id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Gent Vonnis/arrest van 08 december 2008 ECLI nr: ECLI:BE:HBGNT:2008:ARR.20081208.9 Rolnummer: 2006/AR/1385 Rechtsgebied: Intellectuele eigendom Invoerdatum: 2009-01-28 Raadplegingen: 91 - laatst gezien 2026-07-02 18:28 Fiche Er is sprake van een onrechtmatig hergebruik van een databank, wanneer in kwalitatief en kwantitatief opzicht een substantieel onderdeel van de inhoud van een databank wordt overgenomen. UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - INTELLECTUELE RECHTEN - Auteursrecht en Naburige rechten - Auteursrecht - Databanken Vrije woorden: Intellectuele rechten - databankwet - begrippen - databankproducent - substantiële investering - hergebruik. Tekst van de beslissing Hof van beroep te Gent 7de bis Kamer ________ Terechtzitting van 08 december 2008 ________ na tussenarrest d.d. 11 februari 2008 ________ databankwet van 31 augustus 1998 * * * stakingsvordering ________ 2006/AR/1385 - In de zaak van: RIMBAUT EN ZONEN B.V.B.A., met maatschappelijke zetel te 9260 SCHELLEBELLE, Dendermondsesteenweg 114, met ondernemingsnummer 0427.873.037, luidens de termen van het verzoekschrift tot hoger beroep: ingeschreven in het handelsregister te Dendermonde, onder het nummer 39.449, appellante, appellante van een vonnis van 27 januari 2006 van de zesde kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Dendermonde, hebbende als raadsman mr. VAN HAUWERMEIREN Eric, advocaat te 9260 SCHELLEBELLE, Dendermondsesteenweg 19, tegen: STUDIO MTM DESIGN B.V.B.A., met maatschappelijke zetel te 9230 WETTEREN, Kwatrechtsesteenweg 156 A, met ondernemingsnummer 0432.341.965, luidens de termen van het verzoekschrift tot hoger beroep: ingeschreven in het handelsregister te Dendermonde, onder het nummer 41.649, geïntimeerde, hebbende als raadsman mr. HEIRMAN Peter, advocaat te 9000 GENT, Keizervest 169, velt het hof het volgend arrest: Partijen werden gehoord ter openbare terechtzitting in hun middelen en conclusies, alsook werden hun stukken ingezien. Voor de uiteenzetting van de feiten, de voorgaande procedure in eerste aanleg, de grieven en vorderingen in hoger beroep en reeds een gedeeltelijke beoordeling ten gronde door het Hof, kan verwezen worden naar het tussenarrest van 11 februari
- Verdere beoordeling
- Geïntimeerde stelt dat de vordering van appellante, zoals gesteld in haar laatste beroepsconclusie, onontvankelijk zou zijn gelet op de art. 807 en 1042 Ger.W., omdat appellante zich steeds op de Auteurswet heeft gebaseerd en zich pas na het tussenarrest van 11 februari 2008 op de Databankwet heeft beroepen. De feitenrechter kan ambtshalve de door de partijen voorgedragen rechtsgronden aanvullen wanneer hij enkel steunt op regelmatig aan zijn beoordeling voorgelegde feiten en stukken en hij noch het voorwerp, noch de oorzaak van de vordering wijzigt (Cass., 24 september 1982, Arr. Cass. 1982-1983, 131). Het staat de rechter vrij, onder eerbiediging van de rechten van de verdediging, op de regelmatig aan zijn beoordeling voorgedragen feiten, zonder het voorwerp noch de oorzaak van de vordering te wijzigen, die rechtsregels toe te passen op grond waarvan hij op de vordering zal ingaan of ze zal afwijzen (Cass., 18 februari 1993, Pas. 1993, I, 187). Art. 807 Ger.W. bepaalt dat een vordering die voor de rechter aanhangig is, uitgebreid of gewijzigd kan worden, indien de nieuwe op tegenspraak genomen conclusies berusten op een feit of akte in de dagvaarding aangevoerd, zelfs indien hun juridische omschrijving verschillend is. Het is zonder belang dat de oorspronkelijke eiser m.b.t. de gegrondheid van zijn vordering geen enkel (of een ander) juridisch gevolg heeft afgeleid uit de verwijzing naar die feiten (Cass., 11 maart 2004, R.W. 2004-2005, 1612; Cass., 18 februari 2000, Arr.Cass. 2000, 457; Cass., 28 april 1994, R.W. 1994-1995, 812). De door appellante aangebrachte wijziging van rechtsgrond voor dezelfde feiten (waarvoor de debatten heropend werden) maakt haar vordering, die evengoed de bescherming van de intellectuele rechten op haar catalogus benaarstigt, géénszins onontvankelijk, zodat de opgeworpen exceptie faalt.
