot procedures, ingesteld tegen de vennootschap, geldt dat de vennootschap nog een zekere "passieve rechtspersoonlijkheid" behoudt (cfr. princiepsarrest van het Hof van Cassatie dd. 22.3.1962, Pas 1962, I, 807 bevestigd door latere cassatiearresten), waarbij de vordering in feite ingesteld worden tegen de vereffenaars qualitate qua (Tas. R., O.C., p. 601 nr.8-9). (...) ‘Een gedinghervatting door de rechtsopvolgers van de vennootschap is niet mogelijk, aangezien de vennoten niet als dusdanig kunnen worden beschouwd. (...) ‘Uit wat voorafgaat dient in concreto weerhouden te worden: - dat GOOSSAERT ingevolge de sluiting van haar vereffening op 31.3.2004 geen actieve rechtspersoonlijkheid meer heeft - dat de vrijwillig tussenkomende partijen als voormalige vennoten van de ontbonden en vereffende vennootschap niet gelden als rechtsopvolgers van deze vennootschap en derhalve het geding niet kunnen hervatten namens GOOSSAERT; - dat GOOSSAERT ingevolge de sluiting van haar vereffening enkel beschikt over een passieve rechtspersoonlijkheid met betrekking tot vorderingen, die tegen haar worden ingesteld, en handelt in de persoon van de vereffenaar qq.'. 1.3.3. Op volgende relevante overwegingen veroordeelde zij LITHIUM NV en A.C. & A.D.V. - als bestuurders/vereffenaars en als vennoten - tot de betaling van 2.402,35 EUR, vermeerderd met de vergoedende intresten aan de wettelijke intrestvoet op 2.327,35 EUR vanaf 27 oktober 2002 tot aan de dagvaarding en vanaf dan gevolgd door de gerechtelijke intresten: ‘Bij besluiten vordert TRIFERTO de solidaire veroordeling van de vereffenaars in eigen naam, als quasi-delictueel aansprakelijken wegens de onregelmatige vereffening, tot al hetgeen zij vorderde lastens GOOSSAERT. Bij gebrek aan aanwijzing van en/of verduidelijking omtrent de identiteit van de vereffenaars worden de laatste bestuurders van GOOSSAERT beschouwd als de vereffenaars van GOOSSAERT (...). Zoals TRIFERTO enerzijds, en EDC anderzijds terecht opmerken in besluiten, werd de vereffening van GOOSSAERT op wederrechtelijke wijze onmiddellijk gesloten door wetens en willens - in de beslissing tot sluiting wordt immers expliciet verwezen naar de hangende procedure met TRIFERTO - en zonder aanleg van enige provisie of consignatie, over te gaan tot de sluiting van de vereffening en de opname van het actief van de vereffende vennootschap in het vermogen van de vennoten. Door de sluiting van de vereffening verloren de schuldeisers - in casu TRIFERTO het onderpand van het vermogen van GOOSSAERT en kwamen zij zonder enige garantie omtrent de solvabiliteit van elk van de gewezen vennoten, in samenloop met hun respectievelijke schuldeisers. Er is fout in hoofde van de vereffenaar doordat hij in overtreding is met artikel art. 190 § 2 W. Venn. overging tot sluiting van de vereffening van een vennootschap en verdeling van het vermogen onder de vennoten zonder rekening te houden met schulden, waarvan hij kennis had of moest hebben, en zonder daarvoor de nodige sommen te hebben geconsigneerd (...). Conform art. 192 W. Venn.W. zijn de vereffenaars zowel jegens derden als jegens de vennoten verantwoordelijk voor de vervulling van hun taak en aansprakelijk voor de tekortkomingen in hun bestuur, en zijn zij gehouden tot het vergoeden van de door hun fout geleden schade. Aangezien GOOSSAERT ingevolge de sluiting van de vereffening thans geen vermogen meer heeft waarop TRIFERTO haar vordering kan verhalen, is de schade van TRIFERTO ingevolge de