- De wet van 31 augustus 1998 biedt een specifieke bescherming voor databanken wanneer er een substantiële investering werd verricht in kwalitatief of kwantitatief opzicht bij het verkrijgen, het controleren of het presenteren van de inhoud van de databank (art. 3, 1° Databankwet). De debatten werden bij tussenarrest van 11 februari 2008 heropend om appellante toe te laten aan te tonen dat de classificatie in haar plantencatalogus hieraan voldoet. 2.
- De plantencatalogus van appellante kan als databank beschouwd worden, vermits deze een uitgebreid en zeer gedetailleerd gamma van de bij appellante beschikbare bomen, klimplanten, haagplanten, heesters, enz. ... bevat. De catalogus is opgedeeld in diverse hoofdstukken waarin de aangeboden planten onder hun wetenschappelijke benaming (Latijn) alfabetisch zijn gerangschikt, met aanduiding van de grootte, de afmetingen, de kleur, de wijze van aanbieding (kluit, container) en de prijs (per stuk / per 100 stuks). Het is een overzichtelijk systeem dat opzoeking vergemakkelijkt, niet te herleiden tot een louter alfabetische classificatie, maar met keuze voor een welbepaalde indeling. 2.
- Volgens art. 2, 5° Databankwet is de producent van een databank de natuurlijke persoon of de rechtspersoon die het initiatief neemt tot en het risico draagt van de investeringen waardoor de databank is ontstaan. Geïntimeerde beweert dat zij (als marketingbureau) de catalogus professioneel heeft uitgebouwd tot een eigen originele creatie en met een specifieke "touch", zodat zij bijgevolg de producent is van deze databank, aan wie de rechtsbescherming zou toekomen. Deze visie kan niet worden gedeeld. Uit de stukken blijkt dat de betrokken classificatie door appellante (met kennis via ervaring als groothandel in planten) werd opgebouwd en dat haar bedrijf hierin veel tijd en energie heeft geïnvesteerd, alsook bij het digitaliseren alle instructies gaf aan geïntimeerde (zie o.a. stukken 1-2-3-4b-6-20-21 appellante). Appellante toont aan dat zij een specifieke "legende" hanteert met eigen symbolen en een eigen lay-out ontwierp, die zij reeds jaren hanteerde alvorens met geïntimeerde te contracteren. Ze werkte een uniek en doordacht systeem uit die haar tijd, moeite, energie en geld heeft gekost. Ook past appellante elk jaar haar catalogus aan en optimaliseert deze qua benamingen, indelingen, weergave, nieuwe Latijnse namen, nieuwe variëteiten, maten en subsoorten. 2.
- Het begrip investering in de verkrijging van de inhoud van een databank in de zin van art. 7, 1° van Richtlijn 96/9 moet aldus worden opgevat dat het duidt op de middelen die worden aangewend om bestaande elementen te verkrijgen en in deze databank te verzamelen. Het omvat niet de middelen die worden aangewend voor het creëren van de elementen die de inhoud van een databank vormen (H.v.J., 9 november 2004, zaak nr. C-444/02, Juristenkrant 2004, afl. 100, 3). De substantiële investering kan een kwestie van tijd, geld, moeite en energie zijn (zie Memorie van Toelichting bij Wetsontwerp houdende omzetting in Belgisch recht van de Europese Richtlijn van 11 maart 1996 betreffende de rechtsbescherming van databanken, Parl.St.Kamer 1997-1998, nr. 1535/1 en nr. 1536/1, 19; zie ook Antwerpen, 24 september 2007, I.R.D.I. 2008, 113). Appellante bewijst haar substantiële investering in het tot stand brengen van de catalogus aan de hand van de diverse manuscripten in haar dossier. 2.