fout van de vereffenaars van GOOSSAERT gelijk aan de rechten die zij krachtens dit vonnis gerechtigd is uit te voeren lastens GOOSSAERT, doch omwille van de sluiting van de vereffening zonder provisie of consignatie niet kan uitvoeren. ‘TRIFERTO vordert tevens de solidaire veroordeling van de vrijwillig tussenkomende partijen (LITHIUM NV, A.C. & A.D.V.) in hun hoedanigheid van vennoten, die de activa in hun vermogen hebben opgenomen en zich hebben verbonden om alle passief van de vennootschap te betalen (...). De vennoten van GOOSSAERT verbonden zich (...) ter gelegenheid van de sluiting van de vereffening van GOOSSAERT om persoonlijk in te staan voor de schulden van de ontbonden en vereffende vennootschap. Aldus staat vast dat zij met volle kennis van zaken (...) overgingen tot de sluiting van de vereffening van GOOSSAERT, terwijl zij - mede gelet op het feit dat de vereffenaars ook vennoten waren - geacht worden te hebben geweten dat de sluiting van de vereffening op een wederrechtelijke manier gebeurde. De vordering tot solidaire veroordeling van de vennoten tot de door TRIFERTO ingevolge de wederrechtelijke sluiting van de vereffening van GOOSSAERT geleden schade is derhalve gegrond. ‘Conform art. 1142 B.W. wordt elke verbintenis om iets te doen opgelost in schadevergoeding indien de schuldenaar de verbintenis niet nakomt. Gelet op de vereffening van GOOSSAERT en de sluiting van de vereffening dient aangenomen te worden dat GOOSSAERT (...) niet meer in de mogelijkheid verkeert om het vernielde paneel te vervangen. De vordering tot veroordeling van GOOSSAERT tot vervanging van het paneel is derhalve ongegrond. Evenmin kan ingegaan worden op de vordering van TRIFERTO om het vernielde paneel te laten vervangen op kosten van GOOSSAERT. Het behoort immers niet aan de gebeurlijk door TRIFERTO aangezochte derde om de omvang van de schade te bepalen, doch wel de rechtbank op basis van het door TRIFERTO te leveren bewijs omtrent de omvang van de schade. Daaromtrent bevraagd weerhield de deskundige een vervangingskost van 2.327,35 EUR (excl. BTW) (definitief deskundig verslag p. 8). TRIFERTO stelt wel, doch bewijst niet (...) dat de door de deskundige weerhouden vervangingswaarde ontoereikend zou zijn. De rechtbank weerhoudt derhalve het bedrag van 2.327,35 EUR, excl. BTW als de vervangingswaarde van het vernielde paneel. ‘Waar over het principe van gebruiksderving geen ernstige betwisting mogelijk is, faalt TRIFERTO in de bewijslast omtrent de omvang van deze schade. Bovendien heeft (...) Triferto een schadebeperkingsplicht en is het onbegrijpelijk dat zij het paneel niet eerder liet vervangen en de kosten van de vervanging voorschoot. Gelet op de door TRIFERTO zelf ingestelde en hangende procedure was het immers onwaarschijnlijk dat GOOSSAERT uit eigen beweging in de loop van de procedure zou overgaan tot de vervanging van het paneel. In de gegeven [omstandigheden] is de vordering uit hoofde van gebruikderving gegrond ten belope van een forfaitair bedrag ex aequo et bono van 75 EUR.' 2. Beoordeling Het Hof onderschrijft integraal de hierboven weerhouden overwegingen van het vonnis en verwijst partijen naar deze overwegingen, die het juist bevindt. Aanvullend laat het Hof nog volgende overwegingen gelden: 2.1. Tevergeefs wordt voor het schadegeval de storm als een vreemde oorzaak en overmacht ingeroepen. Uit de voorgelegde stukken blijkt dat zich ondermeer in Vlaanderen en Nederland diverse schadegevallen voordeden, dat het KMI de hoogste windstoot in Vlaanderen in Koksijde tegen 133 km/u noteerde, en dat volgens meteorologische informatie dergelijke najaarsstorm om de vijf tot tien jaar voorkomt. Het KMI liet aan de gerechtsdeskundige weten dat de maximale windstoten in de streek van Gent snelheden rond 31 m/s (112 km/
  1. u)bereikten. Overmacht valt te weerhouden voor een situatie of gebeurtenis die zodanig uitzonderlijk is dat zij niet voorzienbaar is en waarmee geen redelijk mens rekening kan houden dat ze zich kan voordoen. Dit valt bijvoorbeeld te overwegen in het geval van een alles vernielende windhoos in de bredere omgeving van de vestigingsplaats van de schadelijder. Hiervan ontbreekt evenwel elk spoor. Een krachtige najaarsstorm eens om de vijf à tien jaar is niet zo'n fenomeen. Integendeel is deze volstrekt voorzienbaar. Terwijl op niets kan gesteund worden om overmacht te weerhouden, is de gebrekkige bevestiging van het reclamebord genoegzaam bewezen door de gerechtsdeskundige. De montage met zelftappende vijzen in de golfplaten was volgens hem duidelijk ontoereikend. Het was een verkeerde inschatting om geen gebruik te maken van bouten, moeren, rondellen of (ook) een buisprofielkader aan de binnenkant. Partijen leggen geen technische proeven of een tegenexpertise voor die dit tegenspreken. Daar waar de uitvoerder EDC-GENT NV in haar conclusie voor het Hof (pagina 8) ook nog gewag maakt van de wind die achter de plaat kroop (om het geheel van de wand te trekken), en van windkrachten die zich stootsgewijs manifesteren, stelt het Hof vast dat dit ook eerder op een gebrekkige montage wijst. Op basis van deze klaarblijkelijke kennis en voorzienbare windkrachten, konden de randen van het reclamebord gewoon winddicht tegen de golfplaten worden afgewerkt en kon de hechting van het bord tegen de gevelwand aldus intenser gemaakt zijn. 2.2. De passieve rechtspersoonlijkheid die F. GOOSSAERT ETABLISSEMENTS NV na de afsluiting van haar vereffening restte, verhindert dat zij nog de hoedanigheid heeft om de eis in vrijwaring te vervolgen. Het kan niet worden tegengesproken dat de oorspronkelijke verweerster op hoofdvordering GOOSSAERT ETABLISSEMENTS NV bij wijze van tussenvordering (overeenkomstig art. 13 e.v. Ger.W.) het initiatief nam om als eiser op agressieve tussenkomst bij dagvaarding een vordering in te stellen tegen de partij EDC-GENT NV die nog niet in het geding betrokken was. Het (passieve) verweer op hoofdvordering valt niet gelijk te stellen met de (actieve) eis in gedwongen tussenkomst, en omgekeerd. In de rechtsleer wordt een verfijning van de definitie van de tussenvordering bijvoorbeeld aangetroffen bij Mosselmans, Sven, "Tussenvorderingen in het Gerechtelijk Privaatrecht", RW 2004-2005, 1601-1610. -"De vordering ingeleid door een reeds vereffende vennootschap, vertegenwoordigd door haar vereffenaar, is ontoelaatbaar, omdat deze vennootschap geen actieve rechtspersoonlijkheid meer had op de dag waarop zij de vordering instelde, terwijl zij zich evenmin verweert tegen een tegen haar ingestelde vordering. (Rb. Antwerpen, 15 januari 2007, RW 2007-2008, 1084). -"De afsluiting van de vereffening maakt in beginsel een einde aan het bestaan en de rechtspersoonlijkheid van deze vennootschap. Rechtsvorderingen kunnen tegen de vereffenaars als orgaan van de vennootschap nog worden ingesteld en voortgezet. De vereffende vennootschap wordt geacht passief voort te bestaan om zich te verweren tegen vorderingen die de schuldeisers tijdig hebben ingesteld". (zie: Cass., 17 april 2008, C.07.0054.N ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080417.11). 