- Geïntimeerde heeft de databank en de indeling van appellante hergebruikt in de zin van art. 2, 3° Databankwet: "elke vorm van het aan het publiek ter beschikking stellen van de inhoud van een databank of van een substantieel deel ervan, door verspreiding van kopieën, verhuur, "on line" transmissie of in een andere vorm". De hergebruikte gegevens zijn de rechtstreekse emanatie van een databank wanneer de categorieën en subcategorieën gebruikt voor de classificatie (zo goed als) dezelfde zijn, de orde van de classificatie eveneens dezelfde is, de referenties dezelfde zijn en zelfs tikfouten werden overgenomen. Dat geïntimeerde de databank van appellante heeft hergebruikt voor de catalogus M., blijkt uit de verklaring van G. M. zelf van 17 augustus 2000 (stuk 12 appellante). Het hergebruik betreft in casu manifest in kwalitatief als kwantitatief opzicht een substantieel onderdeel van de inhoud van de databank van appellante. De gewraakte catalogus van concurrent M. gebruikt een identieke indeling, in identiek getitelde hoofdstukken en schikking met Latijns-wetenschappelijke benamingen. Zelfs de onderstrepingsfouten zijn identiek. Op plaatsen waar appellante kiest voor niet-alfabetische indelingen, is dit identiek terug te vinden bij M. (stukken 10-11 appellante). Andere concurrenten hebben totaal verschillende catalogi, niettegenstaande zij hun planten eveneens alfabetisch ordenen of opsommen (stukken 22 tot 26 appellante). 2.
- Het Hof is dan ook van oordeel dat er sprake is van het onrechtmatig hergebruik van een substantieel gedeelte van de databank van appellante, zodat zij de staking hiervan kan vorderen onder verbeurte van een dwangsom, zoals hierna omschreven in het dictum. Een beperkte publiciteitsmaatregel in het vaktijdschrift kan ook herhaling van de inbreuk benaarstigen. Waar appellante vordert dat aan haar alle drukfiles moeten worden overhandigd die kunnen dienen tot het kopiëren van haar catalogus ten behoeve van ander cliënteel van geïntimeerde, kan worden vastgesteld dat deze maatregel in casu niet efficiënt noch controleerbaar is. Appellante bewijst de hoegrootheid van de door haar geleden schade (17.352,55 EUR) niet. De schade van appellante bestaat geenszins uit de beweerde inkomsten van geïntimeerde n.a.v. het drukken van de catalogi M.. Het Hof begroot de schade van appellante dan ook ex aequo et bono op 5.000,00 EUR, dit als vergoeding voor het tweemaal hergebruiken van haar classificatie door geïntimeerde ten voordele van haar concurrent M.. Hierop kan de vergoedende rente worden toegekend vanaf 28 augustus 2000 (datum eerste conclusie met tegeneis). Het principaal hoger beroep is deels gegrond. Bijgevolg is het incidenteel hoger beroep ongegrond. OM DEZE REDENEN, HET HOF, recht doende op tegenspraak; gelet op artikel 24 van de Wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken; gelet op het tussenarrest van 11 februari 2008; verklaart het principaal hoger beroep ontvankelijk en deels gegrond; doet het bestreden vonnis teniet; derhalve opnieuw oordelende: verklaart de vordering van appellante ontvankelijk en als volgt gegrond: - zegt voor recht dat het hergebruik door geïntimeerde ten voordele van derden van de databank van appellante, zoals vervat in haar plantencatalogus of enig substantieel onderdeel hiervan, zowel op papier als in enig elektronisch bestand of drager, een inbreuk uitmaakt op de rechten van appellante als producent van deze databank; - beveelt aan geïntimeerde de staking van deze inbreuk, onder verbeurte van een dwangsom van TWEEDUIZEND VIJFHONDERD EURO (2.500,00 EUR) per vastgestelde inbreuk vanaf de dag na betekening van dit arrest; - zegt voor recht dat huidig stakingsbevel zal dienen gepubliceerd te worden in de eerstvolgende editie van het vaktijdschrift van Het Verbond van Boomkwekers Plantenstreek Wetteren, dit op kosten van geïntimeerde; - veroordeelt geïntimeerde tot betaling aan appellante van een schadevergoeding wegens schending van de databankrechten van de som van VIJFDUIZEND EURO (5.000,00 EUR), méér de gerechtelijke rente vanaf 28 augustus 2000 tot de dag der volledige betaling; wijst het méérgevorderde af als ongegrond; verklaart het incidenteel hoger beroep ontvankelijk, doch ongegrond; veroordeelt geïntimeerde tot de gedingkosten van beide aanleggen, vereffend in hoofde van appellante op: - 356,97 EUR rechtsplegingsvergoeding eerste aanleg; - 186,00 EUR rolrecht hoger beroep; - 1.100,00 EUR rechtsplegingsvergoeding hoger beroep (K.B. 26 oktober 2007). Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van het Hof van beroep te Gent, kamer zeven bis, op acht december tweeduizend en acht. Aanwezig: de heer Frank Deschoolmeester raadsheer, wn. kamervoorzitter; de heer Lodewijk Langelet griffier. Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div