2.3. De aandeelhouders kunnen evenmin de eis in vrijwaring hernemen. De eerste rechter oordeelde juist en steunde op rechtsbronnen: Cass., 22.03.1962, Pas 1962, I, 807; Ronse, J., Overzicht van rechtspraak Vennootschappen, 1964-1967, TPR, nr. 253. In recente rechtspraak worden er geen elementen teruggevonden die de voormalige aandeelhouders toelaten om zich voor te doen als algemene rechtsopvolgers en een (actieve) vordering namens de ontbonden en vereffende vennootschap in te stellen of verder te zetten. Zo bijvoorbeeld: -"De voormalige aandeelhouders zijn niet te bestempelen als algemene rechtsopvolgers van de ontbonden vennootschap (vgl. Cass., 17 juni 1965, R.W. 1965-1966, 940), en zij beschikken noch over de procesbekwaamheid namens de vennootschap noch over een persoonlijk recht om een vordering in te stellen. De vorderingsrechten van de vennootschap zijn bij de sluiting niet mede in hun patrimonium terechtgekomen (vgl. Tilleman, B., Proceshandelingen van en tegen vennootschappen, Antwerpen, Maklu, 1997, nr. 128 e.v., D'Hooghe, D., T.B.H., 1989, 350 e.v.). Eisers verkregen in hoedanigheid van vennoten het vereffeningssaldo, en de beslissing van ‘overdracht van alle rechten en verplichtingen' heeft niet de waarde van een overdracht (om niet) van vorderingsrechten". (Rb. Antwerpen, 8 oktober 2003, RW 2004-2005, 1230). De hervatting van het geding door tweede en derde appellanten namens eerste appellante, werd dan ook door de eerste rechter terecht als ontoelaatbaar beoordeeld. 2.4. Op juiste gronden verklaarde de eerste rechter de eis, zowel (op hoofdeis) tegenover de vereffende vennootschap, als (op tussenvordering) tegenover haar vennoten en vereffenaars solidair, gegrond voor de som van 2.327,35 EUR vervangingswaarde, excl BTW. Tevergeefs vordert eerste geïntimeerde TRIFERTO BELGIUM NV als schadevergoeding de kosten van de vervanging van het vernielde paneel, namelijk 3.012,89 EUR (excl. BTW), meer de vergoedende interest vanaf 27.10.2002. De eerste rechter weerhield terecht het bedrag van 2.327,35 EUR zoals door de gerechtsdeskundige vermeld. Blijkens de bijlage 191-192 van het deskundig verslag (met name de brief van de raadsman van de eerste geïntimeerde op 23 november 2004 gericht aan de gerechtsdeskundige) vertegenwoordigt dit bedrag de geleden schade. Dit bedrag is niet meer maar ook niet minder dan de volledige prijs die door TRIFERTO BELGIUM NV was betaald aan F. GOOSSAERT ETABLISSEMENTS NV op grond van diens oorspronkelijke factuur van 13 juni 2002 (bijlage 11 van het deskundig verslag). Enerzijds houdt dit in dat geen afschrijving werd toegepast. Dit is aanvaardbaar want het schadegeval deed zich relatief kort na de aanschaf voor. Anderzijds toont eerste geïntimeerde op geen enkele wijze aan dat haar concrete schade deze aanschafwaarde zou overstijgen, bijvoorbeeld door het verlies van een vastgestelde meerwaarde. Het Hof stelt vast dat de schadelijder aldus voor dit onderdeel volledig vergoed wordt voor het geleden nadeel. Daar waar eerste geïntimeerde medio 2007 overging tot de plaatsing van een nieuw reclamepaneel voor 3.012,89 EUR excl. BTW (stuk 13 van deze partij), heeft deze uitgave geen invloed op de schade die werd geleden op 27-10-2002, noch is deze latere uitgave het voorwerp van de geleden schade. De herstelmethode en -prijs in 2007 is vreemd aan de in 2002 geleden schade. Zo bijvoorbeeld werd in 2007 de ophanging van het paneel anders uitgevoerd, mèt moeren en bouten, en dus ook met extra werkzaamheden in de hoogte aan de binnenzijde van het gebouw, hetgeen een meerprijs indiceert tegenover de kostprijs in 2002. Deze meerprijs terzake is geen element van de geleden schade. 2.5. Daarnaast vordert eerste geïntimeerde tevergeefs een hogere vergoeding voor (bijna 5 jaar) gebruiksderving van het paneel. In haar motivering omschrijft zij deze derving voornamelijk als een verlies van een rendement van haar investering en als het ontbreken van een baken voor wie haar vestiging zoekt. Ze begroot het verlies op 25 EUR per maand, of meer dan de afschrijfwaarde van ongeveer 20 EUR per maand gedurende 10 jaar voor de gehele kostprijs van het paneel. De eerste rechter kende ex aequo et bono 75 EUR toe. In feite gaat het om de tijdelijke onbeschikbaarheid van één naambord gedurende een normale vervang- of herstelperiode. Terecht wijst de eerste rechter op een schadebeperkingsplicht en op het falend bewijs van de omvang van de schade. Er is geen bij de aansprakelijke partij toerekenbare fout voor 5 jaar onbruik noch een oorzakelijk verband met een schade van die omvang die noodzakelijk en onvermijdbaar het gevolg zou zijn van de fout. De benadeelde kon, zonder enig wettelijk noch feitelijk beletsel, op veel kortere termijn een nieuw uithangbord laten plaatsen. Anderzijds toont de benadeelde op geen enkele wijze aan dat haar vestiging voor wie dan ook onvindbaar zou geweest zijn door het ontbreken van dat ene paneel, noch geeft ze aan welke concrete schade zij hierdoor zou hebben geleden. Verder waren er ook nog andere panelen aangebracht, terwijl de bedrijfszetel even vlot vindbaar en bereikbaar was op hetzelfde adres, met of zonder het kwestieus paneel. Er zijn geen concrete elementen voorhanden om de door de eerste rechter toegekende forfaitaire vergoeding te verhogen. 2.6. Tot slot vordert de eerste geïntimeerde een aanpassing voor de vergoeding van ereloon en kosten van haar advocaat. Gelet op de bevestiging van het eerste vonnis en de vigerende wetgeving terzake de rechtsplegingsvergoeding (Wet 21 april 2007 en KB 26 oktober 2007), bepaalt het Hof deze vergoeding in graad van beroep op 400 EUR overeenkomstig de door de eerste rechter toekende schadevergoeding van 2.402,35 EUR (vervangingswaarde en gebruiksderving). De kosten eigen aan het incidenteel hoger beroep, dat strekte tot de betaling van meer dan 3.000 EUR worden aldus omgeslagen. 2.7. Het anders en meer gevorderde wordt afgewezen als ongegrond. BESLUITEN Het Hof verklaart - op tegenspraak en gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken - de hogere beroepen ontvankelijk maar ongegrond. Het bevestigt het bestreden vonnis. Het verwijst de appellanten in de kosten van deze aanleg, die het aan de zijde van de eerste geïntimeerde vaststelt op: - rechtsplegingvergoeding in hoger beroep: euro 400,00 Aldus gewezen door de zevende kamer van het Hof van beroep te Gent, zetelende in burgerlijke zaken samengesteld uit Henri Debucquoy, eerste voorzitter, voorzitter, Geneviève Vanderstichele, raadsheer, Geert De la Ruelle, raadsheer, bijgestaan door Achiel Ferdinande, griffier en uitgesproken door de voorzitter in openbare terechtzitting op acht december tweeduizend en acht. Gerelateerde publicatie(
  2. s)citeert: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080417.11 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.